Entre 1967 e 1984, o holandês August Willem- sen passou quatro longos períodos no Brasil. Em cartas ao amigo Paul Roelofsen ele relata- va suas experiências e vivências durante essas 'viagens de estudo' que o levaram por todo o país. Cartas brasileiras é um livro único na literatura holandesa. Por sua originalidade, mas também devido ao estilo único deste grande escritor e tradutor. Mas muito mais do que escrever para si mesmo e para as agitações de sua alma, Willemsen usa toda sua maestria para descrever de forma brilhante a vida cotidiana no Brasil, com um olhar frio e afiado.
Aangestoken door een vriend en het keurmerk van Privé-Domein, al langer gefascineerd door Pessoa en Drummond de Andrade - alleen die romantische klanken al, die je van alles beloven -, zag ik, nota bene in aanwezigheid van enkelen die de auteur gekend hebben en de film becommentarieerden, in het voorjaar de emotionerende bioscoopdocumentaire 'August Willemsen: De bladzij en de werkelijkheid'. Die vertelling gaf het lezen van de brieven van Guust nog meer diepte, zijn leven vooral, en niet zijn werk. Wel zijn arbeidsethos, zijn moeilijkheden, zijn moeite maar niet hoe Willemsen te werk ging, wat hij voelde en verklankte. Zijn brieven aan Nederland gaan over het acclimatiseren, het willen wennen, het gewend en verwend zijn. Het onderweg zijn en de (dikwijls teleurstellende) aankomst. Als de jaren verstrijken en Willemsen opnieuw terugkeert naar Zuid-Amerika, en nog een keer, kent hij er de weg. Dat is aangenaam, en saai ook misschien. Wat mij bijblijft, is hoezeer de schrijver de mensen, de inwoners, probeert te leren kennen en te begrijpen. Meer en meer raakt Nederland misschien wel uit zicht, bekoelt de liefde misschien wel. Met de landgenoten in den vreemde is er een soort verstandshuwelijk: ze helpen hem dikwijls uit de brand, maar hij ziet tot zijn afschuw ook dat ze misbruik maken van de omstandigheden. Of Willemsen nou verzot was op reizen en het 'exotische' weet ik niet, schrijven was volgens mij, afgaande op de lange brieven, als ademen. Het is alsof je 'm de toetsen hoort slaan, bovenuit het gezucht (van opwinding en van malaise) als hij de thuisblijvers bericht over de bureaucratie, de feesten, de eigenzinnigheid van het land en zijn opofferingen, als schrijver, als mens, als geliefde. Een brievenboek om te bewaren.
Zelf een ervaren Braziliëreiziger zijnde is August Willemsen me zolang ik hem ken dierbaar gebleven. Tot eigen verbazing was het met de Braziliaanse Brieven nooit verder gekomen dan wat cursorisch lezen. Dat is nu dus goedgemaakt. Gelukkig maar, want Willemsen is een briljant briefschrijver, met de brille en de vaart en de humor van Reve's epistels uit Op weg naar het einde (beiden trouwens ook chronisch gekweld door de drankduivel). Willemsen weet heel scherpzinnige dingen te zeggen over het tijd-gevoel van de Brazilianen, over het relatieve van schoonheid, over het nu eens heilzame, dan weer onoverkomelijke van zich 'elders' te voelen. Elk van de vier perioden (1967, 1973, 1979, 1984) heeft zijn eigen kleur. Zo is 1967 doordesemd van heimwee naar het superieure Amsterdam terwijl in 1973 (als een soort reactie daarop) een flinke scheut 'cultuurrelativisme' optreedt. Maar het eindigt (1984) in milde berusting: 'Ik ben er te vaak geweest. Het is gewoon geworden. Je kunt je maar in beperkte mate over steeds hetzelfde blijven verbazen.'
Een prachtig geschreven brievenboek. Het is stilistisch zuiver opgeschreven, zonder dat het daarmee iets van schwung verliest. De observaties zijn helder, de reflecties interessant en prettig 'incorrect'. Over Brazilië wist ik voor dit boek maar weinig. Nu iets meer dus, al behandelen de brieven ook regelmatig de vraag of ze 'niet overal geschreven hadden kunnen worden.' (Nee, denk ik) Wat mij misschien nog wel het meest aansprak was Guus' ontwikkeling door de jaren heen. Hoe het eerste jaar zo chaotisch, arm en eenzaam is vergeleken bij het laatste jaar waarbij hij van lunch naar vergadering wordt gesleept. Vooral met de eenzame, arme jaren kon ik me erg identificeren als Nederlander in Oost-Europa. Het zoeken naar je plaats in den vreemde. 4.5 ster, maar kan bij herlezing zomaar 5 sterren worden.
Willemsens observaties zijn scherp, zijn humor gevat. Overpeinzingen over het leven worden opgevolgd door zeer geestige beschrijvingen van het een na het andere drankgelag. Vlot, slim, onderhoudend.
Een heerlijk boek. Ik was er in 2019, en veel dingen herken ik nog van São Paulo. Maar ook de andere stukken zijn adembenemend goed geschreven. Een plezier...en dringen een paar vertalingen zoeken