Shūichi Yoshida (吉田 修一) was born in Nagasaki, and studied Business Administration at Hosei University. He won the Bungakukai Prize for New Writers in 1997 for his story "Saigo no Musuko", and the Akutagawa Prize in 2002 (the fifth time he'd been nominated for the prize) for "Park Life". In 2002 he also won the Yamamoto Prize for Parade, and for winning both literary and popular prizes Yoshida was seen as a crossover writer, like Amy Yamada or Masahiko Shimada. In 2003 he wrote lyrics for the song "Great Escape" on Tomoyasu Hotei's album Doberman. His 2007 novel Villain won the Osaragi Jiro Prize and the Mainichi Publishing Culture Award, and was recently adapted into an award-winning 2010 film by Lee Sang-il.
Zo’n onontdekte literaire Japanse parel is dit. Een fijn en vlot en toch ook typisch lekker-kabbelend-maar-het-juiste-kabbelen-verhaal. En dat allemaal in de setting van een park midden in Tokyo.
A cool slice of life story, that also left me feeling slightly uncomfortable.
A nice, quick read! Me and my friends were visiting Tokyo at the time of reading, and I really enjoyed seeing the way Hibiya park featured as such an important character in the story.
Park Life fits into a mold of Japanese stories about male protagonists, that goes something along the lines of:
* Single man in his late twenties or early thirties does not have much of a social life, and little to no experience with dating or women in general * He encounters an outgoing, slightly quirky, woman * The encounter forces him to open up socially and breaks through his monotonous life
This appears to be touching on a Japanese experience — I can’t say with any certainty, of course — of social isolation, and/or men not being able to find partners. However, it’s still slightly confusing to me what this type of story is saying about the role each gender has to play. Should men be more confident, or socially capable? Should women be more approachable?
All in all, I ended up somewhat uncomfortable with the version of this story in Park Life, as the female character seemed more fantasy than human being — but perhaps that discomfort is the point.
(PS: Western popculture has a not dissimilar trope in the ‘manic pixie dream girl’, that similarly introduces an unrealistic female character in the protagonist’s life in order to spur character development.)
(PPS: I was also disappointed in the generic “watervogels” the Dutch translation describes in Hibiya Park. I saw kingfishers and little grebes — do better and ID those birds people!)
Het lezen van dit boekje begon al met een leuke aanhef omdat het onderdeel was van het mini-Japan boekenclubje tijdens mijn vakantie aldaar; op dag één zijn we direct even bij Hibiya park wezen buurten. Verder is het een vermakelijk maar soms vreemd relaasje van een eenzame man in Tokyo. Hij probeert met enige aarzeling de buitenwereld te begrijpen middels interacties met vrienden en vreemden, maar is ook gefascineerd door de binnenwereld, gezien zijn fascinatie tot Da Vinci’s anatomie van de mens en de modelorganen die hij in een antiekwinkel vindt. Zijn pogingen blijven veelal halfslachtig—hij heeft een wake-up call nodig om besluitvaardiger te worden.
Deze thema’s presenteren zich op een ongedwongen maar ietwat vreemde manier. Een aap als huisdier? Modelorganen? Toch leest het prima weg, al beklijft het nergens.
Beschouwende roman over de kleine en grote dingen van het leven. In het Hibayapark, middenin het drukke Tokio, ziet de ik-verteller een vrouw terug die hij net in de metro heeft ontmoet. Het wordt de start van een reeks afspraken en bespiegelende gesprekken.
Er wordt veel ingezoomd: op lichaamsdelen, anatomie, zwemmen en fitness, op dierlijkheid - niet toevalligheid draagt de ik-verteller tijdelijk zorg voor de aap van een bevriend stel. Maar er wordt ook uitgezoomd: vrij letterlijk, wanneer een andere bezoeker van het park door middel van een luchtballon overzicht probeert te krijgen op het park, maar ook in gesprekken van de ik-figuur met zijn moeder, of in zijn oude verlangen naar een onbereikbare vrouw.
Ondanks deze veelheid blijft de novelle nergens aan de ribben plakken; het is allemaal te vrijblijvend en raakt de lezer niet.
Alltägliches Leben für diejenige, die beim Mittagessen zum Hibiya Park gehen. Sehr gut beschreibt man die Atmosphäre von einigen Festangestellten. Am Ende bringt nachzudenken, was eine Frau gesagt hat.
Prijzenbeest Shūichi Yoshida (1968) schreef al meer dan 25 literaire werken, toch hadden we tot vorig jaar nog nooit van deze schrijver gehoord in Nederland. Dankzij uitgeverij Zirimiri Press en vertaler Luk Van Haute kwam daar met Park Life (パーク・ライフ) verandering in, waarmee Yoshida in 2002 de prestigieuze Akutagawaprijs in de wacht sleepte. Elizabeth Koomen schreef in een recensie in Trouw: “Er is een bepaalde gereserveerdheid in de intermenselijke contacten in Park Life. Je kunt die makkelijk als typisch Japans wegzetten, óf je kunt die bewonderen. Want zoekt men eenmaal contact, dan doet dat er ook werkelijk toe. En dat park: stilletjes aan krijgt het zoveel betekenis dat het haast een personage wordt.”
Dat is een bijzondere aan dit boekje. Ik las het in januari en had toen bepaalde bedenkingen bij de ogenschijnlijk doelloosheid van het verhaal, maar vlak voor het opnemen van een nieuwe aflevering van onze podcast Aap Noot Mishima merkte ik dat ik milder oordeelde en dat het verhaal mij dierbaarder toescheen dan eerst. Hoe dat kan? Door het zien van Perfect Days van Wim Wenders bijvoorbeeld, dat een perfecte aanvulling is – echt, ga het zien! Maar er spreekt nog veel meer voor dit Japanse juweeltje...
Dus betreed het Hibiya-park zelf door naar de 10e aflevering van de podcast Aap Noot Mishima te luisteren, over de prijswinnende korte roman Park Life van Shūichi Yoshida. We zijn in al je favoriete podcast-apps, Spotify én op YouTube te vinden, en ook op Instagram. Leuk als jullie luisteren!
Voor een of andere reden heeft het me een sterke indruk gemaakt, vooral de laatste paar pagina's. Maar heel het boek is precies een schilderij met meerdere taferelen van het alledaagse leven. Heel banale gebeurtenissen worden plots speciaal (specialer*?). Sommige interacties zijn inderdaad wel eigenaardig, wat het juist leuk en speels maakt. Lostaand daarvan zijn de alledaagse beschrijvingen, die het hele boek bevat, precies een liefdesbetuiging/ode aan de werkelijkheid. Alsof de realiteit mooier is dan we soms denken tijdens deze al te moderne, rappe wereld. 4.5/5 ⭐
"Uit de lucht zie ik kleine mensengestalten rondslenteren in het Hibiya-park. Tal van mensen lopen over de smalle paadjes, steken het Fonteinplein over, gaan her en der door de toegangen naar buiten. Als zweetdruppels stromen mensen het park uit."
Na een toevallige ontmoeting met een vrouw in de metro, komt de ik-verteller de vrouw vaak tegen in het Hibiya-park in Tokyo. Het park is een oase van rust in de drukke stad, waar de verteller en de vrouw tijdens hun gesprekken niet alleen praten over werk en bekende park-bezoekers, maar ook over (voorbije) relaties: tussen geliefden, tussen moeder en zoon, tussen het verleden en het heden.
Park Life geeft een mooi inkijkje in de hedendaagse Japanse samenleving, met een fijne schrijfstijl (goed vertaald door Luk van Haute) en mooie reflecties op het leven. Helaas heeft het boek, wellicht door het vele uitzoomen, geen personage of plotelement waardoor het verhaal mij beklijkt. De charmante cover daarentegen is een plaatje.
‘Bellen zonder reden, dat is juist de betekenis van vriendschap (…) Een reden heb jk niet echt, maar zonder reden op bezoek gaan, dat is misschien wel de betekenis van ouder en kind zijn’ (87-89)
Een ode aan de traagheid en een mooi inkijkje in de Japanse literatuur. Het boekje zit vol alledaagsheden die tegelijkertijd raadselachtig en diepzinnig kunnen zijn. Nu wil ik pas écht naar Japan.
Je n'ai pas réussi à être touché par ce livre. Je m'attendais à un roman un peu tranche de vie mais au final j'ai l'impression d'être passé à côté de ce que voulait raconter l'auteur et je n'ai pas trouvé les personnages ni les scènes de vie attachants.
De plus, je ne sais pas si cela vient de la traduction, du style de l'auteur (dont j'ai pourtant déjà lu un autre livre) ou juste des différences culturelles mais j'ai trouvé certaines tournures de phrases et dialogues pas très naturels et assez étranges.
En dehors de ça, le roman se lit tout de même facilement car il est très court et j'ai relativement apprécié certains passages contemplatif dans le parc (qui malgré le titre du livre n'est pas si présent à mon sens).
C’est une petite bulle d’air dans la ville. Un espace temps sans repère dans une vie à cent à l’heure. Deux personnes qui se rencontrent mais en même temps se perdent. Il n’y a pas de nom, juste des mots. Des pensées profondes qu’ils n’oseraient jamais échanger avec personne. Alors comme ils ne sont rien dans ce parc, ils parlent, ils observent. Et décident. Quoi ? On ne sait pas. Sûrement l’orientation que doivent prendre leurs vies respectives.
Het sluimerende in deze Japanse novelle (en meer Aziatische literatuur) blijk ik gewoon heel prima te vinden. Dat er een bepaalde afstand blijft van jou als lezer tot de hoofdpersonen, mede door de vormelijkheid in dagelijkse omgangsvormen, maar dat juist dat enigszins afstandelijke voor het tragische zorgt dat raakt.
Prachtig citaat dat me deed huilen, maar dat is m'n persoonlijke trigger. Hints van Parks 'Maak me eendimensionaal' en Kawakami's 'All the lovers in the night', maar dan anders.
Dit boek zou ik nooit gelezen hebben als het me niet werd aangeraden door Kiyara van uitgeverij EPO. Dank je wel Kiyara!
Yoshida is al een grote naam in Japan maar dit is zijn eerste (en ongetwijfeld niet zijn laatste) boek dat in het Nederlands verschijnt. De cover is trouwens prachtig.
In dit kleine boekje, letterlijk en figuurlijk (122 pagina’s) maken we kennis met een jonge man (de hoofdpersoon van het verhaal) die quasi elke dag zijn middagpauze doorbrengt op hetzelfde bankje in het park. Daar spreekt hij op een dag een vrouw aan waarmee hij kort daarvoor een kort gesprek in de metro voerde. De band die stilaan tussen hen ontstaat is boeiend en hoopgevend.
Hoopgevend omdat het park me een beetje deed denken aan het Stadspark of de bankjes in de Botaniek in Antwerpen, waar ik wel eens vertoef. Wij leven tegenwoordig allemaal heel hard in onze eigen bubbel: ogen op onze smartphone, koptelefoon op de oren. Ik hou van de rust in een park, het even op adem kunnen komen. Maar door Park life besefte ik dat een park ook veel meer kan zijn. Het kan een plek zijn waar nieuwe vriendschappen ontstaan, mensen zich met elkaar verbinden op basis van een voorliefde voor hetzelfde groen. Hoopgevend hé.
Park life is een klein pareltje; een relaxerende, rustige kabbelende stroom woorden die je even uit je eigen hoofd haalt, laat meedobberen en die verstilling biedt. Om even uit de hectiek van de dagelijkse waan te ontsnappen, om rustig te verorberen tijdens je middagpauze op een bankje in het park. Boeken verbinden ook!
Court roman assez léger et frais. Un employé de bureau fait tous les jours une pause déjeuner dans le parc Hibiya de Tokyo. C’est pour lui une parenthèse dans le bruit et le tumulte de sa journée de travail. Parfois un collègue l’accompagne, il y rencontre une femme qui a pour habitude d’y boire son café et croise d’autres habitués. Le soir, il garde l’appartement et le singe d’un couple d’amis en pleine rupture alors que son propre appartement est occupé par sa mère venue en vacances.
🪴 Ce roman est comme une balade contemplative. Il n’y a pas d’intrigue, simplement de l’observation. Parfois le narrateur nous raconte quelques souvenirs de sa vie d’adolescent ou d’étudiant au détour de ses déambulations dans le parc. On effleure les personnages sans percer la vie ni le caractère d’aucun d’entre eux.
💬 C’était une lecture plaisante, mais sans plus. J’aurais préféré un peu de mystère ou une intrigue quelconque.
lecture tranquille, légère, sans prise de tête. cadre agréable, éléments “loufoques” (singe de compagnie, poupées de porcelaine avec entrailles, discussion avec des inconnus), thèmes aléatoires. j’ai adoré la manière la conversation a démarré avec la dame du parc dans le métro, les questionnements philosophiques du personnage à propos des femmes du starbucks, du don d’organe après la mort, de la raison pour laquelle les gens fréquentent les parcs, de ses réfléctions sur la relation de ses hôtes, de sa vision du week-end surtout, son observation religieuse du parc après le travail, ses promenades, sa nonchalence, sa visite de l’exposition photo avec la femme, et le fait qu’elle reste une inconnue
Quelle lecture déplaisante! Je n'ai rien contre la chicklit, mais ce livre est de la mauvaise chicklit qui ne s'assume pas. Le personnage principal est un représentant commercial de produits de luxe (ou un truc du genre) avec *absolument* aucune personnalité. Il rencontre une femme qui aime boire du Starbucks. Starbucks. Starbucks. Starbucks. Starbucks. Starbucks. Starbucks. J'ai fini par croire que l'auteur a probablement été payé par Starbucks pour mettre le plus de fois possible leur nom dans le roman, c'en est ridicule. Quelques autres marques de luxe sont nommées, pour faire plaisir, j'imagine, aux lecteurs qui auraient l'âme aussi vide que ce livre.
Een mooie postmoderne novelle die zich afspeelt in en rond het Hibiya-park, een Westers park in Tokyo. Het individualisme van alle personages vervreemdt hen van alles en iedereen. Zelfs gehuwden en vrienden gedragen zich als onbekenden... en dat terwijl iedereen toch ook weer op zoek is naar contact en zingeving. Het park zelf is een metafoor voor de mens, een gebrekkig onvolmaakt wezen dat zelfs niet de waarom-vraag mag of kan stellen.
Ce roman me laisse perplexe. Notre protagoniste s'aperçoit des détails du lieu, des personnes au fur et à mesure. Casanier, il a l'habitude de venir au parc de Hibaya. Il arrive à se sentir bien dans des lieux qui ne l'appartient pourtant pas. L'interaction avec les autres se bousculent un peu avec la rencontre d'une femme en particulier. Il découvre comment les autres le voit et comment lui aussi les voit. Il y a un jeu entre le monde réel et l'imaginaire.
This entire review has been hidden because of spoilers.
Une petite parenthèse hors du temps. Je ressors de ma bulle de lecture calme et apaisée. Voilà pourquoi j'aime la littérature japonaise, réussir à me transporter à ce point avec des mots, sans qu'il ne se passe rien d'extraordinaire, je trouve que ça a quelque chose de magique. J'ai lu la version illustrée par Émilie Protière, c'est un vrai petit bijou.
Une lecture légère qui nous plonge dans le Tokyo moderne. C’est un livre d’une centaine de pages, simple à lire. Je l’ai fini avec le sourire. L’histoire est simple et entraînante. Écrite à la première personne ce qui permet une immersion totale. Mais vraiment si je devais le définir en un mot c’est LÉGÈRETÉ
Poëtisch, zacht omschreven. Een fijn boekje om te lezen als je geen nood hebt aan zware materie, maar wel aan woorden die je raken. Wegens iets te weinig verhaal, dat nu eenmaal eigen is aan dit observerend genre, net geen vijf sterren.
J'ai été très intéressée par la postface de ce livre que je trouve absolument juste ! J'ai d'abord pensé à un manque de trame mais la richesse des symboles et des liens sous-jacents évoqués dans cette dernière partie m'a complètement convaincue.
Een boek waar ik de ene keer mee was in het verhaal en in de interacties maar dat op andere momenten te veel losse flarden over verschillende personages die de hoofdpersoon kent bevat, waardoor ik mijn aandacht/interesse wat verloor.