In Ga niet naar zee beweegt Tommy Wieringa zich tussen het wereldse rumoer en de stilte van kloosters en het platteland. De lezer volgt het leven van de schrijver op de voet, en leert dat succes of tegenslag geen invloed heeft op zijn werk al schrijft het beter op een volle dan op een lege maag.
Tommy Wieringa maakte een persoonlijke selectie uit de korte stukken die hij in de loop der jaren schreef, zodat Ga niet naar zee leest als een kleine autobiografie.
Tommy Wieringa (born 20 May 1967 in Goor, Overijssel) is a Dutch writer. He received the Ferdinand Bordewijk Prijs in 2006 for his novel Joe Speedboat.
'Voor Staf, voor onderweg,' schreef Tommy in 2015 in dit boek. Zoals bij elk boek in de kast heb ik gewacht tot een geschikt moment om deze 160-tal korte stukjes te lezen: op reis, onderweg, in de auto, aan een meer in de zon, in een kamer in de nacht, en toen ik het boek niet uit had uiteindelijk nog heel lang thuis, tijdens middagwandelingen en in bed. Afwisselende settings voor afwisselende verhalen.
Ik heb ze ook wisselend graag en niet graag gelezen. De eerste categorie is helaas in de minderheid: 'Hand' (p. 7-8), 'Afscheid' (17-18), 'Broeder P.' (21-22), 'Ballon' (34-35), de helft van 'Zacht kwaad' (42-43), 'Duizend zelfportretten' (90-91), 'De Naakten van Avelingen' (139-140), 'Kat' (167-168), 'Logé' (179-180), 'Leven, hemel' (188-189), 'Reconstructie' (211-212), 'Transactie' (238-239) en 'OK-NUL 43' (283-284).
Wel leerzaam: vissen of de boerderij blijkt me (in Tommy's leef- en verhaalwereld) weinig te zeggen; romantiek, liefdesverdriet en nostalgie des te meer.
Korte, niet al te persoonlijke, columnachtige stukjes over en uit het leven van Tommy Wieringa. Zijn bijzondere stijl en opmerkingsgave zijn een verademing bij de keutelstukjes die je vaak in kranten en tijdschriften aantreft. Maar eerlijkheidshalve moet ik hieraan toevoegen dat ik, na driekwart van het boek te hebben voorgelezen, wel klaar was met de soms ingewikkelde gedachtenspinsels. Kortom, een boek waar je best heel lang over mag doen, zoals de verzameling ook een heel lange periode uit het leven van Wieringa bestrijkt.
Dit boek is een viering van alles waar Tommy Wieringa zich over verwonderd, en als je die verwondering niet zo 1, 2, 3 deelt, is er weinig aan. Het zijn meer een soort colums dan korte verhalen. Hij kijkt de stijl af bij A. L. Snijders, maar stopt er net te weinig in. Tegelijkertijd wil hij te veel: de oneindige raamvertellingen vermoeien. Er zitten een paar mooie stukjes tussen, maar het gros kun je goed missen. Ik lees liever z’n romans.
Ga niet naar zee kwam al eerder uit en steekt nu in een nieuw jasje en wat fijn om te boek te (her)ontdekken. Wat hou ik van deze auteur en zijn schrijfstijl. Wat hou ik van de manier waarop hij iets verteld en de humor die hij hanteert. Een boek met korte verhalen, columns die deze auteur doorheen de jaren schreef. Ga mee op wandel met Tommy Wieringa doorheen jaren. Weinig woorden die zoveel vertellen. Kleine verhalen die zo groots zijn. Hoe kan je nu niet fan zijn van Tommy Wieringa? Exact, dat gaat niet. Als lezer kan je niet anders als van deze auteur houden.
Ohh. Wauw, wat een sterke teksten... Jammer van die lelijke omslag. Hij is, zoals hijzelf zegt, een zinnenschrijver, en wat voor zinnen. Prachtig prachtig. Pure zen soms. Soms lijkt het wel of hij eerst de eindzin heeft geschreven en daarna iets voor ervoor heeft bedacht : "IJdelheid is een tbs'er die soms ontsnapt'.
Hij heeft een fan erbij!
Quotes - zij heeft zichzelf op vijftienjarige leeftijd gemodelleerd naar Eline Vere. Het is nooit meer goed gekomen... - veteranen ja, zij het veteraniger dan jij.
Dit boek bestaat uit heel veel hoofdstukjes van ca. anderhalve pagina per stuk. Het is een persoonlijke selectie uit alle korte stukjes die hij geschreven heeft. Het is geen autobiografie, maar door deze observaties leer je wel heel vel over zijn leven. Het doet me een beetje denken aan Martin Bril. Het leest heel vlot.
Verhalen die zich onderweg afspelen, van kloosters tot polderweilanden. Sommige waren erg inspirerend. Ook al vond ik niet alle stukjes even fijn, de onderdompeling was er steeds wel. Persoonlijk ben ik niet de grootste fan van Wieringa. En toch heb ik zeer veel sympathie. Misschien omdat zijn verhalen dicht bij mijn leefwereld staan en toch weer niet dicht genoeg.
Onder de indruk van Wieringa's ZKV's Steekt bijna de meester (AL Snijders, for those who needed to know :-) ) naar de kroon. Eigenlijk prettiger lezen, meer focus en meer fraaie details, dan bijvoorbeeld Caesarion.
Zijn korte stukjes zijn als pralines. Niet dat ze zoet, of ambachtelijk gemaakt zijn (wat soms wel kan kloppen), maar omdat je er eentje neemt, denkt ‘mmm, das goed..’ en dan is het op en lees je een nieuwe en een nieuwe en een nieuwe…
Achterop stond dat het 150 miniatuurtjes waren, stilistische wonderwerkjes. Ik heb het nageteld, het zijn er naar 130. Ik vind het nog te veel, maar dat geeft niet, het is een soort dagboek. In mijn dagboek wemelt ook van de herhalingen, al heb ik het niet over rugby en over kloosters, ook niet over lassen van verroeste auto's of sloepjes. Ik heb het dan ook maar niet gepubliceerd. Wat ik aan mijn eigen dagboek wel leuker vind dan aan dit boek is dat er meer nieuwsgierigheid naar mensen inzit en minder negativiteit. Stilistisch vind ik dit boek best aardig, maar dat zit 'm vooral in het poetische van citaten die hun interpretatie door het zonet beleefde krijgen. Het beste verhaal heet 'Ballon'. De laatste zin is de titel van dit boek geworden. Het is het wijze advies van een oude man aan een (mannelijke) kleuter om een ander leven te leven dan hijzelf.
Wat lees ik Wieringa toch graag. Die schone, sterke zinnen. Soms schrijnend, soms verpulverend, relativerend maar niet kapot, altijd vol liefde en mededogen voor de mens in al zijn kleinheid en grootsheid.