Ik twijfel tussen 3 of 4 sterren.
Dit was een zeer mooi geschreven boek en zo ver ik kan zeggen, goed vertaald door Jacques Westerhoven.
Hetgene wat me het meest trok, was hoe het boek een inkijkje gaf in een naturalistisch beschreven Japan vissersdorp in een tijdperk (±1928) dat zich waande tussen het tradionele, authentieke Japan en het moderne Japan van nu.
De verteller schreef niet uiterst dramatisch over de situatie noch probeerde hij drama te verbergen. Dat vond ik goed, ook vanuit een literair oogpunt.
Wat me het meest opviel, was hoe weinig de verteller en auteur schreef over de blauwe schuit. Toch staat er geschreven in het laaste hoofstuk: "..., de opgelapte blauwe schuit was het middelpunt van mijn leven in Urakasu geweest, ...".
Hoewel het boek veel verhalen bevat waar de verteller niet aan bod komt, maar gewoon een verhaal of een gerucht uit het dorp verteld, vond ik het leukst wanneer de verteller schreef over wat hij zelf mee maakte.
Hoofstukken als 'Een nacht in het riet' en 'De grondbeginselen der economie' zal ik niet snel vergeten. Dit boek bevat ironisch genoeg zowel onvergelijke hoofdstukken als hoofdstukken, die zo saai waren dat ze niet eens tot me doordrongen.
Mijn favoriete hoofstuk was denk ik wel het laatste hoofstuk: 'Dertig jaar later'.
Het is een prachtig geschreven hoofdstuk en het vat ook het boek op een poëtische manier samen: Chō, 30 jaar ouder, is vergeten wie de verteller is.
Tot slot wil ik zeggen dat ik dankbaar dat dit boek mij een inkijkje gaf in zo'n specifiek, eigenzinnig dorp in zo'n specifieke periode van Japan.