Konrad Merz (pseudoniem van Kurt Lehmann) (Berlijn, 2 april 1908 - Purmerend, 30 november 1999) was een Duits schrijver en een Joods-Duitse emigrant in Nederland.
Merz werkte in Duitsland enige tijd als magazijnbediende en vertegenwoordiger en voltooide ondertussen het avondgymnasium. Aansluitend studeerde hij rechten, maar hij moest in 1933 zijn studie afbreken vanwege zijn joodse afkomst. In 1934 emigreerde hij naar Nederland, waar hij de kost verdiende als tuinman en boerenknecht.
In Nederland kwam hij in aanraking met andere Duitse emigranten die het naziregime waren ontvlucht. Hij schreef een boek over zijn ervaringen, Ein Mensch fällt aus Deutschland, dat in 1936 door Em. Querido werd uitgegeven en bijzonder goed werd ontvangen. Hiermee vestigde hij de aandacht op zich van Menno ter Braak, die zich in die tijd intensief bemoeide met Duitse emigranten en de Duitse Exil-literatuur in het bijzonder.
Na de Duitse aanval op Nederland dook Merz onder en wist de oorlog te overleven. Hij schreef een tweede boek, Generation ohne Väter dat echter onderweg naar de uitgever zoekraakte; het manuscript dook weer op na de oorlog, maar werd pas in 1999 uitgegeven.
Zijn min of meer autobiografisch werk wordt gekenmerkt door een fijnzinnige, melancholieke humor. Een van zijn slagzinnen was: "Wer rausgeschmissen wird, hat kein Heimweh" (wie eruit wordt geschopt, heeft geen heimwee).
Konrad Merz vestigde zich na de oorlog in Purmerend als masseur. In 1994 werd hij nog uitgenodigd voor een forum ter gelegenheid van het 60-jarig bestaan van het Internationale PEN-centrum.
Het is voor een belangrijk deel aan Menno ter Braak te danken dat Een mens valt uit Duitsland heeft kunnen verschijnen. Kort na publicatie van een kritisch artikel van zijn hand over de emigrantenliteratuur ontving hij een briefje van Kurt Lehmann (1908-1999), de echte naam van Konrad Merz. Ter Braak nodigde Lehmann uit en raakte danig onder de indruk van wat hij las. Hij zamelde geld in zodat Lehmann verder kon schrijven aan zijn boek en hij bemoeide zich met het manuscript. Lehmann kon het gezien zijn achtergrond onmogelijk onder zijn eigen naam laten uitbrengen en gebruikte het pseudoniem. Achteraf gezien een hele verstandige beslissing.
Waarom Menno ter Braak over Een mens valt uit Duitsland wel positief was, laat zich eenvoudig raden. Dat ligt niet zozeer aan het onderwerp. Een jonge man, Winter, is indirect betrokken bij een poging tot een aanslag op Hitler. Als de Gestapo hen op het spoor is, besluit hij halsoverkop te vluchten. Zijn goede jeugdvijand Dietrich helpt hem de grens naar Nederland te bereiken, in een boot, met zijn hoofd liggend in 25 pond pruimenmoes. Familie, vrienden en vooral zijn geliefde Ilse heeft hij moeten achterlaten.
Hij heeft nauwelijks een idee wat hij moet doen. Winter besluit naar Amsterdam te trekken. Als hij daar aankomt is hij een haveloze zwerver, mager, hongerig, vervuild. Met wat hulp van bekenden die hij bij toeval ontmoet, komt hij de eerste tijd door, ternauwernood. Met veel pijn en moeite, letterlijk en figuurlijk, lukt het hem een vorm van bestaan op te bouwen.
Dit verhaal is op zich niet bijzonder. Er waren heel wat lotgenoten die vergelijkbare ellende hebben moeten doorstaan.
Een mens valt uit Duitsland onderscheidt zich in positieve zin van andere emigrantenliteratuur (Exilromane) door een aantal factoren. Zoals Henk van Renssen in het nawoord opschrijft bestond emigrantenliteratuur veelal uit boeken die qua toon en stijl ook in Duitsland geschreven hadden kunnen zijn. Je voelt niet de pijnlijke gevolgen van de vlucht.
Zonder de andere boeken tekort te willen doen: dit boek is daarin duidelijk anders. Dit is rauw, het laat indringend zien hoe het moet voelen om huis en haard te verlaten en in ellendige omstandigheden moet zien te overleven. Merz doet geen enkele poging tot mooischrijverij, het is pats, boem, recht voor zijn raap. Met korte zinnen, hoog tempo en krachtige taal beukt Merz er flink op los. Dat hij daarbij af en toe (zwarte) humor gebruikt, zorgt ervoor dat het desondanks niet loodzwaar aanvoelt.
Er is meer. De manier waarop hij schrijft over zijn goede jeugdvijand, aanvankelijk een overtuigde nazi, is prachtig. Deze Dietrich verlaat Duitsland, diep teleurgesteld als hij merkt dat de mens geen spat is veranderd. Zijn nazi-vrienden gedragen zich in veel opzichten net als andere mensen, zij voldoen niet aan het ideaalbeeld dat hijzelf voor ogen had. Dietrich keert ondanks de desillusie wel terug, maar wordt al snel gedood.
Het hoogtepunt is zijn weerzien met Ilse. Zij hebben per brief contact kunnen houden en na een jaar lukt het haar om naar Nederland te komen. Zij is ouder geworden, maar min of meer hetzelfde gebleven. Winter heeft in een jaar meer ellende meegemaakt dan de meeste anderen in een heel leven. Dat heeft wat met hem gedaan. Hij niet meer de Winter die hij in Duitsland was. Dat wordt pijnlijk duidelijk als hij haar eindelijk, na een jaar smachten, ophaalt als zij na een moeizame treinreis eindelijk aankomt in Amsterdam.
Ik grijp weer terug naar het nawoord van Henk van Renssen. Terecht merkt hij op dat Een mens vlucht uit Duitsland zijn kracht ook ontleent aan de fantastisch beschreven personages die Winter van bijnamen voorziet, Galsteen, Jungejunge, Zahnpasta. Ieder heeft zijn eigen verhaal, ieder heeft die bijnaam op de een of andere manier verdiend.
Een stilistische bijzonderheid is dat Merz gretig gebruik maakt van het beeldende stijlmiddel pars pro toto. Winter duidt zichzelf graag en treffend aan met een lichaamsdeel, zijn benen gaan ergens heen, zijn rug ligt op de grond en dat doet hij consequent. Het werkt fantastisch. Merz maakt hiermee duidelijk dat Winter aan scherven ligt. En toch, de losse onderdelen blijven bij elkaar, maar dat hij niet meer dezelfde is, blijkt als hij Ilse terugziet. Zijn pijnlijke conclusie:
“De scherven zijn weer bijeen, maar samen vormen ze een veranderde man.”
Het is misschien wel de kernzin van het prachtige Een mens valt uit Duitsland, emigrantenliteratuur op zijn best, een boek dat een onuitwisbare indruk heeft achtergelaten.
Boek gevonden in de opruiming. Kende het niet, maar sloeg aan op de titel. En die is passend. Zelden een boek gelezen waarin de taal zo weinig concreet is. Waardoor ik soms moest herlezen om te snappen. Toch intrigerend. Speelt zich bovendien af in een interessant tijdsgewricht.
Dit boek begint als de nazi's in Duitsland aan de macht zijn maar de 2e Wereldoorlog is nog niet begonnen. Winter, een jonge Duitser die indirect betrokken is bij een mislukte aanslag op een nazi-kopstuk, moet dringend zijn land ontvluchten want men is naar hem op zoek. Met de hulp van een vriend slaagt hij er in per bootje naar Nederland te ontkomen. Daar krijgt hij aanvankelijk wel hulp van kennissen uit het verleden maar veel kunnen zij niet doen. In Nederland heerst er veel armoede, werkloosheid en woningnood. Bovendien is Winter illegaal in het land en op illegalen wordt jacht gemaakt. Niets nieuw onder de zon. Het harde leven van Winter en zijn lotgenoten, de eenzaamheid, de heimwee naar thuis en naar familie en geliefden wordt zonder veel opsmuk of sensatie verteld en maakte grote indruk op mij. Wat we zeker moeten onthouden is dat er nog geen 100 jaar geleden mensen Duitsland moesten ontvluchten omdat hun leven bedreigd werd door een partij die ooit democratisch werd verkozen.
An incredibly sad, gripping, and captivating book. Yet at the same time, so light. So easy to read and so easy to accept. What must that time have been like? In a country, one's own, that, not quite suddenly, is unrecognizable. The lack of freedom, the poverty, the cold, the loneliness—how strong can a person be?
The author takes us along and allows us, pointedly, harshly, and playfully, to look inside himself. He doesn't reveal all that much, but it's enough to almost break you. But only almost, like winter.
What an incredibly important historical document. Thank you to E. for the gift. It will always stay with me.
Berlijnse student vlucht voor de nazi’s naar Nederland in 1933. In tragikomische stijl, dagboekaantekeningen, kattebelletjes, vertelt hij met humor over het moeilijke leven van een immigrant. Leest makkelijk, geschreven in de ik-vorm. Bijzonder boek, alleen de titel al.
Wat een geweldig literair werk. De bijgevoegde recensies zijn zeer accuraat. De manier waarop het boek geschreven is, geeft eenzelfde gevoel als wat de titel omschrijft. Je valt daadwerkelijk door de pagina’s heen.