A New York, la guerre des gangs fait rage entre Chinatown et Little Italy ! Un à un, tous les hommes de Vito-la-Déveine tombent amoureux de la même femme, Soupir-de-Jade, une redoutable ennemie. Et pour ses beaux yeux de braise, ils vont jusqu'à s'entretuer! Afin d'enrayer cette épidémie amoureuse, il faut un célibataire endurci, un homme droit et juste... quelqu'un comme Spirou ! Afin de le convaincre d'accepter cette périlleuse mission, Vito n'hésite pas à recruter quatre demoiselles aussi belles que dangereuses, menées par la ravissante...
Né le 24 février 1957 à Bruxelles, Philippe Vandevelde, dit Tome, découvre la bande dessinée à l'âge de cinq ans. Momentanément aveuglé par une opération aux yeux, sa maman lui fait la lecture d'albums qui le marquent profondément comme Le sceptre d'Ottokar et Les extraordinaires aventures de Corentin Feldoë. Quelques années plus tard, le jeune garçon se délecte des albums de "Gil Jourdan" de Maurice Tillieux. À l'âge de quatorze ans, il participe au fanzine Buck, puis s'inscrit à des cours du soir de bande dessinée où il fait deux rencontres essentielles : celles de Janry et de Stéphane De Becker. Appelé au service militaire, Philippe passe quelques mois en Allemagne et, s'inscrivant dans la tradition familiale, signe pour deux ans d'engagement comme officier. Sous les drapeaux, il fait la connaissance d'André Geerts. Les deux hommes sympathisent et cette rencontre achève de convaincre Philippe de devenir professionnel de la bande dessinée. De retour à la vie civile, il retrouve son ami Janry qui est entre temps devenu l'assistant de Dupa. Le duo reformé va ponctuellement prêter main forte à Turk et De Groot. C'est à ce moment que Philippe opte pour la signature de Tome et que son association avec Janry passe à la vitesse supérieure, lorsqu'ils sont choisis pour reprendre les aventures de "Spirou et Fantasio". En 1984, paraît leur premier album Virus, qui est très chaleureusement accueilli par les lecteurs. En 1987, Tome, fasciné par la ville de New York, imagine "Soda", une série policière mêlant action et humour. La même année, Tome & Janry imaginent les histoires du "Petit Spirou". Tout en cultivant son talent pour le gag, Tome développe une veine réaliste et dramatique qui déteint sur leur ultime album de "Spirou et Fantasio", Machine qui rêve. Depuis lors, Tome poursuit avec fantaisie son best-seller absolu "Le Petit Spirou" et relance en 2015 "Soda", avec Dan au dessin.
En compagnie de Janry, Tome a réalisé près de trente albums de "Spirou" (petit ou grand), mettant son imagination au service du groom le plus célèbre de la bande dessinée. On lui doit également des albums réalistes au goût américain tels que "Soda" ou "Berceuse Assassine". Tome nous a malheureusement quittés le 5 octobre 2019. Il laisse un vide irremplaçable dans la famille Dupuis.
[Algemene recensie over Albums 1-55 (4 Avonturen van Robbedoes (… en Kwabbernoot) - De Marsipulami Is Woest)]
(Bij dit album, dat voor mij het beste is uit de hele reeks (Italianen + Luna + Tome & Janry), wil ik graag even stilstaan bij de algehele feel van de strips. Iets meer diepgang over Luna Fatale is te vinden bij mijn iets gedetailleerde bespreking van Albums 45-55, bij Album 55.)
Zoals de titel al verklapt, gaat het over de jongemannen Robbedoes en Kwabbernoot. Robbedoes is oorspronkelijk piccolo van beroep (en nu journalist) en loopt daarom een groot deel van de tijd rond in een rood (piccolo-)pak met hoedje. Hij is kalm, slim en dapper, een verstokte vrijgezel en heeft een eekhoorn, Spip, als huisdier. Kwabbernoot is ook journalist en Robbedoes' beste vriend, maar helaas niet zo slim, een beetje traag en niet zo dapper. Verder spelen zijn er ook nog belangrijke rollen weggelegd voor de Graaf van Rommelgem (een uitvinder), zijn vriend Zwendel (een dubieus figuur), IJzerlijm (een vriendin/concurrente van Robbedoes en Kwabbernoot), en de Marsipulami, een zeldzaam geel-zwart zoogdier met een ontzettend lange staart (die later zijn eigen reeks kreeg).
Het is moeilijk om het te hebben over Robbedoes en Kwabbernoot. De reeks ontstond tijdens WOII, en is een van de bekendste Belgische strips die er bestaan, maar heeft ondanks dat eigenlijk een relatief slechte reputatie. Doorheen de jaren hebben er heel veel verschillende scenaristen en tekenaars aan gewerkt, doordat sommige scenaristen en tekenaars ermee stopten, of doordat sommige werden ontslagen vanwege tegenvallende verkoopcijfers. Dat heeft de reeks soms meer kwaad dan goed gedaan: de verkoop heeft altijd ontzettend gefluctueerd, en de kwaliteit ook. De enorme wisseling in makers, die soms de reeks minder goed kenden dan eigenlijk zou mogen, heeft voor ontzettende stijl- en inhoudelijke verschillen gezorgd, waarbij de personages er soms heel erg anders gaan uitzien. Doordat het echter heel snel verandert, is dat eerder een nadeel en wordt het niet gezien als 'vooruitgang'. Ook de plots op zich verschillen erg van kwaliteit. Hier en daar worden flagrante inhoudelijke fouten gemaakt tegen eerdere strips in de reeks, of worden ontwikkelingen van de personages totaal tenietgedaan, genegeerd of veranderd, waardoor er rare sprongen zijn ontstaan. Personages worden over het algemeen heel onregelmatig gebruikt, en soms zelfs verwijderd (soms door de andere scenaristen, soms verplicht vanuit de uitgeverij), om pas bij een volgende generatie tekenaars weer op te duiken. De reeks heeft rond de millenniumwisseling ook jaren stilgelegen omdat de vorige schrijvers ermee stopten en er niemand anders werd aangesproken. Al bij al is het één grote knoeiboel. De circa twintig verhalen van Franquin hebben mee van de beste plots, maar de tekenstijl in de eerste albums is een beetje navenant. R&K werd trouwens niet uitgevonden door hem, maar door Rob-Vel, waarna Jijé het overnam, maar die kortere strips zijn niet in de officiële nummering opgenomen. Franquin heeft de reeks wel groot gemaakt, en hij introduceerde ook alle terugkerende personages die ik hierboven opnoemde. Door Franquin is Robbedoes en Kwabbernoot écht Robbedoes en Kwabbernoot geworden. De albums van begin nummers 30 tot midden in de 40, van het duo Tome en Janry zijn wat mij betreft nog wel het opvallendst: ze hebben een mooie tekenstijl, die ze altijd zijn blijven aanhouden, en de verhaallijnen zijn goed ontwikkeld, uitgediept en origineel. De verhalen tussen Franquin en Tome en Janry, waarvan de meeste van Fournier zijn, zijn van mindere kwaliteit. Daarna werden er nog drie andere door een ander duo geschreven, die nog erger is. (Fournier introduceerde onder andere ook het personage Ororea, omdat hij naar eigen zeggen IJzerlijm onaangenaam vond. Toen Fournier verdween, verdween Ororea met hem, ze is nooit meer gezien. In plaats daarvan verscheen IJzerlijm weer op het toneel.) Ook de tekenaars en scenaristen die na Tome en Janry langskwamen, laten een iets minder goede indruk achter. Met de komst van het laatste nieuwe duo, Yoann en Vehlmann, die de reeks vanaf Album 51 overnamen, lijkt de kwaliteit weer te verbeteren.
Op zich zitten er wel een aantal écht sterke albums tussen. Zelf heb ik één grote favoriet: Album 45 - Luna Fatale. Het hangt sterk af van je eigen voorkeur (qua inhoud en qua stijl), maar de kans is groot dat ook jij de veranderende stijlen niet kunt appreciëren. De fouten, inconsistenties qua personages en totaal verschillende tekenstijlen - die in de meeste andere strips als 'speciaal' en 'excentriek' of zo zouden gelden - zijn hier soms zo overmatig dat ze bijna zeker gaan storen. Je beperkt je eigenlijk het beste tot één of twee (groep(en)) scenarist(en) waarvan de stijl je meer aanspreekt - de kans is groot dat dat automatisch gebeurt. Dan kom ík uit bij Tome en Janry - zeker omdat ik Dupuis gewend ben, en deze twee hebben die typische Dupuis-stijl wel, én de juiste humor. Bovendien hebben Tome en Janry een in hun albums terugkerend element geïntroduceerd dat mij heel erg aansprak: de van Italië afkomstig zijnde New Yorkse maffia (met aan het hoofd Vito Cortizone). Het leek erop dat ook die personages voorgoed afgevoerd waren, maar na ruim vijftien jaar kwamen ze weer in de reeks tevoorschijn... Je weet ook nooit met R&K, mocht je dat nog niet doorhebben! Wat veel mensen ook doen is zich gewoon richten op hun voorkeuralbums, en al de rest min of meer negeren (en daarbij ook de vreemde sprongen die alle scenaristen soms maken, waardoor de reeks bij momenten écht niet meer in elkaar past). Dat doe ik dus ook, en dan krijg je echt wel een hoeveelheid albums van voor jou goede kwaliteit bij elkaar.
R&K is voor het grootste deel zonder veel problemen te krijgen. Het overgrote deel van de strips zijn dan niet per se in herdruk, maar wel te vinden in gewone winkels, en de rest kan je vinden in stripwinkels. Tegenwoordig worden er ook integrales uitgegeven, zoals gewoonlijk aangevuld met een dossier en een hoop extra materiaal. Ondanks het feit dat deze een hele geschiedenis met zich meedraagt, en dat ze haar dieptepunten zeker kent, heeft ze ook een aantal hoogtepunten gehad - en een hoop spinoffs die even populair of zelfs populairder zijn gebleken. Dus het is wel duidelijk waarom Robbedoes ondertussen al zo'n tachtig jaar lang als een van de grote Belgische stripreeksen en een van de geliefdste Belgische stripfiguren geldt.
'Luna Fatale' is het op één na laatste Robbedoesalbum dat Tome en Janry maken en het is ergens wel te begrijpen waarom. Tome & Janry sturen de strip steeds meer richting volwassenere regio's van seks en geweld, en hoewel het in 'Luna Fatale' bij lichte erotiek blijft, vallen er weldegelijk (bloedloze) doden in dit album. Net als eerdere albums met maffiabaas Vito Cortizone is 'Luna Fatale' dus een bijzonder duister album en het is knap hoe Tome en Janry het toch nog luchtig weten te houden. Dat lukt voornamelijk door het weergaloze tekenwerk. Niet voor niets vormt Janry de Robbedoestekenaar sinds André Franquin. Uiteindelijk blijkt 'Luna Fatale' de finale te zijn van Tome & Janry's bijdrage aan de Robbedoesreeks. Met het volgende album, 'Als in een droom' konden ze zich niet meer inhouden en zouden ze uiteindelijk een nieuwe weg inslaan, al was het maar voor één album...
En mer voksen Sprint. Historien som så dann er tynn, men enkeltepisoder trekker opp, som Kvikks utstilling og Sprint utkledd som mafioso. Konflikten mellom italienere og kinesere interesserer meg null og niks.
Suoraan moderniin, tai no arvioiden noin 80-luvun, New Yorkiin seikkailunsa laajentava, uudempi Piko ja Fantasio-seikkailu. Osin jopa melkein uskottavalla tasolla liikkuva tarina oli hauska ja Tomen ja Janryn yhteistyöjälki on omaan silmään sopivaa.
en god blanding action og humor gjør dette til en fornøyelig affære. Noen litt uheldige skildringer av kinesere og italienere, som forhåpentligvis ikke hadde blitt med om blekka hadde blitt lagd i dag. Men mest av alt er dette moro.
Het derde verhaal op rij waarin Vito Cortizone opduikt. Geen idee wat ik indertijd van dit verhaal vond, maar bij deze herlezing voelde het allemaal nogal ongemakkelijk aan, en leek het wel alsof de auteurs enkel research hadden gedaan door clichématige films over de maffia en de triaden etc. te hebben bekeken.
Het was leuk om dit weer eens te lezen. Het was vooral leuk om te zien wat er nu echt in de strip gebeurd, iets wat ik in mijn jeugd dus totaal niet doorhad.. x_x
Pikosta on kuoriutunut oikea action sankari, joka vähän hämmensi, mutta toimi. Lisäksi mukana oli harvinaisen sexikäs naishahmo. Paljon parempi kuin edellinen Piko ja Fantasio.