Bart Peeters zegt dat hij meer parate kennis heeft over de Belgische popmuziek dan Wikipedia. Jan Delvaux is sinds jaar en dag dé Belpopkenner. Sinds 2009 (!!!) en al meer dan 500 keer deelt hij die kennis met ons allen in het Radio 1-programma De Dikke Delvaux.
Dit machtige boek verzamelt veel van alles wat Jan weet over de Belgische muziek. Grenzen of taboes zijn er niet: het gaat over Jacques Brel én over Mauro Pawlowski, over Nicole & Hugo én over Wim Mertens, over de Zingende Dokwerker én over De Jeugd van Tegenwoordig. De geheimen achter wereldhits en one-hit-wonders, de verhalen van Limburgse punkers en Antwerpse volkszangers, weetjes over rare platen, verloren dromen, waargemaakte ambities en al lang vergeten vedetten.
Jan Delvaux (°1962) is op jonge leeftijd in een vat met verhalen gevallen. Hij is de auteur van Belpop. De Eerste Vijftig Jaar (2011), Rock Werchter. Sinds 1975 (2014) en Belpop Bonanza (2017). Hij vertelt al enkele jaren markante Belgenverhalen op Radio 1 en was de externe harde schijf van Belpop op Canvas. Samen met Jimmy Dewit (a.k.a. DJ Bobby Ewing) maakt hij onder de vlag van Belpop Bonanza theater en televisie over de mooiste momenten uit de nationale muziekgeschiedenis. Hij is getrouwd met een Genkse.
5 sterren omwille van de unieke, toegankelijke en overzichtelijke verzameling belpopfeiten die Jan Delvaux te boek stelde.
We proefden als lezer 4 maanden lang bijna dagelijks van de 500 weetjes, anekdotes en verrassende feiten uit de Belpopgeschiedenis die Delvaux verzamelde gedurende zijn jarenlange tocht langs cultuurcentra met Belpop Bonanza en tijdens zijn wekelijkse radiopraatjes.
Voor muziekliefhebbers is dit boek smullen van a tot z: wie speelde mee op welke plaat en waar haalde die de mosterd? Welke plekken hadden bijzondere impact, wie beïnvloedde wie en waar is die muzikant intussen verzeild? Waarom kreeg die plaat een bijzondere plek in de geschiedenis, waar komt de klankkleur van die artiest vandaan?
Bijna 500 bladzijden lang neemt Delvaux je mee naar alle hoeken en kanten van de Belgische muziekgeschiedenis. In boekvorm spat Delvaux' enthousiasme niet van elke tekst, daarvoor moet je hem live aan het werk horen, en niet alle verbanden komen goed uit de verf, maar een heerlijk en smakelijk boek is dit absoluut!
Zo, dat was inderdaad een dikke, afkomstig van een tamelijk gezette...
Jan Delvaux is in de Belgische muziekscène en iedereen die daaromheen hangt en erin geïnteresseerd is, een bekende naam, die genoeg op tv en radio verschijnt. En na jaren weet je gewoon ook al heel wat dingen. Dus ik had niet verwacht dat dit een enorme openbaring ging zijn.
Er zaten zeker dingen tussen waar ik nog nooit van gehoord had en die me heel erg (aangenaam) verrast hebben. Vaak speelt het toeval, of humor, of amateurisme daar een hoofdrol in, maar even vaak ook niet en zijn het gewoon boeiende verhalen tout court.
Maar waar ik me zo'n beetje overal aan stoorde, op den duur, is dat heel veel verhalen (groten)deels met elkaar overlappen en dat er dingen zijn die wel vijf keer vermeld worden. Een algemene beschrijving van de situatie is belangrijk natuurlijk, maar soms kon er gemakkelijk iets weggelaten worden omdat dat toch niet echt ter zake deed op die plaats. Daarnaast wordt er ook heel wat aandacht besteed aan allerlei lokale bandjes en artiesten die eigenlijk nauwelijks een vorm van betekenis hebben gehad, dus goh, ja, is dat nodig? Voor mij niet. Ik noem dat bladvulling, al neem ik aan dat er wel mensen zullen zijn die dat juist wel interessant vinden. Maar een of ander amateurgroepje dat één of zelfs géén singeltje heeft uitgebracht? Meh. Ik heb ook de meeste modernere verhalen (van de voorbije dertig jaar dus, ruwweg) overgeslagen omdat die periode mij toch minder boeit. Al zijn er wel uitzonderingen natuurlijk. Het grote voordeel aan dit boek is dat dat heel gemakkelijk gaat omdat de opmaak heel knap gedaan is. Zowat elke nieuwe (persoons- en andere) naam in een onderwerp wordt in het vet gezet, waardoor je in één oogopslag kunt zien of er iemand in het verhaal meespeelt die je kent en interesseert. Tel daar nog een minimaal aantal typfouten bij en je hebt een heel mooie uitgave (met een aantrekkelijke opmaak in het algemeen, trouwens).
Over het algemeen genomen staat er dus wel te veel in waar ik geen boodschap aan heb om dit boek te kopen. Maar ik ben wel heel blij dat ik de stukken die me interesseren, wel gelezen heb. Hoe je het ook draait of keert, dit is absoluut een naslagwerk.
De Dikke Delvaux heeft zijn naam niet gestolen. Het boek met daarin 500 verhalen van de Belgische popmuziek is een huzarenstuk en vooral een uitloop van de verhalen die Jan Delvaux wekelijks op Radio 1 komt vertellen. Het zijn kleine verhalen omdat de radiostukjes meestal niet erg lang mogen zijn en de tijd beperkt is. Heel veel van de verhalen in het boek heb ik al ergens gehoord, al dan niet afkomstig van een vorig boek van Jan Delvaux. Maar er zijn ook behoorlijk wat verhalen die ik nog niet eerder had gehoord of gelezen.
Hetgeen waar ik mij als platenverzamelaar en semi-perfectionist wel enorm heb aan geërgerd is dat er wel wat meer aandacht had mogen uitgaan naar de opmaak van de albumhoezen en de foto’s binnenin. Zo is er onder meer de niet zo scherpe foto van André Brasseur wandelend op de grote markt in Brussel en verschillende hoezen die niet allemaal even consistent zijn. Maar voor de rest een enorme aanrader en een boek dat iedere platenverzamelaar, Belpopliefhebber en muziekaficionado in huis moet halen.
“Hoe zat dat nu weer met Nina Simone en die Waalse schuur?” Telkens als ik die vraag hoor, huppel ik omdat ik weet dat Jan Delvaux er weer een fan bij heeft. Delvaux vertelt al dertien jaar straffe verhalen over de Belpop op Radio 1 en bundelde ze nu alle vijfhonderd in ‘De dikke Delvaux’ – het adjectief slaat op de vijfhonderd bladzijden van het boek. Vanzelfsprekend gaat het over ‘Mia’ en ’Ca plane pour moi’, maar evengoed brengt Delvaux hulde aan Paul Severs, Wizards of Ooze en Thor van ‘Een tocht door het donker’. Het goede verhaal gaat voor hem altijd boven de goede smaak en dat motto brengt de USB-stick van de vaderlandse pop opvallend vaak naar de jaren zestig en zeventig, de hoogdagen van arme studiomuzikanten met te veel tijd, huisvrouwen die plaatjes opnamen in eigen beheer en het tussen de tijdsplooien verdwenen tieneridool John Larry. Voor nostalgici, weetjesfetisjisten en mensen die iets willen weten over Kempense grindcore – echt waar! – is dit vroeg kerstboommateriaal, al vraagt Delvaux soms heel veel aandacht van de lezer met zijn niet aflatende stortvloed aan namen, plaatsen en songtitels.