Het is 1928. Een onbekende jonge schrijver huurt een huisje in Urakasu, een vissersstadje dat qua afstand niet ver van Tokyo ligt, maar waar hij zich bijna op een andere planeet waant. Daar koopt hij een wrakkig bootje waarmee hij de omgeving verkent, en tegelijkertijd leert hij de bevolking van het stadje kennen. Zo komt hij meer aan de weet over ‘emmergekken’, filosofische vissers, ondernemende schooljongens, eenden, krabben en strandkastanjes.
De sfeer en lichte toon maken dat De blauwe schuit ongeëvenaard is qua humor en stille tragiek. De prachtige portretten die Yamamoto schetst doen denken aan Antoon Coolens Dorp aan de rivier. En dankzij de vaak humoristische verwikkelingen heeft De blauwe schuit ook iets van de rakugo, anekdotes met een pointe volgens de Japanse literaire traditie. Zeker is dat Yamamoto’s verbeeldingskracht onweerstaanbaar is, veel scènes raakt de lezer nooit meer kwijt.
Een nog onbekende klassieke Japanse auteur ontdekken, is iets wat ik van tijd tot tijd probeer te doen, al is dat natuurlijk afhankelijk van wat er vertaald wordt. Zo stuitte ik de voorbije jaren al op pareltjes als Stilte, Kokoro: de wegen van het hart, Het eigen lot en Domein van licht. Japanse literatuur met katten op de cover probeer ik daarentegen te vermijden.
Hier geen kat, maar een inktvis op de cover. Shūgorō Yamamoto schrijft immers over het leven in een vissersdorp waar hij in 1928 voor een kleine drie jaar zijn intrek nam. De blauwe schuit uit de titel is een gammel bootje dat hem wordt aangesmeerd kort na aankomst en waarmee hij als rode draad doorheen zijn lichtvoetige, niet zelden tragische en met humor doorspekte anekdoten vaart. Ook al krijgt hij al snel de bijnaam 'De professor van de stoombotenkaai', hij cijfert zichzelf meestal weg om stem en couleur locale aan de dorpsbewoners te geven.
Pas aan het eind, in het hoofdstuk 'Dertig jaar later' en in het nawoord van de vertaler leerde ik het succes en de waarde van de voor mij niet altijd even boeiende verhalen in het juiste perspectief zien. Dat is niet nostalgisch, ook al wordt je samen met de auteur getuige van de veranderingen die het in 1928 nog relatief ongerepte en authentieke vissersdorpje dertig jaar later ondergaan heeft. Het ging Shūgorō Yamamoto echter om de mensen en de omstandigheden waarin ze leefden, hun taal, hun vreemde gewoonten, de bijnamen en de liefdesperikelen die hun lot bepaalden.
Op zich dus vermakelijke, sfeervolle, soms zelfs ietwat ondeugende literatuur, maar voor mij ook niet meer dan dat.
Wat een heerlijk, humoristisch boek - goede sfeer en fijne, spitsvondige schrijfstijl. Veel zin om dit oude Japanse boekje met de leesclub te bespreken.
3,5 stars. An entertaining book with all kinds of small stories about the time of the writer Shūgorō Yamamoto in the town of Urakasu around 1930 that he and other residents experienced in Urakasu.
Ik krijg geen contact met het boek. De grap was ook voor het eerst in onze leesclub. Dat er 3 van de 4 er niet echt iets mee hadden. Dat was echt de eerste keer dat we bijna met zijn allen er niets aan vonden. Na 41 boeken.
Zo fijne zachte, kabbelende sfeer.. heel sterke en simpel beschreven personages. Bepaalde beelden lijken voor altijd op mijn netvlies gebrand. Ik vind het super leuk om een inkijkje te krijgen in een wereld van een andere tijd, een ander land, andere cultuur en natuur. Dit boek bracht me voor mijn gevoel daar heel dichtbij (: inspirerend ook om geen plot nodig te hebben voor een mooi verhaal
Shugoro Yamamato (1903-1967) is in Japan vooral beroemd om historische romans over samoerai en detectives. Velen daarvan werden verfilmd voor televisie. Akira Kurosawa liet zich door verhalen van Yamamoto inspireren tot klassiekers als Roodbaard (1962), Sanjuro (1965) en Dodeskaden (1970).
De Blauwe Schuit vormt (net als Dodeskaden) een buitenbeentje in Yamamoto's oeuvre. Het bevat een 25-tal schetsen over het harde leven in een nogal mistroostig kustdorpje in Japan zo’n honderd jaar geleden. Het is een wereld van hard labeur, vaak in schrijnende omstandigheden, van huislijk geweld, met dronkenschap, prostitutie, enzovoort.
De verteller is een aan lager wal geraakte schrijver die in dat dorpje verzeild is geraakt. Echt deelnemen aan het leven daar doet hij niet. Zijn eigen inbreng in de verhalen is beperkt. Als hij al deelneemt aan een gesprek, dan worden de vragen die hij stelt doorgaans weggelaten. Hij participeert noch oordeelt, maar registreert in medeleven en empathie.
Hij gaat wel eens een hapje eten of drinken. Ook laat hij zich een blauwe schuit aansmeren waarmee hij soms in de buurt gaat ronddobberen. Maar als hij in het laatste verhaal het vissersdorp zo veel jaren later nog eens bezoekt, blijkt niemand daar hem nog te herinneren.
Deze sfeervolle impressies en karakterschetsen verschenen destijds als (autobiografische) cursiefjes en doen ook denken aan het traditionele Japanse genre van de ‘rakugo’ (minimalistische, meestal mondeling gebrachte verhalen met een pointe). Dat laatste heb ik geleerd uit het nawoord van vertaler Jacques Westerhoven.
Mij deden deze verhalen denken aan heerlijk oude, fijngevoelige en poëtische Japanse zwartwitfilms. In mistige landschappen duiken vreemde personages op om bezwerende verhalen te vertellen aan toevallige passanten.
Dit was een zeer mooi geschreven boek en zo ver ik kan zeggen, goed vertaald door Jacques Westerhoven. Hetgene wat me het meest trok, was hoe het boek een inkijkje gaf in een naturalistisch beschreven Japan vissersdorp in een tijdperk (±1928) dat zich waande tussen het tradionele, authentieke Japan en het moderne Japan van nu.
De verteller schreef niet uiterst dramatisch over de situatie noch probeerde hij drama te verbergen. Dat vond ik goed, ook vanuit een literair oogpunt.
Wat me het meest opviel, was hoe weinig de verteller en auteur schreef over de blauwe schuit. Toch staat er geschreven in het laaste hoofstuk: "..., de opgelapte blauwe schuit was het middelpunt van mijn leven in Urakasu geweest, ...".
Hoewel het boek veel verhalen bevat waar de verteller niet aan bod komt, maar gewoon een verhaal of een gerucht uit het dorp verteld, vond ik het leukst wanneer de verteller schreef over wat hij zelf mee maakte. Hoofstukken als 'Een nacht in het riet' en 'De grondbeginselen der economie' zal ik niet snel vergeten. Dit boek bevat ironisch genoeg zowel onvergelijke hoofdstukken als hoofdstukken, die zo saai waren dat ze niet eens tot me doordrongen. Mijn favoriete hoofstuk was denk ik wel het laatste hoofstuk: 'Dertig jaar later'. Het is een prachtig geschreven hoofdstuk en het vat ook het boek op een poëtische manier samen: Chō, 30 jaar ouder, is vergeten wie de verteller is.
Tot slot wil ik zeggen dat ik dankbaar dat dit boek mij een inkijkje gaf in zo'n specifiek, eigenzinnig dorp in zo'n specifieke periode van Japan.
Wat een heerlijk boek is dit. Korte schetsen over een verteller die naar een stadje of voorstad van Tokyo gaat om daar, ja om wat te doen eigenlijk? Hij maakt kennis met de bewoners, met de jeugd, de lichtekooien die in zogenoemde vreethuizen ‘werken’. Hij koopt een aftandse praam, nauwelijks vaarwaardig, laat die opknappen en vaart er wat mee rond. Ontmoetingen en gesprekken met allerhande types vormen de hoofdmoot van dit boek. Kurosawa heeft een paar van deze schetsen verfilmd. De vertaler verdient een pluim.
Het eerste boek van het jaar is weer gelezen. Ik koos voor De blauwe schuit van Shūgorō Yamamoto, vertaald door Jacques Westerhoven.
En ik weet niet precies hoe dat gaat in het uitgeverswereldje, maar ik zou graag stellen dat we het aan de zeer kundige vertalers en japanologen als Jacques Westerhoven te danken hebben dat voor ons relatief onbekende Japanse auteurs toegankelijk worden gemaakt. Het nawoord van Westerhoven leert ons over de levensloop van Yamamoto en de achtergrond van de verhalen die zijn opgenomen in deze bundel. Yamamato, overleden in 1967, wordt in Japan nog steeds zeer gewaardeerd om zijn historische romans, waarvan een aantal zijn verfilmd door Akira Kurosawa. De verhalen die zijn opgenomen in deze bundel zijn eerder gepubliceerd als feuilleton in kranten en tijdschriften, niet ongebruikelijk in Japan.
De verhalen in De blauwe schuit zijn opgetekend door de verteller in het boek, een arme schrijver die in 1928 een huisje huurt in Urakasu, een vissersstadje niet ver van Tokyo vandaan. Via zijn verhalen lezen we hoe de verteller kennis maakt met de bevolking en de omgeving van Urakasu. In het eerste verhaal lezen we hoe de verteller aan zijn blauwe schuit komt. Het leven in Urakasu is hard, rauw en tragisch, dat zien we aan hoe de bevolking in hun bestaan voorziet, en in de verhalen die zijn opgetekend door de verteller.
Ik kreeg tijdens het lezen van dit boek het idee dat Urakasu en zijn inwoners echt van een andere wereld zijn. Dat is dan volgens mij mede te danken aan de wijze waarop Yamamoto als de verteller de gebeurtenissen optekent in vaak tragikomische verhalen. Licht, stil. De schrijver doet verslag, houdt een bepaalde afstand tot de gebeurtenissen, maar heeft ontegenzeggelijk veel empathie voor de mensen in Urakasu.
Het is met name dit laatste wat ik waardeer in dit boek. Sfeervolle, licht humoristische opgetekende impressies van soms gekke, rauwe en eigenlijk niet meer voor te stellen gebeurtenissen. Het zijn de onderwerpen en de hoofdpersonen van de verhalen die je als lezer uitnodigen om van dit boek te genieten, waardoor de leeservaring verder gaat dan kennisnemen van.
Een boek dat je gaandeweg meeneemt in het leven van het stadje op de kop van de nieuwe Edo. Door dat Yamamoto er voor kiest vaak een ander aan het woord te laten komen de verhalen neutraler over maar daarom niet minder pregnant. De beschrijvingen zijn soms verrassend gedetailleerd en op andere momenten vrij globaal, maar in beide gevallen lijkt het de kracht van het vertelde juist te ondersteunen. Door deze keuzes is Yamamoto ook in staat om meer tijdsdiepte in zijn verhaal te brengen dan anders mogelijk was geweest op basis van de tijd die hij in Urakasu had doorgebracht. De beschrijvingen brengen me terug naar het landleven zoals ik dat uit de verhalen van mijn grootvader en mijn vader ken maar dan met de Japanse twist. Je krijgt wel een ander beeld op de huwelijksmoraal in dit deel van Japan. Kortom zeer plezierig en interessant om te lezen. Aan van Oorschot en de vertaler zou ik in overweging geven om eenvoudige eenduidige termen een eerste keer direct in de tekst op te nemen met de Nederlandse term er direct achter, dat leest toch vlotter door.
Een boek dat lastig te beoordelen is. Het is een verzameling korte verhalen over het leven in een klein Japans vissersdorp,waar de schrijver woont. De ik-persoon komt nauwelijks aan bod. In gesprekken zijn de vragen van de ik-persoon niet opgenomen, en moeten die worden afgeleid van de antwoorden die anderen geven bijvoorbeeld.
De verhalen zijn vol karakter, sfeervol en geven een prachtige schets van het dorp en haar inwoners.
Het is ook een grappig en tragisch boek. De kleine tragische levens van de verschillende dorpsbewoners komen goed uit, maar worden met empathie en humor opgeschreven.
De vraag of ik het zou aanraden kan ik eigenlijk niet goed beantwoorden.
Lastig te beoordelen. Dit boek vond ik niet per se leuk of opwindend om te lezen, maar ik had wel een glimlach op mijn gezicht toen het uit was. Het is een bijzonder boek, interessant en leerzaam ook. Zowel de setting in ruraal Japan als de tijd (eind jaren '20) zijn uniek en daardoor lees je uiteindelijk ook door. De verteller is zowel onzichtbaar als alom aanwezig. Karakters gedragen zich zowel compleet mesjogge als subtiel en teder. Ja, toch wel een gaaf boek bedenk ik me nu.
Nostalgische verhalen over een verdwenen wereld (periode 1928-1930) uit het verre Japan. Exotisch, grappig en toch zeer herkenbaar. Zeker niet gedateerd. Aan de heer Westerhoven & uitg. Van Oorschot : Kisetsu no nai machi (Stad zonder seizoenen) vertalen a.u.b.
Bijzondere verhalen over dorpsgenoten, vaak humoristisch verteld. Licht van toon en prettig leesbaar. Soms kluchtig, soms diepzinnig. Nooit verveelde het.
Fijne beschouwingen, met humor en liefde beschreven. Maakt nieuwsgierig naar meer. Door het beschouwen van buitenaf blijven de personages uit het boek wel wat aan de oppervlakte.
Een bundel verhalen, het geeft een mooie sfeertekening van Japan rond 1928. Veel kabbelende beschrijving van de natuur, het leven en de sociaal en moraliteit in dit vissersdorp in de buurt van Japan.