James’ vader werd geboren in Liverpool en voedde zijn zoon op met een onvoorwaardelijke liefde voor de stad, en vooral voor Liverpool FC, een van de oudste en beste voetbalclubs ter wereld. Jarenlang zaten vader en zoon regelmatig zij aan zij op de tribune, de laatste keer toen Liverpool FC op 26 april 2019 thuis tegen Huddersfield Town speelde. Al wisten ze toen nog niet dat het de laatste keer zou zijn. Het werd 5-0. Een jaar na het overlijden van zijn vader keert James terug naar Liverpool, op zoek naar troost, herinneringen en een list om de as van zijn vader stiekem uit te strooien op het gras van Anfield.
James Worthy (1980) is schrijver en columnist voor onder meer Revu en &C. Eerder publiceerde hij de romans James Worthy, Zwarte Sylvester en In de buik van de wolf en de columnbundel Mottenballen voor de ziel. Zijn boek Liverpool werd lovend onthaald en bekroond met de Nico Scheepmaker Beker 2023.
"Vroeger dacht ik dat liefde om chocolaatjes, strandwandelingen en sieraden ging, maar dat was ver voordat mijn moeder gouden knopen kreeg. Tegenwoordig weet ik wel beter. Liefde draait niet om de wittebroodsweken, maar om de maanden dat het brood beschimmeld is. Als alles donzig en groen met witte randen is. Als je niet kunt vluchten in het moment, maar alleen nog in elkaar. Als je met uitgezaaide kanker in je buik en met je rug tegen de muur staat. Leunt. Als je op omvallen staat en niets of niemand je meer kan opvangen. Dat is waar liefde woont."
Een jaar na het overlijden van zijn papa keert James Worthy terug naar diens geboortestad Liverpool, waar hij een deeltje van zijn as wil uitstrooien op de heilige grasmat van Anfield, thuisbasis van Liverpool FC. Voetbal was een van de zaken die vader en zoon onlosmakelijk verbond en het is zijn manier om hem een laatste eer te betuigen.
De structuur van het boek weerspiegelt de clubliefde van vader en zoon voor de Engelse club, maar het duurde toch even voor ik de samenhang zag tussen de veertien spelers die elk de titel van een hoofdstukje mogen sieren. Daarvoor gaat de auteur in de tweede helft van zijn verhaal terug naar Het Mirakel van Istanbul, de legendarische Champions League finale uit 2005. Daar stond Liverpool bij de rust voor de schier onmogelijke opdracht om een 0-3 achterstand goed te maken na de rust, en slaagde daar - anders was het geen mirakel - onder impuls van man van de match Steven Gerrard wonderwel in. Ook al moesten strafschoppen uiteindelijk uitsluitsel geven over wie de beker met de grote oren mocht omhoog steken.
Aan het einde van deze passage springt hij van dit mirakel naar de dood van zijn Dad, wanneer ze met de familie samen de kist dicht schroeven: “Ik deed alsof ik de schroeven in de kist aan het schroeven was. Mijn vader kon niet opstaan en weglopen, maar dat iets niet kan, wil niet zeggen dat het niet gebeurt.” (p. 120)
De manier waarop Worthy zijn omgeving waarneemt, beschrijft en daarna ogenschijnlijk zonder enige moeite linkt aan andere zaken of bespiegelingen: het is een gave om jaloers op te zijn, de werkelijkheid op die manier te kunnen weergeven en beschrijven. Als er één ding is dat de stijl van de auteur typeert, dan is het dat wel. In elk hoofdstuk staan er zinnen en paragrafen waar je je als lezer verwonderd de vraag stelt: “Vanwaar haalt hij het?” Zo wordt de ode aan zijn vader tegelijk de ode aan diens stad, maar evenzeer aan de onwrikbare band die vader en zoon onlosmakelijk verbindt.
“De stoep ligt verstopt onder regenplassen. Ook dat is Liverpool. De regenplassen zijn hier breder dan de stoep. Het tapijt is groter dan de vloer. Het regenwater in Liverpool lijkt op de inwoners van de stad. Het loopt nergens voor weg.” (p. 107)
In sommige passages zit een immense melancholie vanwege het verlies van zijn vader, maar tegelijk een dankbaarheid voor wat die vader voor hem heeft betekend en eigenlijk nog steeds betekent. Het zit hem in dit boek vaak in de klein(st)e handelingen. Ze lijken triviaal, maar er ligt een leven in vervat: “Ik had je telefoon bij me. Ik tikte je code in, 0007, en appte met jouw telefoon naar mijn telefoon dat je van me hield. Toen ik weer boven was, pakte ik mijn eigen telefoon en stuurde ik naar jouw telefoon dat ik ook van jou hield. Daarna typte ik: ‘Wie gaat me nu naar voetbaltraining brengen?’” (p. 84)
Ik ken James Worthy vooral via zijn columns, o.a. in het Parool, en de teksten die hij zelf deelt via zijn Facebook-pagina. Ik lees die bijzonder graag, maar had tot nu toe nog geen langer werk van hem gelezen. Nu, dit boek leest eveneens als een verzameling columns: elk hoofdstuk is onderverdeeld in een aantal ontmoetingen, gedachten en anekdotes waaraan hij telkens één of een paar korte pagina's wijdt. Maar deze keer is er die prachtige rode draad die al die gedachten samenbrengt rond de stad, de club en de vader.
Wowowowow! Wát een mooie ode aan zijn vader. De zinnen, zijn zo prachtig mooi. Het leest heel lekker. Je wilt meer, meer, meer. (Waarom zijn het maar zulke kleine hoofdstukken) En het zet je ook aan het denken over je eigen liefde voor, en de band met je vader. Must read! … Voordat mijn vader ziek werd, was ik bang voor het woord palliatief, maar nu zou ik er een standbeeld voor willen bouwen. Mijn vader verdronk in een aquarium terwijl wij de prachtigste vissen in het water gooden. Dat is wat palliatieve zorg is. lemand in schoonheid laten verdrinken. … Pas toen mijn moeder voor mijn vader ging zorgen, wist ik wat een mantelzorger was. Daarvoor was het gewoon een mooi woord. Mantelzorger. Ik zag een oude vrouw voor me die zich over vergeten jassen ontfermde.
“We liepen samen omhoog. We zeiden niets tegen elkaar, maar we waren samen. En daar lag het gras. Het groenste gras. Als je het mij vraagt, blijft dat het mooiste moment van naar het voetbal gaan. Die eerste seconde dat je niet alleen meer beton en staal ziet, maar het groenste gras.”
Wat een mooi eerbetoon aan een vader en de stad Liverpool. Een rouwboek. Mooi detail: elk hoofdstuk draagt de naam van een voetballer die de legendarische Champions League finale in Istanbul speelde. Uiteraard voor The Reds.
"Mijn vader had af en toe personeel in dienst. Vaak jongens met een randje. Jongens met een verhaal. Op een dag kwam één zo’n jongen niet opdagen. Hij zat vast voor moord en toen hij jaren later vrijkwam, bezocht hij de werkplaats van mijn vader. De man had gevangenishaar en onleesbare tatoeages op zijn handen. ‘Ben ik eigenlijk ontslagen?’ vroeg de man. ‘Nee, je bent niet ontslagen.’ ‘Waarom niet?’ ‘Als je hier aan het werk bent, kan je niemand vermoorden. Daarom,’ zei mijn vader."
Goed boek om weg te lezen vooral als je zoals ik een Liverpool fan bent. Mooi om een inzicht te krijgen in zo'n de relatie tussen James en zijn vader. Echter, soms kreeg ik het gevoeld dat de metaforen iets te ver gezocht waren en teksten 'te mooi' geformuleerd zijn.
Een persoonlijke ode van Worthy aan zijn sympathieke vader, het wezen van de stad Liverpool en de kracht van het voetbal aldaar. Het boekje leest heerlijk weg op een regenachtige zondagmiddag, maar Worthy vergaloppeert zich - zoals wel vaker - stilistisch door het ontroerend persoonlijke onnodig te larderen met een overdaad aan gezochte metaforen. Maar hé, dat mag natuurlijk wel gewoon, zeker in dit genre.
In de tijd van een voetbalwedstrijd op zo’n liefdevolle manier een krachtige/prachtige vader-zoon relatie beschrijven. Dan is het de schrijver vergeven dat de zinnen me soms wat te kitscherig aanvoelen.
Toevallig had ik onlangs 'In de buik van de wolf' gelezen, toen ik hoorde dat James Worthy een nieuw boek had. Van dat eerste boek was ik niet overtuigd, maar ik wilde dit boek wel een kans geven. Maar ik denk dat ik maar tot de conclusie moet komen dat dit gewoon niet voor mij is. Ik heb hetzelfde als bij 'In de buik van de wolf'; sommige zinnen voelen wat 'geforceerd mooi', alsof er duidelijk overnagedacht is 'ja hier moet echt even een mooie beeldspraak in de zin worden gegooid'. Zoals iemand anders het hier in de reviews ook wel noemde: een wat kitscherig gevoel. Af en toe vond ik de flashbacks vs tegenwoordige tijd afwisseling gewoon wat te snel of te plotseling, misschien. Er waren wat te veel plekken en te veel tijden, terwijl ik telkens liever net wat langer in die ene herinnering was gebleven of iets langer in het heden. En het was misschien ook al geen goede keuze aangezien ik niks met voetbal heb, maar goed, ik had hoop. En ik ben eigenwijs, dus waarschijnlijk zal ik in de toekomst zijn nieuwe boek toch wel weer lezen (en stoort het me dus blijkbaar ook niet zodanig dat ik nooit meer een boek van hem wil lezen). Ik heb gewoon wel het idee dat er iets in zit dat me kan raken, maar het in deze twee boeken gewoon niet helemaal lukt voor mij.
(Ik vind het ook lastig sterren te geven, en het voelt vooral alsof het mijn eigen schuld is dat ik hier gewoon niet heel erg van genoten heb, dus ik ga gewoon lekker geen rating geven.)
Dat ik een boek over voetbal met een permanente krop in de keel gelezen heb, is ongeveer even onwaarschijnlijk als Liverpool die in 2005 de Champions League-finale tegen AC Milan won. Maar dit kleine boekje gaat over zoveel meer dan voetbal en met beeldende zinnen als “zelfs zijn rode kaarten hadden een gouden randje” heeft James Worthy dubbeldik gescoord.
“Het is fijn om naar andermans verdriet te luisteren. Ik pak mijn eigen pijn en leg het neer in andermans tranen. Ik laat mijn pijn een paar uur marineren in het leed van een ander. In de avond bak ik het in een koekenpan, maar de pijn smaakt nog precies hetzelfde als gisteren en eergisteren.”
Geweldig mooi boekje; het is een ode van de schrijver aan zijn overleden vader en aan Liverpool, de ploeg waarvoor ze beiden supporterden en de stad waar zijn vader opgroeide.
Het hier volledig eens met James Worthy:
“We liepen samen omhoog. We zeiden niks tegen elkaar, maar we waren samen. En daar lag het gras. Het groenste gras. Als je het mij vraagt, blijft dat het mooiste moment van naar het voetbal gaan. Die eerste seconde dat je niet alleen meer beton en staal ziet, maar het groenste gras.”
Lief monumentje dat soms teveel wil zijn, en soms te weinig. Veertien hoofdstukken die aanvoelen als veertien langgerekte columns. Of andersom. Maar goed zijn ze wel. Soms iets teveel emotie-gedreven, maar is voetbal niet altijd emotie?