Ik verschil dus duidelijk van mening met het grootste deel van de GR-gebruikers want ik vond dit boekje SUBLIEM.
Dit is echter niet het klassieke reisverslag met een opsomming van steden en monumenten die bezocht zijn, afgewisseld met sappige anekdotes over dingen die juist niet of juist wel misgelopen zijn. Maar dat laat Giono ook al heel vroeg in zijn verhaal weten.
... Je ne suis pas un touriste, ou alors je le suis aussi quand je me promène dans mon jardin. Je ne veux faire le récit que de sentiments. Les globe-trotters et les hommes d'ésprit ont tout dit sur le rest...
Dat doet hij dus ook, beschrijven hoe hij de kleuren van het wisselende landschap ervaart, hoe hij geniet van de ochtendbedrijvigheid in een klein cafétje, zijn verbazing bij het gedrag van de lokale bevolking.
En hij doet dat op een heel mooie, heel poëtische manier.
Giono ondernam deze trip in Noord-Italië ergens midden jaren '50. Enerzijds omdat hijzelf Italiaanse roots heeft, maar de streek enkel kende uit de verhalen van zijn vader en grootvader, de laatste was een soldaat in Piëmonte.
En anderzijds omdat hijzelf toen bezig was met zijn boek 'Le hussard sur le toit' waarvan een gedeelte zich in deze regio afspeelt.
Le hussard... is het enige boek dat ik tot nu toe van Giono gelezen heb en dat ik nu na het lezen van dit boek eigenlijk zou willen herlezen. Maar buiten dat herlezen, wil ik zeker ook de rest van zijn werk gaan lezen. En daarvoor moet ik dan eerst naar Manosque, een klein stadje in de Haute Provence, geboorteplaats en plaats waar de schrijver heel zijn leven gewoond heeft, plaats waar hij nog altijd op de handen gedragen wordt en waar de 2 kleine boekhandels die het stadje rijk is, bijna 50 jaar na zijn overlijden, zijn oeuvre altijd overvloedig in de rekken hebben liggen.
(bijna alles van Giono is vertaald naar het Nederlands - of het nog makkelijk te vinden is, dat is een andere vraag)