We varen door onze volwassenheid met een enorm sleepnet achter ons aan, we overbevissen onze herinnering, de ene zeemijl na de andere, en vernietigen het bezinksel. ‘Een memorabele gebeurtenis voor de Noorse literatuur’: zo werd de publicatie van Een sleepnet in de Marianentrog beschreven in de Noorse media. Ida Lødemel Tvedt, de nieuwe ster aan het firmament, schrijft hoogst oorspronkelijke, intense essays over kindertijd en volwassenheid; eenzaamheid en identiteit; taal en woede; melk en make-up; pornografie en stand-up comedy; feminisme en alt-right, Bergen en New York. Op briljante wijze laveert ze tussen uiteenlopende onderwerpen. Er tekent zich een dreigend portret van onze tijd af, waarin velen zoeken naar houvast en een thuis. Associatief en genre-overstijgend, geschreven in rijk en beeldend proza: Een sleepnet in de Marianentrog is verrassend en uiterst vitaal. Een boek om je aan over te geven en je door mee te laten voeren.
Met mijn sterrenregen van de voorbije weken wordt het almaar moeilijker om nog geloofwaardig hysterisch te blijven. En toch is het alweer prijs: 5 sterren vandaag in HUMO...
‘Kind geweest zijn is zoiets als dronken geweest zijn op een feest waar de anderen nuchter waren. We weten dat we er waren, dat we geen remmingen hadden en de aandacht wilden trekken, maar we herinneren ons slechts brokstukken en losse beelden.’ Dat is de openingszin van het openingsessay in het debuut van een 33-jarige auteur die meteen haar literaire hengel uitgooit, de lezer doet happen en 335 bladzijden lang weigert los te laten. Ida Lødemel Tvedt trekt je aan land in het Noorwegen van haar kinderjaren en overgiet je zintuigen met mentale souvenirs en onbegrensde verbeelding, wentelt je door haar eigenzinnige adolescentie om te stranden in een volwassenheid waarin we ‘met een enorm sleepnet achter ons aan onze herinneringen overbevissen’. Nadat je al dan niet de drang hebt weerstaan om deze proloog te kopiëren en als bundeltjes in honderdvoud op trein en bus achter te laten, blijken in de volgende essays haar Scandinavische wortels uit te lopen naar New York waar ze eerst filosofie en politicologie studeerde, nu lesgeeft in literaire essayistiek en zo haar thematische waaier in spagaat kan spreiden.
Autofictie, essays en memoires zijn hot, maar Ida Lødemel Tvedt is niet de zoveelste navelstaarder uit de selfiegeneratie. Net als Annie Dillard, Rebecca Solnit, Judith Schalansky en Roxane Gay beschikt ze over de gave om aan te voelen waar ze zichzelf moet wegcijferen, dan wel haar eigen positie moet etaleren en met persoonlijke anekdotiek illustreren. Ze weet wanneer ze een onderwerp frontaal of via een zijingang moet behandelen en op welk moment ze naar een metaniveau kan springen om zelfkritisch haar eigen denkproces bloot te leggen. Ze rijgt pareltjes uit onze filosofisch en culturele schatkist aan haar ideeënslinger en koppelt taal, tempo en toon naadloos aan inhoud: zo schalt een stuk over het schoonheidsideaal vanuit een uitgesproken ‘wij vrouwen’ en blijft een angstaanjagende alt-right man die ze in Brooklyn ontmoet, zo uitvoerig aan het woord dat zijn paranoia je huiskamer binnendringt.
Of het nu over porno, autisme, stand-upcomedy of collega-schrijvers gaat, telkens prikt ze met draad-door-naaldprecisie de essentie vast en spint er met vrije -maar doordachte- associatie gedachten rond, die ze vervolgens met een citaat van Susan Sontag, Jean-Paul Sartre of Leonard Cohen opsmukt. Hoewel ze haar pen na elke bladzijde door de messenslijper lijkt te halen, houdt ze bedachtzaam het midden in verhitte polemieken rond Black Lives Matter, culturele toe-eigening en #MeToo. In tijden waarin men zich terugtrekt in digitale loopgraven, sta je het best bescheiden en genuanceerd tussen twee tegenpolen.
De grootste gemene deler van dit caleidoscopisch geheel is het metaforische sleepnet dat staat voor alles wat we als mensheid én individu creëren, wegleggen, opgraven en weer meezeulen. Deze grillige warboel contrasteert met de zee waarnaar ze verlangt als ‘iets dat in de wereld zwaar, solide en onveranderlijk is.’
Is de bundel dan over de hele lijn makkelijk verteerbaar? Toch niet. Sommige passages vergen de inspanning van een eerstejaarsstudent die het tijdens een uiteenzetting over de fenomenologie van Heidegger in Keulen hoort donderen. Bij sommige opmerkingen denk je eerst: oei, dat is wel zeer kort door de bocht. Maar bij herlezing moet je wel de onweerlegbare of op z’n minst verdedigbare aard van haar discours erkennen. Zelfs bij kwesties die verder van je bed zijn, veegt het citeerbare karakter van haar formuleringen het slaapverwekkende weg.
Deze subliem door Geri de Boer vertaalde bundel verwondert, verheldert en verdiept. Hij haakt de onverschrokkenheid van een groen blaadje aan de wijsheid en kennis van iemand die al eeuwen in Borges’ oneindige bibliotheek lijkt rond te neuzen. Benieuwd wat de negen andere boeken in mijn eindejaarslijstje worden.
På veggen mellom Bunnpris og Buran Asia mat på Buran står det tagga i rødt: Æ E FORELSK.
Æ e forelsk i Ida Lødemel Tvedt. Æ les alt hu skriv og sjekke ut alt hu anbefale. Det hadd vært helt umulig for mæ, og uansett ikke ønskelig, å ha en leseopplevelse av Marianegropen som ikke sku vært påvirka av det.
Tvedt e nåkka så sjeldent som en norsk essayist, og Marianegropen e et langt essay i førtritre akta. Nytt for min del.
Essayet e navlebeskuende, selvbevisst og kritiserende. Det e selvbevisst over at det e navlebeskuende, og kritisk til det. På en eller anna føkka måte klare hu å skriv om MAGA, 22. juli, New-wave feminists, Louis C.K., Childish Gambino, Agnar Mykle, Steve Bannon, Nietzsche, og mange andre ting som æ har lite t null kjennskap t, samtidig som hu skriv om sæ selv og sine(?) Den her nærmest altomfattende leken av analysa og kritikk pyntes me et jævlig artig og litt erotisk språk.
Aktan e stort sett uavhengig fra hverandre, man kunna kanskje tenkt på dem som egne essays. Til felles har dem likevel at fokuset ligg e på det følelsesmessige, personlige og entusiastiske perspektivet i sannhetssøkenen.
Æ har som sagt slukt alt av Tvedt dem siste måndan. Ble bevisst a på veg hjem fra Lyon i oktober. Avslutte den første boka hennes no, på toget på veg hjem fra Oslo. En tredel av boka e understreka og margen e full av notata. Tvedt puste tidsånd og æ e fortsatt forelsk.
Hoe bespreek je een boek waar je een kwart niet van begrijpt, nadat je sommige zinnen vier keer hebt gelezen? Onmogelijk zul je denken, en daar heb je gelijk in! Wat Ida Lodemel Tvedt doet is fascinerend en prachtig en toont hoe uitmuntend ze met woorden kan omgaan. De 'maar' in dit verhaal zit hem absoluut in de leesbaarheid. Want hoewel sommige delen heel vlot zijn, voelen andere als een ware marteling om doorheen te komen. En dat drukt het leesplezier.
Sommige passages, zoals onderstaande over Ta-Nehisi Coates, zijn diepgaand en toch goed leesbaar voor een gemiddelde lezer. Je kan de gedachtegang volgen, ze stipt een belangrijk thema aan en ze houdt zich in wat betreft bijvoeglijke naamwoorden. "Aan de Howard University, de belangrijkste 'zwarte' universiteit van de VS, verwijdert hij zich van het zwarte nationalisme van de Black Panthers en gaat hij beter begrijpen waarom hij altijd meer opkeek tegen Malcolm x dan tegen Martin Luther King. Hij wijst Kings christelijke, pacifistische retoriek af ten voordele van Malcolm x, een symbool dat 'alles had wat ik wilde zijn: beheerst, intelligent en de angst voorbij'.
Andere passages zijn mijmeringen en ook al zijn ze net zo diepgaand, ze zullen zeker niet alle lezers raken. Mede door de structuur van de zinnen, die te lang aanvoelen en gewoonweg te bloemrijk zijn, komt de boodschap moeilijker over. Een lezer wordt op een gegeven moment het herlezen zat en gaat dus te snel lezen en krijgt zo niet alles mee. "Ze is een taalkundige inktvis met tentakels die elk hun eigen zintuiglijke leven leiden, op hun omgeving reageren en zichzelf van het moederschip afsnijden. Al haar capriolen zijn aan de ene kant volkomen perfect en aan de andere kant totaal losgerukt van wat er vlak voor of na komt, terwijl ze het Noorwegen van het interbellum zonder enige moeite oproept en in het heden stopt, in een mond midden in de buik. Oma Inktvis spuit inkt, is een dadaïstische woordmachine, een intelligent ruimtewezen uit de Marianentrog."
Daar hebben we ook de Marianentrog uit de titel. In een uitgeschreven interview met Wayne Koestenbaum, ergens halverwege het boek, legt Ida Lodemel Tvedt ook uit wat haar overwegingen zijn voor de titel van haar boek. Ze heeft het daarbij over 'maritieme fantasieën en dieptemetaforen' en je kan als lezer ergens wel begrijpen waarom ze dat zegt. Het komt natuurlijk ook al aan bod in de eerste bladzijden waar ze het volgende schrijft:"Nu vissen we in onze levensgeschiedenis op zin. We varen door onze volwassenheid met een enorm sleepnet achter ons aan, we overbevissen onze herinnering, de ene zeemijl na de andere, en vernietigen het bezinksel, terwijl de eb en vloed van het ongewisse onbewuste aan de haal gaan met ons humeur en onze taillemaat, als een onregelmatige menstruatie."
De name-dropping waarbij er talrijke voorbeelden worden gegeven van onder andere auteurs en denkers in het algemeen, zorgt ervoor dat ook dat soms wat 'veel' kan lijken. De gemiddelde lezer zal niet iedereen kennen, en hoewel het uiterst leerrijk is dat je het gedachtegoed of het werk van verschillende personen leert kennen, je hebt zin om ze allemaal te gaan opzoeken en in die momenten raak je nog verder verwijdert van het boek dan je al bent. Ook de thema's zijn wijdverspreid en talrijk in Een sleepnet in de Marianentrog, maar er is wel zorg en aandacht voor elk individueel thema. Familie, New York, racisme, feminisme, en ga zo maar door. Er zit wat dat betreft zeker voor ieder wat wils in deze bijzonder bundel.
Geri de Boer heeft als vertaler prachtig werk geleverd. De ideeën en de stijl komen duidelijk naar voren en voelen ook consistent aan. Het zou interessant zijn om Noors te kunnen en deze Nederlandse versie te vergelijken met het oorspronkelijke werk, maar vermoedelijk loop je daarin tegen dezelfde aspecten aan. Een sleepnet in de Marianentrog is een verzameling essays, die liefhebbers van diepgaande literatuur zal doen watertanden. De rijkheid in taal, de beeldende metaforen, de gedachten die een onderwerp volledig ondersteboven en binnenstebuiten halen, alles draagt bij aan een uiterst diepgaand geheel. Het is geen boek dat je in één ruk uitleest want daarvoor vraagt het teveel concentratie. Het grote voordeel is wel dat je ook door het boek kan bladeren en af en toe een deel lezen. Natuurlijk heeft Ida Lodemel Tvedt aandacht gehad voor de opbouw, maar mocht je dat willen, kan het ook anders, en die vrijheid geeft ook een soort opluchting. Het weerspiegelt voor je gevoel ook de instelling van deze talentvolle auteur. Ze helpt je nadenken, maar stuurt je daarna op pad om zelf verder uit te zoeken.
Wanneer blijf je aan de oppervlakte? Wanneer duik je in het diepe? Ik weet het niet meer na dit boek. Ik weet wel, om te beginnen, dat ik twee quotes wil bijhouden.
1) In haar gesprek met muziekcriticus Greil Marcus vat ze zijn invalshoek op recenseren (maar ook op geschiedschrijving en politiek) als volgt samen: We komen steeds weer terug op hetzelfde: het vermogen om je te laten verrassen. Marcus blijft beweren dat 'Waarom reageer ik zoals ik reageer?' een interessantere vraag is dan 'Wat betekent dit?' -> Wat is mijn reactie bij het lezen van dit boek? Ik vond haar in het begin mooi beschrijvingen maken, maar zodra ze een filosoof erbij haalde, leek ze samenvattingen te schrijven en niet zelf verder te denken. Verder in het boek krijg je soms het gevoel dat ze een recensie tussen haar essay gooit. En die twee hebben een andere toon. Voor een essay is het niet nodig dat je de auteur in zijn context plaatst voor de lezer. En dat gaf iets oppervlakkigs aan het boek. Ze leek naar de diepte te willen, maar dan toch weer snel boven water te komen.
2) In een paneldiscussie over het opschrijven van herinneringen, vanuit de wetenschap dat je geheugen toch alles verdraait, zegt de Deense schrijfster Suzanne Brøgger: "Het is nooit te laat om een gelukkige jeugd te krijgen. Of een ongelukkige, trouwens." -> Ik voel dat ik bij het beëindigen van het boek mijn geheugen aan het corrigeren sla. Het is een rijkgeschakeerd boek door de vele thema's die het aanraakt. Er zit een mooie beweging in van de drukte van New York naar de witheid en eenzaamheid van het Noorse platteland. Haar worsteling, haar zoeken naar woorden, hoe onbevredigend misschien ook dat je geen bruikbaar antwoord krijgt, is me dan toch meer waard dan eerst gedacht. Vooral de Amerikaanse rassendiscussie en identiteitspolitiek weet ze enerzijds heel helder uit te leggen, terwijl ze er tegelijk graag op wijst dat die niet zomaar te over te zetten is naar de situatie in Europa. Ook doet ze me het pas vertaalde Glas, ironie & God van Anne Carson op mijn te lezen-lijst zetten. En ook naar Wayne Koestenbaum heeft ze me nieuwsgierig gemaakt. Maar ook haar dementerende grootmoeder blijft me bij. En dat een beetje waanzin geen kwaad kan. Ja, dat heb ik geleerd.
Door een jubelende recensie op het onvolprezen mappalibri.be werd ik attent gemaakt op "Een sleepnet in de Marianentrog", de eerste essaybundel van de jonge Noorse schrijfster Ida Lødemel Tvedt. Ik hou wel van essays, als ze tenminste zijn geschreven zoals Montaigne- de uitvinder en onovertroffen meester van het genre- het had bedoeld: als pogingen zonder definitieve eindconclusie. Of, anders gezegd, als verkennende beschouwingen die ons brein prikkelen en in beweging zetten, en die onze verwondering en intellectuele nieuwsgierigheid stimuleren, juist omdat ze niet uitmonden in een definitief oordeel. Precies zo schrijft ook Tvedt haar essaybundel. Onder meer vanuit de volgende gedachte: "Het gaat niet over vooruitgang en kennisverwerving, rechtvaardigheid of ethiek, maar om een selfie- filosofisch experiment. We willen waarheden halen uit ideeën die we verachten en vrezen, ons laten verleiden door zo veel mogelijk levensvisies en de jenka dansen door de tijd". Het gaat haar dus niet om de definitieve en ultieme waarheid, maar om een verkenning van een pluraliteit van verschillende visies. Waarbij ze juist ook belangstelling heeft voor perspectieven die anders zijn dan de hare en die haar visie op de wereld aanvullen of zelfs ondermijnen. De wereld is immers enorm complex, veranderlijk en veelvormig, en dus niet te beschouwen vanuit één onwrikbaar perspectief. Bovendien is ook dat perspectief complex, veranderlijk en veelvormig: het ik dat naar de wereld kijkt kent die wereld niet, maar vooral ook zichzelf niet. Dus schrijft Tvedt niet als intellectueel die zichzelf en de wereld denkt te begrijpen, en al helemaal niet als intellectueel met een objectieve helikopterview, maar als iemand die zich verwondert over haar eigen zo onbekende ik en over hoe dat ik zich verhoudt tot de zo vreemde wereld. Dat vind ik een mooie insteek.
Tvedt komt duidelijk uit de links- intellectuele en universitaire hoek, en ze laat merken dat ze Nietzsche, Agamben, Susan Sontag, Heidegger en diverse feministische denkers goed kent. Maar de wijze waarop ze deze bronnen gebruikt is naar mijn smaak steeds fris, verrassend en origineel. Bovendien switcht ze met opmerkelijke souplesse van Sontag naar de kakkerlakken in haar New Yorkse woning, van Heidegger naar haar dementerende grootmoeder, van Hannah Arendt naar Dolly Parton, van pornografie naar de reinigende werking van stand-up comedy, van de mooie en de beperkende kanten van de volgens klassieke filosofen zo nastrevenswaardige "phronesis" (gematigdheid, zelfbeheersing) naar de rol van emoties in het leren kennen van de wereld, van de semi- autobiografische fictie van Knausgard naar de veel vreemdere autobiografische fictie van de mij volkomen onbekende Claire- Louise Bennet, van de verborgen schoonheden in de woordloze wereld van sommige autisten naar de totaal andere ervaringswerelden van de zo wonderlijk intelligente inktvissen, van dromerige passages over diepzeewerelden naar beschouwingen over Brejvik, van Brejviks aanslagen naar de volgens Tvedt soms wat merkwaardige wijze waarop de slachtoffers worden herdacht, en van Shakespeare naar Steve Bannon. Heel interessant en leerzaam, en met grote intellectuele lenigheid opgeschreven. Naar mijn smaak, tenminste. Ook doet Tvedt uitgebreid verslag van gesprekken met een op het eerste oog nogal enge alt-right aanhanger, of met een in mijn beleving nogal steile Republikeinse historica: personen met levensvisies die haaks op de hare staan, maar juist dat fascineert haar. En daar bewonder ik haar om: zelf zou ik niet het geduld of de moed hebben gehad om mij zo grondig in zulke personen en hun denkbeelden te verdiepen. Eveneens intrigerend vond ik haar worstelingen met de radicale denker Ta- Nehisi Coates, die wellicht al te radicaal komaf maakt met de door Martin Luther King gepredikte hoop, en die naar de smaak van witte mensen - zoals Tvedt, u en ik- mogelijk soms doorschiet in zijn radicaliteit, maar die ons wel attent maakt op een pijn van verdrukten die ons, als witte mensen, mogelijk te vaak ontgaat. En ook dat beschrijft Tvedt met veel vernuft.
Tvedt beschouwt kortom een enorme veelheid van uiteenlopende onderwerpen, op een voor mij vaak verrassende en leerzame wijze. Soms roept ze mijn tegenspraak op: de manier waarop ze "A little life" van Hanya Yanagihara afserveert vind ik bijvoorbeeld nogal ongenuanceerd. En soms snap ik helemaal niks van wat ze zegt. Maar meestal zijn haar beschouwingen juist rijk aan subtiliteit en nuance, en aan aanstekelijke nieuwsgierigheid. Bovendien zijn haar essays vaak verrassend, door hun originele inzichten, en door de onverwachte wijze waarop Tvedt geheel verschillend lijkende onderwerpen toch associatief aan elkaar knoopt. Elk essay geeft dus weer een andere invalshoek op onze zo complexe en veelvormige wereld. En elk essay geeft weer een nieuw beeld van het veelvormige, veel wetende en associatieve brein van de essayist Ida Lødemel Tvedt. Zodat het boek als geheel een steeds veelvormiger, rijker en intrigerender beeld geeft van hoe haar "ik" zich tot die vreemde wereld verhoudt.
Dat "ik" wordt ook steeds raadselachtiger naarmate het boek vordert. Bovendien is de raadselachtige onbekendheid van onze identiteit een onderwerp in veel van de essays. Dat gebeurt bijvoorbeeld in drie mooie, mogelijk deels verzonnen dialogen, met Greil Marcus en de mij onbekende experimentele kunstenaars Wayne Koestenbaum en Madame Nielsen. Die beide kunstenaars zijn "larger than life", als persoon en in hun kunst: de fluïde en veelvormige identiteit van Madame Nielsen bijvoorbeeld laat zich zelfs met termen als "transgender" nauwelijks in woorden vatten. "Nielsen is een optische illusie: je kunt de man zien of de vrouw, maar niet allebei tegelijk, zoals het eendkonijn op de tekening waar Wittgenstein zo van hield. Ze is een wandelende illustratie van de spanning tussen iets zien wat iets IS en iets zien ALS iets anders", aldus Tvedt. En ze vraagt zich af: "Was de vrouw daar op het museumbankje, die tevens man was, 'transgender'? Was ze niet gewoon Madame Nielsen, Gesammtkunstwerk, misschien vrouw, misschien man, al naar gelang hoe je het ziet?". Tvedt stelt aan Madame Nielsen dan ook de vraag: "Dus extase en aandacht hangen voor jou samen. Betekent dat dat je creatieve werk afhangt van een afwijzing van identiteit?". Waarop Madame Nielsen antwoordt: "Maar ik weet niet wie ik zelf ben, he? En extase betekent juist 'erbuiten staan'. Ik weet niet of ik dat doe, want ik ben immers niet buiten 'mezelf', wie dat ook moge zijn. Die extase is eerder een lichte levitatie. Een zweven".
Misschien probeert Tvedt, in haar essays, een soortgelijke levitatie te bereiken, een vergelijkbare zwevende toestand, een vergelijkbare onbeslisbare en ondefinieerbare positie. In elk geval beschrijft ze wel hoe ze soms zelf ervaringen opzoekt waarin ze haar ik als het ware leegmaakt. Bijvoorbeeld:: "Mijn gezicht voelt naakt, zoals altijd wanneer ik alleen in de natuur ben, zonder andere mensen. [...] Steile bergwanden worden weerspiegeld in de fjord en in de nevel wordt alles abstract behalve het pad, alsof de bergen, de fjord en de horizon met een zacht potlood zijn getekend. Grijs-paarse lijsteenhellingen, lood, flint, vocht en fluweel. Schetsen van iets wat er nog niet is". Hier beschrijft Tvedt dus een ervaring vol aangename voorlopigheid en ongedefinieerdheid. En als lezer van haar essays voel ik iets vergelijkbaars, omdat veel van deze essays naar mijn smaak eveneens met "zacht potlood" zijn getekend, en zich eerder presenteren als nevelige schetsen dan als definitieve tekeningen.
Ik heb mij kortom prima vermaakt met "Een sleepnet in de Marianentrog". Elk essay is mooi en avontuurlijk geschreven, en elk essay prikkelt mij met zijn verrassende perspectieven en denkbeelden. Bovendien laat het boek mooi zien dat het de moeite loont om je conclusies op te schorten, en om je eigen denkbeelden steeds kritisch te toetsen en te herijken. Ja, dit zijn essays zoals Montaigne ze ooit had bedoeld. En mijn trage brein werd er zeer plezierig door geprikkeld.
Het gaat niet over vooruitgang en kennisverwerving, rechtvaardigheid of ethiek, maar om een selfie-filosofisch experiment.
Een jonge Noorse schrijfster die met dit boek debuteert, chapeau! Ze schrijft essays voor een aantal Noorse kranten en pendelt heen en weer tussen Bergen en New York. Haar debuut, ‘Een sleepnet in de Marianentrog’ is meteen een schot in de roos.
De titel van het boek is goed gekozen. Als met een sleepnet trekt ze een variatie aan indrukken, filosofische overwegingen en meningen in zestien essays, waarvan sommigen uit verschillende delen bestaan, achter zich aan. Zelf zegt ze in het essay ‘Drie dialogen’ hierover: “Dat heeft te maken met maritieme fantasieën en dieptemetaforen als metafysische kracht. Het zou heel erg zijn als mensen het zouden lezen als een bewering over diepte, als in bijzonder zinvol. Of nog erger: als mensen denken dat de titel duidt op een soort gedeprimeerde toestand. Dat bedoel ik niet.”
Het is een zoektocht naar thuiskomen, beginnend met de fantasieën van een kind op weg naar een vaak teleurstellende volwassenheid, langs diverse buitenlanden en eindigend met een soort thuiskomen en ‘een afwijzing van de nihilistische, reactionaire en hedonistische overtuigingen die we onderweg tegenkomen.” Het is een mengeling van essays en autobiografische stukken al geeft ze vaak de indruk zich te moeten verantwoorden voor een autobiografische essay: “Want het verschil tussen de ‘ik’ van het essay en de ‘ik’ van de autobiografie is dat het essay-ik niet denkt dat het zichzelf kent.”
Ze verwijst graag naar bekende filosofen als Simone Weil, Jean Paul Sartre, Martha Nussaum en Hannah Arendt en zoekt verbanden bij hen tussen onder andere vaderland en moedertaal. “Het eerste bestaat niet; het berust op de illusie van iets stabiels, van een statisch geheel, maar het tweede, de moedertaal, is energeia, iets dynamisch wat totaal nieuwe mogelijkheden biedt, steeds opnieuw.” Dat taal voor haar belangrijk is lees je doorheen het hele boek en niet alleen omdat ze zelf schrijft in een prachtige literaire stijl wat de essays zeer leesbaar maakt. Maar diezelfde eruditie, die intelligente manier om tegen de dingen aan te kijken werkt ook in een aantal gevallen tegen haar. Zo had ik bij het lezen van het essay ‘Drie dialogen’ vaak het gevoel van buitengesloten te zijn. Ik kon haar dialoog met Wayne Koestenbaum niet echt volgen al ligt dat waarschijnlijk meer aan mij dan aan Ida Lødemel Tvedt.
Het vrouwelijke en de positie van vrouwen in de samenleving haalt ze meerdere keren aan via de herinnering aan haar dementerende grootmoeder die ‘een walvismeisje’ was vol verhalen van fragiele mannen en machtige matrones. Een van de mooiste essays is het essay ‘Wortels’. “De plant die naar beneden reikt, naar het verdorvene en donkere, wordt een symbool voor geheugen, voor een vleselijk verlangen naar oorsprong, naar het moederlijke, naar het huis waarnaar je niet terug kunt, waar je lichaam en je persoonlijkheid nog in het embryonale stadium waren. In de wortelmetafoor komen het onderbewuste en het vrouwelijke samen. De wortels en de grond waarin ze groeien, staan voor navelstrengen, voor het poreuze, het gepenetreerde, het irrationele: tere vrouwtjes.” Toch schuwt ze kritiek op vrouwen niet, vooral wanneer het de millenialvrouwen betreft, bijna blind fotomodellen en bekende vrouwen na-apend. “Heel Facebook is één reusachtig woud van vleierige, zielloze, seksloze antiglimlachjes, liefst afgebeeld op een bergtop en blakend van gezondheid. Het is alsof een collectieve metamorfose van de meeste gewone mensen lolitaanse nazibloggers heeft gemaakt.”
In het zeer sterke essay ‘Ontsporingen in het idioteninferno’ schrijft ze een krachtige opinie over pornografie en de grenzeloze toegang tot alle soorten pornografisch materiaal. Het is een daad van geweld tegenover de jeugd omdat ze het wezenlijke vervalst: “En als je wordt wie je bent in je bloedgeile puberteitsjaren, dan maakt het toch wel uit of je je eigen geslachtsorganen ontdekt terwijl je naar ervaren, verbleekte aarzen op een scherm kijkt of dat je ze ontdekt terwijl je ze aan de binnenkant van iemand anders voelt of iemand anders oproept in je fantasie. En als dat zo is, zou je je kunnen voorstellen dat de nu totaal grenzeloze toegang tot pornografie de meest systematische vorm van geweld is waaraan de maatschappij haar jeugd blootstelt: een vergiftiging van de bodem van de mens.”
Ida Lødemel Tvedt schreef bruisende essays die de temperatuur meten van de tijdsgeest. Het voordeel van dit boek is dat je de essays kan lezen en er dan even de tijd voor nemen om er over na te denken. Sommigen graven echt wel tot in een denkbeeldige Marianentrog en zijn een must-read voor iedereen die graag dit soort filosofische stukken leest. Ze meet zich nergens een oordeel aan maar kijkt met open geest maar met de blik van een Noorse naar haar omgeving. Ze springt lenig van het ene onderwerp naar het andere. Soms lijkt ze te vergeten dat niet ieder van haar lezers diepe bekendheid heeft met het werk van Nietzsche, Heidegger of Susan Sontag en dat is jammer want daardoor schept ze zelf de kans dat lezers toch vroegtijdig afhaken.
Een ware stroom van essays waardoorheen vooral het zoeken, beleven of vinden van de eigen identiteit velen aan het denken zal zetten over dit onderwerp. “Weet ik wel wie ik zelf ben?”. Een vraag die het waard is om gesteld te worden. Net als er duchtig kan worden gediscuteerd over feminisme en oorsprongsmythen, over Dolly Parton als de Messias van de make-up, over alt-right en Anders Behring Breivik. Zelfs over kakkerlakken in haar New Yorks appartement. Mijn hoofd werkt veel trager dan het hare maar deze essays prikkelden op een avontuurlijke manier mijn denken. Een boek om vaak terug vast te nemen om hier en daar een essay terug te lezen.
Prachtig. ‘Literair essay’ luidt de ondertitel. En hoewel het allemaal verschillende essays zijn, is de constante factor de analytische, (zelf)onderzoekende, literaire vertelstem van Ida. Waar ze ook over schrijft, haar eigenheid en verwondering over de wereld en het leven staan voorop in deze bundel verhalen.
Aan het eind van een interview met schrijver Wayne Koestenbaum bespreekt Ida Lødemel Tvedt de beweegredenen van een boek dat ze wil schrijven. “Ik vind ‘trawlen, vissen met sleepnet’ een betere metafoor voor het essay dan de gebruikelijke ‘wandeling-over-een-bospad-met-afdwalingen-metafoor’ ”. Een paar regels eerder geeft ze al aan dat het haar niet gaat om metafysische diepzinnigheid: de voorgenomen werktitel voor haar boek, “Trawlen in de Marianentrog”, heeft eerder te maken “met maritieme fantasieën en dieptemetaforen als metafysische kitsch”. Geen Holzwege dus, doodlopende paden in de cynische leegte. Ook geen metafysische inzichten uit de peilloze diepte. De titel "Een sleepnet in de Marianentrog" lijkt eerder ironisch bedoeld. In ieder geval een sprekende titel, goed gekozen uit marketing oogpunt.
Titel had ook “Drijfnet in de Great Atlantic Garbage Patch” kunnen zijn. Met New York als Atlantische versie van de GPGP. De essays in deze bundel schreef de Noorse Ida Lødemel Tvedt in de periode dat ze in New York woonde en werkte. Transatlantica Tvedt beschrijft met flair en verwondering wat in de malstrøm van het New Yorkse intellectuele leven komt bovendrijven. De beslommeringen van de East-Coast intelligentsia worden beheerst door wokeness en identity politics. Race, gender, BLM, white privilege, Me-Too is wat de klok slaat. In Ida’s woorden soms omslaand in identiteitshysterie. Ze is voldoende goed ingevoerd om het op de huid te zitten en Europees genoeg om kritisch distantie te kunnen betrachten. Woke-adapten aan deze kant van de oceaan, die menen de Amerikaanse identiteitspolitiek klakkeloos in Europa te kunnen implementeren, kunnen hier een voorbeeld aan nemen. Voor wie minder goed ingevoerd is in het Amerikaanse culturele debat biedt het boek een hoop eye-openers.
De bundel is een proeve van persoonlijke essayistiek zoals ze in “Omphalosscepsis” uiteenzet het kernstuk van de bundel. Essays voortgekomen uit persoonlijke fascinatie, gespiegeld aan wat zich in het huidige tijdsgewricht aan cultuuruitingen (boeken, films, muziek, journalistiek, theater, etc.) aandient. Je bent wat je (be)schrijft. Het is haar niet te doen om overstijgend inzicht zoals klassieke essayistiek op zou moeten leveren. Ida Lødemel Tvedt schrijft helder en genuanceerd, met een open maar kritische blik. Gretig brengt ze verslag uit van het New Yorkse culturele leven. Het levert een prettig leesbare bundel op die breed uitwaaiert maar waar soms de eenheid zoek lijkt. Dat maakt niet uit, in een sleepnet is alles bijvangst, er is altijd wel iets van je gading uit te vissen. En voor wie fysica boven metafysica verkiest: het fysieke boek zelf voelt door de rubberachtige coating op de omslag zijdeachtig stroef aan, prettig handgevoel kan ook een reden zijn om dit boek te kopen.
Wat heeft Susan Sontag gemeen met Dolly Parton? En is er een verband tussen kindertijd en volwassenheid? Zomaar twee vragen die de Noorse Ida Lødemel Tvedt stelt in haar essybundel Een sleepnet in de Marianentrog, in april 2021 uitgegeven door Atlas Contact. Op het eerste gezicht lijken het totaal verschillende onderwerpen die Tvedt bespreekt. En feitelijk is dat ook zo. Toch vormen de 37 essays uiteindelijk wel degelijk een afgerond geheel. Een sleepnet in de Marianentrog is een boek voor de echte fijnproever, voor lezers die bereid zijn zich open te stellen voor niet alledaagse gedachtegangen. Het is beslist geen ‘even-tussendoorboek’. Aan herlezen, overdenken en opnieuw lezen is niet te ontkomen. Tvedt toont aan de kunst van het schrijven van essays tot in alle finesses onder de knie te hebben. Ze prikkelt, daagt uit en irriteert zelfs hier en daar op een plezierige manier. De stellingen die zij opwerpt worden niet gebracht als feiten. Ze vormen te allen tijde een basis voor een goed gesprek. Toch laat Tvedt niet na met enige regelmaat haar persoonlijke mening, bijvoorveeld over het Amerikaanse rassenvraagstuk, te laten doorschemeren. Van enige opdringerigheid is hierbij, zoals gezegd, nergens sprake. Wie alle essays op een rijtje zet kan niet anders dan concluderen dat deze bundel een formidabel beeld geeft van de huidige maatschappij. Dat deze soms koud en peilloos diep is en op andere moment straalt van warmte en vriendelijkheid, is daarbij duidelijk. En juist die contrasten geeft dit boek haar onuitputtellijke kracht. Het toont met name de realiteitszin van de schrijfster aan. Een sleepnet in de Marianentrog is zonder voorbehoud een aanwinst te noemen. En datzelfde geldt voor de auteur. Zij heeft een product afgeleverd dat probleemloos de tand des tijds zal doorstaan en hopelijk zal zorgen voor boeiende gesprekken. Het is daarnaast te hopen dat ook haar manier van formuleren als voorbeeld mag dienen om in de toekomst een respectvolle omgang tussen mensen met uiteeenlopende meningen te waarborgen.
Het boek is een bijzondere verzameling van essays, beschouwende, filosofische verhalen. Het is een boek om je in onder te dompelen en je mee te laten voeren in haar hoofd en haar gedachten. Verhalen waarbij je zelf ook gaat nadenken, hoe denk ik daarover? De eerste zin van het boek zet je al aan het denken; “Kind zijn geweest is zoiets als dronken zijn geweest op een feest waar anderen nuchter waren.” Zo begint ze een rake beschrijving van de kindertijd, van kind naar puber tot volwassenheid. “Nu vissen we in onze levensgeschiedenis op zin. We varen door onze volwassenheid met een enorm sleepnet achter ons aan, we overbevissen onze herinnering, de ene zeemijl na de andere en vernietigen het bezinkel, terwijl de eb en vloed van het ongewisse onbewuste aan aan haal gaan met ons humeur en taillemaat, als een onregelmatige menstruatie.” Van het kind zijn gaat ze over naar ‘Wortels’ en vervolgens naar de weg naar volwassenheid, identiteit, emancipatie en feminisme. Dan komt een hoofdstuk over de Apocalyps, een verhaal gebaseerd op de openbaringen van Johannes, waar het gaat over hoeren en Dolly Parton. De mancave komt voorbij waarin het gaat over Breivik. Er wordt geschreven over facisme en rassenscheiding, autisme en epilepsie, de cultuurgeschiedenis van een drone en een kort verhaal over de rontgenfoto met een hart. Kortom een heel afwisselend boek een terugkerend thema is toch wel liefde en seksualiteit en de positie van de vrouw of is het meer de mens die steeds terugkomt in het boek. Het is geen makkelijk te lezen boek, je moet echt je gedachten erbij houden maar het is een boek met vele lagen dat maakt dat je het wil lezen en herlezen. Het boek is zo bijzonder dat ik hem zeker kan aanraden aan mensen die geïnteresseerd zijn in dit soort boeken, het is geen boek voor een groot publiek, maar een absolute parel. Het boek is compleet met een index voorin die je nieuwsgierig maakt en een literatuurlijst achterin. Het boek krijg van mij 4 dikke sterren.
Een sleepnet in de Marianentrog. Literair essay. Door: Ida Lødemel Tvedt.
Wow, wat een reis. Het voelt alsof ik een hele tijd heb doorgebracht op de zeebodem, het was er vaak donker en drukkend maar soms ook kleurrijk, sprankelend.
De Noorse Ida woont en werkt afwisselend in Bergen en New York. Dat klinkt voor mij als een tweedeling tussen natuur en cultuur (heel zwart/wit uitgedrukt) en zo leest haar boek ook. Ze wisselt teksten over schrijvers, pornografie en kakkerlakken af met de mooiste natuurbeschrijvingen en jeugdherinneringen. Haar verhalen over haar (dementerende) oma brachten me warme herinneringen aan mijn overleden moemoe.
Toen ik zag dat haar essay een paar van mijn favoriete schrijvers bevatte (Sontag, Nelson, Levy) wou ik het heel graag lezen. Wat natuurlijk gevaarlijk is want het feit dat ze over hen schrijft wil niet zeggen dat ze ook fan van hen is. En dat heeft vooral Ariel Levy geweten. De regels gelden niet, haar boek, wordt volledig afgekraakt. Wat me in eerste instantie opstandig maakte, ik was het zo niet eens met Tvedt. Tot ik na een tijdje begon te twijfelen aan mijn eigen oordeel (ik las het boek jaren geleden) en nu ben ik van plan het opnieuw te lezen. Dat doet een goede essayist met je; je laten twijfelen, anders naar de dingen doen kijken, je wereld een beetje op zijn kop zetten.
Hoewel ik niet alles even boeiend vond waren er wel veel dingen die ik heb onderlijnd omdat ik ze herkende, omdat ze me ontroerden of omdat ze me uitnodigden tot verder lezen over dat onderwerp/die persoon.
Ida Lødemel Tvedt schrijft meeslepend (pun intended) en vol passie en kennis, ik heb zin gekregen om meer van haar te lezen!
“Een sleepnet in de Marianentrog” is een essay, bestaande uit 37 verhalen waarin de schrijfster via de verschillende essays ons meeneemt vanaf haar kindertijd tot het moment dat ze bij haar oma in het verzorgingshuis zit. De essays zijn stuk voor stuk onderwerpen die op een open en kritische manier worden uiteengezet.
Het is een uitgebreide verzameling aan hersenspinsels waar we in worden meegesleept door haar beeldende en vlotte proza. Het boek nodigt uit om mee te gaan in haar tocht die begint bij haar kindertijd waarbij achter elke deur weer een nieuw verhaal staat dat ons even doet stilstaan om het tot ons te nemen. Door de uiteenlopende onderwerpen is het daarom ook aan te raden om de essays rustig te lezen en na te gaan wat ze ons probeert te vertellen.
Kortom, het is een erg interessant boek waarin Lodemel Tvist niet bang is voor gênante onderwerpen. Het zet je niet alleen het denken, maar ze weet ook verbanden te leggen. Het is dan ook zeker aan te raden als je van literaire essays houdt, en het fijn vindt om te lezen over verschillende, uiteenlopende onderwerpen die ze op een open, maar kritische en toch logische manier overbrengt. Daarnaast is het zeer geschikt om af en toe even een hoofdstuk te lezen.
Denne essaysamlingen er tidvis svært bra, innimellom langdryg, og noen ganger utilgjengelig eller til og med ekskluderende. Av og til sitter jeg med inntrykket av at forfatteren poserer, andre ganger at hun har et intellekt som får meg som leser til å føle meg som en litt for enkel sjel. Kanskje jeg egentlig bare er en hårsår leser som føler meg litt dum? Men at jeg ikke henger med på alt kan vel ikke brukes mot den eller forfatteren Ida Lødemel Tvedt.