Voor dit overzicht van de moderne kunstfilosofie koos de auteur, docent aan de Gentse Academie voor Beeldende Kunst, veertien filosofen die zich systematisch op kunst bezonnen en zo het denken en spreken hierover fundeerden en richting gaven. Door antwoorden te zoeken op de vraag wat het specifieke van (vooral beeldende) kunst is en wat haar uitwerking is op de beschouwer verhelderden zij (zie de titel) het begrip kunst. Te beginnen met Kant loopt het kunstdebat via de filosofen van het idealisme en de Romantiek en Nietzsche en Heidergger tot fascinerende denkers als Benjamen, Bataille, Adorno, Lacan en Derrida. De esthetica verschijnt hier als levensfilosofie: in de kunst ziet zij de waarheid aan het werk. Daarmee reikt ze naar vragen omtrent de mens: zijn zintuiglijkheid en geest, zijn natuur en vrijheid. Over zulke betrekkelijk ingewikkelde zaken weet de auteur inzichtelijk te schrijven; zijn analyses zijn helder en zijn praktische indeling van de stof verhoogt nog de toegankelijkheid. Door hun uitsplitsing zijn de veertien bibliografieen voorbeeldig. Van belang voor elke op enigszins gevorderd niveau geinteresseerde in filosofie en kunst.