Nog goed te pruimen, die van Doorn, al moet erbij gezegd worden dat ik zijn spottend kakkineuze gekraai door het hele boekje heen hoorde tetteren. Komisch, doldwaas, zo vond ik hem ooit, toen ik (jong nog) hem per toeval in de tuin van het toenmalige Parkzicht in Rotterdam zag en hoorde voordragen. Johnny de Selfkicker zag ik op een poster staan. Het zou een relikwie van voordrachtskunst worden. Hoe hij daar stond te oreren, lyrisch, bij het hysterische af: ik vond het fascinerend. Nu nog, toch al wel vijfentwintig jaar later, zie ik hem staan, wild en gedreven, zwaaiend met de armpjes om zijn woorden kracht bij te zetten. In mijn verbeelding dicht ik hem nog wat schuim op de bek toe. Zonder dit alles zou ik dit boekje hebben afgedaan als net iets meer dan studentikoos gebral. Hoe gedateerd dit boekje inmiddels ook is, ik vond het uitermate vermakelijk en komisch om nu nog te lezen en, zoals gezegd, zijn stem nog uit het graf te horen doorklinken.
Jezus die van Doorn heeft echt wel een manier van de Nederlandse taal gebruiken die je niet vaak terug ziet komen bij andere Nederlandse schrijvers. De minst boeiende dingen klinken als muziek in zijn schrijfstijl
(gelezen in de bundel 'Hou Contact') Herlezen. Ik hoor hem in mijn hoofd oreren. Gedateerd ja maar met een griepje onder de leden een weldaad om te lezen