In Aleppo worden gevechten stilgelegd om dierentuindieren een vrijgeleide te geven naar Turkije. In de Golf worden duizenden paarden wanneer het te warm voor ze wordt eersteklas naar een minder warm land gevlogen. Dieren uit een dierentuin in de Gazastrook worden geevacueerd vanwege de erbarmelijke omstandigheden waarin ze leven, terwijl de grens voor mensen hermetisch is afgesloten. En hoe kan het dat vogels worden verdacht van spionage en in de gevangenis hun lot moeten afwachten?
In Paarden vliegen businessclass trekt Olaf Koens langs de rafelranden van het Midden-Oosten - van de stoffige straten van Gaza tot de blinkende woestijn van Qatar, van het kalme Turkse platteland tot de slagvelden van Syrie en Irak. Hij stuit op ontroerende en soms ronduit lachwekkende verhalen waardoor de indruk wordt gewekt dat men meer om dieren dan om mensen geeft. In ieder geval legt het lot van de dieren op een pijnlijke manier de ellende, de hoop en de vrees van de hele regio bloot.
Paarden vliegen businessclass is een tragische en hilarische zoektocht naar de relatie tussen mens en dier in het Midden-Oosten.
Olaf Koens is a journalist based in Moscow. He was born in France, lived over 18 years in the Netherlands, moved to Belgium in 2005 and is living and working in Moscow since 2007.
"Paarden vliegen businessclass" is zo'n non-fictieboek waarop ik me verheug, maar dat dan toch na een paar gelezen pagina's maandenlang onaangeroerd in het vagevuur van mijn nachtkastje blijft liggen wegens een gebrek aan urgentie. En eigenlijk is dat zonde, constateer ik nu ik de stoflaag er afgeblazen heb (strakke actie, hele bed vol stof. Goed bezig Evan).
Het boek is namelijk een mooie verzameling schetsen. Schetsen van situaties in de heksenketel die het Midden-Oosten is, waarbij heldhaftige mensen zich inzetten om dieren te redden. Dieren, of ze nu in een dierentuin in Syrië leven waar de collega's hen om de oren vliegen, of uit de lucht geschoten worden omdat ze als spion van een vijandige natie gezien worden, zijn immers per definitie onschuldig.
Koens blijft in het boek mooi balanceren tussen enerzijds de 'feelgood'-kant: tegen de achtergrond van een wereld die naar de klote gaat, toont hij het tomeloze enthousiasme van vrijwilligers die hun leven wagen om dieren een beter en vrijer leven te geven. En anderzijds is er ook, soms impliciete en dan weer expliciete ondertoon: hoe kan het dat er zoveel tijd en geld in het redden van dieren gestopt wordt, in gebieden waar mensen ook moeten knokken voor hun leven? Of zoals Koens zelf mijmert, op een bankje in een kinderboerderij waar getraumatiseerde dieren vertroeteld worden:
"Dat er dieren uit oorlogsgebieden worden gered terwijl er mensen sterven is misschien moeilijk te verkroppen, maar ik begrijp het. Zeker als je daarmee een punt wil maken, als je iets wil veranderen. En al helemaal als je daarmee bewijst dat het anders kan. Maar dat dieren belangrijker zijn dan mensen, dat je geen kippen achter gaas, maar wel mensen achter een hek kunt tolereren, nee, dat begrijp ik met de beste wil van de wereld niet."
De reportages zijn soms hiliarisch, zeker als het over dieren gaat die gevangen genomen worden omdat ze als spion gezien worden - vogels zoals een adelaar of ooievaar of een ontsnapte dolfijn die uiteindelijk door een bazooka om het leven komt. Maar hilarisch is in dit verband natuurlijk tegelijkertijd schrijnend - het is lachen en tegelijkertijd stilletjes huilen om de waanzin van de mens. Wat we eigenlijk sinds Trump president van de VS werd elke dag doen.
Koens biedt daarnaast een kijkje in het leven van de mensen die zich bezighouden met dieren. Met het redden van de dieren, zoals de onvermoeibare Egyptische dierenarts Amir Khalil van Four Paws. De opvang van wilde dieren, zoals in het Felida Big Cat Center in Nijeberkoop. Met het vervoeren van dieren, zoals het Limburgse echtpaar Peters, dat het hele jaar door raspaarden over de hele wereld vervoerd voor puissant rijke oliebaronnen. Of het kweken ervan, zoals het Brabantse echtpaar Van Lanen dat op hun boerderij roofvogels kweekt die gretig aftrek vinden in de Arabische wereld. Door de verhalen van deze, veelal Nederlandse mensen te verweven met de hachelijke avonturen in het Midden-Oosten (kamelenracen uit prestige, medische onderzoeken op varkens in een kibboetsj, het kan niet op), wordt het absurde binnen het denkbare getrokken. Het zet je aan het denken, over verschillen tussen mens en dier, over verschillen tussen hier en daar. Over overeenkomsten.
Vooral de kennismaking met dierenarts Khalil zet je aan het denken. Een energieke, bijtijds tirannieke man met alcohol- en slaapproblemen die zijn hele leven wijdt aan het redden van dieren uit oorlogsgebieden. Gevraagd naar zijn beweegredenen, zegt hij: "Ik wil mensen hoop geven. Vroeger leefde de mens in harmonie met dieren. We zijn de weg kwijt, als mensheid. We zijn de connectie met dieren kwijt, daarom worden mensen zo slecht behandeld. En ik geloof dat ik met kleine dingen toch iets kan veranderen. Ik zie het gebeuren. Als ik in Gaza aankom herkennen de kinderen me. De dierendoktor is terug! Na een missie krijg ik altijd berichten en foto’s, soms honderden tegelijk. Mensen die een kat hebben met een gebroken pootje, mensen die zich afvragen wat ze met straathonden moeten doen. Ik doe het voor de dieren, maar natuurlijk vooral voor de mensen."
En: "De leeuw die wij redden krijgt twaalfhonderd hectare tot zijn beschikking, een heel reservaat. We vliegen ze naar de andere kant van de wereld. Als het met dieren kan, kan het ook met mensen. Dat wil ik laten zien."
Dus niks lichte non-fictie. Denk je te kunnen gaan lachen om spionerende ooievaars, krijg je in één keer een spiegel op de zinloze wreedheid van de medemens voorgeschoteld. Is dat dan de reden dat die boek blijft steken op drie sterren, in het drijfzand van de middelmatigheid? Nee, de reden daarvoor is nog kleinzieliger.
Ik was het vergeten, omdat ik het boek zolang had weggelegd, maar ik heb Olaf Koens ooit op televisie gezien. En ik vond het toen een onuitstaanbare snotneus. Dat zou hem niet moeten verhinderen om een goed boek te schrijven, maar een paar passages wakkerden mijn antipathie dusdanig aan dat het mij hinderde in het lezen van het boek. Het gaat om deze passages:
"Ik kom hier vandaan. Ik ken de sloten, de kleigrond, de mensen, de paardenboerderijen, de kleine weggetjes. Mijn hele jeugd heeft zich in Friesland afgespeeld. Toen ik eindelijk kon gaan studeren heb ik gezworen er nooit terug te komen, en nu sta ik toch weer hier."
En:
"Ivo van Lanen is een lange man, bijna net zo lang als ik."
Het zijn uitspraken die je een 17-jarige puber nog best kunt vergeven. Het is de bravoure die voortkomt uit het onzekere puberbrein. Het overschreeuwen van een diep besef van onvolkomenheid, door je af te zetten tegen je afkomst of jezelf op de borst te slaan. Freud draait zich gapend om in zijn graf. Maar Koens was 35 toen hij dit schreef en inmiddels zelf vader. Hij toont in het boek aan een prima journalist te zijn, maar als een ego op deze manier opspeelt, begin je toch als vanzelf te twijfelen aan zijn oordeelkundig vermogen.
Iets anders waaraan ik mij stoorde, was de wijze waarop Koens zijn verhalen opbouwt, onnodig gefragmenteerd of met flashbacks, wellicht om geforceerd meer dynamiek te creëren, soms nog verwarrender gemaakt met typografische markeringen waarvan je denkt: wat betekent dit? Het einde van een verhaal? Een hoofdstuk binnen een verhaal? Een gedachte?
Tussen Koens en mij zal het nooit wat worden. Maar als ik dan toch, aangemoedigd door de wandaden van mijn medemens die hij in de marges van dit boek benoemd, een verzoenoffer mag doen, dan ben ik graag bereid om iedereen aan te raden Paarden vliegen businessclass te lezen en er met de kat of hond op schoot, nog eens rustig over na te mijmeren.
‘Hoe meer je van mensen weet, hoe meer je van dieren gaat houden’
Olaf Koens is journalist en correspondent voor RTL-nieuws voor het Midden-Oosten. Deze herfst publiceerde hij zijn derde boek, de verhalenbundel Paarden vliegen businessclass. In deze bundel schetst hij in dertien verhalen een wereld waar wij, lezers in het vrije westen, weinig idee van hebben. Met een lichte, luchtige stijl schrijft Koens over zijn ervaringen met mensen en dieren in het Midden Oosten.
In Torenvalk wordt de torenvalk met een GPS tracker in Turkije gesignaleerd en gezien als een spion. De torenvalk wordt gevangen gezet in een politiecel. Koens praat met ornithologen en zoekt uit waarom de valk een tracker heeft. Net als de ooievaar uit Hongarije in het verhaal De ooievaar, die een lange weg gevolgd wordt tot hij ergens in Egypte strandt en de tracker wordt teruggestuurd. Het is belangrijk om te weten hoe en waarlangs vogels trekken. “De schade aan vliegtuigen is met 76 procent afgenomen sinds de Israëlische luchtmacht de routes van de vogeltrek precies kent. We sparen de levens van piloten, en van vogels natuurlijk.”
Enerzijds een opsomming van vermakelijke en verdrietige anekdotes, anderzijds een mooie bespiegeling op de wreedheid van de mens. Er zat wat mij betreft iets te veel 'saus' op van de auteur om 4 sterren te kunnen geven
Een erg interessant boek. Ik heb het gevoel dat ik veel geleerd heb van dit boek, en niet alleen over dieren, maar ook over de landen waar over geschreven wordt. De verhalen waren uniek en interessant, al moet ik wel zeggen dat de vele achtergrondinformatie en details me soms begonnen te vervelen, en ik de neiging moest onderdrukken om stukken over te slaan. Daarom deed ik ook langer over dit boek dan ik normaal gesproken over boeken van deze lengte doe. Ik vond de schrijfstijl wel fijn. Het was goed te volgen, en ik heb ook het gevoel dat de schrijver redelijk objectief/neutraal schreef, op een manier dat je als lezer zelf je mening kunt vormen zonder dat de schrijver dat al voor je doet. Ik denk dat mijn favoriete verhaal dat van de zebra-ezel of de beloega was.
Wat kan Olaf Koens toch fijn schrijven. Het blijft bizar dat mensen over de hele wereld enorm goed voor bepaalde, zogenaamd bijzondere, dieren zorgen, terwijl andere dieren creperen en worden opgegeten. Hetzelfde geldt trouwens ook voor onschuldige mensen in een oorlogsgebieden, zoals Olaf ook treffend beschrijft. Blijkbaar zijn deze mensen minder waard dan een fancy racepaard. Absurd.
"Mensen blijven mensen, ook in oorlog. Ook al schieten ze elkaar af, er is toch nog iets waar ze zich menselijk bij kunnen voelen. Zelfs de meest gewelddadige rebellen hebben affectie voor dieren" (Paarden vliegen businessclass, p. 105).
Het is vreselijk bizar om te lezen. Het is goed geschreven en leest lekker weg. Maar de werelden waarin Olaf Koens zich begeeft zijn echt surrealistisch. Zeker wanneer ik het lees met een poes op schoot en een potje thee naast me.
Lessen in dierenrechten, de samenleving, en hypocrisie. Interessante insights, een vreemd en bedenkelijk recept, en een ander perspectief op bepaalde wereldmechanismes. Aanrader.
Uniek boek, heerlijk om te lezen, terwijl het ondertussen over vreselijke dingen gaat. Je leert veel over dieren, je leert veel over de situatie in het Midden Oosten, je leert veel over wat goede onderzoeksjournalistiek is. Ondertussen lach je je een breuk over hoe mensen kunnen denken dat vogels spionnen zijn (dat is de running gag in het boek) en werd ik woedend van hoe ontstellend rijke mensen in oliestaatjes hun geld alleen maar aan zichzelf weten uit te geven. Olaf Koens heeft vakwerk geleverd met dit boek.
Olaf Koens neemt je mee naar dieren in het Midden-Oosten. Aan de hand van de verhalen van Sayeeda, Aydin, Lula en anderen krijg je een inzicht over dieren.
Het boek heeft een rode draad die door de hoofdstukken tot elkaar wordt geknoopt maar de verschillende verhalen zijn ook los te lezen.
Dit boek is geschreven als een verzameling anekdotes waarbij het mij niet duidelijk word of de schrijver probeert een punt te maken of awareness te creëren of een ander doel. Daarnaast is zijn schrijfstijl soms telegram achtig, wat het niet altijd even lekker leesbaar maakt. Alsnog interessant om te lezen, die soort verhalen zie je nauwelijks terug in de media dus dit boek gaf een leuk kijkje in de wondere wereld van mens en dier conflicten in het midden oosten
Definitely pretty interesting, the writing voice was just a bit dull to me and not all of the situations regarding animals presented were equally interesting.