Judith Herzberg debuteerde in 1964 met de dichtbundel Zeepost. Daarna volgden vele andere bundels waaronder Beemdgras, Strijklicht, 27 liefdesliedjes, Wat zij wilde schilderen, Zoals, Soms vaak, Liever Brieven en 111 Hopla's. De bloemlezing Doen en laten behoorde in 1994 tot de honderd beste boeken. Behalve poëzie schrijft Herzberg ook toneelstukken en scenario's. Eerder ontving zij de P.C. Hooftprijs voor haar gehele oeuvre. Herzberg is erelid van de Nederlandse Maatschappij voor Letterkunde. In 2018 ontving zij de Prijs der Nederlandse Letteren. In het juryrapport stond: "Herzbergs poëzie is hartverscheurend eenvoudig en juist daardoor complex. Haar precieze observaties uit het dagelijks leven leggen iets essentieels van het menselijk verkeer bloot. Haar werk kan zich meten met dat van Nobelprijswinnares Wislawa Szymborska. Haar toon is altijd natuurlijk, zo natuurlijk dat die alleen maar het gevolg kan zijn van een enorme beheersing van taal en vorm, van techniek. Die beheersing blijkt ook uit de manier waarop ze klank gebruikt. Haar taal nadert de muziek.'
Judith Herzberg debuteerde in 1961 met haar eerste gedichten in Vrij Nederland. In 1963 verscheen haar eerste bundel, Zeepost. Hierna volgden onder meer Beemdgras (1968), Strijklicht (1971) en Zoals (1992).
Vanaf het begin van de jaren zeventig volgden toneel- en tv-stukken, filmscripts en teksten voor musicals. Herzberg schreef onder andere het scenario voor Charlotte, een film van Frans Weisz over het leven van de in Auschwitz vermoorde schilderes Charlotte Salomon.
Er bestaat veel waardering voor de poëzie van Herzberg. De bloemlezing Doen en Laten (Rainbow Pocketboeken) behoorde in 1994 tot de honderd beste boeken.
Haar gedichten zijn onder meer in het Duits, Turks en Engels vertaald. In 1988 verscheen bij Oberlin College Press een keuze uit haar poëzie in vertaling onder de titel But what: Selected Poems.
Op verzoek van Poetry International schreef Herzberg voor de Landelijke Gedichtendag 2001 de gedichtendagbundel Staalkaart.
Deze recensie werd eerder gepubliceerd op mijn blog GraagGelezen.
In 'Vormen van gekte' neemt Judith Herzberg ons opnieuw mee op een poëtische reis door de complexiteit van het menselijk bestaan. Haar gedichten zijn als scherpe bliksemschichten die de diepste krochten van onze ziel verlichten.
Herzberg speelt met taal als een virtuoos met een instrument. Ze hanteert zowel eenvoudige als complexe woorden, die samen een meesterlijk geheel vormen. Haar zinnen zijn vaak kort en krachtig, waardoor de lezer even stilstaat bij de betekenis van elk woord. De metaforen die ze gebruikt zijn origineel en treffend, en roepen vaak sterke beelden op.
Een toen dat we toen heden noemden
Al zoekend naar een ander woord voor massamoord niet in een woordenboek maar in de lob of kwab of welk bewezen beeld voor wat toen nog herinneren mocht heten flitste pardoes
flitste pardoes taal uit een toen van toen dat toen onwetend nog, we net als dat nu nog doen onwetend, heden noemden –
de flitspuit op.
De thema's die in deze bundel aan bod komen zijn universeel: liefde, verlies, ouder worden, de zoektocht naar betekenis. Herzberg benadert deze thema's vanuit een zeer persoonlijke hoek, waardoor haar gedichten een ontroerende eerlijkheid uitstralen. Haar poëzie is niet alleen mooi, maar ook ontwapenend kwetsbaar.
Wens
Voor één de enige te zijn is dat te veel dan wel de eerste in de rij van wachtenden.
En als je niet eens wachtend bent dan liefst de laatste die ze gaan vergeten.
'Vormen van gekte' is een bundel die je meerdere keren kunt lezen en die elke keer weer nieuwe inzichten biedt. Het is een gedichtenbundel die je aan het denken zet over jezelf en over de wereld om je heen.