In drie faxen aan haar scenarioleraar en redder beschrijft hoofdpersoon Cilia met treffende ironie en compromisloze eerlijkheid de moeizame zoektocht naar zichzelf.
Nicolien Mizee (1965) is schrijver en schrijfdocent. In NRC Handelsblad schreef ze een veelgelezen column over haar ervaringen als docent. Haar roman Toen kwam moeder met een mes (2003) werd genomineerd voor de Libris Literatuurprijs en ook haar laatste roman De halfbroer (2015) werd zeer goed ontvangen door de pers. De kennismaking. Faxen aan Ger (2017), de eerste bundeling van de faxen aan Ger en De porseleinkast (2018), de tweede bundeling van de faxen aan Ger, werden zeer goed ontvangen door de pers. In 2019 verscheen bij Nijgh & Van Ditmar de roman Moord op de moestuin, dat inmiddels al vele malen herdrukt is.
Leuk (wat ouder) boekje van Mizee, dat bestaat uit een paar faxen aan haar muze/leraar scenarioschrijver, die maar niet antwoordt. Ze schrijft goed, de taal bedoel ik, de inhoud begint na verloop van tijd te vervelen omdat ze erin slaagt oppervlakkig te blijven: ik wil een uitkering omdat ik niet wil werken en dat dan ook niet kan, that 's it: zo stellig als ze zegt dat ze als ze moet werken steeds wegloopt, zo onduidelijk blijft waarom. In de laatste fax komt er eindelijk wel wat context die enigszins begrijpelijk maakt waardoor ze zich nooit verder heeft kunnen ontwikkelen dan tot drammerige peuter (peuterpuberteit) waar ze eea schrijft over haar idiote en regelrecht krankzinnige ouders en familie. Een even slimme als schaamteloze peuter. In relatie tot de leraar, Ger Beukenkamp geloof ik, heeft ze zich later wel wat kunnen ontwikkelen en heeft ze ook een roman weten te produceren (moord in de moestuin of zoiets), iets groters dan de zich soms wat herhalende (maar zeker vermakelijke) fragmenten waaruit dit boek bestaat.
De drie sterren zijn mijn eigen schuld. Dit boek dien je absoluut te lezen VOOR je de faxen leest. Je kent alle verhalen al, je weet wat de echte namen zouden moeten zijn, je kent de totstandkoming (uitgebreid besproken in 'allesverpletterende') van dit boek.
Ik heb er een favoriete auteur bij. Nicolien Mizee vertelt hilarisch over haar pogingen om chocola te maken van deze wereld. Ik herkende veel van haar hersenspinsels, waarbij ik me realiseerde dat ik misschien wel even bijzonder (lees: raar) ben als de auteur, maar dat ik dus ook niet de enige ben die zo bijzonder (lees: raar) is.
Gelezen tegelijk met deel 3 van de faxenreeks. Daar zit heel wat overlap in, dus soms wat verwarrend, maar vooral duidelijk hoe dit boek al een voorbode is van de fijne faxenreeks.
Geweldige debuutroman! Wat zou het fijn zijn om weer te kunnen faxen. Geen whatsappjes waar je binnen 1 min antwoord op krijgt....
Cilia, de protagoniste, zegt gewoon waar het op staat. Zonder omwegen en met een hoop droge humor. In ‘Voor God en de sociale dienst’ lees je hoe ze probeert haar hoofd boven water te houden tussen instanties, regels en mensen die denken het beter te weten. Je lacht, je fronst, en soms denk je gewoon: ja, zo is het leven soms.
Ik had al vijf faxenboeken gelezen en dan lijkt deze een beetje tegen te vallen. Maar dat is natuurlijk niet zo… ook hier de eerlijkheid van de schrijfster, gedachten die blijven boeien. Alleen… de faxen aan Ger zijn zo verslavend!
Cilia kan niet werken en is idolaat van haar docent scenarioschrijven Sam. Veel droogkomische scenes over het wel en wee van Cilia, opgetekend in drie faxen aan Sam.
Wat citaten:
De ondergang zette in met een werkstuk over ‘De Dreigeteilte Bibliothek in Gütersloh’, een onderwerp dat overgebleven was omdat niemand anders het wilde.
Op de een of andere manier ontgaat mij het verband tussen de verlossing en een fulltime baan, en dat maakt mij tot een hinderlijke spelbreker. Men wil gezellig praten over verbouwingen en wintersportvakanties, en niet over huursubsidie en armoedetoeslagen. Wat heel goed is, want al die onzin houdt de economie draaiende en daardoor kunnen ze de belasting betalen waarvan mijn uitkering gefinancierd wordt.
Wat is een genuanceerd oordeel in hemelsnaam? Weet jij het? Een slap aftreksel van alle gangbare meningen van het moment?
Het voordeel van lesbisch stijldansen was dat ik, zelfs als het lesbische tegen zou vallen, in elk geval zou leren dansen.
‘Geld is de buitenste kring,’ zei Harry. ‘Dan ben je nog groen. Ik ben nu in mijn blauwe fase.’ Ja, ik citeer uit het hoofd. Het kan ook andersom geweest zijn.
Wat ik met normaal bedoel? Elke dag op tijd opstaan! Dat soort schoenen aantrekken!’ En ik wees naar zijn keurig in bruin leder geschoeide voeten die onder het bureau uitstaken. ‘De hele dag achter zo’n bureau zitten! Trouwen! Kinderen krijgen! Met z’n allen naar de stacaravan!
Wat hadden ze me op m’n kop gezeten, de gevoelslui! En wat was ik ermee opgeschoten? Niks. En maar zoeken naar iets wat de sleutel zou moeten vormen tot de doorgang naar de rest van de mensheid. Waarom eigenlijk? Wat moest ik eigenlijk met die mensen? Zo leuk waren ze niet.
En maar zoeken, zoeken, in eindeloze honger en hunkering, naar die ‘bewustwording’, alsof die als een paasei in de struiken lag.
‘Vind jij mij eigenlijk aardig?’ vroeg ik laatst aan Louise. Ze nam me nauwkeurig op. ‘Nee,’ zei ze. ‘Je bent alles wat ik zoek, en nog mooi bovendien, maar aardig, nee, aardig ben je niet.’
Ik vind het jammer hoor, want ik ben dol op aardige mensen, maar ik ben het gewoon niet en ik zal het niet worden ook.
Hij heeft zijn leven lang aan de lopende band in een melkfabriek gestaan. In zijn vrije tijd vertaalde hij de bijbel uit het Grieks.
De hele begrafenis heeft me bijzonder opgevrolijkt.
In vier faxen bericht Celia aan haar docent scenarioschrijven haar positie in het leven en in de constellatie van vrienden, familieleden, doktoren, sociale-dienstmedewerkers, enzovoort. Dat zijn associatieve uiteenzettingen over van alles en nog wat, afhankelijk van wat Celia zoal beleeft, wat veel en verwarrend is. Dat het om faxen gaat, drong maar moeilijk tot me door, en ik begrijp de functie ervan ook niet goed. Haar docent, de geadresseerde, geeft geen antwoord maar komt in levenden lijve opdraven, waarbij hij wat tegenvalt. De derde fax beantwoordt hij wel, zo blikt uit de vierde. Of het tot een oplossing leidt, is onduidelijk. Maar eigenlijk is het ook onduidelijk wat het probleem is. Mizee/Celia heeft een laconieke stijl die de benodigde afstand schept en af en toe tot hilarische beschrijvingen leidt, vooral als het over haar familie gaat.
Mijn eerste Mizee, alles behalve miserie maar een prachtig boek over zelfkennis, vooral over wat het zelf niet is. Op sommige punten hilarisch maar ook wijs, eigenwijs in dit geval. Als je maar blijft zoeken vind je onderweg ongetwijfeld van alles waar je iets mee kunt. Als je duidelijk bent over wat je vindt maar zeker over wat je niets vindt kom je sneller terecht in interessante situaties. Zelfbewust dicht bij jezelf blijven, daar heb je na het lezen van dit boek geen zelfhulpboek meer bij nodig. Ik ga van deze Mizee zeker nog meer lezen, als ze tenminste blijft schrijven, wat gezien dit boek helemaal niet zeker is. Het zou eens werk kunnen worden.
Niet voor mij, vooral door de hooghartigheid van de verteller: ik ben wijs en doorzie het allemaal, de rest is dom en snapt het niet. Dat kán werken in een boek, maar hier leidt het er, bij mij tenminste, alleen toe dat je een afkeer krijgt van de verteller, haar sores je niet meer interesseren en je af en toe hard naar het boek schreeuwt: houd toch eens op met dat gezeik, mens!
Verontrustend en hilarisch boek van een vrouw die nergens thuis/ bij hoort en al haar gedachten deelt via de faxen die ze naar haar scenario schrijf- leraar stuurt, welke ze aanbiedt om bepaalde reden
ZO intrigerend! Ik wil alle gedachtespinsels van Cilia lezen.
Ik had deze titel een tijd gelezen gezien en toen pakte het mijn aandacht enorm. Toen heb ik het boek enorm opgehyped in m'n hoofd en toen kreeg ik hem onverwacht voor kerst van m'n broer. Het heeft niet teleurgesteld!!