Jump to ratings and reviews
Rate this book

Filosofen van deze tijd

Rate this book
De belangstelling voor filosofie groeit nog altijd - en daarmee de behoefte aan een heldere inleiding. Nu bestaan er volop introducties tot de wijsbegeerte, maar merkwaardig genoeg nauwelijks voor het hedendaags denken. Filosofen van deze tijd behandelt de vijfentwintig belangrijkste denkers van de laatste halve eeuw. Een keur van specialisten presenteert de nieuwste canon in de filosofie, zoals die zich het afgelopen decennium heeft gevormd.

Filosofen van deze tijd is niet louter een geschiedenis van de recente ontwikkelingen - het schetst meteen het filosofische landschap voor de eenentwintigste eeuw. Dit boek behandelt het denken van onder andere Heidegger, Wittgenstein, Popper, Arendt, Foucault, Derrida, Dennett, Kristeva en Nussbaum. Het is een inleiding op de moderne filosofie, onmisbaar voor studenten aan universiteiten en hogescholen , maar ook een verrassende kennismaking voor een breed publiek. Deze editie is geheel geactualiseerd.

Maarten Doorman is filosoof en essayist. Van hem verschenen op filosofisch gebied Steeds mooier en de bloemlezing Denkers in de ring (met Willem Visser).
Heleen Pott doceert wijsbegeerte in Maastricht en is hoogleraar cultuurfilosofie in Rotterdam.

541 pages, Hardcover

First published January 1, 2004

Loading...
Loading...

About the author

Maarten Doorman

39 books5 followers
Maarten Doorman is filosoof, ideeënhistoricus en schrijver. Hij is bijzonder hoogleraar Historische cultuur van Duitsland: filosofie, kunst en literatuur. De leerstoel is vanwege het Duitsland Instituut Amsterdam gevestigd aan de Faculteit Geesteswetenschappen van de Vrije Universiteit Amsterdam. Verder is Doorman als filosoof verbonden aan de Faculty of Arts and Social Sciences van Maastricht University en doceert hij aan het University College Maastricht.

Hij was van 2000 tot 2004 bijzonder hoogleraar Literaire Kritiek aan de Faculteit Letteren van de VU en van 2004 tot 2014 bijzonder hoogleraar Journalistieke Kritiek van Kunst en Cultuur bij Mediastudies aan de Universiteit van Amsterdam. Verder is hij medewerker van de Volkskrant en De Groene Amsterdammer.

Recente boeken van Doorman zijn Dichtbij en ver weg (2018), De navel van Daphne. Over kunst en engagement (2016), Rousseau en ik. Over de erfzonde van de authenticiteit (2012), Paralipomena. Opstellen over kunst, filosofie en literatuur (2007) enDe romantische orde (2004).

Ratings & Reviews

What do you think?
Rate this book

Friends & Following

Create a free account to discover what your friends think of this book!

Community Reviews

5 stars
8 (14%)
4 stars
25 (45%)
3 stars
16 (29%)
2 stars
4 (7%)
1 star
2 (3%)
Displaying 1 - 6 of 6 reviews
Profile Image for Chris.
89 reviews1 follower
December 26, 2020
Na ongeveer de helft ben ik gestopt. Het was te moeilijk geschreven. Nochtans was het doelpubliek ook 'leken'. Daar hoor ik dus duidelijk niet bij. Sommige stukken waren wel goed geschreven, maar andere schrijvers toonden echt wel wat ze in hun mars hadden. Of is filosofie echt zo moeilijk?
Profile Image for Geert.
75 reviews1 follower
January 24, 2026
Heraclites (540-480)
* Alles stroomt en niets blijft
* Alle ontwikkeling vindt plaats in polair spel van tegengestelde krachten
* Oorlog is de vader van alle dingen
* Vanwege zijn zware gemoed ook wel de huilende filosoof genoemd.

Sofisten (63 en 5e eeuw voor Christus)
* Dwarsdenkers (Protagoras, Gorgias)
* Er bestaat geen absolute waarheid (“de mens is de maat van alle dingen”)
* Voor het eerst aandacht voor de mens, denken en ethiek, ipv de natuur

Socrates (470-399)
* Bijnaam: de horzel van Athene
* Zette zich af tegen de sofisten.
* Ging uit van een objectieve waarheid, maar zegt niet die te kunnen kennen.

Plato (427-347)
* Ideeen-wereld: waarheid is alleen te kennen door de geest, door te denken.
* De werkelijke aard noemt hij de vorm vh ding.
* Werd door kapers van een schip waar hij op zat tot slaaf gemaakt. Hij wilde de vriend die hem vrijkocht terugbetalen maar die weigerde. Met het geld stichtte hij de Academie (387), genoemd naar Hecademos op wiens terrein de school is gebouwd. Vrije toegang voor iedereen. Geen leraren en leerlingen; alleen senior en junior sprekers.
* Kritisch over het opschrijven van kennis; hechtte veel waarde aan gesproken woord. Ware filosofie vindt plaats in dialoog.
* Voor Plato zijn mannen en vrouwen gelijk (ging daarmee in tegen de heersende opvatting).

Aristoteles (384-322)
* Stichtte zijn eigen school: het Lyceum.
* Was korte tijd leraar van Alexander de Grote (die Griekenland kort na Plato's overlijden veroverde).
* Kennis begint bij waarneming.

Baruch Spinoza (1632-1677)
* 200 jaar verboden geweest in Europa
* Er is slechts één substantie: God = natuur
* Mens is zelf onderdeel van de natuur. De mens is niet vrij. Handelen wordt bepaald door dezelfde wetten die de natuur beheersen.
* Veel vertrouwen in de rede als corrigerende factor op menselijk falen.

Immanuel Kant (1724-1804)
* elke ervaring = menselijke ervaring; we kunnen niet naar een bloem kijken los van onze eigen beleving.
* Kant dacht wel dat we allemaal dezelfde filters hebben, en net als Rousseau dacht hij dat je kennis kunt vergaren door je eigen denken te analyseren.
* Categorisch imperatief: doe alsof de norm die je volgt voor iedereen zou gelden.

Hegel (1770-1831)
* Het existentialisme zet zich tegen hem af; volgens hen in zijn filosofie te ver van de mens af komen te staan.
* Piek vh centraal stellen van het intellect, rationaliteit en de wetenschap, sinds Plato inteleect had gescheiden vd rest vd mens.
* De wereld is een grote reis naar de perfecte eenheid met de Welt Geist. Hij noemde Napoleon Die Weltseele zu Pferde.
* Dialectisch systeem: these - antithese - synthese.
* Alle mensen zijn slechts onderdeel van groter proces om wereldorde te bereiken.

Nietszche (1844-1900; Beieren)
* Er is geen waarheid zoals Kant veronderstelt. Dat is een bedenksel van de Grieken om te kunnen overheersen. Claims op de waarheid zijn eigenlijk claims op macht.
* Filosofie moet niet alleen over ideeën gaan, maar ook hoe mensen werkelijk leven.
* Heeft op jonge leeftijd afstand gedaan van zijn Pruisische burgerschap en is de rest van zijn leven statenloos gebleven.
* Verbrak zijn band met Wagner uit ergernis over diens nationalisme en anti-semitisme.
* Geloofde sterk in het volledig benutten vh potentieel van individuen. Had een hekel aan kuddegedrag.
* Er is maar één Christen en die is aan het kruis gestorven.
* Alles herhaalt zich (Also sprach Zarathustra)

Søren Kierkegaard (1813-1855; Kopenhagen)
* al vóór Nietzsche zei Kierkegaard dat de waarheid subjectief is. Dat het feit dat wij niet tijdloos zijn, betekent dat we nooit iets kunnen bevatten dat wel tijdloos is.
* Stichter vh existentialisme. Voorloper vh postmodernisme.
* De waarheid is subjectiviteit. Een geliefde is niet iemand die veel gelezen heeft over liefde. Het is iemand die lief heeft.
* Toen God zei dat Adam niet van de verboden vrucht mocht eten, realiseerde hij dat hij het kon doen, en ook ging doen. De oerzonde is de angst voor de keuzevrijheid.
Het niets doordrenkt het bestaan. De vaagheid en ongrijpbaarheid ervan blijkt uit de mogelijkheid vd dood op ieder moment.

Arthur Schopenhauer (1788-1860)
* Er bestaat geen vooruitgang
* Eenzaamheid is een onontkoombaar lot van de mens; op het eind is ieder alleen met zichzelf.
* De slaap is een stukje dood dat wij als voorschot nemen.
* Muziek, kunst en natuur vormen een tijdelijke uitweg uit het tranendal.
* Geluk is simpelweg vermindering van lijden; een negatieve kwaliteit.

Fyodor Dostoyevsky (1821-1881)
* Eén vd eerste die zag dat technologische vooruitgang ook tot catastrofes kan leiden.
* De mens is geen logisch, rationeel wezen. De mens wil bovenal een vrije keuze, waar die ook toe mag leiden.
* Nietzsche was zeer geïnspireerd door Dostoyevski. Had bij toeval een exemplaar van Stemmen uit het ondergrondse in een boekenwinkel gevonden en was meteen verkocht.

Martin Heidegger (1889-1976; Duitsland)
* Had een “hut” in Todtnauberg (Schwartzwald)
* 1) Dasein: Heideggers term voor de mens. Mens kan zich vragen stellen over eigen bestaan. Geen rationeel dier, maar wezen dat zich bewust is van eigen Zijn en daarmee worstelt.
* 2) Geworpenheid: we worden geworpen in een wereld waar we niet voor gekozen hebben (tijd, cultuur, lichaam). Dasein altijd bezig met de toekomst (Sorge).
* 3) Authentiek bestaan: eigen sterfelijkheid onder ogen zien. Als je je leven niet laat bepalen door “men”, door de massa.
* 4) Zin vh Zijn = tijdelijkheid. Zijn is tijd. Alles wat is, is tijdelijk, veranderlijk, vergankelijk.
* Kritiek op technologie: ziet alles als bruikbare voorraad (natuur, mens, tijd). We laten de wereld niet zijn; reduceren alles tot middelen. Beter: luisteren, openstaan, verwonderen, zoals in de poëzie of de kunst.

Ludwig Wittgenstein (1889 - 1951; joodse familie in Wenen)
* Onderscheid tussen zinvol en zinloos taalgebruik.
* Maar 1 boek gepubliceerd tijdens zijn leven; geschreven in WOI in het leger + Italiaans krijgsgevangenenkamp
* Beste definitie van complexe begrippen is een rijtje met voorbeelden. Vergelijkbaar met familiegelijkenissen.

Hans-Georg Gadamer (1900-2002; Duitsland)
* Vader Hermeneutiek: interpretatie verandert ook de betekenis van de bron. Begrip is altijd voorlopig. Verhalen kunnen helpen.

Karl Popper (1902-1994; Oostenrijks-Brits)
* Objectiviteit in de wetenschap gaat niet over verificatie, maar falsificatie; niet-aflatende pogingen om theorieën bloot te stellen aan pogingen ze stuk te laten lopen op de werkelijkheid.

Jean-Paul Sartre (1905-1980)
* Existentialisme: de mens is radicaal vrij en volledig verantwoordelijk voor zijn keuzes, omdat er geen god of vooraf bepaalde essentie is die zijn bestaan richting geeft. De mens bestaat eerst (existentie) en bepaalt daarna pas wie ze zijn door keuzes en daden.
* De vrijheid is beangstigend (existentiële angst) omdat we zonder excuses zelf moeten kiezen.
* Wie zijn vrijheid ontkent, leeft te kwader trouw, bv door zich te verschuilen achter sociale rollen of gewoontes.
* Het leven is absurd; heeft geen inherente betekenis; de mens moet zelf zin creëren door zijn keuzes.
* De meeste mensen leven imaginaire levens.
* Spontaan époché: als je bv in een trein zit en de gebouwen lijken te bewegn ipv d trein; dingen voelen vreemd aan. Betekenis van woord en taal ontglipt je. Dingen raken los van hun namen.
* Als je jezelf niet doodt in de ochtend, ben je verantwoordelijk voor alles wat erna komt.
* Kern: geen excuses.

Ferdinand de Saussure (1857-1913; Genève)
* Vader van het Structuralisme: menselijk handelen is alleen te begrijpen in relatie tot het systeem waarin ze plaatsvinden.
* Tekens zijn arbitrair; er is geen natuurlijke connectie tussen dingen en hun namen.
* Studenten hebben zijn theorieën na zijn overlijden opgeschreven.

Emmanuel Levinas (1906-1995; Litouwen)
* Als we een mens aankijken, zien we geen object, maar een kwetsbaar, ongrijpbaar subject.
* Die blik roept op tot verantwoordelijkheid.

Thomas Kuhn (1922-1995)
* Normale wetenschap: binnen het paradigma puzzels oplossen, zonder uitgangspunten vh paradigma zelf ter discussie te stellen.
* Pas wanneer men op de grenzen daarvan stuit, ontstaat revolutionaire wetenschap. Die wordt daarna dan weer normale wetenschap.
* Vanuit is één paradigma is het andere heel moeilijk te bevatten. De één is vaak echter niet beter dan de ander, maar geeft simpelweg andere oplossingen voor andere problemen.

Jean-François Lyotard (1924-1998)
* Niet blijven steken in dualisme van systeem en subject; het gaat om differentie.
* Rechtvaardigheid ligt niet in één bepaald genre, maar in een ontvankelijkheid voor pluraliteit, voor nog ongehoorde uitingen.

Gilles Deleuze (1925-1995; 17e arrondissement)
* Heidegger filosoof van het Zijn, Deleuze van het Worden.
* Beantwoordde geen vragen van studenten; hij vond discussie vorm van terreur die alleen bestaande posities bevestigt en afleidt van de originaliteit van een probleemstelling en de creativiteit van het denkproces.
* Met decentrering van het subject laat Deleuze elk restant van lineariteit in de geschiedenis achter zich.
* Rizoom: het denken is geen hiërarchische boom van kennis, maar een wortel onder de grond.
* Alles is in verandering, in wording, nooit volledig vast te pinnen. Ongrijpbaar, fluïde.

Michel Foucault (1926-1984; Poitiers; gestorven aan AIDS)
* Vernietigende kritiek op de objectiviteit van de wetenschap en op de redelijkheid en zelfstandigheid van de mens
* Er is geen tijdloze algemeenheid van waarheid zoals die sinds Plato centraal staat. Men moet meervoudig denken; rationaliteiten en objectiviteiten in verschillende historische periodes. Pluralisme.
* Dood van de mens
* Macht is overal
* Taal wordt gebruikt om macht uit te oefenen. Zo werd de “seksuele identiteit” (zoals de “homoseksueel”) gecreëerd om die te kunnen beheersen.
* Geschiedenis wordt gevormd door irrationaliteiten en incidenten; het is aan ons die bloot te leggen.
* Hij vindt het Panopticon (waarin gevangenen het gevoel hebben steeds in de gaten te worden gehouden door een centrale observeerder die ze niet kunnen zien) een metafoor voor de samenleving.
* Rituelen zijn compleet arbitrair.

Jacques Derrida (1930-2004; joods gezin uit Algerije)
* Schrift is ondergeschikt aan spraak in de Westerse cultuur. Wordt gezien als afgeleide van spraak en daarmee verder weg van de werkelijkheid. Voor Derrida is schrift net als spraak slechts een spel van onderlinge verschillen, en daarmee niet ondergschikt aan spraak.
* Woorden kunnen verschillende betekenis hebben. Daarom is de betekenis van tekst nooit vast; altijd open voor het spel van tekstualiteit.
* Deconstructie: blootleggen van innerlijke tegenstrijdigheden. Ontmaskeren van "centrums"; die sluiten uit; ze onderdrukken en marginaliseren de Ander. Het leidt tot binaire tegenstellingen die door de centrums gefixeerd worden. Deconstructie decentraliseert en laat zien dat de Ander net zo goed centraal kan staan. Streven is echter neutrale observatie.
* Vormen van centrums komt voort uit angst.
* Teksten ondergraven hun eigen uitgangspunten; lijken duidelijk, maar beter lezen onthult tegenstellingen en onuitgesproken aannames die de boodschap ondermijnen
* Différance: betekent zowel uitstellen als verschillen. Woorden krijgen betekenis door beide. Door de woorden die erop volgen, en door het verschil met andere woorden. Betekenis wordt continu uitgesteld. Geen enkel woord verwijst alleen naar zichzelf. Komt altijd voort uit een spoor ve eerdere configuratie en is in het proces om op te gaan in een toekomstige configuratie, en laat zelf ook weer sporen achter. Er is nooit iets in het hier en nu, alleen sporen van sporen.

Richard Rorty (1931-2007; NY)
* Onze opvattingen zijn het product van tijd en toeval

Daniel Dennett (1942-2024; Portland, Maine)
* Er is geen wezenlijk verschil tussen mens en computer/AI
* Het bewustzijn en het zelf zijn een illusie, gecreëerd door subsystemen in ons hoofd zonder centraal hoofdkwartier.
* Er is geen verschil tussen de natuur en de schijnbaar doelgerichte ontwerpen van mensen. Bacteriën en bachcantates zijn beide simpelweg een product van de natuur, van mechanische blinde selectieprocessen.

Martha Nussbaum (1947)
* Boeken zijn vrienden die je karakter vormen

Judith Butler (1956; Cleveland, Ohio)
* Hoe komt het dat sommige levens ertoe doen, terwijl naar vele anderen niet wordt omgekeken? Er is een duidelijke rangorde in de waarde van levens.
* Taal dwingt ons in een keurslijf
* Wet van de seksualiteit: je moet je gedragen conform de norm hoe een man resp. vrouw zich behoort te gedragen, anders ben je vreemd of zelfs abject. Het breken met die wet is een vrijwel onmogelijke opgave.
* Wij delen de wereld met andere mensen die ons kunnen schaden, pijn doen, bedreigen, enz.; fundamentele kwetsbaarheid
This entire review has been hidden because of spoilers.
Profile Image for Goan B..
260 reviews16 followers
September 17, 2024
Goede introductie voor filosofiestudenten, of academici die zich wat meer in het filosofische debat willen begeven. Daarvoor echt kuddo's. Maar, gezien het boek pretendeert voor leken te zijn, toch een wat lagere rating. Zelfs als MA Philosophy vond ik dat begrippen wel erg snel geïntroduceerd werden, en dat soms echt moeilijke (niet-conceptuele) woorden gekozen werden, ondanks dat makkelijkere woorden echt wel voor de had lagen. Zo maak je filosofie echt niet populair.
Profile Image for Jaap.
353 reviews9 followers
June 1, 2018
Leesbaar overzicht van filosofen en de ontwikkeling van de filosofie van de laatste halve eeuw. Erg nuttig. Ik had dit boek moeten lezen voordat ik The 7th Function of Language las want ze komen bijna allemaal voor in beide boeken.
Displaying 1 - 6 of 6 reviews