Het was okay, maar ook niet meer dan dat. Er staat op de achterkant dat het geprezen wordt om zijn authentieke verhalen en dat het geheel in de geest en stijl van de overleden Baantjer is geschreven, en het enige wat ik kan zeggen: Dat heeft hij zeker geprobeerd.
Ik heb toch echt een andere mening. De karakters van Loewie en commissaris Buitendam zijn gewoon genant te noemen in dit boek. Buitendam lijkt opeens op een jong broekie en er is geen enkele spanning tussen hem en de Cock. Er is geen ruzie, niks. Erg jammer.
De band die er zo lang is geweest tussen de Cock en Loewie lijkt nu volledig uitgeblust. Misschien zijn ze elkaar zat na zoveel jaren goede kameraadschap.
Vledder is opeens weer zijn jongere versie van de eerste paar boeken in plaats van een rechercheur die nou toch echt wel wat meer ervaring en leiding zou mogen laten zien.
En dan komen we bij het einde waar alles uit de doeken gedaan zou worden. Wat in de boeken van Baantjer ook altijd het geval was. De uitleg van de Cock bracht meestal alle losse eindjes bij elkaar. Nu was het een onnodige scene. Alles was al duidelijk. Het afrondende etentje bij de Cock thuis voegde niks toe.
Erg teleurstellend als verhaal. Natuurlijk heeft elke schrijver zijn eigen stijl, en daar is niks mis mee. Maar als je zulke bekende karakters gebruikt in je verhaal en door wil schrijven, probeer dan de oude schrijver niet te veel na te doen. Maar ga wel verder met de karakters zoals ze zijn achtergelaten. Waar is Adelheid bijvoorbeeld gebleven in dit boek?