'De verborgen dynamiek van familiebanden' is het standaardwerk van Bert Hellinger, de grondlegger van de therapeutische methode van de familieopstelling.
Veel van onze overtuigingen en problemen vinden hun oorsprong in het gezin waarin we zijn opgegroeid. Daar beginnen de patronen die zich openbaren in onze huidige relaties. Door deel te nemen aan een familieopstelling worden verstoorde verhoudingen zichtbaar. De verborgen dynamiek wordt helder en daarna kan het proces van integratie en heling beginnen.
In 'De verborgen dynamiek van familiebanden' introduceert Bert Hellinger zijn methode. De coauteurs, Gunthard Weber en Hunter Beaumont, geven gedetailleerd aan hoe de toepassing van deze methode verfijnd kan worden. Het doel is om een individu te helpen om los te komen uit emotionele verstrikkingen en een nieuwe vrijheid van zijn te laten ervaren.
Bert Hellinger werkte als priester in Afrika, leidde oecumenische trainingen en studeerde psychoanalyse, gestalttherapie, transactionele analyse en familietherapie.
Drie soorten gewetens: 1. Persoonlijk geweten: persoonlijke ervaring van schuld of onschuld, waarbij: - Schuld = wanneer onze daden onze relaties schaden of in gevaar brengen. - Onschuld = wanneer onze daden onze relaties ten goede komen. 2. Systemisch geweten. Voelen we niet maar we ervaren de gevolgen in de beschadigingen die van de ene op de andere generatie worden overgedragen. 3. Geweten van het grote geheel. Onuitsprekelijk, mysterieus en spiritueel. Dit scheurt ons los van de voorschriften van ons gezin, familie, godsdienst, cultuur etc.
Schuld en onschuld zijn sociale fenomenen die verschillen per sociale groep waarin we acteren; niet verbonden met hogere morele waarden. Het persoonlijke geweten dat lidmaatschap van een groep beschermt, sluit doelbewust anderen buiten. Schold en onschuld dus niet gelijk aan goed en kwaad.
Geven en nemen in relaties Geven en nemen ligt aan basis van alle relaties: - Geven geeft het gevoel ergens recht op te hebben. - Nemen geeft het gevoel verplicht te zijn aan de ander. Nemen is een schuld op je laden.
Drie manieren om onschuld in relaties te behouden: - Vasten, je onttrekken aan nemen, geen schuld of verplichting op je laden. Geen behoeften voelen. Positie van onafhankelijke waarnemer, genieten weinig, neiging tot gevoelens van superioriteit en depressie, passief en leeg. Veel bij mensen die hun ouders afwijzen. - Geven voordat wij ontvangen geeft een gevoel van ergens recht op hebben. Anderen het gevoel van verplichting geven. Helperssyndroom: alleen geven en niet willen ontvangen; is relatievijandig. Helpers vaak eenzaam en verbitterd. - Uitwisseling. In overvloed wederzijds geven en nemen.
Bij ouders en leraren geven vooral. De balans gaat over generaties heen want zij hebben zelf als kind en leerling al genomen. Zieken ontvangen vooral. Balans door geven van oprechte dankbaarheid.
Evenwicht tussen geven en nemen moet dynamisch zijn. Statisch is stilstaand, beëindigt relatie. Partners moeten tijdelijk gebrek aan evenwicht verduren.
Onrecht Evenwicht ook nodig in het negatieve, bereidheid wederzijds te kwetsen. Bijv affaire. Als de bedrogene blijft volharden in onschuld, dan blijft de ander zich schuldig en verplicht voelen (of bij verlaten); de ‘dader’ heeft dan geen enkele kans. Er is alleen hoop op een constructieve uitkomst als beide partners bereid zijn om iets goed uit de situatie te laten ontstaan, ook al betreft het een scheiding.
Iemand die onrecht is aangedaan, kan in actie komen: genoegdoening eisen of relatie beëindigen. Onderdrukte woede (passief op onrecht) uit zich vaak later richting mensen die zich niet goed kunnen verdedigen zoals kinderen.
Ouders en kinderen Ouders geven en kinderen nemen, dat is de grondregel. De volgende drie patronen van geven en nemen zijn schadelijk: 1. Kinderen weigeren om hun ouders te nemen zoals ze zijn. 2. Ouders proberen te geven wat schadelijk is en kinderen proberen dat te nemen. 3. Ouders proberen te nemen van hun kinderen en kinderen proberen te geven aan hun ouders.
Man-vrouw-onzin Helaas bevat dit boek ook de nodige onzin, zoals over man-vrouw-verhoudingen. Zoals over de relatie tussen ouder versus met hun kinderen: “(..) heeft hun relatie met elkaar (de ouders, red.) systemische voorrang boven de relatie met de kinderen.” Is dat ook nog zo als er van verwaarlozing of misbruik van de kinderen sprake is; lijkt mij niet, dus stellingen als deze worden te snel en te kritiekloos gedaan. Door de rigide opvattingen (standpunten?) over vrouw-man en moeder-vader-verhoudingen komt de auteur niet met voldoenende antwoorden op homoseksualiteit. Dit alles is jammer, wat dat brengt ook de goede dingen in het boek in diskrediet.
Guru? Een groot deel van het boek is gestructureerd als instructie van leraar naar leerlingen, inclusief vragen van leerlingen en antwoorden van de leraar in een groepssetting. Het taalgebruik in die delen is sterk normatief. Leerlingen worden openlijk in de groep terechtgewezen (“De vragensteller doet nu dit omdat hij niet wil dat… zien jullie dat?”), de vragen zijn persoonlijk (“Wat is uw visie op…”), de antwoorden ook (“Je houdt teveel vast aan de traditionele therapie-manier; mijn mening over dit onderwerp is dat…”), de leraar weet op alle vragen een antwoord vanuit zijn denkraam. Dit alles geeft aan het boek een guru- en volgelingen-achtige sfeer. Ook dat is jammer, want het idee om gezins- en familiesystemen te betrekken bij individuele therapie en coaching, wordt inmiddels wel breder omarmd.
Het woord ‘verborgen’ in de titel is goed gekozen. Het boek beschrijft een aantal principes van systemisch werk en familieopstellingen, aangevuld met transcripties van verschillende sessies en lezingen van Hellinger zelf. Maar hoe en waarom dit werkt, zul je niet in dit boek terugvinden; dat blijft verborgen. De methode is niet (wetenschappelijk) onderbouwd, dus de schrijvers laten voortdurend doorschemeren dat je het zelf moet zien/ervaren.
Omdat dit non-fictie is, geef ik het geen sterren.
Zonder twijfel een van de meest indringende boeken die ik tot nu toe las over de betekenis en impact van de verborgen dynamiek van familiebanden op mensen.