Een landingspoging op Newfoundland bevat behalve het titelverhaal nog vijf andere verhalen: ‘Een veelbelovende jongeman’, ‘Het fossiel’, ‘Laura en de grammofoonplaat’, ‘De teddybeer’ en ‘De blinde fotograaf’.
De verhalen in deze bundel behelzen het gebrek aan vertrouwen tussen de mensen; het is ook hier een opeenstapeling van ellende. Alle bekende motieven van Hermans zijn in deze zes verhalen - combinatie van reisbeschrijving, short story en novelle - terug te vinden.
Willem Frederik Hermans is one of the greatest post-war Dutch authors. Before devoting his entire life to writing, Hermans had been teaching Physical Geography at the University of Groningen for many years. He had already started writing and publishing in magazines at a young age. His polemic and provocative style led to a court case as early as 1952. His caustic pieces were compiled in Mandarijnen op zwavelzuur (Mandarines in Sulphuric Acid, 1963), which was reprinted with additions a number of times. It is Hermans’s belief that in order to survive people have to create their own reality. It is inevitable that all these experiences of reality will collide. Language is essential to create order out of chaos and plays an important role in this process. In his essays on Wittgenstein, Hermans studied this problem in depth. In his novels and stories Hermans places his characters in a world of certainty for themselves but equivocal for the reader. It is in this field of tension that the intrigue in De tranen der acacia’s (Acacia’s Tears, 1949) and in De donkere kamer van Damocles (The Darkroom of Damocles, 1958) develops. Although stories such as Moedwil en misverstand (Malice and Misunderstanding) and Paranoia have a surrealistic tendency, Hermans’ novels The Darkroom Of Damocles, Nooit meer slapen (Beyond Sleep), Uit talloos veel miljoenen (From Countless Millions) are more realistic or satirical and everything in his rich oeuvre is subordinate to the author’s pessimistic philosophy.
Voor de tweede keer lees ik kortverhalen van deze der 'grote drie', W. F. Hermans. Zijn typische protagonisten, weer enorme sukkels die niet weten waar ze mee bezig zijn, stellen niet teleur. De verhalen zelf, echter, zijn van minder niveau. Veelal hebben ze een beloftevolle opbouw, die dan bij het einde afzwakt of vaak zelfs abrupt wordt afgebroken. Als je wil proeven van Hermans' (kort)verhalen zou ik veeleer Paranoia aanbevelen.
Mijn top drie kortverhalen uit deze bundel zou bestaan uit Een veelbelovende jongeman , hoewel die veel te lang of misschien juist veel te kort is (het zou als roman wel kunnen werken), De blinde fotograaf, hoewel die heel abrupt eindigt, en Een landingspoging op Newfoundland, hoewel die... weet ik niet, hier had ik eigenlijk geen hoewel voorzien.
“Een Veelbelovende Jongeman” en “De Blinde Fotograaf” zijn zeker vermakelijk. De rest is of te surreeel of gewoon saai en vreemd voor mij. Ik kom hier niet om te vechten.
Mooie verhalenbundel. Vooral de eerste verhalen zijn erg mooi, want die lijken wat persoonlijker. Hermans is hier en daar nog een beetje zoekende en experimenterende, maar de verhalen vormen samen een representatieve afspiegeling van zijn oeuvre. Mislukking alom en hier en daar fantastische en grotesque elementen.
Zes aangrijpende verhalen, allen in de geestige, rauwe, desillusionerende sfeer van Hermans, waarin de deprimerende troosteloosheid in zekere mate troostend is. De beste verhalen naar mijn mening zijn Het Fossiel en De Teddybeer.
Wel, wel! Als introductie tot Hermans kan dit wel tellen! Dit is een bundel met 6 kortverhalen, het ene al absurder dan het andere. Het titelverhaal viel enigszins tegen: daar gebeurt echt te weinig om de aandacht vast te houden. Gelukkig duurt het niet al te lang. Het tweede verhaal, "Een veelbelovende jongeman", speelt zich eveneens af in Canada en is al een heel stuk interessanter. Ooit had ik zelf het plan opgevat een "work&travel" visum aan te vragen voor Canada. Het is er helaas niet van gekomen. Dit verhaal lijkt een mogelijke weergave te zijn van wat me had kunnen overkomen. Maar dan vijftig jaar eerder.
"Het fossiel" en "Laura en de grammafoonplaat" zijn beiden weer wat minder overtuigend. Dat geldt helemaal niet voor de twee laatste verhalen, "De teddybeer" en "De blinde fotograaf". Allebei zijn ze in hoge mate absurd te noemen en doen ze me wat aan Bordewijk denken. De wetten van de fysica worden meermaals met de voeten getreden. Wat belangrijker is: de taal tintelt van het leven en de personages zijn subliem in hun onwerkelijkheid.