In Battus' Opperlandse taal- & letterkunde volgt de lezer, hoe steels of luidkeels ook, hoe speels de auteur, verdeeld over twee persona's, met de Nederlandse taal omgaat. Battus noemt zijn benadering van het Nederlands: recreataal, taal op vakantie. 'Mooi dit idioom' is het eerste motto. Daarop volgt een Grondwet; een kern daarvan is: "De Opperlander bekijkt de Nederlandse woorden en zinnen niet om er wijzer van te worden, maar om ervan te genieten." Battus geeft, ogenschijnlijk ingebed in strakke regels, van vele soorten woorden en zinnen menig voorbeeld. Zo bevat het onder meer teksten met uitsluitend één bepaalde klinker erin; pangrammen (zo kort mogelijke zinnen met alle letters van het alfabet erin) en palindromen (woorden of zinnen die van links naar rechts gelezen en andersom identiek zijn, zoals 'lepel' en het eerder genoemde motto.
Verliefd paar, jager en schurk zitten in restaurant.
De jongeman eet: wat de schat poft, het meisje: wat de pot schaft, de jager: wat het schot paft, de schurk: wat de schoft past.
Onder het pseudoniem ‘Battus’ publiceerde Hugo Brandt Corstius in 1981 Opperlandse taal- en letterkunde, waarin hij alle taalvondsten die hij sinds zijn vroege jeugd had verzameld, opnam en rubriceerde.
In het, niet ‘Neder’, maar Opperlands, laat hij zien hoe je met taal de gekste dingen kan uithalen door letters te verwisselen, te draaien, weg te laten, enzovoort.
Van Kooten en de Bie, Rudy Kousbroek, Drs P., Nico Scheepmaker, Kees Torn, en andere bekende Nederlanders hielpen bepaalde geinige vondsten algemeen bekend te maken in het Nederlandse taalgebied, en, nog steeds onverminderd populair, borduren Cabaretiers als Wim Helsen, Paulien Cornelisse, en Ronald Snijders, dapper voort in deze traditie van geestige taalvondsten en andere acrobatieke letterlenige strapatsen.
Enkele bekende voorbeelden uit het Opperlands, die je nog steeds mensen hoort zeggen:
met vereende krachten - met verkrachte eenden. Beukenootje - neukebootje. De stier van Potter - De pier van Stotter Paulus Potterstraat - Paulus Stotterpraat. Mijn neus jeukt - nou ja, raad maar. Zwijgende minderheid - zwijgende hindermeid. Gelukkig nieuwjaar - zielig najaar!
Flauw, misschien wel zeker, maar zeer aanstekelijk. Eenmaal gevangen in het web van de talige hersenspinsels van de Notoire HBC, en ik kon zelf, tot vervelends toe, ook niet stoppen met dit taalspelletje.
En dan hebben we nog uit het Opperlands; met de baard tussen de stenen, als een Waal boven pater, zuggemifter, bidden in het mos, klont- en mauwzeer, dat spuit de loopgaten uit, een rokje blond, kont aan de hetting, kontje bloter, gespierde scheur, en twee banden op een huik.
Als dank voor het lezen zou ik graag mijn tuig bedanken. Ik kan niet meer normaal denken, voel mij een beetje een toefdroeter, dus ik ga een pastiche van pistachenootjes en pitboompijntjes maken voordat de schand in het Breveningse Hoerkous weer uitbreekt.
(De fantastische website van de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren (DBNL) heeft dit boek online beschikbaar.)
Battus is het pseudoniem dat Hugo Brandt Corstius heeft gebruikt voor zijn artikelen en boeken met de taal als zodanig als onderwerp. Hij is op 28 februari 2014 overleden. Dat is gisteren, nu ik dit op 1 maart 2014 schrijf. Brandt Corstius was zowel taalwetenschapper als wiskundige. Hij promoveerde in 1970; onderwerp: Excersises in computational linguistics (aldus Arjen Fortuin in het NRC-Handelsblad van vandaag). De combinatie van de twee vakgebieden is, lijkt mij, van betekenis voor het begrijpen van de achtergrond van zijn zeer zeer vele briljante vondsten op taalgebied, die zo heerlijk geassocieerd, zo heel goed doordacht en zo helder gestructureerd en geformuleerd zijn. Zijn talig spelen heeft niet alleen betrekking op klank, ook op structuur en vaak op ‘inhoud’. Ik zal enkele voorbeelden geven. Eerst van klank: “Balthazar van Albada aanbad Barbara Kraakman, wacht lang af, maakt dan ’n afspraak .. Dàt slaat aan, want Barbara snàkt naar aanspraak. Daarna gaat Balthazar vaak ’s nachts laat naar Raamgracht 8, waar Barbara Balthazar wacht. Barbara (paraat, waakzaam) was braaf, (was althans maagd), maar acht haar hart was zacht van aard, was zwak … [enz.]" Voorbeeld van structuur, een palingram: nepmeetsysteempen. Voorbeeld van betekenis: contrastrijker [contra-strijker; contrast-rijker]; Liesbeth Koenen - evenzeer in zo-even genoemde krant van heden - noemt in háár necrologie: basalt [bas en alt] en het ‘drietraps-basaltwoord’ ‘stopgaren’ [stop-ga-ren]. Ik zou zo nog een tijdlang kunnen doorgaan, verleidelijk als dat is. Het is virtuoos en verwonderlijk mooi en knap, wat Battus heeft gepresteerd. (En dan te bedenken dat in 2002 deze Opper-Opperlander een ruim drievoudig vermeerdere uitgave het licht deed zien en daarin opnieuw een opperlans brak aangaande ’t aardige van taal.) Hij heeft mij zo veel meermalen magistraal vermaakt, en nóg met enige onregelmaat; hier past terugmijmerend dank en voortroepend: aanbeveling! JM