Elias of het gevecht om het boek neer te leggen
De psychologische roman die u moet lezen in tijden van eenzaamheid.
‘Wanneer Aloysius ons hart verontrust, hangen we in de werkelijkheid onderstboven als betooverende apen.’ Deze eerste zin, geeft op poëtische wijze onmiddellijk de essentie van het verhaal weer. Maurice Guillaume Rosalie Gilliams (20/07/1900-18/10/1982) heeft elk woord zo mooi gekozen dat elk woord klinkt hoe een nachtegaal zingt.
Het eerste waar ik als lezer moest aan wennen was het archaïsche taalgebruik, maar langzaamaan wordt dit taalgebruik aanzien als normaal en is dit zelf een noodzaak om het verhaal volledig te begrijpen. Elias en het gevecht met de nachtegalen geeft een tragische kijk op het alledaagse leven van Elias. Een twaalfjarige jongen, die opgroeit in een landhuis in de stille Kempen, die moeite heeft met de realiteit en daardoor wil ontsnappen naar een imaginaire wereld. Een wereld waarin hij goed bevriend is met zijn oudere neef Aloysius. Het leven hangt als het ware boven Elias’ hoofd zoals het zwaard van Damocles: ‘Op sommige oogenblikken heb ik het bedrieglijk gevoel, minstens een dertigtal jaren ouder te zijn dan ik ben. En ik kweek die ziekelijke toestand begeerlijk aan.’
Al zijn er wat overwegingen over de band die de neven hebben, we zien een continue tweestrijd tussen de twee. Waar liefde wel de bovenhand neemt. Als Aloysius op internaat gaat zie je hoe Elias enorm vasthangt aan zijn neef, of liever hoe vast hij hangt aan de gedachte van zijn neef. Door het vertrek van Aloysius, probeert Elias die nieuwe leegte op te vullen met allerlei dingen. Hij keert regelmatig terug naar de beek dicht bij het park, waar Aloysius hem mee naartoe nam om bootjes te laten varen, die ze samen maakte in het kasteel.
Deze beek heeft een significante betekenis, deze symboliseert eerder de vrouwelijke kant van het verhaal, die voor Elias een verbogen iets is. Vandaar ook zijn interesse en goede band met tante Henriëtte die vrouwelijk, zacht en lief is, iets wat hij verlangt, maar bang is om te ondergaan. De beek is de verbeelding, de fantasie en vlucht van de verstikkende werkelijkheid van het Kasteel. Daarom dat Elias er ook niet in slaagt om de beek over te steken. Deze overkant representeert, in mijn ogen, het einde van het avontuur, maar tegelijkertijd ook de onbekende en aanlokkende wereld van de, en het andere.
Als Gilliams’ schrijft over de beek en het park, is zijn schrijfwijze ook anders, hierbij schrijft hij eerder rustig en zijn zinnen harmonieuzer en langer, dan wanneer hij het heeft over de eerder mannelijke kant van het verhaal, onder andere het kasteel. Daar lijkt hij tijdens het schrijven, naar adem te happen en zo ruw te kappen in zijn zinnen, wat voor bizarre omstandigheden en chaos kan zorgen. Het lijkt of de auteur hier kampte met een hoge opgewondenheid en aan een snel tempo schrijft. Deze manier van schrijven, maakt precies het verhaal zo echt, en uniek.
Hier is het kasteel de oermoeder waarin je altijd naartoe kan als de pijn en het lijden van de werkelijkheid te veel drukt op jouw bestaan, en is het ook een belangrijke plaats voor Elias. Niet alleen groeit hij daar op, maar is het ook de plaats waar hij spullen vindt om zichzelf te verminken, dit kwam volgens mij door het folterende opboksen tussen de introverte bewoners van het landhuis, en hun victoriaanse opvoeding. Dit komt duidelijk aan bod bij tante Zénobie, die vaak last heeft van zowel, fysieke, als verbale woede-uitbarstingen en stemmingswisselingen. Dat komt over als zinloze hysterie. Elias stelt het kasteel op dezelfde hoogte als zijn familie, hij is enorm door hen aangetrokken en tegelijkertijd afgestoten, door deze decadente uitstraling dat het kasteel, en ook zijn familie hebben.
Het hanteren van het ik-perspectief zorgde ervoor dat ik afhankelijk van de belevenissen het gevoel had Elias door en door te kennen. Meer zelfs, alsof ik en Elias twee gelijken waren, twee jongeren die zoeken naar hun identiteit en wat ‘de echte wereld’ inhoud.
Nochtans heeft Elias ook wat verborgen kanten, die je hem niet onmiddellijk zou nageven. We krijgen een duidelijke kijk over de woede en agressie die Elias probeert te verkroppen: ‘Dan moet ik, tot ziekwordens toe mijn woede verkroppen om iets waar ik de noodzakelijkheid niet van begrijp, dat het zoo droef, zoo onrechtvaardig moet zijn.’ Deze zin benadrukt nog eens extra de spanning waaronder Elias gebukt leeft, net zoals zijn huisgenoten, in het bijzonder tante Zénobie. Tante Zénobie, een misplaatst personage, dat haar eigen verhaal verdient.
Kortom, dit boek is actueler dan ooit tevoren, in tijden van COVID zien we verschillende mensen niet en lijdt dit tot eenzaamheid, en in gevallen zoals Elias, masochisme. Dit verhaal geeft een mooie inkijk op het traumatische alleen zijn, en de wanhopige zoektocht ergens anders geluk te vinden. Dit boek leerde me dat het leven niet voor iedereen is, maar dat je als mens, wel keuzes hebt.