Aan de hand van de ideeën van Karl Popper, die ruim zeventig jaar later niets aan actualiteit en urgentie hebben ingeboet, probeert Femke Halsema een antwoord te vinden op een onverminderd dringende vraag. Als 'wij' vluchtelingen hier niet willen en kunnen opvangen, er voor hen geen mogelijkheid is terug te keren naar hun land van herkomst en zij in de grote vluchtelingenkampen geen leven hebben, wat moeten we dan doen? In Nergensland schetst zij een utopisch perspectief zonder de stapsgewijze methode van Popper uit het oog te verliezen.
FEMKE HALSEMA (1966) was tussen 1998 en 2011 Tweede Kamerlid en fractievoorzitter van GroenLinks. Nu schrijft ze, maakt ze tv-programma's en werkt ze als toezichthouder in de publieke en private sector.
Hoe moeten we met de vluchtelingencrisis omgaan? Wat is het probleem met de huidige aanpak? Halsema begint met een goede uiteenzetting. Ze benoemt een aantal problemen, zoals dat vluchtelingen in het buitenland niet goed worden behandeld maar ook dat vluchtelingen in Nederland niet mogen werken omdat ze anders integreren, wat het lastiger zou maken om vluchtelingen uit te zetten.
Aan het einde schetst Halsema een utopie, waarbij vluchtelingenkampen veranderen in permanente steden met zelfbestuur. Hier spreekt de idealist Halsema, de dromer. Hoewel de utopie potentie heeft, is deze helaas weinig realistisch.
Een heldere uiteenzetting van de huidige vluchtelingensituatie, gevolgd door een utopische oplossing die ik nog nooit eerder gehoord had en veel potentieel heeft.
Nergensland is een klein boekje waarin Femke Halsema haar bijdrage levert aan een reeks filosofische beschouwingen waarbij in het verleden bediscussieerde vragen opnieuw worden gesteld en in de context van onze moderne samenleving worden heroverwogen. Dat de vraagstelling aan mevrouw Halsema op het gebied van de vluchtelingen is vloeit logischerwijze voort uit haar (politieke) betrokkenheid bij dit onderwerp, haar recht van spreken wordt versterkt door haar persoonlijke ervaringen, ze heeft een aantal van de grootste kampen wereldwijd bezocht. De vraagstelling is in het kort hoe de wereld beter ingericht zou moeten worden zodat er geen slachtoffers van de globalisering vallen. Het grootste gedeelte van het boekje wordt ingenomen door een worsteling met alle aspecten van hoe met de vluchtelingencrisis om te gaan, de vaak erbarmelijke status quo wordt beschreven als het resultaat van een vaak cynisch krachtenveld waarbij de invloed van het populisme en de internationale politieke verhoudingen aan bod komen. Met name wordt herhaaldelijk de vinger op de pijnlijkste plek gelegd: de paradox dat om onze open en vrije (en impliciet moreel hoogstaande) westerse democratieën te beschermen we als gevolg daarvan toelaten dat er bij de verdediging van de grenzen veel slachtoffers vallen. Na een diepgaande en enigszins bestudeerde analyse van de hele complexe materie volgt dan het uiteindelijke antwoord op de oorspronkelijke vraagstelling in een korte passage met een imaginaire ‘oplossing’ van het probleem: transformeer de tijdelijke (maar in de praktijk vaak decennia lang bestaande) vluchtelingenkampen in meer permanente steden met betere voorzieningen en zelfbestuur en meer mogelijkheden zoals scholing voor de bewoners. Eigenlijk is het geen antwoord op de vraag omdat er maar op een bepaald aspect van de globalisering wordt ingegaan, de uitzichtloze toestand in de vluchtelingenkampen. Dat Femke Halsema juist hier haar focus op richt als een aanzet tot een oplossing heeft wellicht te maken met haar persoonlijke ervaringen aldaar. Zo geeft het essay goed de geestesgesteldheid van een auteur weer die worstelt tussen idealisme en realisme, waarbij verdieping van de kennis over een onderwerp noodzakelijkerwijs een genuanceerde mening oplevert die de bekende kretologie over het onderwerp verre overstijgt.