Handschrift van de Duivel is een literair niemendalletje, een allegaar aan her en der verzamelde ideeën die soms verdacht veel doen denken aan andere boeken of films.
Het boek begint saai en komt erg traag op gang. De vier (!) hoofdpersonen met al hun gedachtes en gesprekken verhullen dat er eigenlijk nauwelijks wat gebeurt in het boek. Als je dat alles weghaalt, blijft er van het echte plot heel weinig over. Binnen vier à vijf stappen is het 'mysterie' al opgelost. En het einde is behoorlijk anticlimactisch en onbevredigend. Een geheime kamer, compleet met een planetarium die lijkt te zijn weggelopen uit de eerste Tomb Raider-film. De 'schat' is teleurstellend saai. Als je als schrijver moet schrijven dat de geheime kamers vol liggen met, citaat: 'de meest complete collectie esoterische geschriften in de wereld' en een kunstcollectie die 'honderden miljoenen euro's waard zal zijn', dan heb je als schrijver gefaald. Dit soort beschrijvingen wekken namelijk totaal geen interesse op bij de lezer, want ze dóén niets. Een lezer kan niets met woorden als 'kunstcollectie' of superlatieven, want ze scheppen geen beeld. Ze beschrijven niets reëels, niets waarmee een lezer daadwerkelijk een geheime ruimte kan creëren in zijn verbeelding. Het is gemakzuchtig.
Een karakter in het begin wordt beschreven als 'een jongeman met vlezige wangen'. Dan denk ik aan een groteske verschijning met hamwangen. Even verderop wordt één van de zeven doodzonden van het schrijverschap begaan: een persoon wordt vergeleken met een beroemd figuur: hij is "een Italiaanse aristocratische versie van Matthew McConaughey". En wat het woordje 'aristocratisch' ook moet beschrijven is mij een wonder. Praag staat vol 'kloeke en weerbarstige' huizen. Wat moet ik me daarbij voorstellen? Vergelijk bijvoorbeeld deze zin wanneer de auteur de wanden van de geheime kamer beschrijft: "Zina herkent de verwijzingen naar de elementen. De tekens van de dierenriem. En nog veel meer. Het is alsof de kunstenaar opdracht heeft gekregen om in deze muurschilderingen alles te verbeelden. (...) Er wordt gegeten, gedronken, gevreeën. Verraad, wraak, het hemelse en het aardse. Noem het en het heeft een plek in dit hypnotiserende pulserende geheel."
Zo'n zin zul je niet tegen komen bij de toch wel bekendste en populairste boeken binnen dit genre, namelijk die van Dan Brown. Daar waar Dan Brown het talent heeft om een levend verhaal te schrijven, bijna als een film (door alles stuk voor stuk bij langs te gaan en gedetailleerd te beschrijven (maar niet saai!), waardoor je als lezer ook nog eens wat leert van steden als Rome en Parijs), schiet Donald Nolet te kort, waardoor het verhaal onaf voelt.
Het boek leest heel makkelijk en snel, omdat minstens driekwart van de zinnen uit opvulling bestaat. Verder speelt de auteur leentjebuur bij Hollywoodfilms en popcultuur (een saaie seksscène 'uit het boekje', de beschrijvingen van programmeren die me doen denken aan de suffe 'voortgangscènes' uit CSI, de Voynich 'gang' met het sexy bolleboosje Zina, de alternativo Perenelle, de geitenwollensokken Svoboda, de doorsnee buurman Simon (waar Zina uiteraard meteen mee het bed induikt) en de korzelige professor wiens naam ik nu alweer vergeten ben, o ja, professor Xavier, en het makelaarsduo dat wordt beschreven als een kopie van het modeduo Viktor & Rolf, compleet met 'designer-bril', ja, zo kan ik me ook makkelijk vanaf maken als schrijver), en er wordt veel te snel van uitgegaan dat de lezer de gebouwen en locaties in het boek wel kent, zodat de auteur niets meer hoeft uit te leggen. Ik heb nog nooit zo'n statische, nietszeggende beschrijving van Praag gelezen. Ik herken het er haast niet in terug (en ik ben er vijf keer geweest).
Verder staan er wat knullige foutjes in die met beter nalezen (ik kijk jou aan, editor) zouden zijn opgespeurd, zoals het levenselixer ('danswater' genoemd in het boek) dat in het boek wordt vertaald met het Perzische Aab-e Hayat, maar wat waarschijnlijk Ain al Hayat zou moeten zijn. Deze laatste term wordt namelijk daadwerkelijk gebruikt binnen het soefisme en Islamitische esoterie. De eerste krijgt maar één hit: de titel van een boek.
Al met al heb ik het vermoeden dat de uitgever stiekem véél te snel akkoord is gegaan en eigenlijk een first draft heeft uitgegeven als eindresultaat om snel te kunnen cashen. Zonde, want op zich is de Voynich-tekst natuurlijk een uitgelezen object om een spannend boek over te schrijven.