Piet Aukes is 29 jaar, gesjeesd student in de rechten, wees, failliet en zit zonder werk. Zijn rijke verloofde heeft hem de bons gegeven. En hij is nog lang niet los van het absorberende studentenleven. Bij toeval raakt hij verzeild in de wereld van een Amsterdams studentenweekblad. Daar raakt hij in conflict met zijn tegenpool, de gehaaide intrigant Jacob Daalakker.
Voor dit boek ben ik te jong. Nu word ik deze maand 68, dus datzelfde zal voor veel meer lezers gelden. Ga maar na: het is een sleutelroman over verwikkelingen binnen de redactie van Propria Cures in het najaar van 1954. Wie heeft die tijd nog bewust meegemaakt? Het eerste nummer van PC dat ik in handen kreeg was van begin september 1968. De redacteuren uit 1954 waren toen al lang en breed in de anonimiteit van de volwassen maatschappij verdwenen. Ik vraag me dus af of er nu nog brandende belangstelling bestaat voor de vraag of die ene romanfiguur nu Hennie Daams of juist Piet Nijhoff voorstelt. Achterin staat trouwens een artikel van ene Francis Bulhof uit 1998 waarin dergelijke verbanden worden uitgeplozen. Helaas ondermijnt Bulhof zijn geloofwaardigheid door te beweren dat Propria Cures ‘het eigenbelang’ zou betekenen. Nee, cures is geen zelfstandig naamwoord maar de coniunctivus, tweede persoon enkelvoud, van het werkwoord curare. Vroeger werden studenten geacht zoiets te weten.
Het boek is veel vergeleken met Bij nader inzien van Voskuil, maar hoewel beide zich afspelen onder Amsterdamse studenten in de jaren 50, is de toon een heel andere. De hoofdpersonen van Voskuil proberen in hun dagelijkse gesprekken voortdurend de stijl van Ter Braak en Du Perron te imiteren, zodat de paradox en de honnêteté niet van de lucht zijn, terwijl die van Van Zeijst zich op minder abstracte zaken richten: bijbaantjes (nachtwaker, bordenwasser), drank, vrouwen, studiebeurzen, kamernood.
Omdat ik zelf in de jaren 70 redacteur van PC ben geweest, was ik benieuwd hoeveel ik in de beschrijving zou herkennen. Per slot van rekening treden alle redacteuren naar een jaar of twee weer af, wat bij afwezigheid van enigerlei beginselverklaring of redactiestatuut tot snelle veranderingen had kunnen leiden. Maar zo is het niet: veel tradities, zoals het meeloperschap van aspirant-redacteuren en het hardop voorlezen van inzendingen, blijken op volledig informele wijze toch te zijn bewaard. En de beschrijving van het redactiehok (kast met ingebonden jaargangen, houten rek met recente nummers) was een halve eeuw later nog letterlijk van toepassing.
Wat wel veranderd is: blijkbaar was PC in 1954 nog ernstig verstrengeld met de Universiteit van Amsterdam. Over niets wonden de redacteuren zich zozeer op als over de rivaliteit met het officiële universiteitsblad Folia Civitatis. Allerlei hoogleraren kwamen zich met de inhoud van PC bemoeien, de ASVA-ledenraad dreigde steeds een motie van afkeuring aan te nemen, en als het helemaal uit de hand liep werd de burgemeester erbij gehaald. Bij elke rimpeling in de universitaire gemeenschap werd terstond partij gekozen. Tegenwoordig lees je zelden nog iets over universitaire kwesties. In de kop van het blad staat nog steeds ‘studentenweekblad’, maar dat is geloof ik ironie.
Citaat : Ik vertelde haar hoe weinig ik me van de toekomst voorstelde. Bijna dertig jaar, mislukt jurist, met een saaie en perspectiefloze baan als corrector in het vooruitzicht, had ik weinig hoop op vreugde of zelfs maar vermaak in de komende jaren. Review : Aart Hoekman, oud-redacteur van Sdu en Atlas Contact, is een eigen literaire uitgeverij begonnen: Brooklyn. Hoekman werkte na zijn vertrek bij Atlas Contact in 2012, als gevolg van een reorganisatie, als freelancer. De hernieuwde kennismaking met een oude studievriend spoorde hem aan een literaire uitgeverij te beginnen. De nieuwe uitgeverij legt zich toe op lievelingsboeken van ervaren lezers waar andere nog nooit van hebben gehoord, en verborgen prachtboeken die bijvoorbeeld maar een druk hebben beleefd en die al generaties lang niet meer leverbaar zijn. De eerste aanbieding van Brooklyn is De autocraten van Rutger van Zeijst – een studentenroman uit 1961.
Rutger van Zeijst werd op 7 juli 1930 geboren in Apeldoorn. Hij behoorde tot de eerste leden van de sociëteit Olofspoort, die naar het Utrechtse voorbeeld van Prometheus in 1951 werd opgericht, en nam meteen een zeer actief aandeel in het clubleven. Hij en Aad Nuis waren de oprichters van Kaas en Brood, het tijdschrift van deze vereniging. Nu had hij zijn eigen, veredeld Cratera tot zijn beschikking. Vandaar maakte hij de stap naar Propria Cures met een zelfanalyse getiteld ‘Ik als ik’, die op 17 januari 1953 werd geplaatst. Onder talloze schuilnamen schreef hij schertsgedichten en kolderproza. De autocraten werd vóór oktober 1962 tijdens de lange Veluwse avonden geschreven. En het kan gezien kan worden als een sleutelroman over Propria Cures. Zijn vader was van huis uit boekbinder, maar zou zich als fabrikant van beplakte kartonnages weten op te werken tot een middelgrote ondernemer.Toen uitgeverij De Arbeiderpers in de jaren zestig de Grote ABC-pocketreeks introduceerde, publiceerde ze bij aanvang werk van George Orwell, Louis Paul Boon en Simon Vestdijk. De vierde titel uit de reeks werd 'De autocraten'. Een roman die destijds mocht rekenen op de nodige kritische bijval, maar desalniettemin snel wegzonk in de vergetelheid. Deze roman bevindt zich in dezelfde categorie van W.F. Hermans' 'Onder professoren' of A. Alberts 'De vergaderzaal' want ze zijn alle drie er op toegespitst om de taal en mentaliteit te schetsen die gehanteerd wordt wanneer mensen samenkomen om te vergaderen. Piet Aukes is 29 jaar, gesjeesd student in de rechten, wees, failliet en zit zonder werk. Zijn rijke verloofde heeft hem de bons gegeven. En hij is nog lang niet bevrijd van de invloed van het studentenleven. Hij probeert een bestaan voor zichzelf uit te bouwen als journalist. Hij komt terecht op de redactie van DP, een blad dat zichzelf in de markt plaatst als kwaliteitstijdschrift. De redactie blijkt echter een vezamelpaats te zijn voor gekonkel terwijl onverschilligheid hoogtij viert. Ruzie is dan ook het hoofdingrediënt van De autocraten. De leden van de Dicta Probantia-redactie zijn in verbitterde gevechten met elkaar gewikkeld.
'De autocraten' is een geniale en tijdloze persiflage waarin individuen moeiteloos als kameleons reageren en met een demonische macht argumenten, bewijzen en redeneringen hanteren om toch maar het eigen vege lijf te redden.