Met Finse meisjes maakte Kira Wuck een overrompelende entree in de Nederlandse poëzie. Vele duizenden lezers genoten van haar geheel eigen kijk op de wereld. In de langverwachte tweede bundel laat ze haar Finse roots voor wat die zijn. De zee heeft honger gaat over de anonimiteit van de stad, het verlangen om daaraan te ontsnappen en de verlokking van de zee. Familie, of eerder de afwezigheid daarvan, is een terugkerend thema in Wucks poëzie: vreemde moeders op het schoolplein, de nieuwe vriendin van haar vader en de wens om een normaal gezin te zijn in een wegrestaurant. Kira Wuck durft in deze nieuwe bundel meer van haar donkere kant te laten zien, zonder de typerende lichte toon te verliezen.
KIRA WUCK is de koningen van het absurde, wat niet zo vreemd is gelet op haar Finse afkomst (vooroordeel op afstand). Om precies te zijn is ze geboren uit een Finse moeder en een Indonesische vader (ontnuchtering). Opgroeien deed ze in Amsterdam – ook een soort absurdisme in optima forma (weer een aanname van een glurende buitenstaander).
Neem Samenwonen. Eigenlijk een behoorlijk nuchter gedicht. Wars van cynisme, dat bevalt me ook. Ik vind er een beetje troost in (dat mag niet, zo schijnt, las ik vanmiddag weer, poëzie mag geen tissue zijn) omdat het heel lang een opsomming van praktische aanbevelingen is. Om je te redden met wat je hebt, en vindt en daarom lees ik er een aanmoediging om rond te kijken in. Het is ook hartstikke actueel omdat ik de laatste jaren gemiddeld een keer per jaar verhuis – soms alleen, soms samen. Iets wat keer op keer voor een herbezinning zorgt. Waar de spullen te laten? Wat niet te kopen? Alles is tijdelijk – dat herbevestigt Wuck. Bij Wuck zijn spullen bijzaak. Een plant, een te klein bed, een studentenservies. Als je deelt, deert het niet. Bij die laatste regel wil ik, onverbiddelijke verzamelaar, spullenloos door het leven. Wijn drinken uit de binnenkant van mijn arm. Wat een romantische knoeierij. Het is niet alleen maar studentikoos, het heeft ook wat armoedigs en tragisch, een afgeplakte kamer. Maar gaat erom met wie (of wat) je samenwoont. Zo wordt Samenworden iets fijngevoeligs.
Twee jaar geleden viel ik als een blok voor Kira Wuck toen ze op Kort voorlas uit haar verhalenbundel 'Noodlanding'.
Ondertussen heeft ze haar tweede dichtbundel uit en lees ik warempel poëzie. En raak ik vooral weer betoverd door haar stem en beluister ik opnieuw en opnieuw haar hartslag uit eerste strofe van 'Nachtdieren'.
Van sommige gedichten snap ik het verband niet tussen de verschillende strofen. Maar dat geeft niet want ik ben een beetje verliefd, denk ik. En ze schrijft zinnen als 'Iemand vinden die eenzamer is dan jij'.
Het is duidelijk, de Van Overmeires zijn fans van Finse meisjes.
Iemand zei in de reacties dat hij door dit boek van poëzie was gaan houden, dus de verwachtingen waren hooggespannen. Voor mij heeft 'De zee heeft honger' daar niet aan kunnen voldoen. De recensie van Meander vat het wat mij betreft goed samen: de inhoud staat voorop en taal is een hulpmiddel. Het is stilistisch nogal sober en soms doet het een beetje onaf aan (maar dat is persoonlijk). Beelden als 'kuilen in matrassen maken' of je 'tussen ribben wringen' komen me zelfs vrij cliché over. In het eerste van de vier delen, 'We nemen ons voor te vertrekken', vond ik de observaties wel heel scherp.
Wederom prachtig door de eenvoud. Op de achterflap staat 'De zee heeft honger gaat over de anonimiteit van de stad, het verlangen aangelijnd te worden en de verlokking van de zee.' Het zou niet dichter bij me kunnen liggen.