Mila verlangt het absolute. Het eeuwige. Ze zoekt een manier om nooit vergeten te worden. Als jong meisje staat ze in een museum oog in oog met een wulpse Venus. Prompt neemt ze zich voor om ook de muze van een kunstenaar te worden. Ze vertrouwt zich toe aan de scheppende gedachten van een ander, en aan de handen van het lot. Naakt poseert ze urenlang voor kunststudenten, die kijken maar haar niet zien. Ze observeren. Voor hen ligt geen jonge vrouw, maar een opdracht. Een fruitschaal voor gevorderden. Tot een schilder haar uit de anonimiteit verheft. De twee worden verliefd. Op elkaar, en op het beeld dat ze van elkaar koesteren. Maar hoe geef je je écht bloot? Hoe verhoud je je tot de ander en tot je eigen verhaal? Terwijl Mila haar lichaam en ziel tevergeefs in de juiste vorm probeert te dwingen, begrijpt ze dat haar zingeving in haar eigen handen ligt. Ze zal van lijdend voorwerp tot onderwerp moeten transformeren.
Katrijn Van Bouwel (1981) is auteur en improvisatieactrice. Ze leest, presenteert en grapt al tien jaar op het podium en is regelmatig te zien op de Vlaamse televisie. In een even vergeefse als verbeten poging zowel het leven als de dood te ontleden, studeerde ze wijsbegeerte, communicatiewetenschappen en taxidermie. Naast de publicatie van haar columns en artikels is er nu haar debuutroman. De muze en het meisje is een onvergankelijke, zintuiglijke ode aan het menselijk lichaam, aan de liefde en aan de eeuwigheid, en een pleister voor de roestige kwetsuren van het leven.
Vooraf dacht ik dat dit het soort boek zou zijn waarin ik vroeger met zeer veel plezier gezwolgen zou hebben maar dat het me nu iets te romantisch-pathetisch zou voorkomen. Ik ben immers niet langer mijn vroegere zelve, helaas.
Maar ach, reuring en consternatie: weemoed en romantiek blijkt van alle tijden te zijn. Komt het door de aangrijpende Aislamiento tentoonstelling van Anzo gisteren, de korte nacht met vreemde dromen of de verzengende hitte aan het strand vandaag? Mijn huidige ik heeft zich vandaag toch ook gewenteld in dit verhaal over de liefde die ik nooit zal begrijpen, zij het met iets meer pijn dan mijn vroegere ik.
Dat Katrijn Van Bouwel nog lang haar barokke zelve mag blijven. Maar ik prijs me gelukkig dat 'Het lijden van de jonge Werther' van Goethe en 'Julia' van Rhijnvis Feith pas volgend jaar op mijn sentimentalistische leeslijst staan.
Ik werd er wat warm van, van dit boek. Omdat het soms zo dichtbij komt (waarom moeten toch doodgaan en helemaal niets meer zijn, helemaal vergeten worden), omdat er zo'n mooie zinnen in staan. Toch geen vijf sterren omdat sommige stukken net iets té cliché of overdreven aanvoelen (ik ben nochtans wel een fan van barok ;-) Maar ze mag zeker nog meer schrijven, die Katrijn Van Bouwel, want ze doet dat goed!
Romans en ook debuutromans over kunstenaars, hun muzen en de ingewikkelde relaties tussen die twee; er zijn er te veel om op te noemen. De titel van de debuutroman van de Vlaamse Katrijn Van Bouwel belooft een gelijksoortig boek. Toch geeft columnist, comédienne en improvisatiespeelster Van Bouwel een geheel eigen wending aan het thema waarop haar boek gebaseerd is en dat maakt ‘De muze en het meisje’ de moeite van het lezen waard.
Mila heeft geen baan en vooral geen idee wat het leven voor haar in het verschiet heeft. Maar als ze op een dag naar de naaktschilderijen in een museum kijkt is er een ding dat lonkt: de eeuwigheid, de onsterfelijkheid. ‘Opeens wist ik het. Ik zou aan mezelf schaven tot iemand in mij de perfectie herkende en wist: dit moet bewaard blijven.’ Daarom besluit Mila zich aan te bieden als naaktmodel aan de kunstacademie.
De verschijning van Mila zorgt ervoor dat kunstenaar Torven opklimt uit een diep dal en weer gaat schilderen. ‘Hoe meer ik reisde, hoe meer mensen ik zag; hoe meer succes ik kreeg, hoe zinlozer alles leek. Soms is het angstaanjagender om je dromen uit te zien komen, dan ze te koesteren. Niet leek de leemte te vullen. […] Ik was een variant op het thema, werd onverschillig voor wat ik zelf deed.’ Maar wanneer Torven zijn leven weer op de rails heeft, verdwijnt ook de verhouding tussen muze en schilder. De subjectieve houding van Mila is niet meer genoeg, Torven heeft behoefte aan iemand die meer dan slechts een muze is.
‘Dus jij wil een middelmatig leven, braaf en verdoken, een stofje in de geschiedenis. En ik dan? Wat moet er dan met mij?’ Mila wil vereeuwigd worden en heeft verder geen plannen of doel in haar leven en wanneer Torven deze droom van haar afneemt. Mila ontpopt zich al snel als een koningin van drama en zelfmedelijden. Een personage dat onuitstaanbaar zou zijn, ware het niet dat Van Bouwel haar de nodige filosofische reflectie meegeeft.
Af en toe zijn de zinnen en passages in ‘De muze en het meisje’ wel erg decadent of prestigieus, maar ze bevatten zeker een kern van waarheid en ze geven de lezer veel stof tot nadenken. Het hoofdpersonage beschikt over voldoende zelfreflectie om meer te worden dan een ‘flat character’, meer dan een lege huls en weet uiteindelijk iets van zichzelf te maken. ‘Door mezelf als object te zien, ontsloeg ik mezelf ook van alle verantwoordelijkheid om zélf iets van mijn leven te maken. Liefde moet een aanvulling zijn, geen opvulling.’
Een roman over sterfelijkheid en schoonheid. De muze wordt een meisje, en misschien zelfs een vrouw. Daar gaat Van Bouwel met ‘De muze en het meisje’ voorbij het cliché en dat mag ze in volgende romans gerust nog vaker doen, inclusief de filosofische diepgang en de prachtige zinnen die daar uit voortvloeien.
Twijfelde tussen 3 en 4 sterren. Wat een zinnen! Hoe je zo poëtisch kan schrijven over instappen in een auto. Maar op den duur begon dat toch wel ietsje te vervelen en ging ik meer op zoek naar het verhaal. Toch is het meer de sfeer en de poëzie die er hier toe doet, daarom toch maar vier sterren. Je moet het maar doen... Chapeau.
Wat zo fantastisch is aan Katrijn Van Bouwels debuut is niet eens dat het zo prachtig en zinnelijk geschreven is, zodat elke zin proeft en voelt en ruikt en klinkt. Het meest indrukwekkende is dat het zo gul is, zo mededogend, zo warm.
Veel jonge (en ook oudere) auteurs halen bij het schrijven energie uit een afrekening, uit een zich afzetten tegen, weze het geloof, ouders, opvoeding, afkomst, politiek of geschiedenis. Niet zo Katrijn Van Bouwel. Het enige waarmee ze schijnt af te rekenen is met het afrekenen zelf, en zelfs dat doet ze niet op een afrekenende manier. Ze kijkt naar de wereld en naar zichzelf met een mildheid die melig noch saai is. De suspense komt niet van het opbouwen of op de spits drijven van spanningen en conflicten; hij bestaat er juist in dat niet te doen, iets wat we niet gewoon zijn. Wat een verademing!
'Aardbeien zijn niet minder lekker omdat ze niet in de woestijn groeien.'
Het is misschien niet eens de allerbeste zin uit het boek (en al zeker niet de enige goede), maar het is wel de zin waarmee 'De Muze en het Meisje' definitief een van de mooiste boeken werd die ik de laatste tijd heb gelezen. Hij bevat alle ingrediënten waar het in dit boek om draait: mededogen, intelligentie, (intelligente) humor, zinnelijkheid. En om een of andere reden maakte hij bij mij een rechtstreekse verbinding met een stuk van mijn hoofd waarmee ik normaal gezien geen boeken lees.
Op mij heeft 'De Muze en het Meisje' (verwijzing naar 'Der Tod und das Mädchen'?) een grote indruk gemaakt: zo ontwapenend, zo positief, uiteindelijk. Katrijn (mag ik Katrijn zeggen?) schrijft als 'een meisje van 35', met alle levenservaring die haar leeftijd met zich meebrengt, maar nog steeds met de grote ogen van verbazing en verwondering van het kleine meisje.
Dit boek deed mij heel vaak denken aan "Vele hemels boven de zevende" van Griet Op De Beeck. De ongelooflijk mooie zinnen die blijven naslepen, de verhaalstijl, het onbegrepene van het hoofdpersonage. Zeker de moeite waard.
Dit boek wil je tweemaal lezen. Een eerste keer om het verhaal te laten bekomen en een tweede maal om de schoon zinnen in je op te nemen. Over hoe rauw liefde kan zijn.
Mooi en subliem, ook intelligent maar vooral een zeer wellustig boek. Je wordt voortgestuwd door de mooiste zinnen die in een debuutroman zijn neergepend.
Mooie schrijfstijl, prikkelend, grappig, ontroerend en soms zelfs herkenbaar. Ik vond dit eigenlijk echt een heel fijn boek en ik kijk uit naar meer werk van deze schrijfster.
Normaal gezien schrijf ik nooit recensies,omdat ik nu niet echt de allersterkste ben in dat soort dingen. Maar dit boek greep me zo aan en was zo een genot om te lezen dat ik het zelfs onmiddellijk een tweede maal las om zeker te zijn dat ik niet bepaalde dingen erin gemist had. Het roept ook een enorm palet aan gevoelens op en liet me nadenken over elk van de personages,zijn of haar ontwikkeling en riep herinneringen op naar mensen en gebeurtenissen uit mijn eigen leven. Katrijn slaagde er ook moeiteloos in om me helemaal mee te slepen in Mila en haar ontdekkingsreis naar haarzelf,haar drang naar een "interessant" bestaan en haar ongebreidelde passie voor haar schilder. Het was ook interessant om te zien wat passie en obsessie doet met mensen,welke verlangens we dan op andere projecteren,en of een allesomvattende en overheersende passie gezond is voor een mens. Maar niet alleen het hoofdpersonage zoog me mee,ook de nevenkarakters waren boeiend en je kon jezelf ook inleven in hun evolutie. En iedereen wil toch een Lisa als beste vriendin. Buiten het feit dat de passie en de liefde in het boek op een zelden geziene manier omschreven werd,en zelfs erotiek spannend en opwindend werd door de manier waarop het in de verhaallijn verwerkt was, waren er ook de nodige hilarische momenten (de afpoeier scène is nu al een klassiek voorbeeld hiervan). Maar zelfs over dagdagelijkse momenten of dingen kon ze soms met 1 zin absoluut perfect weergeven of omschrijven hoe die dingen zijn,gebeuren of ervaren worden. Zelden las ik al accuratere en tragikomischere omschrijvingen van familiefeesten of van de dynamiek die tussen mensen bestaat louter en alleen omdat ze bloedverwanten van elkaar zijn. Zoals ik al schreef was zelf de erotiek perfect in het boek ingepast in de evolutie van Mila,het was realistisch en gaf ook goed weer waar zij op dat moment stond in haar leven,en omdat het niet de alledaagse saaie sex scène was,slaagde het er ook nog in om zo opwindend te zijn (wat ik bijna nooit heb in een boek). Na afloop ben ik nog een hele tijd bezig geweest met te overdenken hoe ik de toekomst van de personages zag en hoe ze naar elkaar toe zouden evolueren. Je proefde ook aan elke zin hoeveel liefde en passie Katrijn voor het schrijven en haar personages had,en hoeveel tijd ze erin gestoken had om die juiste woordkeuze of woordspelingen te vinden die dit zo een aangename leeservaring maakten. Ik hoop dan ook dat we in de toekomst nog op boeken van haar zullen getrakteerd worden, want dit boek zorgde er alvast voor dat op het einde ik verliefd was op Mila maar ook op de schrijfster.
‘Als alles voorbijgaat en niets is uiteindelijk erg, bestaat er dan wel iets absoluut waardevols?'
Katrijn Van Bouwel is gekend als improvisatieactrice, comedienne en festivalfee. De gekoesterde droom om een boek te schrijven is met dit werk uitgekomen.
We volgen een deel van de levenswandel van Mila, een jonge vrouw die verlangt naar de eeuwigheid. In haar zoektocht naar het absolute gaat ze aan de slag als naaktmodel, maar de ruwe schetsen van eerstejaarsstudenten aan de academie bezorgen haar meer spierpijn dan voldoening. De ultieme vervulling van het verlangen lijkt ze te vinden in de vorm van passionele romance met een kunstschilder: hij schenkt haar de eeuwigheid in zijn portretten en de liefde.
De jonge vrouw met onmogelijke aspiraties wordt door Van Bouwel vormelijk weergegeven met een breed taalregister: groteske vergelijkingen, alliteraties en breedsprakigheid vormen in dit boek allerminst een obstakel, maar de perfecte uitdrukking van de leefwereld van het hoofdpersonage
Zulke hemelhoge verwachtingen van de liefde en het leven worden onvermijdelijk terechtgewezen door de harde hand der realiteit. Mila komt terecht in een draaikolk van teleurstellingen, maar weet zich uiteindelijk vast te klampen aan de zekerheid van de taxidermie. Ze beseft dat ze de oneindigheid, paradoxaal genoeg, slechts kan bereiken in confrontatie met de dood. Wat volgt zijn intrigerende passages over de vervlechting van activiteit en zingeving, over de kunst van het opzetten als de zoektocht naar het zelf.
De muze en het meisje speelt zich af tussen de pool van het eindige en het oneindige en illustreert hoe liefde en betekenis zich ergens daartussen bevinden. Katrijn Van Bouwel schreef een meeslepende roman over grootse dingen in een klein leven.
Awel, het is vreemd, van zeemzoeterig romantisch en fairytale en tegelijk ook raak, overvloedig, gulzig zelfs. Een boek over een meisje dat verlangt naar vereeuwiging, naar zijn door gezien te worden, door te laten zien, eentje die krijgt wat ze wenst en dan keihard tegen de muur botst om zichzelf daarna echt te kunnen leren kennen. Fijn debuut.
Erg goed! Barok, zeemzoet en vergezocht las ik in recensies. Wel, als dat al zo is (hier en daar is het behoorlijk gesuikerd), dan heeft het me op geen enkel moment gestoord. Meer nog, het maakt het af. De taal van Van Bouwel is verrukkelijk en haar beschrijvingen zijn raak. Sterk debuut.
Jammer genoeg mijn ding niet. Het is te literair (hoe vreemd dit misschien ook klinkt). De constante beeldspraak en poëtische zinnen begonnen mij al snel te vervelen. Ook voelde ik me dommer met elke pagina die ik las, omdat ik merkte dat er op elke pagina wel woorden waren waarvan ik nog nooit had gehoord. Af en toe merkte ik dat ik een hele pagina had gelezen zonder te weten wat er stond, of sloeg ik stukken opsomming over omdat het me gewoon niet boeide... Ik hoopte op een mooi verhaal, maar blijf achter met een leegte. Jammer.
Het debuut van Van Bouwel is op zijn best een Bildungsroman, een verhaal waarin het hoofdpersonage een ontwikkeling meemaakt (ondergaat was hier misschien ook op zijn plaats geweest) en bij voorkeur rijper uit de gebeurtenissen komt. Het verhaal van Mila is onderhoudend en mooi in kaart en beeld gebracht. De schrijfstijl is spontaan en niet al te geconstrueerd, en zeker niet hermetisch of hoogdravend. Er zitten zelfs een paar mooi uitgewerkte seksscènes in (maar waarom een Vlaamse penis een Hollandse pik moet worden, blijft een raadsel).
De muze en het meisje bevat echter een heleboel clichés. Iets te veel om echt van een goed boek te kunnen spreken. Ik heb zelfs —en dat overkomt me zelden— een pen ter hand genomen om heelder passages te schrappen of om woest vraagtekens in de kantlijn te plaatsen. Had ik de kunde, dan had ik her en der :rolleyes: getekend. Een voorbeeld? Gans hoofdstuk vier uit het eerste deel (Herfst), had uit dit boek mogen geschrapt worden. Wat zeg ik: had geschrapt móeten worden. De ontmoeting tussen de twee vriendinnen Mila en Lisa en twee kerels (“van het type dat de ‘succesvolle zakenman’ speelt in een B-film”) is puberaal en zonder waarde. Het is een boutade, mogelijks rechtstreeks gegrepen uit het leven van de schrijfster, en daardoor veel te anekdotisch. Het lijkt mij iets wat een eindredacteur, die naam waardig, had mogen onderscheppen. Vooral in de emotionele passages sluipen de clichés gretig binnen.
Het slot is dan weer voorbeeldig. We vergeten gemakshalve het begin van dat laatste deel (Zomer), dat, zoals in een goedkope horrorfilm, een wanhopige poging doet de lezer (resp. kijker) op een dwaalspoor te brengen. Eenmaal die korte passage voorbij, volgen de beste bladzijden van het boek (en is het einde niet wat de lezer onthoudt), waarin Mila wel degelijk mentaal sterk gegroeid de Bildungsroman kan beëindigen. De schrijfster heeft een gelijkaardige groei meegemaakt in haar schrijven (pas op, straks heeft ze dat einde eerst geschreven!), waardoor dit boek alsnog laat uitkijken naar een volgende worp. Hopelijk kan Van Bouwel daar dan iets meer afstand nemen van haar personage.
"Ik lees niet, ik verslind met de geur van verf, klei en terpentijn. Hoe leuk en pakkend is dit boek bij elkaar gevoeld. De woorden, beelden en emoties netjes en zorgvuldig bijeen gezocht om diep te beroeren. Bijzonder knap werk."
I thought Katrijn Van Bouwel was such a witty and gorgeous young lady when I saw her perform impro comedy in Antwerp's The Joker club. And even though it is not entirely honest, one tends to forgive way more when a writer is pretty and funny, so I was totally ready for her book. But then! what was this about? I really don't have a clue. We get a main character girl talking with a friend about their respective relationships and one night stands, until main girl becomes infatuated with a painter for whom she models. It's a lot of female gibberish for which I lack at least one but probably many more chromosomes to be able to understand. The novella seems to absolutely go nowhere. I tried to plough on but to no avail. Katrijn if you read this, I am sorry. If it is any consolation, the same happened to me when trying to get through De avonden. Dropped out when Fritz Van Egters did the same thing for the third evening in a row. "De Muze en het Meisje" is not my style. Everything is told in the first person perspective, which can be forgiven. But I really don't like the present tense, it is probably meant to make things close and direct but for me it just estranged me from any possible story that might have been developing, and just turned the novel into an undirected stream of consciousness. Didn't manage to finish it, whoever wants to, give it a try and let me know what I missed!
Mila wil niet vergeten worden. Ze besluit naaktmodel te worden, en op een dag gebeurt het ongelooflijke: een kunstenaar maakt een schilderij van haar. Het is liefde op het eerste zicht, maar van het soort dat alles verwoest. Zij wil dingen van hem die hij haar niet kan geven. Hij geeft zijn leven dankzij haar liefde een andere wending. Tot op het breekpunt, waardoor zij er weer alleen voor staat.
Hoe dikwijls wilde ik Mila niet door elkaar rammelen? Zo van: kind, get your shit together, leef uw eigen leven, ge zijt jong, de wereld ligt voor u open! Ergens had ik een fantastisch happy end verwacht, maar dat is natuurlijk niet in lijn met de rest van deze roman. In het vierde deel word je meegenomen in de fascinerende wereld van de taxidermie, naar het schijnt ook een hobby van de schrijfster zelf. Als ik haar resumé zo lees dan denk ik dat ze veel van zichzelf in het boek heeft gestopt. En dat is mooi, maar geeft ook het gevoel dat ze op het vlak van romanschrijven alles heeft gegeven wat ze momenteel heeft.
3 sterren omdat het verhaal onder mijn huid kroop en ik oprecht begaan was met Mila.
Ik word zeker fan van Katrijn Van Bouwel. Ze maakt zo sierlijke zinnen, hanteert een bijzondere en bijzonder rijke woordenschat en tovert beeldspraak uit haar pen waarvan ik naar adem moet happen. Maar trop is soms wel iets te veel, al dat moois zit zo dicht op elkaar gepakt dat ik bijna elke bladzijde 2 keer wou lezen en dat kwam het verhaal bij mij niet te goede. Bovendien meen ik ook dat ze dit boek misschien in 3 boeken zou kunnen schrijven hebben in 3 dieper uitgepuurde verhalen. Maar dat is bijzaak. Dit boek zou ik graag overal met me meenemen om te pas en te onpas stukjes uit voor te lezen zodat degenen die het niet lazen ook kunnen genieten van de kunst van het schrijven.
Een heel mooi verhaal over een vrouw die anderen nodig heeft om zichzelf te zien/zijn. Ik heb het boek heel graag gelezen, maar het hele zintuiglijke, soms bombastische taalgebruik vond ik soms erover. Over elk woord was lang nagedacht in het effect zo groots mogelijk te maken, en dat stak mij tegen, maar past wel bij het verhaal en het personage. Daarom dus 3 sterren IPV 4
Er staan echt prachtige zinnen, schitterende beschrijvingen in deze roman. De omschrijving van het zielenleed na een breuk vond ik zeer treffend. Er waren ook passages die me helemaal niet konden bekoren, die er, voor mij, teveel aan waren. Al bij al, toch iemand om te volgen, die Katrijn. 3 1/2 sterren.
Geen slecht boek, maar zeker ook niet één van mijn favorieten. Veel gevoelens van het hoofdpersonage zijn herkenbaar, en de auteur weet hoe ze een mooie zin moet schrijven. Jammer genoeg is het taalgebruik soms te barok, het liefdesverhaal zwak en ongeloofwaardig en is het boek over het algemeen nogal navelstaarderig - niet op een goede manier.
Van Bouwel kan het, maar ze wil te veel in één boek. De fraaie en rake zinnen zinderen nog na, maar ze gaan ten koste van het verhaal. Daardoor lijkt het een samenraapsel van allerlei persoonlijke interesses en verhalen van de schrijfster (oude serviezen, taxidermie, anekdotes uit de eigen jeugd of uit eerdere relaties), maar zonder veel samenhang.