Dit was een mooie bloemlezing van een dichteres die ik eigenlijk helemaal niet kende (Ik ben een liefhebber van de "Mooiste van..." serie, dus daarom had ik het uitgekozen). Södergrans poëzie is erg direct, maar bevat toch genoeg mythologie. Bepaalde beelden komen continu terug. Kleur speelt een focale rol, met name wit en rood. Rood is de kleur van verlangen, van lust, van (een vaak vrouwelijke) macht. Wit is de kleur van puurheid, eenzaamheid. Södergran vereenzelvigt zich met beide kleuren, en heeft hierbij een trotse houding.
Grootheidswaan is het woord dat ik zou willen gebruiken om de centrale thematiek te typeren (en ik bedoel dat positief). De "ik" is machtig, soms goddelijk, de "triomfator". In deze zin heeft het een feministische ondertoon, zij is als vrouw machtig. Steeds wordt er gesproken over de verbinding van het vrouwelijk geslacht. De man hier wordt weggezet en ontkend, de vrouw bestaat niet meer in relatie tot de man, maar heeft haar eigen rol.
Zoals in zoveel poëzie zit het werk van Södergran vol met paradoxen. Ze is namelijk ook de eenling, de lierspeler in een bekrompen land, en eeuwig ziek zonder hoop op beter worden. Haar macht is een vloek, het zorgt voor isolatie. De rol van de natuur is boeiend, ze is enerzijds onderdeel van de natuur en daarin sterk, anderzijds is haar lot afhankelijk van de natuur en is haar lichaam broos. Wispelturig als de beelden zijn, zijn ze juist mysterieuzer en intrigerender.
Zelf kan ik me meer vinden in de twijfelende gedichten en minder in de "arrogante", maar het is zeker een stijl die ik nooit eerder ben tegengekomen. Het is verfrissend, en het werkt erg goed in contrast met de rest van de bloemlezing.