Jump to ratings and reviews
Rate this book

Lenteloos voorjaar: Oorlogsdagboek 1940-1941

Rate this book
Toen de dichteres Hanny Michaelis op 11 juni 2007 overleed, werd in haar nalatenschap een groot aantal schriften aangetroffen waarin ze gedurende enkele periodes van haar leven een dagboek had bijgehouden. In de eerste schriften deed ze verslag van haar ervaringen als gymnasiast, als dienstmeisje (omdat geen andere betrekking voor haar openstond) en als onderduikster. In dit eerste deel van het dagboek, Lenteloos voorjaar, kan men haar volgen van haar zeventiende tot haar twintigste jaar.
Wat leeftijd aangaat zat Hanny Michaelis in de oorlog tussen Anne Frank en Etty Hillesum in, wier dagboeken vroeger gepubliceerd werden.
Het dagboek gaat tijdens haar middelbare schooltijd voor een groot deel over haar verliefdheden. Bovendien was er vanaf de eerste dag dat ze haar dagboek bijhield de dreiging van de aanstaande oorlog.
‘Ik stond voor 't raam en keek naar de zoeklichten, die als lange blauwlichtende vingers de stille, besterde hemel afzochten. En terwijl de zoeklichten uit en aan flitsten en een vliegtuig gedempt en angstaanjagend ronkte, had ik een vreemd, triestig gevoel; ik ondervond het als een soort heiligschennis van deze lichte, doorsterde voorjaarsavond.'

In 2017 zal deel twee, Stilstaand water. Oorlogsdagboek 1942-1945, verschijnen.

942 pages, Hardcover

Published November 18, 2016

6 people are currently reading
96 people want to read

About the author

Hanny Michaelis

16 books5 followers
Hanny Michaelis (1922–2007) werd geboren in Amsterdam. In 1941 deed zij eindexamen op het Vossius Gymnasium, kort daarna moesten zij en haar ouders onderduiken. Ze deden dat op verschillende adressen en zagen elkaar niet meer terug. Haar ouders werden in 1943 opgepakt en via kamp Westerbork weggevoerd naar Sobibor, waar zij vrijwel zeker direct na aankomst werden vermoord. Kort na de bevrijding keerde Michaelis terug naar Amsterdam, waar zij sindsdien is blijven wonen.

Michaelis trouwde in 1948 met de schrijver Gerard Reve. Het echtpaar ging tien jaar later uit elkaar, toen bleek dat Reve niet langer onder zijn homoseksualiteit uitkon. Zij bleven echter goed met elkaar bevriend.

Michaelis werkte jarenlang bij de afdeling kunstzaken van de gemeente Amsterdam en publiceerde daarnaast zes gedichtenbundels. Zij debuteerde in 1949 bij uitgeverij Meulenhoff met Klein voorspel. Deze werd gevolgd door de bundels Water uit de rots (1957), Tegen de wind in (1962), Onvoorzien (1966), De rots van Gibraltar (1969) en Wegdraven naar een nieuw Utopia (1971). In 1985 droeg zij bij aan de bundel Gedichten van haar uitgever Geert van Oorschot, waarin ook werk van Elisabeth Eybers, Fritzi Harmsen van Beek, Judith Herzberg, Annie M.G. Schmidt en M. Vasalis was opgenomen. In 1989 publiceerde zij met Het onkruid van de twijfel een omvangrijker keuze uit eigen werk. Al haar poëzie werd gebundeld in Verzamelde gedichten (1996). In het najaar van 2011 verscheen een geheel vernieuwde en zeer vermeerderde vijfde druk van haar Verzamelde gedichten, waarin 30 nieuwe gedichten werden opgenomen.

In 1995 ontving zij de Anna Bijnsprijs en de Sjoerd Leikerprijs voor haar gehele oeuvre. In het najaar van 2002 publiceerde zij haar jeugdherinneringen in Verst verleden.

In 2005 verscheen een bescheiden keuze uit haar dichtwerk door J.J. Voskuil.

Ratings & Reviews

What do you think?
Rate this book

Friends & Following

Create a free account to discover what your friends think of this book!

Community Reviews

5 stars
8 (26%)
4 stars
19 (63%)
3 stars
3 (10%)
2 stars
0 (0%)
1 star
0 (0%)
Displaying 1 - 5 of 5 reviews
Profile Image for Hella.
1,162 reviews51 followers
September 24, 2018
Wat maakt het lezen van dagboeken toch zo fascinerend? Ik heb het altijd gehad, sinds ik voor het eerst Anne Frank las. Ik heb er al eerder over geschreven ook, herinner ik me.
Ik kende Hanny Michaelis eigenlijk niet, of hooguit van naam. Zou ze het zelf gewild hebben, dat haar schoolmeisjeszieleroerselen werden gepubliceerd? Hoe dan ook, ik heb ervan genoten. En dat genot bestaat uit zoveel verschillende aspecten! In de eerste plaats is er de herkenning. Die eindeloze verliefdheden, het eindeloze analyseren daarvan, met aplomb meedelen dat het nu écht over is, terwijl een paar dagen later een blik van de aanbedene het vuurtje weer net zo hard opstookt.
Bewondering is er, voor de algemene ontwikkeling, voor het lezen van literaire werken in álle moderne talen, en de woordenschat waarmee ze beoordeeld worden. Voor de gedichten, die wel melodramatisch maar ook heel knap zijn van metrum en rijm. Voor de schilderachtige natuurbeschrijvingen.
Verbazing is er, dat het leven van een Joods gezin op wat geldzorgen na gewoon doorging, in de eerste jaren van de oorlog. Wel begint het net zich samen te trekken: naar de bibliotheek gaan wordt verboden, Joodse leraren moeten van school … maar ze fietst nog onbekommerd door de stad en door de vrije natuur daar buiten. Er zijn wel af en toe bombardementen, ze moeten af en toe het bed uit wegens luchtalarm, maar toch lijkt de oorlog nog ver weg, en de hoop op een spoedige vrede leeft nog bij iedereen.
Als lezer weet je wat haar nog te wachten staat. Zo heb ik mijn eigen dagboeken een paar jaar geleden ook herlezen, vanuit een soort medelijden, "met de kennis van nu" ziend waar tóen al kiemen gelegd werden voor wat er later allemaal mis zou gaan.
Deel twee – De Wereld waar ik Buiten Sta – ligt al klaar. Het schoolmeisje is van school af, kan niet gaan studeren, en gaat dus maar als dienstmeisje aan het werk. Ik lees en leef met haar mee.
Profile Image for Hans Moerland.
570 reviews15 followers
July 23, 2025
Dagboeken behoren zonder meer tot mijn favoriete genres in de literatuur. Aldus durfde ik de gok wel aan om te beginnen aan de vuistdikke oorlogsdagboeken van Hanny Michaelis: een kleine duizend bladzijden “Lenteloos voorjaar”, dat de jaren 1940 en 1941 beslaat, om desgewenst te vervolgen met het nog wat omvangrijker “De wereld waar ik buiten sta”, over de jaren 1942-1945. Bij lezing van het eerste deel blijkt overigens de dagboekschrijfster zelf allerminst overtuigd van de kwaliteit van hetgeen ze aan het papier toevertrouwt. In vergelijking met de door anderen geschreven, gepubliceerde, dagboeken die ze leest, vindt ze dat van haarzelf ‘verreweg het onbeduidendste’ (p. 741), en typeert ze de inhoud ervan als ‘meisjesachtige nonsensedingen, die alleen maar voor mezelf zijn bedoeld’ (p. 426). Een en ander doet niet af aan de betekenis die ze wel degelijk eraan blijkt toe te kennen: ‘juist nú begint het [dagboek] waarde te krijgen’ (p. 295), en met betrekking tot het fameuze dagboek van Samuel Pepys merkt ze op dat het ‘op den duur begint […] te vermoeien’ door de vele herhaling van trivialiteiten, zoals over hetgeen de pot ‘s avonds schaft (p. 250). Wat mij betreft komt er dan meteen nog een andere pot om de hoek kijken, namelijk die welke de ketel verwijt dat-ie zwart ziet. “Lenteloos voorjaar” bevat talloze herhalingen (zij het dan misschien vooral over kwesties waaraan de dagboekschrijfster groot belang hecht, niet in de laatste plaats die van haar verliefdheden en dromen). Geen wonder dus dat uitgeverij Van Oorschot in 2019 alsnog een selectie van de notities in “Lenteloos voorjaar” (2016) en “De wereld waar ik buiten sta” (2017) heeft uitgebracht, onder de overkoepelende titel “Oorlogsdagboek 1940-1945”. Ook dit boek telt echter nog circa vijfhonderd pagina’s.
Het regelmatige schrijven legt haar geen windeieren, want Hanny Michaelis ontpopt zich al snel als een begenadigd stiliste. Van meet af aan trouwens blijkt ze een opmerkelijk goed oog te hebben voor de haar omringende (stads)natuur en de weersomstandigheden waaronder die zich haar openbaart, en weet ze haar observaties van licht en lucht, van de hemel, de hemellichamen en het water van de Amstel in letterlijk gloedvolle en kleurrijke bewoordingen aan haar (toekomstige, niet-beoogde) lezers over te brengen. Maar waarover heeft ze het verder zoal, in die dagboeknotities van begin jaren veertig?
Uiteraard, men ontkomt er niet aan, over de dreiging uit het oosten en over de eerste anderhalf jaar van de Tweede Wereldoorlog. Er gaat veel aandacht uit naar overvliegende vliegtuigen, luchtalarm, bommen, afweergeschut en de gestoorde nachtrust en het slaapgebrek die daarmee gepaard gaan, alsook, wat later, naar de gaandeweg strengere maatregelen die de Duitse bezetter instelt. Hoewel die steeds specifieker het joodse bevolkingsdeel treffen, lijkt Hanny Michaelis zich daar in het begin van de oorlog nauwelijks druk om te maken, in ieder geval niet in die mate dat ze de aanloop tot een mogelijke vernietiging van het volk waartoe ze behoort ervaart als een reëel gevaar dat zich uitstrekt tot haar en haar naasten.
Veel uitgebreider, helder en concreet daarentegen laat ze zich uit, en dat is wat mij betreft een van de grootste verdiensten van “Lenteloos voorjaar”, over de veranderingen die de bezetting na enige tijd teweegbrengt in de verhoudingen en de sfeer op school, meer in het bijzonder in de hoogste klassen van het door haar als leerling bezochte Vossius-gymnasium. Een aantal leraren blijkt de NSB een warm hart toe te dragen, en onder Hanny’s klasgenoten is dat niet anders. Deze laatsten worden door de pro-Duitse docenten min of meer in de watten gelegd, en krijgen veel hogere cijfers dan ze in feite verdienen. De rector schippert wat af. Op het punt van de inhoud van de vakken die worden onderwezen ligt de nadruk in de dagboekaantekeningen sterk op de klassieke talen en Nederlands; heel wat dichters en schrijvers passeren de revue. Bij wie zelf het gymnasium heeft gedaan (in mijn geval: bijna een kwart eeuw ná Michaelis, en niet in Amsterdam maar in Rotterdam) zullen de notities over het vertalen van onder anderen Homerus en Tacitus tal van herinneringen oproepen, maar ook in ruimer verband zullen de aan het papier toevertrouwde middelbareschoolervaringen kunnen overkomen als een feest van herkenning. Vriendschappen (met name die met klasgenote Greetje) en vooral potentieel amoureuze betrekkingen –waarop ik hieronder nog zal terugkomen– spelen een belangrijke rol. Daarnaast staat Hanny toch ook wel geregeld stil bij de situatie thuis en de relatie met haar ouders.
De gymnasiale opleiding is zeer wel besteed, aan Hanny Michaelis. Niet alleen leest ze de oude Grieken en Romeinen met zo’n groot enthousiasme dat ze na het eindexamen op geheel vrijwillige wijze daarmee doorgaat, ook in de moderne literatuur toont ze een uitzonderlijke interesse. Franse, Duitse en Engelse romans leest ze al op jonge leeftijd in de oorspronkelijke taal, het werk van auteurs en dichters als Marsman, Ter Braak, Du Perron en Vestdijk is voor haar nauwelijks aan te slepen en ze begint ook zelf te schrijven – naast haar dagboek vooral gedichten. Bezorger Nop Maas heeft die in “Lenteloos voorjaar” opgenomen in voetnoten, en hoewel ik met uitzondering van “De eend op de pot” van de recentelijk overleden Nannie Kuiper weinig tot niets opheb met poëzie, spreken sommige van die gedichten zelfs mij wel aan. Zou men Hanny Michaelis op basis van de verregaande belangstelling in kwestie kunnen typeren als een vroegwijs (school)kind, in haar notities getuigt ze evenzeer van een behoorlijke naïviteit, onnozelheid. Zonder zichzelf ook maar enige kritische vraag daaromtrent te stellen houdt ze zich intensief bezig met het analyseren en duiden van dromen en gaat ze mee in en hecht ze geloof aan de grafologische prietpraat van haar vader. Zo schrijft ze na een droom over een nicht, waaruit ze zou zijn ontwaakt ‘in een zeldzaam gedeprimeerde stemming’:
“Hoe [nicht] Ro erin voorkwam begrijp ik wel: gisteren vertelde pappie me, dat hij indertijd uit haar handschrift had gelezen, dat ze een verhouding had met een getrouwde man, wat ik voor het eerst hoorde, en me ineens een heel andere indruk van haar gaf, omdat ik zoiets niet achter haar had gezocht. Ik was er verbluft, zelfs een beetje verslagen van, en moest er steeds aan denken.” (p. 873).
Voor dromen is, helaas, een wel erg grote plaats ingeruimd in het dagboek. Oorlogsdreiging, oorlogshandelingen en bezetting spelen daarin eigenlijk een geringe rol, er zijn andere, voor Hanny in die periode belangrijker zaken waarnaar haar aandacht uitgaat, ook in de nachtelijke uren. Favoriete schrijvers als eerder genoemden, maar ook Slauerhoff, geven acte de présence tijdens haar slaap – zij het niet in dezelfde frequentie en op dezelfde manier als haar leraar Nederlands D.A.M. Binnendijk, tevens dichter en criticus. Deze is ook degene die haar wegwijs maakt in de Nederlandse literatuur, en, van vergelijkbare importantie, jegens wie ze een meermalen terugkerende verliefdheid ervaart. De dagboekschrijfster schroomt niet zichzelf te afficheren als ‘een dweepziek wicht’, zoals ze zich dat ook –eerder, en later, alsook tussendoor– heeft getoond te zijn in haar eigenlijk op niets gebaseerde bezetenheid van klasgenoot Eldert. Het buitensporige aantal pagina’s over de, ook letterlijk, gedroomde relatie met deze twee figuren, over al het oogcontact dat wel of niet heeft plaatsgevonden, over een enkele, al dan niet toevallige, aanraking, over de mogelijke betekenis van hetgeen ze over hen heeft gedroomd, maakt “Lenteloos voorjaar” tot een enigszins onevenwichtig boek.
Michaelis’ verliefdheids- of liefdesobsessie beperkt zich trouwens niet tot bovengenoemde medeleerling respectievelijk leraar, er is zeker ruimte voor andere kandidaten. Zo schrijft ze in november 1941: “[…] een van de hoofdredenen waarom ik me niet van hem [Binnendijk] wilde losmaken, was wel, dat ik niet wist met wien ik voortaan mijn droomkasteel moest stofferen” (p. 824, een overtuigende beeldspraak natuurlijk). Ze dicht zichzelf een ‘Liebesbedürfnis’ toe (p. 858), en in de loop van die eerste oorlogsjaren wordt er in het dagboek nauwelijks een jongen of jongeman ten tonele gevoerd zonder te worden beoordeeld in termen van potentiële geliefde of simpelweg als iemand met wie ze al dan niet zou kunnen zoenen. Het geestelijke en het lichamelijke aspect laten zich overigens moeilijk van elkaar scheiden in de zo gewenste contacten – zie onder meer p. 866, alsook p. 875, waar ze spreekt over de ‘hoge’ en de ‘lage’ liefde, om vervolgens te verklaren: “Een enkel geestelijke liefde kan ik me niet voorstellen, dus ‘platonische’ liefdesgevoelens kan ik ook niet koesteren.” Sterker nog, Hanny’s zinnelijkheid blijkt tussen de regels door heel sterk aanwezig. Op slechts enkele plaatsen in haar dagboek wordt daarvan gewag gemaakt, in weinig expliciete termen. Haar leven als 17-, 18-jarige blijkt, hoe triest, een kansloze strijd te behelzen tegen haar permanent opspelende masturbatiedriften, door haar heel omfloerst aangeduid als haar ‘geheim’, haar ‘kwaal’, haar ‘tere punt’ (zie bijv. p. 864). Een en ander deed me onwillekeurig terugdenken, en ik bedoel dit zeker niet denigrerend, aan wat mijn tante Nel uit Wageningen-Hoog in de jaren zestig bij tijd en wijle opmerkte met betrekking tot haar hond, een reu nota bene, die geregeld last zou hebben gehad ‘van z’n erotiekje’.
Een gebrek aan respect jegens Hanny Michaelis zou hoe dan ook misplaatst zijn, omdat het zonneklaar is dat ze over bijzondere talenten en capaciteiten beschikt. Zelf is ze daar niet zo van overtuigd, haar gevoel voor eigenwaarde is ronduit beperkt – zoals blijkt uit de zelfanalyse die ze in “Lenteloos voorjaar” bedrijft, en waarbij ze zich dingen afvraagt betreffende het eigen gedrag, karakter, kwaliteiten enz. Wat hiervan ook moge zijn, ik heb geen seconde betreurd dat ik aan het lezen van haar dagboeken ben begonnen, en heb intussen bij wijze van spreken kosten noch moeite gespaard om het beduidend minder gemakkelijk verkrijgbare vervolg aan te schaffen, “De wereld waar ik buiten sta”.
68 reviews
December 12, 2016
Het is beangstigend om te lezen hoe bezetting en vervolging binnen sluipen in het alledaagse leven van een joodse gymnasiaste. Maar ook dat alledaagse leven, dat verreweg de hoofdmoot van deze negenhonderd dundrukbladzijden vormt, geeft stof tot nadenken.
Hanny’s leven is vervuld van boeken, schrijvers en vooral van haar verliefdheden. De laatste twee groepen vloeien in elkaar over, van beiden droomt ze en schrijft daarover uitgebreid. Ik denk dat tegenwoordig een gymnasiaste van veertien zo zou kunnen schrijven over vriendjes en idolen. Hanny is in deze periode achttien.
Anders is het met haar oordeel over boeken, daarin is ze zeer volwassen, en uiterst kritisch, zelfs de gedichten van haar aanbeden leraar vinden geen genade.
Als dit dagboek gelezen wordt zal het echter niet zijn vanwege de literatuurgeschiedenis of het “bakvissengebabbel”, maar vanwege de dreiging van de wurgend naderende ondergang. Hanny heeft daar in deze periode geen voorgevoel van. Hoewel de familie contacten heeft in Duitsland en Engeland is haar leefwereld beperkt tot school en boeken. Kort na de capitulatie is er een golf van zelfmoorden, ook in haar omgeving. Ze is daarvan onder de indruk, maar uit niets blijkt dat ze zich verdiept in de redenen daarachter. Haar favoriete leraar, Presser, schrijft, na de oorlog dat de panische angst voor een progrom aanleiding was. Hij overleefde een suicide poging. De afsluiting van de universiteit, en daarmee van haar loopbaan-perspectief, het ontslag van haar leraren, de molestaties van Joden, de uitsluitingsmaatregelen, zelfs het bericht van de dood van een leerling in Mauthausen, worden gemeld, maar geven minder paniek dan een tersluikse blik, of het ontbreken daarvan, van een aanbeden klasgenoot. In het volgende deel zal de wekelijkheid rauw toeslaan, als ze moet kiezen om onder te duiken.
Dit boek is als een wetenschappelijk werk gebracht met een apparaat aan voetnoten. Wat ik erg heb gemist, is informatie over wat er is geworden van de klasgenoten, is die akelige leraar aan zijn trekken gekomen? Daar had ik best wat verzen voor willen inruilen.
Profile Image for Eugenie.
209 reviews3 followers
June 19, 2020
Ik ben dol op het lezen van dagboeken. Ik denk door mijn nieuwsgierige aard. Dit dagboek beslaat de periode '40-'41 van de vorige eeuw toen de schrijfster 17-18 jaar was en in de hoogste klassen van het gymnasium zat. Zeer herkenbaar voor mij toen ik die leeftijd had, met alle verliefdheden en onzekerheden en het geblok voor het eindexamen. Ik ben ook verbaasd over de woordenschat van Michaelis en het lezen van allerlei literaire werken, naast de Nederlandse taal, ook in de drie moderne talen. Voor mij was het verplichte kost voor het eindexamen maar voor Michaelis lijkt het pure liefhebberij. Het boek beslaat natuurlijk ook de beginjaren van de oorlog met de nodige bombardementen en luchtalarm. maar verder gaat het leven gewoon door, al wordt het de joodse gemeenschap steeds moeilijker gemaakt. Zo sluit de bibliotheek voor hen en moeten de joodse leraren het veld ruimen. Hoewel Michaelis en haar vader vaak denken dat de oorlog bijna afgelopen is weten wij inmiddels beter. Dit zal in haar volgende dagboek helaas duidelijk worden.
Displaying 1 - 5 of 5 reviews

Can't find what you're looking for?

Get help and learn more about the design.