Les Brumes, ces créatures merveilleuses qui peuplent les légendes, sont en train de disparaître. Chaque jour, elles meurent par dizaines dans les forêts de Gallica. Bohem, s’il veut tenir la promesse qu’il a faite à la Licorne, devra rapidement trouver les portes du Sid pour y conduire les Brumes. Aidé par Chrétien de Troyes, il devine que tout se jouera la nuit de la Toussaint, quand les portes du Sid seront ouvertes. Mais où sont ces portes mystérieuses ? Existent-elles vraiment ? En compagnie de ses amis, Vivienne la jeune trouvère, Mjolln le nain venu de Gaelia, Trinité la Rochelle, Compagnon du Devoir, et Bastian le louvetier, Bohem quitte la cour d’Hélène de Quienne pour trouver enfin le moyen de sauver les Brumes. Mais les ennemis de Bohem n’ont pas disparu. Le Sauvage réunit à nouveau les druides et les terribles guerriers aïshans pour l’arrêter. Car ils veulent lui voler son bien le plus précieux… Pendant ce temps, la guerre fait rage : elle oppose le royaume de Gallica à celui de Brittia. Et l’issue de ce conflit pourrait bien changer à jamais le visage du pays.
Henri Lœvenbruck est né en 1972 à Paris, dans le XIIᵉ arrondissement. Ses parents, tous deux professeurs d’anglais et ayant vécu au Pays de Galles, lui transmettent dès son plus jeune âge leur amour pour la culture anglo-saxonne.
Pendant toute son adolescence, il participe à de nombreux groupes de rock et joue sur de nombreuses scènes de la région parisienne.
Après des études littéraires (khâgne au lycée Chaptal, puis littérature américaine et anglaise à la Sorbonne), assez peu enthousiasmé par la chose militaire, l’heure du service national venue, il fait une objection de conscience et passe 17 mois aux Éditions Francophones d’Amnesty International.
Une fois son objection terminée, il part vivre avec une belle Anglaise près de Canterbury. Là-bas, il enseigne le français dans un collège.
De retour en France, il exerce divers métiers, de barman à web-designer en passant par professeur d’anglais, avant de se diriger vers le journalisme. Pigiste pour la radio (TSF) et la presse écrite (L’Express), il signe de nombreuses chroniques sur les littératures de l’imaginaire avant de créer son propre magazine (Science-Fiction magazine). Après être resté rédacteur-en-chef de ce journal pendant deux ans, il publie à 25 ans un premier polar futuriste aux éditions Baleine, sous le nom de Philippe Machine… Cette fois, son choix est fait : il décide de se consacrer pleinement à l'écriture.
Après avoir publié deux trilogies de Fantasy aux éditions Bragelonne — lesquelles rencontrent un succès inédit pour un auteur français (La Moïra dépasse en France les 300 000 exemplaires, toutes éditions confondues, et les droits sont vendus dans 12 pays) — Henri Lœvenbruck se lance dans le thriller.
Il publie en 2003 Le Testament des siècles aux éditions Flammarion. Ce polar ésotérique, publié en France avant la vague du Da Vinci Code, rencontre à son tour un vif succès, y compris à l'étranger (droits vendus dans 9 pays et adapté en bande-dessinée aux éditions Soleil). En 2007, après un vol plané fulgurant sur une Ducati 944, il publie un second thriller intitulé Le Syndrome Copernic. À nouveau, le succès est au rendez-vous et les droits sont achetés dans 9 pays.
En 2008, l’auteur, qualifié de « nouveau maître du thriller français » par le Nouvel Observateur, publie son troisième roman aux éditions Flammarion, Le Rasoir d’Ockham, réaffirmant son goût pour le thriller ésotérique.
Aujourd’hui, Henri Lœvenbruck partage son temps entre ses romans, les textes de chansons pour des groupes et des chanteurs français et l’écriture de scénarios pour la télévision. Quand son emploi du temps le lui permet, il assouvie ses deux passions : les sports mécaniques et la collection de montres cassées…
Tweede boek van deze trilogie. Bohem moet de Nevels naar de poorten van de Sidh brengen. Eerst moet hij uitvinden wat en waar die zien. Hij ontmoet weer vele nieuwe vrienden in dit deel. Daarnaast speelt ook nog de politiek een rol. Een oorlog tussen Livain VII en Emmer Capigesne is niet meer te vermijden. En ook Bohem en zijn vrienden moeten een beslissende slag leveren tegen de Aishanen en de Militie van Christus. De beschrijvingen van de veldslagen vond ik wel wat bloederig en heel veel tactische uitleg, maar voor de rest vond ik dit ook weer een prachtig boek.
Er was eens, heel lang geleden, in het land Gallica, het legendarische Frankrijk van lang geleden, een jongen bestemd voor grootse daden. Zijn naam? Bohem!
Terwijl koning Livain VII zich voorbereidt op een oorlog met zijn buurlanden, vecht de jonge wolvenjager Bohem tegen de tijd, in de hoop de laatste Nevels voor uitsterven te behoeden. Op aanwijzing van de eenhoorn moet Bohem nu de poorten van de Sidh vinden, die naar verluidt alleen in de nacht van Samhain opengaan. Maar waar zijn die poorten, en hoe kom je erdoorheen?
Om dat te ontdekken begint Bohem met zijn metgezellen aan een queeste door het koninkrijk, waarbij hij steeds machtiger vijanden treft.
De Kerk moet met lede ogen aanzien hoe de populariteit van de jongen groter wordt, de Militie van Christus doet al het mogelijke om te verhinderen dat hij ze zal redden... de Nevels, magische wezens voor de een, duivelsgebroed voor de ander.
Deel 2 pak je zonder veel moeite op na het lezen van deel 1. De schrijver weet goed je aandacht bij het verhaal te houden en het boek even wegleggen is nog niet zo gemakkelijk. Eigenlijk wil je het boek direct uitlezen.
DNF. Het vorige boek eindigde met zo'n plottwist! En dan begin je deel 2 en wordt de plottwist niet meer vernoemd of getoond voor meer dan de helft van het boek. :( Ik kon de schrijfstijl niet meer uit staan. Het verhaal herinnerde constant me aan de gebeurtenissen van boek 1 in plaats van het huidige verhaal voort te zetten en dat werd ik langzaamaan beu. Het hoofdpersonage vond ik ook minder goed uitgewerkt. Ik heb dus ook geen zin om het volgende deel te lezen.
De stem van de nevels gaat verder waar De zoon van de wolvenjager ophield. Bohem is nu in Pierre-Levee, bij de hertogin. Hier komt hij veel te weten over de nevels, een verzameling mystieke wezens, maar zijn zoektocht is nog lang niet voorbij. Hij weet dat hij de nevels moet redden en door de poorten van de Sidh moet leiden. De leider van de nevels, de eenhoorn, gaf hem deze opdracht, maar weet hem niet te vertellen waar de poorten zijn. Alsof dat niet genoeg is dreigt er ook nog eens een oorlog uit te barsten. Komt dit allemaal door Bohems queeste?
Bohem gaat wederom op zoek naar zijn lotsbestemming, die steeds sterker met het lot van de nevels verbonden lijkt te zijn. Helaas wordt hij door allerlei partijen op de hielen gezeten. De militie van Christus wil hem gevangennemen omdat hij een ketter is; de koning van Gallica wil hem gevangennemen om zo meer macht te krijgen en een wit voetje te halen bij de paus. En dan zijn er ten slotte ook nog de mysterieuze druïden, die weinig goeds in de zin lijken te hebben. Gelukkig staat Bohem er niet alleen voor. Hij heeft veel steun aan de hertogin en haar nichtje Vivienne, op wie hij stiekem verliefd is. Daarnaast zijn de Compagnons ook weer aanwezig, om een vrolijke noot in het verhaal te brengen.
Verhaal Het verhaal begint spannend, met de brand in het dorp waar Bohem vandaan komt. Er blijkt naast hemzelf nog iemand ontsnapt te zijn, die naar Bohem op zoek is. Deze spanning zakt echter snel weer in, en pas op het einde wordt het weer echt pakkend. Het verhaal blijft echter wel vermakelijk en het is makkelijk leesbaar, behalve dat de vele namen en partijen binnen het verhaal het lezen wel wat gecompliceerd maken: het zijn er nogal veel. Het is soms lastig om duidelijk te krijgen wie wie is en aan welke kant ze ook alweer staan. Uiteindelijk is dat steeds makkelijker te onthouden, maar het is even doorbijten.
Alors que le roi Livain VII s'apprête à déclarer la guerre à ses voisins, le jeune louvetier Bohem se bat, lui, contre le temps, dans l'espoir de sauver les dernières Brumes de l'extermination.
Instruit par la Licorne, Bohem doit à présent trouver les portes du Sid, dont on dit qu'elles ne s'ouvrent que la nuit de la Samain. Mais où se trouvent-elles, et comment les franchir ? Pour le découvrir, Bohem et ses compagnons se lancent dans une folle quête à travers le royaume, accumulant des ennemis de plus en plus puissants.
La sainte Eglise voit d'un très mauvais œil la popularité croissante du garçon, et la milice du Christ fait son possible pour l'empêcher de sauver les Brumes, ces créatures magiques pour les uns, démoniaques pour les autres.
in het tweede deel van deze trilogie leer je de wereld steeds beter kennen net zoals de personages van deel 1. er komen ook nieuwe personages bij. het verhaal blijft spannend en intrigerend. ik kon het boek moeilijk wegleggen en ik kijk uit naar deel 3.