Impressies van een Nederlandse journaliste en diplomatenvrouw over het leven van alledag, de positie van de vrouw en de mannenmaatschappij in Saoedie-Arabië.
Belevenissen van een Nederlandse Vrouw die als “echtgenote van” geplaatst is in Saudi Arabië. Ze beschrijft het leven aldaar, de vele beperkingen waar ze als vrouw mee te maken krijgt. Maar ook de sfeer cq rivaliteit tussen de verschillende ‘vrouwen van’. Op welk feestje wordt je uitgenodigd, aan welke tafel ga je zitten, is je kleding chique genoeg? En dan wordt je ook nog eens formeel “ beoordeeld” waarbij je rol als ‘vrouw van’ dan ook weer kan reflecteren op de baankansen van je partner. Het boek is niet heel goed geschreven (is ook haar eerste boek) maar de inhoud wel zo interessant dat ik toch door bleef lezen.
Een boekje uit de jaren 90. Een beetje vergeeld dus en minder of meer actueel. Maakt weinig uit. Het is duidelijk een maatschappij waar vrijheid als een gevaar wordt gezien. Maar de anekdotes van de auteur -hoe erg ze ook zijn- beperken zich tot uitstapjes en koffiekransjes. Een ambassadrice weet toch wel meer hoop ik. Weinig diepgang en eerder een goed geschreven dagboek.
Rond 1990 schreef Betsy Udink een column in de NRC waarin ze haar belevenissen als vrouw-van een diplomaat in Saoedie-Arabië beschreef. Mijn moeder las dat altijd met veel plezier, vooral omdat ze zelf vaak in Jemen kwam en dus allerlei dingen herkende. Zo lijken Udink's verslag van de Koninginnedagviering op de ambassade en dat van mijn moeder heel sterk op elkaar. Ingevlogen maatjes haring, iedereen die naar het drankbuffet rent om zo snel mogelijk erg dronken te worden en een emotioneel Wilhelmus.
Ik heb toen ook een enkele column gelezen, maar herinnerde me die vooral als hilarisch. En die zijn er ook wel. De ontmoeting met Mevrouw Lufthansa en Mevrouw IBM (vrouwen die zich vereenzelvigen met de positie van hun mannen) bijvoorbeeld en het bezoek aan de twee Franse vrouwen die zo gelukkig waren om in het islamitische land te leven. Of het bezoek van Ria Lubbers aan de ambassade.
Het boek is soms ook een stuk minder vrolijk dan dat. Aan het einde kruipen er steeds meer referenties aan slapeloosheid, angst en frustratie, drambuie en slaappillen in. Ook de benauwde omstandigheden waaraan vrouwen (ook de westerse) zijn onderworpen. Voor het bestaan van vrouw-van is toch wel een bepaalde bitcherigheid vereist. Een dienstbaarheid die de adel misschien nog meekrijgt, maar verstikkend is.
Er zijn natuurlijk de dingen die je in alle verslagen over SA meekrijgt: publieke executies, vrouwen in het verkeer en de Moetawa, de religieuze politie die de straten onveilig maken met hun stokken waarmee ze iedereen meppen die naar hun zin de regels overtreden. Dit soort kapo's, waarvan er duizenden zo niet tienduizenden over de straten dwalen, wekt in mij het soort woede op dat mij ooit nog in staat gaat stellen om op grote schaal executies uit te voeren. Dit soort kakkerlakken horen onder een fikse hiel thuis. Ze zouden het goed doen op de wachttorens van Auschwitz.
NAtuurlijk zijn er ook de misselijkmakende rijkdom, de duizenden leden van de koninklijke familie, de afstotelijke expats, de arrogantie van de Saoediërs en hun beschamende behandeling van hun buitenlandse werknemers. Filippijnse dienstbodes, Indiase gastarbeiders, Jemenitische chauffeurs etc etc. Niet een land waar ik me vrijwillig naar zal laten overbrengen, dus.
Er is één passage die me in het bijzonder in het oog sprong. In het boek bezoekt ze ook een kamelenfokkerijk met een Saoedische man die in het westen heeft gestudeerd. "Weet je, veel Saoedische jonge mensen die in Amerika of Engeland gestudeerd hebben, komen conservatiever terug dan ze gegaan zijn. Ze hebben een afkeer gekregen van al die vrijheden in het Westen, van de manier waarpo mannen en vrouwen met elkaar omgaan, van de ratrace. Democratie is schijnheilig. In Amerika heerst net zo goed corruptie als in de Derde Wereld. [...] Wanneer we terugkomen, zetten we ons af tegen wat we in Amerika hebben gezien. Veel van mijn vrienden zijn na hun terugkeer uit het Westen fanatiek in het geloof geworden."
Achteraf gezien is dit natuurlijk een hint richting 9/11. Het suggereert ook wel een bepaalde paradox en hypocrisie. Ten eerste de paradox die veel inwoners van het Midden-Oosten confronteren: de verlokkingen van de Westerse maatschappijj en de prijs die er voor betaald wordt. Je kan de rijkdom van het westen moeilijk verkrijgen zonder de maatschappij. Tenzij je natuurlijk bakken met olie onder je zandbak hebt en bereid bent om een hoop migranten als vodden te behandelen. En de hypocrisie van het consumentisme, waarbij er natuurlijk wel stiekem een borrel wordt gedronken en zo nu en dan ook een dienster wordt bezwangerd. Waar halen ze godbetert de arrogantie vandaan? Laten we er een paar kerncentrales bijbouwen in plaats van die malloten te subsidiëren.
En als ik dan hoor hoe sommige van die louche figuren kabaal maken over een citaat door de Paus, dan heb ik het helemaal gehad. Die mensen trekken zaken uit hun verband, niet uit domheid, maar uit berekenende slechtheid. Zij hebben bloed aan hun handen. En de regeringen die dat soort gasten de ruimte geven (uit beschetenheid of erger) net zo. Dat mogen we wel eens een keer duidelijk maken. Jammer voor Ben Bot dat Condi m in zijn gezicht voorloog, maar laat ie zich hier eens over uitspreken. Of is ie bang dat we net als de Denen een boycot aan onze broek krijgen?
En je mag toch ook gewoon zeggen dat Joden varkens zijn? NOu dan!
Very interesting for me to read this right after my visit to Oman and Dubai. Would like to know if much has changed in Riyadh [and Saudi Arabia in general] since the author wrote this, 1990.
We certainly learn a lot about the work/life of diplomats and wives of diplomats.
Easy to understand Udink's frustration at having to live in a compound with other Europeans and having so few ways to meet people outside that restricted community of business and diplomatic people.
And she shows us how really impossible it is in Saudi Arabia for a [foreign] woman to have any talk with an Arab man; she tried to interview a couple of officials but no go.
Later in the book there are many references to the author resorting to pills and alcohol to battle sleeplessness and depression.