Adriaan Roland Holst (Amsterdam, 23 May 1888 - Bergen, 5 August 1976) was a Dutch writer, nicknamed the "Prince of Dutch Poets". He was the second winner, in 1948, of the Constantijn Huygens Prize. Holst was the nephew of painter Richard Roland Holst and writer Henriette Roland Holst. His extensive oeuvre is characterized by its own solemn style and rich symbolism.
Dit juweel is het eerste "grote mensen boek" dat ik heb gelezen. Daarmee is het zaadje geplant. De prachtige taal, de mythe, de eenzaamheid. Het heeft een onuitwisbare indruk op me gemaakt.
Had eerlijk gezegd niet verwacht dat zo'n oud boek zo leuk kon zijn! Wel heel veel aanwijzingen naar het naturalisme (het fatalisme wordt erg benadrukt, en het einde is niet zo 'happy'), dat kan soms nog wel eens storend zijn. Maar overall: goed boek voor op je lijst!
Sedert enige jaren ben ik de Nederlandse literatuur aan het ontdekken. Ik weet de ene parel na de andere te vinden. Dit is geen uitzondering.
De stijl is inderdaad ietwat bombastisch, maar het paste binnen het genre, en heeft mij niet gestoord. Waarom leest men dit soort verhalen zo weinig?
Het is tamelijk leesbaar, nog steeds. (Het bombastische zit 'm in het woordgebruik, niet de lengte van de zinnen.) Wat de thematiek betreft is het een tamelijk 'tijdloos' verhaal, hoewel de motieven natuurlijk uit een andere tijd stammen.
Van A. Roland Holst heb ik (helaas) tot op het heden (nog) niets anders gelezen.
Een tijdloos verhaal uit de Keltische mythologie. Mooi, archaïsch taalgebruik in 'symbolistisch' proza. Verheven woorden. Dát is eigenlijk wat dit verhaal echt de moeite waard maakt. Het doet me denken aan Drogon (Arthur van Schendel) en Lilith (Marcellus Emants). Zó romantisch.
'Deirdre zal haar naam zijn. Zij zal droefheid brengen en ondergang. Schoon zal zij zijn, en goudlokkig. Helden zullen om haar strijden, en een koning zal uitrukken, haar zoekende.' -achterkant
“Ik zie in de tekenen der geheimen, dat er door uw dochter bloed en vuur zal zijn over het hart van dit rijk. Grote helden, hoge toortsen dezer volkeren, zullen vallen in haar naam.” (blz. 6)
“Toen zag zij het, daar beneden, dichtbij den voet van den toren, een donkere schok van kleur, rood en zwart, in de witte stilte. Zij neeg zich dieper. Daar lag een gedood beest, en bij het uitgevloeide bloed stond een raaf, zwart en roerloos in de sneeuw.” (blz. 18)
“Gij, die hier zijt met mij in de kring om het vuur dezer oude dromen, vergeef het mij als mijn stem nu aarzelt (…) Voor ons zijn droom en daad vaneen gereten, en het schoonste wat tussen beiden nog zijn kan, is een oud verhaal.” (blz 26)
“Het was een klein eiland door ruige rotsen uit de zee getild (…) En daar leefden zij geruimen tijd, eenzaam en gelukkig.” (blz. 29)
“De schoonheid van deze vrouw is niet meer voor mensen, noch voor een aardse troon.” (blz. 64)
“Daar, tot in de hemelen, stond de zee, en zong. Toen zij heen was, kwam over haar ogen de wind, en nam haar adem mee.” (blz. 77)
Ik heb erg veel plezier gehad in het lezen van dit boek. De symboliek en de poëtische manier van schrijven spraken mij enorm aan. Wel tig keren tijdens het lezen heb ik gedacht 'Wow, dit is echt heel mooi geschreven'. Ik vond het niet moeilijk begrijpbaar, met uitzondering van sommige symbolische stukjes waar je wel even twee keer over na moest denken, en een gedeelte aan het einde wat erg mooi in tekst was maar visueel moeilijk voor te stellen. In het algemeen had ik geen moeite met het lezen van het verhaal, ondanks dus het oudere taalgebruik en de dichtstijl van A. Roland Holst. Het feit dat het op Keltische sagen gebaseerd is, vond ik erg interessant. Zulke verhalen vind ik op zichzelf al boeiend, krachtig en spannend. Ik vond het voor een afwisseling erg fijn om een keer een boek te lezen waar het echt volledig draait om de achterliggende gedachte en boodschap van het verhaal, in plaats van de ontwikkeling van de personages. Dit boek bracht dat gevoel over maar was tegelijkertijd niet té poëtisch of 'slim thematisch' bedoeld, iets waar ik ook weer gek van kan worden. Er werd niet geprobeerd om achter elke gebeurtenis een soort onduidelijk, vaag, zogenaamd symbolisch iets te verbergen. Werd dit wel gedaan, dan stoorde het mij niet. Een paar keer had ik het gevoel dat het boek erg mooi zou zijn als verfilming, omdat de beeldtaal erg sterk is en je een goed verhaal met prachtig beeld erbij kan creëren. De grote lijn van het verhaal zelf verliep snel, vlot en pakkend, wat toch voor een zekere actie zorgde, terwijl voor de beschrijving van dingen en gevoelens bij het verhaal de tijd genomen werd en voor die poëtische rust en mysterie zorgde. De combinatie is een soort vreemd contrast, bijna als tussen realiteit en droom.
Deidre, daughter of Fedlime, king Concubar Mac Nessa's harpplayer is a beautiful child growing up into a beautiful woman. When Concubar lays his eyes on her he has to have her. And thus unfolds an old Druid's vision of a future drowned in the blood of kings, for Deirdre falls in love with Noisa and wishes to share her life with him. Deirdre en de zonen van Usnach (Deirdre and the Sons of Usnach) is a Dutch classic which I last read in highschool. It was published in 1920 and despite it's archaic language it still is a haunting story.