Op een mooie zomerdag, honderd jaar geleden, ving een nietsvermoedende schooljongen in Friesland een exemplaar van de uitgestorven gewaande grote vuurvlinder. De vondst was voor vlinderkenners en natuurbeschermers in Nederland en ver daarbuiten een sensatie. Natuurjournalist Caspar Janssen schreef er een spannend boek over.
Terwijl handelaren jacht maakten op exemplaren van het extreem zeldzame en waardevolle dier, vormde de jonge natuurbeweging samen met Friezen een kordon rond de vlinder, en om het bedreigde veenlandschap, het laatste bastion van de oranjerode schoonheid. Voor het eerst in de geschiedenis werd een vlinder de inzet van een strijd voor natuurbehoud, een strijd tegen uitsterving, die tot op de dag van vandaag doorgaat.
De ontdekking van de vlinder kwam maar net op tijd, concludeert Caspar Janssen in deze reconstructie van de ontdekking en van wat er volgde. Zijn zoektocht voert door het Friese en Overijsselse veen, langs bevlogen vlinderkenners, archieven en verborgen vlinderkasten. Daarbij stuit hij op illustere helden en, uiteindelijk, op de eerste, bewaard gebleven, opgeprikte vlinders.
100 jaar geleden werd voor het eerst de grote vuurvlinder ontdekt in Nederland. Een speciale variant die mooier en groter was dan de grote vuurvlinders in de rest van Europa. Ondanks dat het een van de eerste soorten was waar beschermingsmaatregelen tegen genomen weden, komt de vlinder tegenwoordig nog maar op enkele plekken voor in Nederland. Voor biologen een interessant boekje over de grote vuurvlinder en de besherming ervan.
Een leuk, informatief boekje over de grote vuurvlinder. Waarom stierf deze vlinder in Engeland uit, maar hier niet? Wat was de impact van deze zeldzame soort op het lokale natuurbeheer? De citaten van natuurbeschermers en biologen van 100 jaar geleden zijn erg leuk om te lezen. Gemakkelijk geschreven met mooie afbeeldingen. Ik raad dit boekje aan voor iemand die in één zin iets over Nederlandse natuur wilt lezen.
Een aantrekkelijk, vlot geschreven en rijk geïllustreerd en gedocumenteerd boekje. Enige recente, maar bij voorkeur ook wat minder recente, geografische kaarten met de belangrijkste vindplaatsen en locaties (zoals Scherpenzeel, Wolvega, de Weerribben, de Rottige Meente, Lindevallei) zouden wat mij betreft een zeer welkome aanvulling zijn geweest.