Het is de plezierige tegenhanger van claustrofobie: thigmofilie, de liefde voor de kleine ruimte, het verlangen naar geborgenheid, grond onder je voeten, het gevoel dat wegkruipen de beste oplossing is. De kat doet het wanneer hij in zijn kartonnen doos gaat zitten, de kakkerlak die wegschiet tussen spleten in het hout, en de mens, wanneer hij in foetushouding onder zijn dekbed gaat liggen of zich terugtrekt op de wc. Midas Dekkers heeft begrip voor die kat, die kakkerlak, die mens. In een tochtige wereld vol licht, lucht en kale vlaktes, is het goed om je veilig te voelen. Dekkers schrijft en filosofeert met vertrouwde verve over het tastbare geluk op de vierkante meter.
'In bed lezen is de haute cuisine van de thigmofilie. Het lichaam al ingedommeld heeft de geest de vrije loop tot ook hij smelt. Na de ontroering die je overvalt bij het zien van een poes in zijn doosje is het beeld van een slapende mens, het boek nog opengeslagen op zijn bedbuik, de bril scheef over zijn gezicht gezakt, het ontwapenendste dat ik ken. Voorzichtig leg je zijn boek en bril op het nachtkastje. Wakker worden moet een mens pas 's morgens doen. Rustig aan. Nog even omdraaien. Dat je heel die weelde van warm en dons en zacht en deken doorvoelt. En je even in de waan verkeert dat je een poes bent en in je doos ligt en zeker weet dat je ook vandaag weer jarig bent.'
In het door Midas Dekkers gecreëerde titelwoord De Thigmofiel weerspiegelt zich al de originaliteit van het thema. Waar de norm dicteert dat we bewuste wereldburgers zijn, de blik naar buiten gericht op het grote om ons heen, we ons in beeld en taal blootgeven door middel van sociale media, schrijft Midas een ontwapenend pleidooi voor het omarmen van de hang naar geborgenheid.
De thigmofiel is de tegenhanger van de claustrofoob; thigmofilie is de liefde voor de kleine ruimte, voor het toegedekt zijn, geborgenheid, rust. Wat de baby in de baarmoeder kent, bootsen we later na met inkapselende leunstoelen, een warme douche in een krappe douchecabine, beddengoed dat ons van top tot teen in warmte bedekt, het zoeken van een al dan niet troostende aanraking.
Met voorbeelden uit alle hoeken van het dierenrijk trekt Midas de waarachtigheid van de in glazen ‘privésanatoria’ levende mens in twijfel. Van het herkenbare beeld van een poes die zich behaaglijk in een te krappe doos wurmt, langs – thigmofiel extraordinaire – de mol, tot minder bekende kokerjuffers en kokkels. Maar ook de mens ontloopt zijn tegendraadse observatiedrift niet.
Daarbij hechten de alinea’s zich schijnbaar ongestructureerd aaneen alsof Midas zijn meanderende gedachten rechtstreeks met de lezer deelt, onderwerpen aansnijdend maar nog niet uitdiepend voordat andere zijpaadjes zijn bewandeld. De flegmatieke, vaderlijke stem is onmiskenbaar, mede door de toon die is doorspekt van humor.
De karakteristiek onconventionele visie leidt tot mooie vondsten zoals dat in deze tijd “veelzaamheid meer slachtoffers maakt dan eenzaamheid”, en “hoe groter de hei, hoe kleiner het hutje moet zijn dat er op staat”.
Een heerlijk warm boek - dat niet voor niets zal zijn uitgebracht nu de bladeren vallen en de leunstoel voor de warme haard lonkt - en dat veel langer had mogen zijn dan de 120 pagina’s die het telt.
De schrijfstijl van dit boek is heerlijk. Laat dat duidelijk zijn. Maar de inhoud is soms moeilijk te verdragen of ook maar te begrijpen. Hoewel het globale idee mee aanspreekt, schrikten veel delen van dit boek me af. Ik hoop dat het volgende boek dat ik van hem lees dit probleem niet zal hebben, want van de schrijfstijl kon ik wel echt genieten.
Een leuk boek. Het gaat over het verlangen naar geborgenheid. Waarom een poes graag in een te kleine doos zit. Maar ook over de moderne architectuur, met veel glas, wat juist geen geborgenheid geeft. Echt weer een boek van Midas Dekkers. Op licht ironische toon vertelt hij over het onderwerp aan de hand van allerlei dingen uit het dagelijks leven en de natuur. Een aanrader.
Gezellig knus boekje, dat van pas komt wanneer je zelf ziek in bed ligt en geen 'zware kost' kan verdragen. De thigmofiele dieren houden je gezelschap onder de dekens. Alleen de kakkerlakken waren moeilijk te weren. Fijne anecdotes ook (bv. de mol en de zeemeeuw).
Waarom we graag in ons holletje zitten... heerlijk geschreven! Biologieles op z'n leukst! heb t inmiddels cadeau gedaan aan enkele thigmofiele vrienden.
Gevat, cynisch en met een scherp inzicht in de menselijke natuur. Dit boekje is een genot om te lezen en een feest van herkenning. Ook heeft het iets vernieuwends, zoals het door Midas Dekkers bedachte woord, 'thigmofiel' (houden van aanraking). Het enige nadeel, wat ik vaker vind met dergelijke boeken, is dat ik temidden van de cynische opmerkingen en de kritiek, de mening van de auteur zelf amper kan ontdekken en die zou ik graag zien. Het is vrij makkelijk om overal kritiek op te hebben, terwijl het toch ook belangrijk is een standpunt in te nemen. Toch is dit boek erg boeiend, zeer de moeite waard en vermakelijk om te lezen. Ik zou zeker meerdere werken van Midas Dekkers willen lezen.
Een dun boek geschreven in de typische Dekkers schrijfstijl: heel aangenaam en gemakkelijk te lezen, doorspekt van weetjes uit de biologie, beschouwingen over 't menselijke wezen, het origineel/grappig druk maken over bv. binnenhuisarchitecten en de zijdelingse bedenkingen bv. over Kafka's Metamorphosis. Toch heb ik van zijn boeken "Lichamelijke Opvoeding" en "Lief Dier" nog een stuk meer genoten. Misschien omdat de rode draad hier een beetje veel uitwaaiert en ik wat op mijn honger bleef zitten rond de psychologie rond geborgenheid. Een fijne & gemakkelijke tussendoor lezer die 'k 3,5/5 wil geven.
De inhoud leek op geraaskal. Soms poëtisch en vertederend, maar vaak ook chaotisch. Het heeft niets wetenschappelijks, wat ik (wellicht naïef) wel had verwacht. Daarnaast schrok ik van de hoeveelheid gemarginaliseerde groepen die werden gebruikt als belediging. Transgender mensen, autisten en zwarte mensen kwamen allemaal voorbij. Het boek dat ik las kwam uit 2015 maar bevatte wel het N-woord(?!?). Dat komt er bij mij niet in. Ik ben blij dat ik deze terug kan brengen naar de bieb.
Niet een gedegen wetenschappelijk onderbouwd werk wat je van Dekkers verwacht. Het is meer een essay die meer geborgenheid bepleit in de leefomgeving, aangevuld met voorbeelden uit de natuur. Leest lekker weg, maar inhoudelijk niet zijn sterkste weg.
Leuk geschreven, soms wel van de hak op de tak. Regelmatig ook vreemde verbanden die gelegd worden, totaal niet wetenschappelijk onderlegd. Wel een leuk lezen-in-de-trein boek.
Wat een ontzettend fijn boek om te lezen. Op aanraden van een vriend gelezen. Leest makkelijk weg en de schrijfstijl had ik nog nooit ervaren. Zeker een aanrader!
Nooit geweten dat thigmofilie 'een ding' was. Volgens MD is het het verlangen naar geborgenheid, wat MD perfect in 1 quote weet te verwoorden: 'in bed lezen is de haute cuisine voor de thigmofiel'. Niets knusser dan dat. MD heeft een uitbundige stijl waarbij hij al filosoferend van onderwerp op onderwerp overstapt en constant zijwegen inslaat zonder zich druk te maken over de hoofdlijn. Thigmofilie wordt van alle kanten bekeken in mensen en dieren, en levert naast bovenstaande quote heerlijke beschouwingen over ontdekkingsreizen, glas, loslatende penissen, warme douches, kakkerlakken, de bedstee, de ijzeren long en andere vormen, uitingen en gebruiksvoorwerpen van de geborgenheid. Ik durf inmiddels (net als waarschijnlijk veel andere fervente boeklezers) best toe te geven dat ik best een behoorlijke thigmofiel ben, en dat weet ik dankzij dit hartstikke leuke boek.
Heerlijk zoals Midas Dekkers de mens vergelijkt met de poes en de kakkerlak en vele anderen in onze gezamenlijke behoefte aan geborgenheid en veiligheid. Ik kon niet anders dan het boekje in één keer uitlezen en moest erg vaak hartelijk lachen om die geweldige humor van MD. En het was uiteraard ook nog eens leerzaam
"... Dankzij de reisboeken mocht je lekker thuisblijven. Moderne mensen daarentegen beschouwen ze als een aanmoediging om met eigen ogen te gaan kijken, een misverstand dat al veel ellende heeft opgeleverd."
Grappig boekje over thigmofilie = behoefte tot aanraken. Midas Dekkers schrijft makkelijk en legt soms amusante verbanden. Hij springt wel heel erg van de hak op de tak, de ene associatie na de andere. Verhalen blijven niet echt hangen.
De behoefte om in een klein hoekje weg te kruipen is iets wat de mens gemeen heeft met dieren als de kat, het konijn en de kakkerlak. De tastzin rapporteert direct aan het primitieve deel van de hersenen; een 'omhelzing' ook al is dat van een knusse fauteuil of een lekker bed, voelt goed. Aan die inkomende prikkels hoeft niet veel geprocessed te worden zoals bij de andere zintuigen. Leuk om te lezen, verrassende inzichten, heel humoristisch geschreven. Lees het alleen niet als je architect bent, want die beroepsgroep krijgt er behoorlijk van langs in dit boekje.