De nieuwe roman van tweevoudig Libris Literatuur Prijswinnaar Rob van Essen. Hoe verklaar je het onverklaarbare?
In het jaar dat John Lennon wordt doodgeschoten, stopt Thomas zonder goede reden met school. In plaats van aan zijn eindexamenjaar vwo te beginnen, gaat hij werken bij een supermarkt in een Wageningse wederopbouwwijk, waar hij elke ochtend voor dag en dauw naartoe fietst.
Het werk gaat hem goed af, totdat er een voorval plaatsvindt dat elke verbeelding tart. Het is het begin van een hallucinant decennium waarin Thomas langs Amsterdamse kraakgaleries en Noord-Engelse uitgaanscentra trekt, op zoek naar antwoorden.
De grote schoonmaak is een meeslepende zoektocht naar een verklaring voor het onverklaarbare. Hoe hou je vast aan je eigen waarheid als niemand je gelooft?
In veel opzichten een klassieke Van Essen. Een dorpje op de Veluwe, een bezoek aan een klooster, een tijdreis speelt een rol en er wordt zelfs gespeeld met het idee om een lijnbus te kapen. De grote schoonmaak zit vol met knipogen naar eerder werk.Toch is het resultaat fris als een pas met Brixo gepoetste supermarkt. Van begin tot eind genoten, vijf sterren.
‘De grote schoonmaak’, waarin ook sprake is van een bus of touringkar om ‘gelovigen’ mee te vervoeren doet me onwillekeurig denken aan ‘De kellner en de levenden’ van S. Vestdijk. Dat boek ga ik nu maar meteen herlezen, onderwijl vragen bedenkend voor het interview dat ik Rob van Essen op zondagmiddag 22 maart aanstaande afneem in Societeit De Harmonie te Groningen.
Het eerste deel heb ik heel graag gelezen, een luchtige sprankelende schrijfstijl en zowel het verhaal als de personages boeien. Vervolgens liep ik verloren in het spiegelpaleis dat wordt opgeroepen (of nee, het was er altijd geweest!). Gaat de auteur wat te ver in zijn absurde kronkels in de tijd of is dit gewoon niet aan mij besteed?
3,5 / Eindelijk tijd gemaakt voor een eerste Rob Van Essen. Niet wat ik me had voorgesteld: verrassend en aangenaam absurd. Misschien is het einde net een tikkeltje té.
Erg benieuwd hoe en wat hij doet in zijn eerdere werk.
Gewoon weer een heerlijke Van Essen. Hij zei laatst in een interview dat hij in zijn volgende boek van het absurde af wil stappen geloof ik. Ook erg benieuwd naar, al blijf ik dit wel fijn vinden. Toch een beetje de Nederlandse Murakami if you ask me (niemand vroeg dat, maar toch!)
Jerome, het hoofdpersonage in Graham Greenes korte verhaal ‘A Shocking Accident’, was nog een stille kostschooljongen toen zijn leven een onverwachte wending nam. Zijn vader, kreeg hij op een dag van de directeur te horen, was dood, in Napels verpletterd door een varken dat op een balkon werd gehouden en zo vet was geworden dat het erdoor was gezakt. Met het verdriet om dit verlies kon de jongen mettertijd overweg, maar met de absurditeit van het voorval niet. Het ingehouden gegrinnik dat hij te horen kreeg wanneer iemand hem naar zijn ouders vroeg en hij het verhaal over zijn vader deed, bleef hem achtervolgen. Iets gelijkaardigs overkomt Thomas, het hoofdpersonage in Rob van Essens De grote schoonmaak. Van zo gauw hij kan verlaat hij de school om aan de slag te gaan in de lokale supermarkt, waar hij iedere dag na sluitingstijd samen met gerant Vendriks een paar biertjes drinkt. Het is op een van die vroege avonden dat het absurde toeslaat. De hele dag heeft een man verkleed als een reusachtige fles Brixo-schoonmaakmiddel een standje opengehouden in de winkel. Terwijl hij bezig is met het opruimen van zijn demonstratiemateriaal stoot hij tegen de scherpe rand van een rek, waarbij zijn pak scheurt en hij helemaal leegloopt. Er rest een grote plas groenige smurrie en een leeg vel, maar geen man. Dit kan gewoon niet, weet Thomas meteen, waardoor zijn hele bestaan op losse schroeven komt te staan. Wanneer het onmogelijke opduikt in een systeem, is het logische gevolg immers dat voortaan alles mogelijk is. De wereld is dan een absurde plek geworden, wat een onthutsende vaststelling is voor een achttienjarige, een vaststelling die hem de rest van zijn leven niet meer los zal laat. Hij probeert de absurditeit te lijf te gaan met kunst en liefde en verneemt van Vendriks dat die het met lust, esoterie en religie heeft geprobeerd, maar alles tevergeefs. Tot de twee, die mettertijd meer dan zomaar vrienden worden, gaan inzien dat het absurde ook nieuwe kansen biedt. Thomas en Vendriks, doet dat niet denken aan de twee mannen die in De goede zoon de hoofdrol speelden? Natuurlijk, net zoals Van Essens eveneens met de Libris bekroonde vorige roman Ik kom hier nog op terug, niet ver weg lijkt te zijn, met zijn thematiek van tijdreizen en de vraag in hoeverre we bepaald worden door zowel het verleden als de toekomst. Zoals vanouds schrijft Van Essen weer bijzonder vlot, met veel humor ook, alleen houdt hij dat niveau niet vol. Eens over de helft loopt De grote schoonmaak jammer genoeg leeg als een gescheurd Brixo-pak, waarbij het zoeken naar antwoorden op de vele vragen die de roman opwerpt en waarbij de lezer in een heus spiegelpaleis verzeild raakt, eerder stoort dan verheldert.
Aan hangers en haken hingen lege, slappe pakken, soort bij soort, met afhangende ledematen; de voorraadkamer van een vreemde slagerij, de pronkkamer van een seriemoordenaar die de ingewanden van zijn slachtoffers elders bewaarde.
Ik had nog nooit iets gelezen van Rob Van Essen. Ik wist dus totaal niet wat ik kon verwachten van De Grote Schoonmaak. Maar wat ik wel wist, dat is dat het boek mij intrigeerde toen ik de aankondiging las in de aankondigingscatalogus van Das Mag. En natuurlijk wist ik ook dat hij voordien al twee keer de Libris Literatuur Prijs in ontvangst mocht nemen. Van zodra ik De Grote Schoonmaak begon te lezen was ik helemaal verkocht. Ik heb zitten lachen, ik heb me zitten verwonderen over wat er gebeurt. En waar ik het meest van heb genoten is het enorme absurdisme dat in de roman vervat zit maar ondertussen aanschuurt tegen het surrealisme overgoten met een sciencefiction- saus. En het is die gouden combinatie die fenomenaal werkt. Je weet nooit in welke richting het boek uitgaat, maar je weet wel dat het boek je op een diepere manier iets weet te vertellen. En het is misschien een zoektocht naar het onverklaarbare maar qua invloeden kan het werk van iemand als Godfried Bomans en Haruki Murakami ook wel tellen. Ook het hele metagebeuren van het boek in het boek sprak me enorm aan. Geweldige roman van Rob Van Essen, en ik kan eigenlijk amper wachten om de rest van zijn oeuvre te ontdekken.
Het spijt me, maar hier kan ik echt helemaal niks mee. Het begin is nog aardig: de jeugd en studententijd waar het autobiografische de schrijver duidelijk vaste grond onder de voeten biedt, maar de laatste hoofdstukken zijn een en al teleurstelling. Het verhaal zou volgens De Volkskrant, en volgens de hoofdpersonen zelf, een reis langs filosofie, liefde, religie en kunst moeten zijn om het Absurde te verklaren, maar dat gebeurt dan wel op de meest oppervlakkige manier. , al interpreteert Jozefien van De Volkskrant dat als Van Essen die wil zeggen dat de Literatuur het antwoord op alles is. En dan zijn we dus weer terug bij het fundamentele probleem van literair Nederland: alsof opgesloten in een spiegelpaleis schrijven ze voor, door en over zichzelf — en spat het gebrek aan fantasie er vanaf. Ik zie dat Van Essen elk jaar wel een boek schrijft; als je over dit schrijven een jaar doet heb je mijns inziens alsnog je tijd genomen. Ik denk eigenlijk dat hij dit jaar gewoon extra vakantie heeft genomen.
Je zou vermoeden dat in elke roman wel iets zit dat je doet nadenken over de wereld waarin we leven, leef-den of zullen leven.
Dat elk sprookje een poging is om met de werkelijkheid om te gaan.
Dat elke allegorie een onderliggende betekenis blootlegt.
Dat SF niet alleen fiction, maar ook een béétje science is?
Niets van dat alles hier, alsof elke diepere gedachte zorgvuldig - met een product naar keuze - is weggeschrobd en vervangen door dezelfde vragen die ik me hier stel.
Zoals: waaròm zou je dit lezen?
Meer nog: waarom zou je dit in godsnaam schrijven?
Want, Jezus (als we dan toch een poging doen), Jezus!, wie zit te wachten op een absurdistisch verhaal over… niets?
“Wij zijn niet echt, dit is niet echt, alles wat we meegemaakt hebben is niet echt, het is allemaal verzonnen.”
De twee eerdere Libris-winnaars van Van Essen waren sterk, maar hadden allebei ergens nog een randje ‘meh’. Dat randje zit er deze keer niet aan. Alles klopt aan deze roman, die uiteindelijk, zoals we dat van hem kennen, neerkomt op religiekritiek. Maar deze keer zonder de bozige, verontwaardigde autobiografische ondertoon. Het is nu veel subtieler, intelligenter, en daarmee misschien juist wel vileiner. Gemengd met goed gedoseerde verwijzingen naar zijn eerdere werk — het voelt aan als ‘if you know, you know’ als je er weer zo een tegenkomt — is dit wat mij betreft het beste boek van Van Essen tot nu toe. Nu al zin in zijn volgende.
Het zou me niet verbazen als Van Essen met deze roman opnieuw in de prijzen valt. Wat schrijft die man soepel! Ik vloog door het boek, waarin van alledaagse gebeurtenissen een magisch-realistisch verhaal is gemaakt. De twee hoofdpersonen zijn samen getuige van een absurde situatie, die zij tussen 1980 en 1990 op allerlei manieren proberen te verklaren. Maar noch met de schilderkunst, noch met religie, filosofie en psychologie krijgen zij er vat op. En zo blijf je als lezer net als zij met het onverklaarbare zitten, gevangen in een boek.
meeslepend boekje. doet gek genoeg aan de late grunberg denken. in zijn springerige voortvarendheid. en absurdistische wendingen. maar het is i.t.t. grunberg licht, leesbaar en optimistisch. en zit goed in elkaar. met een hoofdrol voor het boek, dat zichzelf en passant toelicht & becommentarieert. en in zichzelf geschreven wordt. al is het in een toekomst. nu bestaat het voornamelijk met vooruitwerkende kracht.
Rob van Essen schreef met De Grote Schoonmaak een van de meest absurdistische romans die ik in de Nederlandse literatuur ben tegengekomen. Het verhaal volgt een jongen die stopt met zijn vwo en in de plaatselijke supermarkt gaat werken. Op zaterdagen zijn er regelmatig promo-acties, en op een dag is er eentje voor een schoonmaakmiddel genaamd Brixo. Op een zaterdag staat een er gigantische fles in de supermarkt die de hele dag demonstraties doet, en met kinderen op de foto gaat. Maar het verhaal begint pas echt als de fles aan het einde van de dag zichzelf stoot aan een schap en openscheurt. Er komen liters schoonmaakmiddel uit. Geen persoon.
De rest van het boek draait om de vraag: hoe ga je om met zo'n gebeurtenis als niemand je gelooft? Hoe ver het boek ook gaat, je blijft meegaan in de absurde logica van het verhaal — en dat is precies wat het zo goed maakt. Een geweldig boek.
Jaaa crazy. Ik heb me uitermate vermaakt met het plot van dit boek aan mijn naasten uitleggen de laatste paar dagen. Het einde vond ik er wat dik bovenop liggen. Dingen zoals ‘literatuur gebruiken om het onmogelijke uit te leggen’ snapte ik ook wel zonder het zo expliciet in de tekst te zien staan. De relatie tussen Thomas en Vendriks vond ik uiteindelijk wel heel lief.
Ik las dit boek heel snel. Het is absurd, grappig en houdt je constant aan het denken. Steeds weer vroeg ik me af: huh, wat gebeurt er nu weer? Dat maakte het wel boeiend. Het verhaal blijft hangen en ik zal er zeker nog af en toe aan terugdenken. Het laat op een interessante manier zien hoe een bepaald fenomeen kan uitgroeien tot een obsessie en hoe iemand daarmee omgaat.
Rob van Essen heeft een geweldige manier met woorden. Je wordt er gelukkig van als je het leest. Wederom een roman waarbij je hersens gaan kraken en je denkt: waar gaat dit heen? Maar juist dat maakt het weer leuk. Ik begrijp er nog steeds bijster weinig van, maar misschien was dat wel het punt.