Volgens haar oudste broer kan ze onmogelijk over hun vader schrijven. Volgens haar moeder mag ze zich al gelukkig prijzen als er überhaupt nog wat op papier komt. En haar jongste broer, die een ingewikkeld leven leidt, zou ze eigenlijk in bescherming moeten nemen. Maar voormalig bewaarder Ela wil, na jaren van schrijven en praten over andermans leven achter tralies, een persoonlijker onderwerp kiezen. En als er na twee zoons een dochter op komst is vraagt ze zich af of het mogelijk is alles te vertellen; over vaders en broers, de ware omvang van een familiegeheim, de aard van moederschap en haar eigen neiging zich dingen toe te eigenen. Het blijkt al snel ondoenlijk om het thema daderschap daarbij te vermijden – en wat mag ze precies ‘persoonlijk’ noemen? ‘Niet alles is van jou,’ zoals haar oudste broer zegt. ‘Dit gaat mij ook aan.’
She has performed on several foreign stages and her poems have been translated and published in English, French, German, Slovenian, and Spanish. In 2010 her poem 'State secret' was translated in all languages of the European Union.
She worked in a prison service to help fund her studies of creative writing in Amsterdam. Her début "Napkins at half mast" (2007) was awarded the Liegen konijn Prize, and followed by a second collection, "On behalf of the other" (2009), whoch was awarded the J.C Bloem Prize. For both collections she also received the prestigious Van der Hoogt Prize. 2012 saw the striking thrid collection "Cell inspections", which gained the VSB Poetry Prize in 2013.
Ik wil alles meteen weer herlezen, napluizen, de stukjes aan elkaar leggen, al weet ik niet of de puzzel klopt en of dat erg is.
Wat een bijzondere, poëtische roman: op iedere pagina zinnen die ik wilde onderstrepen, passages die me de rillingen bezorgden en hoofdstukken die zo slim geschreven zijn dat het me haast duizelde.
Van de poëzie van Ester was ik al fan, maar deze roman bevestigt nog maar eens: dit is een grote schrijver van uitzonderlijke klasse. En daar moeten we zuinig op zijn, en heel trots.
'Wat ik nooit opschreef: dat empathie niet alleen maar gaat over het vermogen je in een ander te verplaatsen, maar ook over het vermogen je een ander toe te eigenen. Je hebt mensen die leren buikspreken om een stem te geven aan wie geen stem heeft én je hebt mensen die een pop op schoot houden om te verbloemen dat ze zelf aan het woord zijn.'
Wat een schitterend boek, zo mooi secuur en toch soepel geschreven, zinnen met een prettige cadans, heel precies situaties en gevoelens beschrijvend. Mooi opgebouwd ook, een volwassenwording, een groei, moeder worden, een duiding van een jeugd, van een werkplek en ontsnapping uit een vastzittend leven. En de gevangenis als veilige plek waar regels gelden die rust geven.
Het duurde voor mij even voor het verhaal op gang kwam maar toen de motor eenmaal liep, kon ik het boek niet meer wegleggen. Ik kan eigenlijk niet goed uitleggen waarom want de roman heeft geen helder plot of spanningsboog - het is eerder een verzameling. Maar die verzameling is zo knap geconstrueerd dat je niet wil stoppen met lezen tot je alle puzzelstukjes gelegd hebt. Waar ik in het begin nog dacht ‘zijn al deze elementen nodig, had er niet geschrapt kunnen worden,’ voelt na de laatste pagina niks als te veel en voor het eerst (sinds de Hungergames in de brugklas) heb ik het verlangen om een boek opnieuw van voor af aan te lezen. Het voelt zo waarachtig omdat het gemankeerd is, omdat het veel mag zijn en brokkelig. Zo voelde dit verhaal niet als het best kloppende verhaal maar als een werkelijkheid.
Vanmorgen vroeg zat ik tegenover een naakte man die me, gehurkt achter het dikke veiligheidsraam van de isoleercel, alles wilde uitleggen over de koningspython. 'Want dat zijn prachtige dieren, waar je nooit iets over hoort.' Hij vroeg met twinkelende ogen of ik zijn eigen exemplaar wilde zien, 'als je het niet verder vertelt' en ik verwachtte uiteraard dat hij zijn pik tegen de ruit zou drukken, maar hij draaide zich om, liep naar de hoek waar zijn matras lag, tilde het op en haalde zowaar iets tevoorschijn wat op een piepklein slangetje leek. Toen hij weer tegenover me neerhurkte liet hij de babypython met subtiele, levensechte bewegingen tussen zijn vingers door glijden- het duurde vrij lang voordat ik kon zien wat het was: een dun reepje bruin geworden bananenschil. 'Prachtige dieren', zij hij. 'Als je er tenminste mee om kunt gaan.'
Op de valreep lees ik een van de beste boeken van het jaar. Ik las de eerste 100 pagina’s een maand eerder waardoor ik soms in de war was, de rest las ik namelijk in twee dagen ongeveer achter elkaar door, maar dat maakte wel dat ik af en toe stukken kon en moest herlezen uit het begin, wat geen straf was. er miste iets van structuur en vaart in die eerste 100 pagina’s en wat ik wel gewild had was aan het einde nog wat over het schrijverschap wat zo erg in het begin zat. verder 100 punten.
dit boek is echt een knaller, er zit ZO veel in, de thema’s hebben zo ontzettend veel met elkaar te maken maar dat blijft allemaal precies impliciet genoeg. gruwelijk, poëtisch, bloedmooi. Perquin is vanaf nu niet alleen dichter, maar ook een ware romancier.
Het zit steengoed in elkaar, ik snap dat het erg goed geschreven is, maar het raakte me nergens écht, en dat vind ik, blijkbaar, voorwaarde voor een boek dat ik ‘geweldig’ noem
Hoera! Op de valreep mijn leesdoel gehaald met 'Tot alles in beweging komt', het recente debuut van de Rotterdamse dichteres Ester Naomi Perquin. Het boek raakt veel thema's aan, maar door haar praaachtige omschrijvingen valt alles moeiteloos samen. Aanrader!
Als een dichter een boek schrijft, raak je al gauw verwonderd om de zinnen, daarna verdwaald tot aan het eind van het boek en bedenk je je dan dat het precies daarover ging.
Het romandebuut van Ester Naomi Perquin viel me niet tegen. Perquin weeft verschillende verhalen door elkaar. De geschiedenis van een jeugd: twee broers en zij die op jeugdige leeftijd hun vader verliezen. Een moeder die eigenlijk alleen maar leest - een goede keuze, al gaat die in dit geval wat ten koste van de aandacht en zorg voor de kinderen. De tweede verhaallijn is het begin van de loopbaan van de hoofdpersoon in de gevangenis, als vrouwelijke bewaker. Nog een lijn loopt in het vertelheden: de (hoog)zwangerschap van de hoofdpersoon en de terugblik op het verleden met beide broers. Aan het eind komt nog een derde lijn tot wasdom: die rond de eerste ‘liefde’ en de werdegang daarvan. Een geslaagde roman.
‘Ze keek me aan en glimlachte breed, waardoor de scherpe lijnen die langs haar neusvleugels naar haar mondhoeken liepen opzijschoven, alsof haar mond even tussen haakjes werd geplaatst. Het was een gezichtsuitdrukking die niet volledig bij haar woorden leek te passen, een je-weet-wel-wat-ik-bedoel-glimlach die ik uit de gevangenis kende - maar ik wist niet wat ze bedoelde. Of misschien, hooguit, een sliertje van een idee. Te dun om vast te pakken.’
Prachtig! Het leven van Ela, gevangenisbewaarder, moeder van drie kinderen, auteur, in vele verhalen die over elkaar gelegd kunnen worden en met elkaar verknoopt. Het boek dat geschreven moest worden. De auteur is een dichteres en dat wordt ook duidelijk in dit boek; zoveel mooie zinnen, paragrafen. Het is ook een overvol boek maar er is zoveel te vertellen. Al die autobiografische elementen, maakte dat nodig.
“‘Je was toch bezig aan iets nieuws, over gevangenisuitbraken?’ ‘Mensen die ergens aan ontsnapt zijn.’ ‘Zo’n onderwerp doet het toch heel goed, lijkt me.’”
Aantekeningen voor mezelf gemaakt. Eén grote spoiler.
Hoofdpersoon werkt als gevangenenbewaarder in een gevangenis. Zoals ze haar werk beschrijft, leest het alsof ook zij zich een gevangene voelt. Haar meerdere stelt dat de verveling voor veel gevangenen erger is dan de onvrijheid. Het lijkt ook voor hoofdpersoon te gelden. Ze draait vaak diensten in de kelder, waar de tbs-mensen zitten, de gekken, de psychopaten. De daders. Perquin laat ons nadenken over wie of wat gek is. De broer van hoofdpersoon zit in een inrichting. Later lezen we waarom misschien, maar zeker weten we het niet. Sommige gevangenen zijn beleefd tegen haar, maar hebben wel afschuwelijke misdaden gepleegd. We hebben blijkbaar krachten voor het goede maar ook voor het kwaad in ons. Bij sommigen werken de remmen op het kwaad niet.
Liefdevol gezin van herkomst Terwijl ik dit boek lees zie ik op televisie een documentaire over Michel Vaujour, een Franse tot gevangenisstraf veroordeelde man, die 27 jaar gevangen heeft gezeten waarvan 17 jaar in isolatie. De film is een lang interview met hem over hoe hij zijn leven buiten en binnen de gevangenis heeft beleefd. Hij vertelt over de dagen maanden jaren dat hij in eenzaamheid gevangen zat in een betonnen kubus en alleen wist te overleven door een soort van mentaal sterven. Zijn definitie van een gevangenis is: een plek waaruit je ontsnapt. Dat heeft hij vijf keer spectaculair gedaan, waaronder een keer met een helikopter bestuurd door zijn vrouw. Hij beschrijft zijn lichaam als zijn ultieme gevangenis. De wetenschap dat hij daar met zelfdoding aan kon ontsnappen heeft hem in leven gehouden. Over hoe jaren van pure eenzaamheid hem mentaal braken en bij de essenties van het leven brachten. Hoe juist die essenties door de meeste mensen over het hoofd worden gezien omdat ze te druk zijn met de ruis en afleiding van het leven van alledag. De momenten waarop Vaujour emotioneel wordt, is wanneer hij spreekt over dat hij eten kreeg dat door dierbaren met liefde voor hem is gemaakt. En over Gilles, de enige man in zijn leven die hij als echte vriend heeft ervaren, als broer. Waar het in zijn leven kort samengevat mis is gegaan, is dat hij niet de natuurlijke rem heeft gehad van een liefdevol gezin van herkomst. Ik snap dat maar denk ook man, had je er zelf niet iets meer van kunnen maken voordat je in de isoleercel terecht kwam?
Pappie-mammie-boek Omg denk ik tijdens de eerste 100 pagina’s, weer een pappie-mammie-boek waarin een vrouwelijke schrijver haar kindertijd als meisje verwerkt. Wie zit er nou te wachten op nóg een boek over hoe vader er nooit was en moeder haar onvrede over haar huwelijk, het leven en haar eigen kindertrauma’s afreageert op haar dochter. Al dat alledaagse kleine Hollandse ongeluk is zo naar, lelijk en oninteressant. Schrijf eens over dit soort boeken en waarom het vooral vrouwen zijn die telkens weer zulke boeken willen schrijven (en lezen, vermoed ik), dan heb je wat, dan voeg je iets toe aan het begrip van onze ziel, vooral de vrouwelijke in dit geval. Maar dit… “Ik wil zeggen dat we uiteindelijk, alle drie, een totaal andere vader hebben begraven, dat kan hij toch niet ontkennen; dat we alle drie een andere vader hebben begraven en alle drie met een andere moeder zijn opgegroeid, dat is gewoon onvermijdelijk, kijk maar rond, naar broers en zussen, iedereen houdt er een strikt persoonlijke versie van een gedeelde jeugd op na.” Hoe interessant is het strikt persoonlijke voor anderen? Waar is de veralgemenisering? “Maar bij fictie draait het nooit om waarheidsvinding. Meestal is het ramptoerisme.” I rest my case…
Misbruik Natuurlijk gaat dit familieverhaal over seksueel misbruik van lang geleden, dat voel je van ver aankomen. Andere populaire varianten in het genre zijn ziekte of iets ergs in een oorlog. Misbruik dus in dit geval. De vader van hoofdpersoon, net overleden, blijkt als jongere zijn tien jaar jongere zusje vier jaar lang seksueel te hebben misbruikt, van haar zesde tot haar tiende. Later zegt de broer van hoofdpersoon die in een inrichting zit en steeds vreemdere wanen heeft, dat vader hetzelfde met hem zou hebben gedaan. Is het de oorzaak van zijn wanen? Is het één van zijn wanen? Kunnen we hem geloven? Hoofdpersoon raakt ervan van de kaart. Haar zintuigen op scherp, ook gewoon op straat; constant hoofdpijn door het gevoel van een band om haar hoofd. Een “onophoudelijke waakzaamheid”.
Eigen verhaal Stukje bij beetje lezen we haar eigen ervaringen met misbruik. Als kind een keer onbetamelijk aangeraakt door een onbekende die haar hielp toen ze was gevallen. Later, als zeventienjarige, gaat ze uit met een man van middelbare leeftijd, naar de opera, hij leest gedichten van Goethe. Ze gaan met elkaar naar bed, zij twijfelt of ze het wil, wel en niet. Is het misbruik? Het leeftijdverschil waarbij zij nog maar zeventien is en nog geen seksuele ervaring heeft, maken het misbruik voor mij. Perquin schrijft er dit over: “Het verschil in leeftijd is helemaal niet het probleem. Wat zijn jaren uiteindelijk? Een behoefte aan ordening die de kleine zieligheid kenmerkt - daar sta je boven, net als hij. Maar het verschil in ontwikkeling laat zich niet altijd negeren.” Dat dus. Volgt een indringend hoofdstuk waarin we lezen hoe de oudere man aan gaslighting doet, zijn overwicht op haar loslaat, zij 18, 19, 20 jaar oud wordt, haar manipuleert en psychologisch onderdrukt. Hij lijkt een rasechte narcist. Als hij haar een keer slaat, verdraait hij dat ook naar haar schuld en zijn gepassioneerde ziel. Als hij tegen haar schreeuwt dan uit hij zich. Echt afschuwelijk om te lezen allemaal. “Een wolf herken je niet als een wolf wanneer je nog nooit een wolf hebt gezien en zeker niet wanneer hij in z’n eentje kwispelend door een stadspark loopt, voorzichtig het bankje nadert waarop je zit te lezen, aarzelend zijn kop op je knie legt en zich uitgebreid aan laat halen.” Het zal hoofdpersoon nog jaren kosten om zich van deze zieke programmering te bevrijden, als het haar al helemaal lukt. Ze heeft in de rest van haar leven om te gaan met eerst haar egocentrische ouders en daarna deze misbruikende man, als twee onveilige hechtingen na elkaar. Ga er maar aanstaan. Luidt het gezegde niet dat je ouders je leven als kind verpesten en dat je de rest van je leven als volwassene je daarvan moet zien te bevrijden? Hoofdpersoon krijgt in dit verhaal haar derde kind. Bent u zelf ouder van kinderen? Hoe doorbreken we de kettingen van intergenerationeel trauma?
Licht Mijn persoonlijke theorette over dit onderwerp is dat we, voor zover we niet psychisch ziek zijn en functioneren, ons vooral niet al te veel op onze eigen navel moeten richten. Ons niet als een varkentje in onze eigen modder moeten blijven wentelen. Daar komt weinig goeds uit. In het slechtste geval werkt dit als een schroef die we steeds dieper indraaien. Beter richten we ons op de kwaliteitskant van het leven, op de lichtheid, op zingeving. Als we dat deel van ons leven weten te versterken en te laten groeien dan zul je zien dat die modder langzaam maar zeker zachter wordt en misschien zelfs wat uit het oog verdwijnt. Dit is de uitdaging voor iedereen: om te zien dat het leven een enorm cadeau is, dat met lichtheid genomen kan worden, en dat het die lichtheid is waar het om draait in het leven. Dat we er mogen zijn, dat we het mogen ervaren, dat we er getuige van mogen zijn. Niet de zwaarte, niet het drama is de essentie, maar het licht. De zwaarte is ons ego met zijn grote brutale mond, maar we hebben ook de kracht voor het licht in ons. Hoofdpersoon realiseert zich dat in vrijwel alle misdadigers een tweede kans schuilt: “Er leeft een fysiotherapeut in de overvaller, een klusjesman in de inbreker.” Precies rond de honderd pagina’s deelt Perquin een inzicht met ons: “Soms raken we zo geobsedeerd door onze eigen voorgeschiedenis dat we vergeten dat we ooit, op een dag, andermans voorgeschiedenis zullen worden - en dat daarin misschien veel meer tragiek en leed zal schuilen dan we nu zo hebberig bijeenvegen om onze eigen woede te verklaren.” Kijk, aan dit soort reflecties hebben we iets. Beweeg weg van de overvaller en inbreker naar de fysiotherapeut en de klusjesman. Weg van het navelstaren, ga naar de ander - dáár hebben we werk te doen. Kijk niet teveel achterom, je leeft de andere kant op… Op pagina 250 laat Perquin de broer met wanen tegen hoofdpersoon over haar schrijven zeggen: “Je zit andermans strafwerk te maken.” Kijk, dat is nog eens een zin met een inzicht.
Prikkelende, virtuoze, aangrijpende, ongemakkelijke, maar ook onderkoeld geestige debuutroman (2025) van dichter en schrijver Ester Naomi Perquin. Een verhaal met autobiografische elementen. Zo is hoofdpersoon Ela ook gevangenisbewaarder geweest, had ze een gecompliceerde jeugd en een jong overleden vader. Het dichterschap is goed merkbaar, want wat een beeldend en krachtig proza en zo enorm invoelbaar zet ze de beklemmende sfeer in een gevangenis neer.
Het is een roman over macht en machtsverhoudingen. Over zwijgen en onuitgesproken verdriet. Subtiel en messcherp ontleedt Perquin familierelaties. Ela en haar broers David, psychiatrisch patiënt en Micha met wie ze een complexe relatie heeft. Maar ook de relatie met haar vader die op jonge leeftijd ziek wordt en haar grotendeels afwezige moeder die zich zonder enig schuldgevoel verliest in het lezen. Seksualiteit en seksueel misbruik zijn daarnaast belangrijke motieven.
Het omgaan met verlies en de dood zorgt ervoor dat Ela dit al op jonge leeftijd normaliseert en internaliseert. Wellicht verklaart het waarom ze zo vastberaden, haast op een klinische manier omgaat in haar werk met de gevangenen en de strenge protocollen. Een olifantenhuid heeft ze. Tegelijkertijd ziet ze bij de gedetineerden genoeg parallellen met het dagelijks leven en kan ze op elke situatie de “boevenbingokaart” toepassen. Terugkerende motieven en verklaringen waarom het misgaat in de levens van mensen. Geweld, misbruik, verstoorde relaties met ouders. De scheidslijn tussen goed en fout is erg dun.
Na deze roman ga ik gelijk door met twee van Perquins dichtbundels, mede ter voorbereiding op de leesclub bij Pantheon komende dinsdag.
Rond de geboorte van haar dochter, lijkt de ik-persoon een inventaris op te maken van haar ervaringen met de onveiligheid en grensoverschrijdingen die de mannelijke seksualiteit tot gevolg kan hebben. Variërend van de misdaden waarvoor de gevangenen veroordeeld zijn die ze als gevangenbewaarder heeft meegemaakt, en die onder haar huid gekropen zijn, tot de blik van een medepassagier in de trein die haar dochtertje in één klap tot seksuele prooi degradeert. Van haar eerste relatie met een oudere man tot de incest die haar vader heeft gepleegd. Het is een verontrustend en volstrekt geloofwaardig beeld van wat een vrouw in één enkel leven kan meemaken. De observaties zijn precies en fijnzinnig, nergens ligt het er te dicht bovenop, maar het laat de lezer achter met een ontluisterend en huiveringwekkend beeld.
Erg mooi geschreven, maar voor mijn gevoel is Perquin er niet altijd in geslaagd om het één geheel te maken. Ik snap de lagen en hoe ze ongeveer in elkaar vallen, zie ook wel het idee: de twee verhalen door elkaar gevlochten, maar mijn inziens maar deels helemaal gelukt.
Desalniettemin zaten er soms stukken in die mij echt op het puntje van mijn stoel doen deden zitten. Er zitten grote passages in die echt vijf sterren verdienen en waar ik erg door geraakt was. In die zin doet 3 sterren misschien geen recht.
Gebeurtenissen uit het verleden als ‘een verzameling schaakstukken die op steeds andere manieren over het bord verplaatst worden. Afhankelijk van de zetten van de tegenstander.’
Zoveel passages in dit boek, die ik wilde onderstrepen/voor eeuwig zou willen onthouden. Ik las dit boek net nadat ik Wat je van bloed weet van Philip Huff las en dit was echt de perfecte opvolger van dat boek wat mij betreft. En ook: wat een geweldige kaft.
Aan het begin moest ik heel erg inkomen, en zelf aan het eind kon ik nog niet alles helemaal vatten. Er wordt in 300 pagina's ontzettend veel aangeraakt, en tegelijkertijd wordt niks expliciet beschreven. De laatste hoofdstukken vond ik zo benauwend, maar zo knap omschreven. Hoe dan ook prachtig geschreven!