In het twijfeldonker van onze kamer werd ik belaagd door gedachten zwart als kraaien, die hun rollende keelklanken in mijn schedel krasten en zwermend hun vleugels om mijn oren wiekten. Ze vlogen zo rakelings langs me heen dat ik de wind door hun veren hoorde suizen, als een scheur in het weefsel van de werkelijkheid.
Als de dieren is een poëtische zoektocht naar taal en betekenis, voor een ervaring die zich tegen beiden verzet.
Lieselot Mariën is afgestudeerd filosoof en jurist. Ze werkte achtereenvolgens in het theater, in de keuken en als advocaat. Tegenwoordig maakt ze audiodrama en -documentaires. Als de dieren is haar debuutroman.
Wat gebeurt er als je het gevoel hebt dat je je eigen kind niet wil?
Als de dieren is de debuutroman van Lieselot Mariën. In het boek vertelt ze het verhaal van een jonge moeder met een huilbaby. Als het kind drie is, gaat ze als een archeoloog op zoek naar wat er gebeurd is, en ze graaft diep: ze ziet een vreemde vrouw in haar kleren, er is een soort opsplitsing, ze herkent zichzelf niet. Ze beschrijft het dramatische moment waarop ze van zorgende moeder in toeschouwer verandert.
De schrijfster gebruikt beelden uit de natuur: slechtvalken, dodo's, octopussen die zichzelf vernietigen, notelaars die met hun wortels de grond vergiftigen. Ze beschrijft het gevoel dat ze langzaam gek wordt:
De vrouw zet een stap naar voren. Gedurende enkele seconden neemt ze mijn arm vast.
'Je bent niet gek,' zegt ze, traag en nadrukkelijk.
Ik kijk naar haar hand, naar haar nagels, lang en zwart als sperwerklauwen, en ik weet dat wat ze zegt, een leugen in wording is. (p. 133)
Het verhaal is opgebouwd als de Soemerische godin Inanna's afdaling in de onderwereld, via zeven poorten. Het gaat over eenzaamheid en gruwelijke twijfel, waanzin en wanhoop. En een huilbaby dus.
Lieselot Mariën heeft met Als de dieren een rijk en intens boek geschreven: beeldend, literair, snoeihard en nietszontziend. Aanrader.
Wat een mokerslag, recht in je gezicht. Hoe trefzeker beschrijft Lieselot Mariën de ontreddering en vertwijfeling van een jonge moeder met een postpartum depressie. Hoe wonderlijk pijnlijk mooi haar zinnen, hoeveel diepgang en eruditie in de tekst, hoe origineel en krachtig de verwijzingen naar de mythologie, de geschiedenis en het dierenrijk. Een rijk, naar de keel grijpend boek.
“Ik ben niet aan te raken, ik ben niet te bereiken. In mij is zoveel vijandigheid dat ik alleen maar alleen kan zijn en tegelijk gek word van eenzaamheid.” 💔
“ik ben niet aan te raken, ik ben niet te bereiken. in mij is zoveel vijandigheid dat ik alleen maar alleen kan zijn en tegelijk gek word van eenzaamheid” lezen voordat ik mijn eerste tas koffie ophad was NIET de vibe
“In mij zitten fossielen van dieren met vleugels.”
Een van de meest pijnlijke boeken die ik het afgelopen jaar gelezen heb. Prachtig hoe die brieven werden afgewisseld met fragmenten, waar proza en essay elkaar ontmoetten. Hoe het nooit écht concreet werd, maar via de mooiste metaforen wel onder je huid ging zitten. Ik moest huilen aan het einde, aan het begin en vaak tussendoor. Gelukkig dat ik omringd was door bomen en de fijnste mensen en dat toen ik dit boek uitlas in mijn pauze, ik weer snel aan het werk kon, waar het boek nagalmde op de muziek van een bandje verderop. Hoe absurd moet het voelen om af te dalen naar de onderwereld en wat opluchtend dat we haar hand mogen vasthouden gedurende het boek.
“Jij en ik, het had zuiver kunnen zijn, eenvoudig en licht, als wij niet verstrikt waren geraakt in die gruwelijke paradox: de pa- radox van een liefde zo intens en tegelijk zo onhoudbaar dat ze aan de lucht zelf ontbrandt, als een balsem van witte fosfor op de ziel.”
Lieselot Mariën studeerde filosofie en rechten aan de KU Leuven. Ze schrijft en maakt audiodrama en -documentaires. Haar debuutroman 'Als de dieren' verscheen in april 2025.
Het hoofdpersonage in deze roman is op zoek naar de vrouw die ze was of die ze wil zijn. Kort na de geboorte van haar zoon raakte ze zichzelf stilaan kwijt. Nu gaat ze op zoek naar zichzelf door eerst af te dalen naar de hel. Ze maakt hierbij regelmatig de vergelijking met de mythe van Inanna. Deze mythe toont een bepaalde gelijkenis met de allegorie van Dantes Inferno waarbij de ziel een reis maakt door de hel, het vagevuur en het paradijs om persoonlijk te groeien naar meer begrip en acceptatie van het eigen leven. Mariën geeft deze verhalen een persoonlijk karakter en beschrijft dit proces op bovenmenselijke wijze. De roman is fictief, maar gebaseerd op autobiografische elementen. Gegrepen door wanhoop daalt de vrouw in deze roman af naar de hel, om er te klauteren over de louteringsberg en pas na een lange donkere levenpersiode opnieuw ten volle in het leven te staan.
Ik lees traag, steeds trager. Woord voor woord. Zin voor zin neem ik in me op. Ik herlees hele zinnen. Omdat ze zoveel inhoud bevatten, omdat ze zoveel meer zeggen dan dat ene woord of die ene zin. Er zit een hele wereld achter. Zo broos, zo teer, zo breekbaar. Zo intens, zo rijk, zo diep, zo vol. In stilte staar ik naar de leegte die elke bladzijde vult, de leegte die haar vult, de leegte die zo zwaar weegt. Zichtbaar op elke bladzijde. Het verlies van iets wezenlijks in zichzelf. De stilte, de leegte, de zwaarte. Een krop in de keel. Overdonderd en lamgeslagen door iets waar ik geen woorden voor kan vinden.
Als auteur slaagt ze erin om mij iets te doen ervaren wat ik nooit ervaren heb, door de plaatsing van de woorden, de diepte van de gevoelens, de metaforen, de keuze van de verhalen en de beelden, de ruimte voor leegtes (en stiltes). Zo persoonlijk en individueel de ervaring, zo universeel is de herkenbaarheid van de donkerte en de zwaarte van een helse innerlijke lijdensweg, ongeacht of het om een postnatale depressie gaat of niet. Een literair talent zoals ik er zelden gelezen heb.
Soms is het heel fijn om je onder te dompelen in gevoelens van een ander (ja, zelfs als het niet de meest luchtige emoties zijn). Nog fijner is het als die gevoelens van het papier spatten.
''Op een of andere manier had ik verwacht dat een bevalling een horizon was, waar je voorbij moest om het landschap erachter te kunnen zien. Ik had niet gedacht dat het een klif was waar je af kon donderen, de diepte in. "
Prachtige taal voor een intens verdrietig verhaal. Met momenten moeilijk om te lezen, maar blij dat ik dat toch heb gedaan.
p 123. In bijna alle culturen die een traditie van klaagzangen hebben, zijn het de vrouwen die zingen. Niet slechts één vrouw, niet de vrouw die het scherpste verlies van dat moment draagt, maar iedere vrouw die haar eigen leed de pasvorm van een nieuw verdriet weet aan te meten. (…) ‘Verdomd wie ooit zei dat verdriet slijt,’ weerklaagde ze, ‘met elk nieuw verlies van een ander voel ik opnieuw het mijne.’
Wat een heftig boek. Ik zit in een soort algoritme van moeder boeken over moeders die geen moeder willen zijn en het moederschap heel heftig vinden. Aangezien ik zelf ook niet perse sta te springen rondom dit onderwerp ben ik hierna wel ff klaar. Wel echt hele mooie taal, heel rauw en heel eerlijk. Vond het voelen als een soort trip, dat komt ook door de korte hoofdstukken, en bladspiegel. Het voelt ook bijna als een soort theaterstuk wat je leest om eerlijk te zijn. Er zaten wel echt rake analyses in, en hele mooie poëtische verwoordingen. Het hoofdpersonage beschrijft heel eerlijk hoe zij de eerste periode van haar moederschap ervoer, en wat het met haar deed. Ze trekt voortdurend vergelijkingen ook met bepaalde diersoorten, en hoe die zich tot het moederzijn verhouden. Ik vond het wel echt mooi uiteindelijk. Een passage in het bijzonder pakte me, en die citeer ik hieronder voor de liefhebber. Dit is echt waarom ik van boeken houdt, omdat ik me in deze passage nog honderd keer kan verliezen en elke keer net wat anders kan associeren of een net wat andere betekenis ervan kan formuleren.
"Voorbij ons zonnestelsel, voorbij de melkweg zelfs, bevindt zich een onpeilbare verte, die astronomen de diepe ruimte noemen. De diepe ruimte is gevuld met zwakke, nevelachtige objecten, die onbereikbaar zijn voor ons oog - tot we anders leren kijken. Door niet rechtstreeks naar de objecten uit de diepe ruimte te kijken maar een beetje langs hen heen kan ons oog ze alsnog registereren. De plek op ons netvlies waarmee wij zaken in focus brengen, is geschikt om voorwerpen in kleur waar te nemen, maar is niet geschikt om de schemerige ongedefinieerde objecten uit de diepe ruimte te bekijken. Planetaire nevels. Restanten van supernova's. Sterrenhopen. Wanneer we die wilen zine, moeten we voorbijgaan aan onze neiging om scherp te stellen op wat we willen zien, en moeten we aanvaarden dat sommige dingen alleen maar perifeer in beeld kunnen komen. Perifeer kijken vergt oefening, en geduld. We moeten ruimtekaarten bestuderen, onze ogen van ster naar ster laten springen, tot bij de plek waar we vermoeden dat er heel misschien iets te zien kan zijn. En er vervolgens nét niet naar kijken."
Deze prachtige zin: “Iedere seconde word ik een beetje jonger. Het kraakbeen in mijn knieën wordt dikker en de eeltlaag op mijn dromer dunner, tot ik zo jong ben dat ik opnieuw in mijn kinderjas het bos in ren.”
En Lander die zegt: “da’s toch jammer, dat er eelt komt op onze dromen”.
De vanzelfsprekendheid waarmee al deze mensen deelnemen aan de dag is ontmoedigend. Ze maakt de afstand tussen mijzelf en de wereld belachelijk, maakt de inspanning die het kost om op deze stoep te staan absurd.
Op een of andere manier had ik verwacht dat een bevalling een horizon was, waar je voorbij moest om het landschap erachter te kunnen zien. Ik had niet gedacht dat het een klif was waar je af kon donderen, de diepte in.
Eenzaamheid draagt een onderschatte wreedheid in zich, en wel in die zin dat zij haar eigen voortbestaan verzekert. Zij legt een filter over de wereld, waardoor wij slechts kale vergezichten zien. Niemand is nabij, en als er onverhoopt iemand nadert, dan ontwaren we slechts afwezigheid.
Moederschap is tegelijk grenzeloos in zijn vraag en weerloos in zijn antwoord.
In mijn moederschap ben ‘ik’ slechts in naam aanwezig: strelend, zorgend, maar hol als een lokeend aan de rand van een vijver. Zoals ‘het’ schemert, zoals ‘het’ opklaart, zoals ‘het’ dooit en dondert, zo moedert ‘het’ door mijn heen, maar zonder mij.
Ik wist al wel dat ik een postpartum depressie gehad heb (die toen niet als dusdanig erkend werd), maar nu heb ik ze voor het eerst ook gevoeld. Diepe buiging en zeer grote hulde voor de prachtige vorm die Lieselot Mariën ervoor vond.
Wat een sterk debuut! De eenzaamheid, de hulpeloosheid, de machteloosheid van een vrouw die ineens moeder is, is treffend beschreven in dit boek - het zal voor veel kersverse moeders pijnlijk herkenbaar zijn.
Lieselot Mariën slaagt erin de immense twijfel over moeder worden te verwoorden - een twijfel waarover veel moeders niet mogen of niet kunnen spreken.
Doordat moeders geen woorden hebben om hun twijfels uit te spreken wordt de ‘mythe van het aangeboren moederschap’ zo hardnekkig in stand gehouden. ‘Als de dieren’ doorprikt de mythe en legt ongenaakbaar bloot wat zo vaak verzwegen wordt.
Van een vrouw wordt verwacht dat ze instinctief zou weten hoe ze moet moederen, dat ze automatisch een liefdesband heeft met haar pasgeborene, maar weet ze het niet én uit ze deze onwetendheid ook, dan krijgt ze het verwijt dat ze geen moederinstinct heeft.
Het is zo’n absurde paradox want hoe kan je iemand verwijten om niet geboren te zijn met een bepaalde kwaliteit? Toch is dat wat zo vaak gebeurt bij jonge moeders, er wordt automatisch vanuit gegaan dat ze het wel zullen weten maar als ze het niet weten, staan ze er ‘moederziel alleen’ voor.
Dank aan Lieselot Mariën om dit moedig en pijnlijk eerlijk boek te schrijven.
Een teder en kwetsbaar verhaal waarbij je als lezer meedeint met de golven die het veroorzaakt.
Favoriete quotes: 1. "Door jouw moeder te worden landde ik ergens op een onstabiele plek in de keten van generaties. Ik werd jouw moeder, maar ook mijn eigen moeder, en haar moeder. Ik werd herhaling, ik werd verzet. En ik werd verdriet."
2. "Misschien hebben de doden te veel pijn gehad daar beneden om opnieuw te kunnen leven."
‘Ik zie haar ‘s ochtends in de badkamer, waar ze de brokstukken van een lichaam verzamelt in een spiegelbeeld. Het gestriemde vel. De wanstaltige plooien. Dit lijf is het hare.’
'Je bent twee dagen en bijna twee nachten oud. Naast mij staat op hoge poten het bedje met de plexiglazen wanden waarin je ligt te slapen. Het is donker en ik weet niet meer hoe je eruitziet. Gespannen probeer ik losse flarden van jou bij elkaar te passen tot een beeld. Ik herinner me plukjes haar, de vage vorm van een neus, een korte kin. In het donker van mijn ziekenhuiskamer word jij een kubistisch samenraapsel. Naast mij ligt mijn kind, en het heeft geen gezicht. Ik probeer niet in paniek te raken.'
Als de dieren gaat over een vrouw die net bevallen is. Ze spreekt haar kind aan en legt uit hoe het voelde. Ze voelt zich geen moeder, weet niet meer wat er allemaal gebeurd is en voelt zich vervreemd van haar partner. Lieselot Mariën gebruikt mooi taalgebruik en metaforen om iets onder woorden te brengen wat moeilijk onder woorden te brengen is. Het is fragmentarisch en er worden veel niet-vanzelfsprekende linken gelegd die mij soms een wow-gevoel gaven. Aanrader!
“Durf je dat wel aan, onder invloed van zwangerschapshormonen?” vroeg iemand me. Het was niet makkelijk, hormonaal of niet. Een pijnlijke afdaling in de hoop wijs te worden uit herinneringen aan een postnatale depressie. In dat streven was het een hoogstpersoonlijk boek dat voor mij net niet het predikaat roman verdient. Te rauw, te dichtbij?