Er zijn twee dingen die ik niet goed begrijp van het essay Duidelijkheid van Tom-Jan Meeuws.
Ten eerste: Waarom was dit essay onderdeel van de maand van de filosofie? Het essay beschrijft hoe de afgelopen 30 jaar de democratische normen en gedrag steeds meer aan het vervagen en afbrokkelen zijn, zowel in Den Haag als bij de bevolking, en hoe deze vervaging steeds meer onze parlementaire democratie bedreigt.
Het essay beschrijft hoe die afbrokkeling van de waardering voor democratie begint in de tweede helft van de jaren 90, als steeds meer mensen vinden dat ze geen zicht meer hebben op een beter leven. Meeuws spreekt van een onderklasse (pagina 18) die bestaat uit mensen die niet meekomen in de meritocratie (zelf denk ik dat het meer gaat om mensen die de boot hebben gemist van de globalisering, of eigenlijk nooit die boot hebben kunnen nemen, vanwege het soort beroep dat ze uitvoeren). In die onderklasse wordt sinds eind jaren 90 een stijging van radicaal-rechtse sympathieën gemeten.
Na de aanslagen op New York in 2001 en de moorden op Pim Fortuin (2002) en Theo van Gogh (2004) zet die stijging door, volgens Meeuws onder andere gevoed door een nieuwe taal van duidelijkheid die zijn intrede doet in de politiek. Vervolgens zorgen eerst internet en later sociale media voor een vliegwiel voor radicaal-rechts gedachtegoed. Meeuws laat zien hoe gevestigde partijen steeds vaker de handelswijze van radicaal-rechtse partijen kopiëren, waardoor de verloedering van democratische normen in een stroomversnelling raakt in de eerste 2 decennia van deze eeuw. Als voorbeeld beschrijft Meeuws hoe ook premier Rutte meegaat in populistisch gedrag: Rutte stuurt aan op ‘’besluiten die voldoen aan de verlangens van de dag maar niet aan de vereisten van de lange termijn’’ (pagina 40) en Meeuws haalt Ruttes ‘’pleur zelf op’’ uitspraak aan.
Kortom, het essay beschrijft de recente geschiedenis en actualiteit van de verloedering van onze democratische normen. Iets echt filosofisch kon ik er echter niet in ontdekken.
Ten tweede: Ik begrijp niet goed waarom Meeuws het concept duidelijkheid gebruikt als kapstok om zijn maatschappijanalyse en -kritiek aan op te hangen.
Om te beginnen miste ik aan het begin van het essay een goede uitleg van wat Meeuws dan met duidelijkheid bedoelt. Gaandeweg worden wel wat tips van de sluier opgelicht, zoals op pagina 22: ‘’Duidelijkheid wordt het nieuwe bewijs van politieke zuiverheid. Vereenvoudiging als uitgangspunt, eenzijdigheid als oplossing. Fouten benoemen, van anderen. Grenzen stellen, aan anderen’’. Het is een ‘’duidelijkheid die vaak overgaat in versimpeling’’ (pagina 19).
Wat ik me afvraag, is dit wel wat we verstaan onder duidelijkheid? Voor mij is het meer een soort fake-duidelijkheid, een schijnduidelijkheid, waarin problemen niet volledig benoemd en geanalyseerd worden, maar versimpelt.
Met die schijnduidelijkheid vertellen politici vaak wat ze denken dat hun kiezers willen horen. Voor echte duidelijkheid is moed en eerlijkheid vereist, om te zeggen dat dingen niet kunnen om allerlei praktische redenen of om te vertellen dat dingen anders moeten, onderbouwd door argumenten en bewijs.
Meeuws stelt vervolgens dat de manier van spreken in de jaren 80, vol jargon en vaagheid, beter was voor de democratie dan de huidige duidelijkheid (die ik dus meer zie als schijnduidelijkheid). Meeuws zegt het niet expliciet, maar lijkt te insinueren dat de verhullende taal van de jaren 80 beter voor ons was.
Hier ben ik het totaal niet mee eens. Ik denk dat we noch de verhullende taal van toen, noch de schijnduidelijkheid van nu nodig hebben. Wat dan wel? Nou, echte, oprechte, eerlijke duidelijkheid.
Een voorbeeld daarvan is een debat tijdens de verkiezingen van 2023. Wilders en Timmermans hebben het over afschaffen van het eigen risico van de zorgverzekering. Een vrouw in het publiek kan dat eigen risico niet betalen. Timmermans zegt dat het eigen risico alleen geleidelijk kan worden afgebouwd. Wilders bijt hem toe dat de vrouw nu dat geld nodig heeft, maar doet geen enkele toezegging en geeft geen enkele uitleg hoe die onmiddellijke afschaffing dan wel praktisch geregeld kan worden.
De volgende dag werd Wilders gezien als winnaar van het debat. Eigenlijk raar, want juist Timmermans kwam met zijn insteek in de buurt van wat ik bedoel met oprechte duidelijkheid: de moed hebben om uit te leggen hoe het zit en aan te geven dat dingen soms ingewikkeld zijn, zelfs als dit een slechte boodschap is. Wilders zette in op schijnduidelijkheid, wat een paar maanden later nog expliciet bevestigd werd: Bij de eerste kans om te stemmen voor de afschaffing van het eigen risico, stemde de PVV tegen.
Wat we nodig hebben is niet een terugkeer naar de vage taal van de jaren 80. Wat we nodig hebben is betere en oprechtere duidelijkheid en meer moed om slechte boodschappen te geven.
Wat me ook tegenviel van dit essay, is dat het blijft bij een analyse. Ik had wat meer focus op oplossingen en verbeteringen verwacht. Meeuws komt er niet aan echt aan toe. Op de allerlaatste 2 pagina’s doet hij een poging, door eerst Theodor Adorno’s suggestie te citeren: ‘’Niet leugen met leugen beantwoorden, niet proberen even sluw te zijn als zij, maar ze echt met de overtuigingskracht van de rede, met de werkelijke onideologische waarheid weerwerk te bieden’’ (pagina 91), en door daarna het essay te eindigen met ‘’Want hoe deze dingen verdergaan, en de verantwoordelijkheid voor hoe ze verder gaan, dat is in de laatste instantie aan ons’’ (pagina 92).
Wat Adorno ‘’de overtuigingskracht van de rede’’ noemt overlapt met wat ik eerder omschreef als oprechte duidelijkheid. Meeuws had dit naar mijn smaak niet hoeven te beperken tot een citaat helemaal aan het einde van het essay. En zijn stelling dat de verantwoordelijkheid bij ons ligt, is mooi. Mijn vraag alleen: Hoe dan? Ik het had het nog mooier gevonden als Meeuws die vraag uitgebreid praktisch had beantwoord i.p.v. zich te beperken tot een abstract citaat van Adorno.
Ik ben een fan van Tom-Jan Meeuws, als hij in de krant schrijft, lees ik hem vaak en graag. Maar dit essay viel ronduit tegen. Jammer, ik had meer en beter verwacht.