Joseph Roth was student in Wenen toen de Eerste Wereldoorlog uitbrak en hij zijn vaderland uit elkaar zag vallen. Als schrijver in het Oostenrijks-Hongaarse leger versloeg hij de krijgsverrichtingen in zijn geboortestreek Galicië, het huidige Oekraïne. Na de oorlog begon zijn journalistieke loopbaan in Wenen, maar al snel verhuisde hij naar Berlijn. Met reportages voor Vorwärts en de Frankfurter Zeitung, waar ook zijn eerste romans verschenen, werd hij beroemd.
In de zomer van 1919 trok Roth door Heanzenland, de streek tussen Oostenrijk en Hongarije die nu een grensgebied was geworden. De nieuwe grens scheidde dorpen die altijd bij elkaar hadden gehoord en waar Joden en christenen in vrede naast elkaar leefden. Roth legde daar de basis voor een uniek schrijverschap, gekenmerkt door radicale verontwaardiging en tomeloos mededogen voor het lot van de Joden. Een jaar lang trok hij door het conflictgebied van de Pools-Russische grensstreek, waar een stellingenoorlog voortwoedde tussen de Sovjettroepen en de soldaten van de nieuwe Poolse staat. Ter plekke is niet altijd duidelijk wie de bevelen uitdeelt, buitenlandse inmenging en bezetting door geallieerde troepen maakt de situatie niet gemakkelijker. Roth weet met vlijmscherpe pen de verwarring bij militairen en burgers te vatten.
In 1924 keert Roth terug naar zijn Oekraïense heimat. Zijn verslag over de rouwstoet van een oorlogsinvalide, begeleid door ‘de afgevaardigden van alle oorlogsinvaliden ter wereld’ is een van de meest aangrijpende stukken uit de moderne journalistiek. Met krachtige stem veroordeelt hij de waanzin van de oorlog en hekelt het eindeloze leed van ontelbare soldaten en burgers.
Joseph Roth, journalist and novelist, was born and grew up in Brody, a small town near Lemberg in East Galicia, part of the easternmost reaches of what was then the Austro-Hungarian empire and is now Ukraine. Roth was born into a Jewish family. He died in Paris after living there in exile.
Ik heb Tussen de legers gelezen, een nieuwe bundeling vertaalde oorlogsverslagen van Joseph Roth. Het gaat om reportages aan het eind van de eerste wereldoorlog. Roth schrijft voor de krant (Der Neue Tag, Neue Berliner Zeitung, Frankfurter Zeitung) over de troepenbewegingen in zijn geboortestreek Galicië (nu Oekraïne), hij verslaat de oorlog in het grensgebied tussen Oostenrijk en Hongarije en op de Pools-Russische grens.
Meer dan een eeuw oud, zijn deze teksten getuigen van een andere tijd. Voor Roth-lezers zijn ze oefeningen voor zijn latere werk, teksten waarin we de ontwikkeling van de schrijver kunnen zien. Het mooiste stuk staat op het einde: De verminkten, een magistraal verslag van de begrafenis van een Poolse invalide. Dit alleen maakt het boek lezenswaard.
Tussen de legers is uitgegeven met schitterende illustraties van Koen Broucke. Els Snick vertaalde de teksten samen met haar studenten van de Vertalersvakschool. Erik Vlaminck, mede-bestuurslid van het Joseph Roth Genootschap, schreef het voorwoord.
‘Tussen de legers’ is een verzameling journalistiek werk van een jonge Joseph Roth, die in de nasleep van de Grote Oorlog verschillende post-Europese grensgebieden afreist. Hij laveert tussen de onduidelijke en steeds veranderende landsgrenzen, de roversbendes en de soldaten (al zijn die zeker niet altijd van elkaar te onderscheiden) en brengt hierover verslag uit in zijn geheel eigen stijl. Een stijl die in alle eerlijkheid de tragiek van deze periode laat zien en een stijl die deze zware tragiek soms verlicht met een humoristische opmerking.
Roths aanwezigheid en integriteit zijn voelbaar in de verschillende korte stukken. Enkele - zeker de beschrijving van een begrafenisstoet van oorlogsinvaliden - passages laten een erg diepe indruk na. Absurd dat het nog steeds allemaal erg relevant aanvoelt.
Dit alles gaat in deze uitgave gepaard met prachtige illustraties van Koen Broucke. Om in één ruk uit te lezen, een pareltje.
“De rouwstoet werd gevormd door alle invaliden van de stad, alle restanten van wat ooit mensen waren geweest, de hinkenden, de blinden, mannen zonder armen, mannen zonder benen, de lammen, de bevenden, zij zonder gezicht en zij met een kapotgeschoten rug, de schurftigen, zij die aan de liefde kapotgegaan waren, zij die waanzinnig en zij die doofstom waren geworden, zij die hun geheugen verloren hadden en zichzelf niet herkenden, en iedereen met een ziekte waarvoor de geleerden nog geen naam hebben gevonden en die aan heldendom te gronde gingen. Geen enkele invalide was thuisgebleven. Wie kon strompelen strompelde, wie kon kruipen kroop, en wie helemaal niet kon bewegen lag op een grote vrachtwagen.”
Voor mij is Joseph Roth al de ontdekking van het jaar en dit pas na het lezen van twee boeken die dan nog geen afgewerkte verhaal bevatten of bestaan uit reportages en verslagen. Dus dat maakt me alvast al benieuwd naar wat de man heeft geschreven van fictie.
‘Tussen de legers: grensreportages’ bevat enkele van Roths oorlogsverlagen die hij schreef tussen 1919 en 1924 toen hij zich in de zomer van ‘19 in het gebied tussen Oostenrijk en Hongarije bevond, in de zomer erna in 1920 was hij dan weer getuige van de Pools-Russische oorlog en verbleef hij in dat gebied en uiteindelijk in 1924 ging hij terug naar zijn geboortestreek, Galicië (het gebied dat zich nu strekt over Polen en het momenteel bezette Oekraïne, rond de stad Lviv). Roth was de Rudi Vranckx, Jan Balliauw en Marijn Trio van zijn tijd.
Aan de hand van korte verslagen waarin hij de huidige situatie beschreef voor de lezers van de krant (hij schreef onder andere voor Der Neue Tag, Neue Berliner Zeitung en Frankfurter Zeitung) zien we hoe een post-tweedewereldoorlogse oostblok onder het juk van alweer een grootmacht, Rusland, wordt onder de voet gelopen.
Roth schrijft met een kritische pen waarbij ook tussen de lijnen vaak een angst schuilt maar tegelijkertijd voel je de hartslag van Roth bonzen voor zijn land en streek en dat van de mensen die verwikkeld zitten in een conflict waar ze zelf nooit hebben om gevraagd.
En toch komt hij plots ook af met een stukje literatuur, een politieverslag over een boer Oleksa Solonenko (die zo uit zijn onafgewerkte verhaal ‘Erdbeeren’ zou zijn kunnen gestapt. In dit korte stukje tekst brengt Roth zowel humor als een hartverscheurend verhaal over een boer die buigt voor een graaf maar de kans ziet te ontsnappen aan het dorp en de onderdanigheid door naar Brazilië te vertrekken. Maar bij zijn terugkomst, die hij rooskleuriger inziet, hervalt hij terug in oude gewoontes.
Dit boek schetst voor mij perfect dat de geschiedenis een eeuwig rad is met een beginpunt waar we uiteindelijk ooit terug op terechtkomen, alleen een generatie (of enkele generaties) verder, waardoor we geneigd (gedoemd) zijn hetzelfde te herbeleven, alleen zijn de middelen anders en zijn de kopstukken vaak nog stupider.
Mochten we de kaart van Europa van toen naast die van nu naast elkaar leggen, men zou schrikken van de grote verschillen die in de loop van die honderd jaar, vooral hertekend na de Tweede Wereldoorlog maar ook later zoals in de jaren negentig, waar Tsjechoslowakije uiteen viel (bvb).
Dat dit boek vandaag ook nog heel actueel is moet ik niet eens zeggen want we worden elke dag geconfronteerd met het geweld en de ellende die ook nu weer deel uitmaakt van Oost-Europa.
Naast de verslagen van Roth, die prachtig vertaald werden door Els Snick, vinden we in dit boek ook een voorwoord van Erik Vlaminck en bij elk nieuw hoofdstuk een inleiding met wat duiding. En natuurlijk nog een woordje over de bijgevoegde kunst.
Want ook nu weer vergezelt Koen Broucke het boek met zijn prachtige kunstwerken. Broucke, die ik leerde kennen bij de boeken van Koen Peeters, weet met zijn waterverf kunst een sfeer aan het boek te geven waardoor je je ter plekke in die tijd waant. Hij liet zich inspireren voor vele van deze werkjes door prentkaarten en foto’s van toen en maakt zijn eigen kunstige weergave van wat Roth ons beschrijft in zijn reportages.
Aangrijpend! Na het laatste hoofdstuk had ik minstens 5 min nodig om weer tot mezelf te komen. Ik kon niet direct overgaan tot de orde van de dag. Waarom doen mensen elkaar zulke ellende aan???.
Sommige passages sprongen er echt uit, maar over het algemeen was het niet al te bijzonder. Om zulke journalistieke verslagen te lezen zonder de tijdsgebonden context te kennen, is erg moeilijk. Details en nuances komen daarom nauwelijks aan en zijn veelal nietszeggend, maar dat ligt dus meer aan mijn onwetendheid dan aan de teksten van Roth. Over het algemeen waren het aardige impressies.
Het kon wel een verzameling columns zijn uit de krant van de voorbije weken.
Deze bloemlezing met oorlogsverhalen door een jonge Roth leest als een actueel verslag van de oorlog in Oekraïne. Bevreemdend en verontrustend maar tegelijk met een heel menselijke blik.
Tussen de legers; de verzameling reportages die Joseph Roth voor verschillende kranten schreef, over de situatie in de gebieden van het voormalige Habsburgse rijk dat na de eerste wereld oorlog uiteenviel is een mooie introductie op een wereld die niet meer bestaat. Tegelijkertijd geeft het uitstekend de situatie in Oost- en Centraal Europa weer van immer verschuivende landsgrenzen, bondgenootschappen en rivaliteit tussen verschillende bevolkingsgroepen, maar ook hoe een stad (Lemberg) Lviv ooit heeft gewerkt. Als multiculturele metropool van Ruthenie leefden hier Joden, Oostenrijkers, Russen, Oekraïners, Duitsers en Roemenen samen.
Kortom het is een lezenswaardig boekje over een bepaalde periode in de geschiedenis van een gebied dat nu ook weer actueel is; Oekraïne, en Rusland en de Wit-Russische grens met Polen, waar ideologieën in het verleden ook al eens met elkaar hebben gebotst. Joseph Roth blinkt uit in het geven van beschrijvingen van de steden en streken die hij bezoekt. Hij verteld de verhalen van de mensen die daar wonen. Zoals het verhaal van een Oekraïense boer; Oleksa Solonenko, die na jaren werken op de Braziliaanse plantages besluit om terug te keren naar zijn geboortedorp en vlak voor de grens overlijd in de wachtkamer vierde klas van het Schlesischer Bahnhof. Als feitelijk verslaggever van de gebeurtenissen die zich op dat moment voltrekken is hij minder sterk. Maar dat is dan ook de reden waarom we Roth nu vooral kennen als romanschrijver in plaats van oorlogsjournalist.
Over de oorlog:
‘Samenvatten kan men het volgende zeggen: deze oorlog is in hoofdzaak een bendeoorlog. En beide partijen streven deze bendevorming bewust na.’
Over Lviv (Lemberg) en steden in het algemeen:
‘Steden hebben vele gezichten, vele stemmingen, talloze richtingen, allerlei doelen, duistere geheimen, vrolijke geheimen. Steden verbergen veel en onthullen veel, elke stad is een eenheid, elke stad een veelheid, een stad heeft meer tijd dan een verslaggever, een mens, een groep, een natie. Steden overleven de volkeren waaraan ze hun bestaan te danken hebben en de talen waarin hun bouwmeesters met elkaar hebben gepraat. De oude “Oostenrijkse sleur” vindt een adequate voortzetting in de nonchalance, de Slavisch is en een metgezel van de melancholie.’
Dit boek leest als een echo van precies een eeuw geleden. Deze verzameling journalistieke bijdragen van de ooggetuige Joseph Roth voor verschillende kranten bestaat uit drie delen: een reeks verhalen van aan de Oostenrijks-Hongaarse grens (zomer 1919), verslagen van aan het Pools-Russische front in de zomer van 1920 en een reeks verhalen over Galicië, d.w.z. het grensgebied van Polen en Oekraïne.
In alle verhalen voel je hoe fluïde de grenzen zijn in dat tijdperk. Overal lopen militairen of gezagsbekleders rond, vaak met bijeengeraapte uniformen. Verschillende munten zijn in omloop, soms is niet duidelijk welke buitenlandse mogendheid een dorp of stad bestuurt maar de mensen proberen naar best vermogen hun leven te leiden.
Het eerste en derde deel spraken mij het meest aan. In het allereerste verhaal laat roth zich van zijn grappigste en meest “vrije” kant zien, in het derde deel keert hij terug naar zijn geboortestreek en is de toon meer die van een roman. Het allerlaatste verhaal is een indrukwekkende beschrijving van een begrafenisstoet van oorlogsinvaliden. Schrijnend en mooi.
Eens temeer een prachtige vertaling van (grens)reportages van de journalist/schrijver die Roth schreef voor de Frankfurter Zeitung. Els Snick en haar studenten van de Vertalersvakschool leverden het veaalwerk af, Koen Broucke zorgde me prachtige illustraties voor een uitgave die qua vormgeving naar één of andere prijs mag dingen. Enkele van de reportages gaan over Galicië (Roth was van Brody afkomstig) en Lemberg (het huidige Lviv), ze zijn aangrijpend maar vooral getuigen ze van Roth's bijzonder schrijftalent. De slotreportage in het boek (geen echte reportage) gaat onder de titel "De verminkten: begrafenis van een Poolse invalide". Een tekst om van buiten te leren en als anti-oorlogstekst te debiteren waar nodig.
4-5* Joseph Roth als journalist/oorlogsverslaggever met grensreportages in roerige tijden van 1919 tot 1925, een periode waarin onder meer Rusland als agressor een centrale rol speelt (het klinkt erg actueel) en Polen zijn belangen met hand en tand verdedigt (ook dat klinkt erg actueel). Een fraaie uitgave, met enkele literaire hoogstandjes van Roth, in de vertaling van Els Snick en passende illustraties van Koen Broucke.
Prachtig boekje, schitterende teksten (van klein, heel klein naar verschrikkelijk, met als onvergelijkbaar hoogtepunt de laatste tekst over de begrafenis van een Poolse invalide, het mollenfeest geregisseerd door Jeroen Bosch) en indrukwekkende illustraties, gul van aantal.
Boeiende, aangrijpende reportages over Galicië (het huidige Oekraïne) en de strijd van de Sovjetunie met het nieuwe Polen. Fraai geïllustreerd door Koen Broucke.