Het versleutelen van onze via de computer lopende communicatie is essentieel voor onze privacy en bankrekening. Het principe achter die cryptografie is dat wanneer je twee priemgetallen van pakweg honderd cijfers met elkaar vermenigvuldigd en het resultaat ontbindt in priemfactoren, je zelfs met de beste hedendaagse computers een paar decennia zoet bent. Lekker veilig dus, alleen niet voor een kwantumcomputer, die het gigantische aantal berekeningen niet achter elkaar, maar tegelijkertijd uitvoert, en dus in een wip je gecodeerde boodschap ontcijfert. Gelukkig is die kwantumcomputer voorlopig nog een belofte.
Rond de kwantumfysica, waarvan die computer het kind is, hangt een waas van geheimzinnigheid, alsof we met zijn allen midden jaren 1920 afgehaakt zijn nadat Erwin Schrödinger, Werner Heisenberg en Paul Dirac aantoonden dat het deterministische wereldbeeld van Isaac Newton en Albert Einstein misschien wel heel intuïtief was, maar niet klopte. ‘God dobbelt niet,’ zei de laatste, maar dat doet hij volgens de kwantumfysica, met haar golven die deeltjes zijn en haar waarschijnlijkheid en onbepaaldheid wel.
Hoog tijd om die wazige geheimzinnigheid weg te blazen, meenden fysicus Frank Verstraete en theaterauteur Céline Broeckaert, en dus schreven ze het bijzonder intelligente en spitsvondige Waarom niemand kwantum begrijpt en iedereen er toch iets over moet weten. Natuurlijk komen Heisenberg en co erin aan bod, maar ook Simon Stevin die in 1586 twee ‘loyen cloten’ met een verschillend gewicht van een Delftse kerktoren liet vallen en merkte dat die net even snel op de grond terecht kwamen, waarmee hij het tijdperk van het empirisch onderzoek inluidde, en Emmy Noether, die met haar symmetriebegrip aan de basis lag van de wiskunde achter kwantum.
Net zoals Verstraete en Broeckaert in hun boek veel verder het verleden induiken dan de meeste andere auteurs, weiden ze ook veel meer uit over de hedendaagse toepassingen van kwantum. Een smartphone bevat al gauw vijftien miljard transistoren die er zonder kwantum niet zouden zijn, net zoals we zonder kwantum de ouderdom van de aarde niet zouden kennen en niet precies zouden weten waarom de tabel van Mendelejev klopt.
Verstraete en Broeckaert werken met kadertjes voor nerds en beginners, voegen grapjes en rijmpjes toe en maken uitstapjes naar parallelle kunst- en cultuurwerelden, allemaal om dat kwantum wat behapbaarder te maken, maar wie denkt dat hun boek daardoor een wandelingetje door het park is, zit fout. Zoals het eerste deel van hun titel luidt, begrijpt in feite niemand kwantum precies, dus ook de lezer niet, alleen zal hij inzien dat het desondanks werkt.