Het eerste deel van de herinneringen van Annie Romein-Verschoor is een unieke spiegel van ruim een halve eeuw sociale en culturele geschiedenis van Nederland, en tegelijk een intellectueel en emotioneel zelfportret. Centraal in het eerste deel, dat loopt tot aan het uitbtreken van de Tweede Wereldoorlog, staat het verhaal ven een bewogen en doorleefde, meer tegendraadse dan romantische jeugd. Prachtig beschreven zijn de laatste gouden, roerloze dagen vóór Wereldoorlog I.
Iemand zei dat Annie Romein- Verschoor in Santpoort gewoond had. Altijd op zoek naar kopij voor De Zandpoort pakte ik haar autobiografie uit de kast. En toen ook maar gelezen. Ik herinner me dat ik het destijds een erg goed boek vond. Nu vond ik het eigenlijk wel 'vermoeiend' lezen en ik zou het nu ook niet meer ' erg goed' noemen. Ik weet nog steeds niet precies hoe dat komt. Ik heb het vaker bij wat oudere boeken. Komt het door de lange, nodeloos ingewikkelde zinnen, waar je niet meer aan gewend bent? Ook verbaast het me dat het zo beschrijvend is, dat je zo weinig inzicht krijgt in haar gevoelens bijvoorbeeld over de positie die ze heeft in haar huwelijk met een ' moeilijke' man (haar eigen woorden), of over de breuk met 'de partij', de CPH etc. Ook zijn haar beschouwingen over allerlei thema's en gebeurtenissen te uitgebreid, hoewel die soms wel kritische zelfreflectie laten zien. Dit klinkt nogal negatief, maar het boek geeft ook een boeiend beeld van haar jeugd, studententijd, de intellectuele, maatschappelijk geëngageerde kringen in Amsterdam voor de oorlog. En Santpoort? Een zomer in een vakantiehuisje. Misschien in deel 2?
Dit boek ooit in mijn kast gezet nadat mijn moeder het had weggedaan, en dan bijna 20 jaar later maar eens opengeslagen.
Nu ben ik geen geschiedkundige en heb ik nooit een van de boeken van de Romeins gelezen, maar ik ben vlug bereid iets boeiend te vinden dus ik heb me erdoorheen geslagen. Ik ben dus vast volledig ongeschikt om een recensie over dit boek te schrijven, maar gezien er nog geen is, doe ik het toch. Het eerste deel dat Annie’s vroege jeugd beschrijft, sprak me aan en gaf een mooi beeld van die periode in Nederland (en haar jaren in Indonesië). Een portret van haar en haar gezin dat niet in sentimentaliteit verzandt maar toch een treffend sfeerbeeld schetst.
Het grootste deel van het boek beschrijft daarna in detail de carrières van haar en haar man. Wat me verbaasde, was dat er op één pagina wel vier à vijf nieuwe professoren, dilettanten of partijgenoten van de CPH konden worden genoemd, terwijl de komst van het tweede en derde kind slechts terloops werd vermeld. Ik heb regelmatig moeten opzoeken wie een-of-andere literaat nu eigenlijk was, en heb het even vaak gelaten om toch maar eens een bladzijde verder te raken, zonder dan maar de hele strekking te volgen.
Voor de doorsnee lezer is dit boek vrees ik te zeer verjaard. Wel goed om mijn Nederlands weer eens op te krikken, en om me te realiseren hoe hapklaar en vereenvoudigd we tegenwoordig onze teksten consumeren. Maar goed, dat mag je verwachten van een vrouw die letteren heeft gestudeerd.
Haar bedenkingen over de rol van de vrouw in de maatschappij en het huwelijk lezen moderner dan ik had verwacht, en zijn helaas nog steeds relevant. Jammer (maar eerlijk verwoord) dat ze niet erg ijverig of ambitieus was om de carrièreladder verder te beklimmen. Wel af en toe kunnen lachen om haar sarcastische opmerkingen en scherpe observaties van de mensen om haar heen.
Over relevantie gesproken: het politieke klimaat van vóór de Tweede Wereldoorlog — de beklemming, het gevoel iets te móéten doen en tegelijk machteloos te zijn — vindt helaas ook nu nog zijn weerspiegeling in het heden. Zoals mevrouw Romein-Verschoor schrijft: ‘De geschiedenis herhaalt zich – met eeuwige varianten.’