In Schuldgevoel volgt filosoof Coen Simon de gangen van onze verlangens, schulden verspillingen. Op zoek naar de oorsprong van de economie stuit hij op een schuld die nooit kan worden afgelost: het menselijk tekort. Hoe rationeel we de schaarse middelen ook verdelen, dit debet blijft altijd staan. We doen alles om maar van ons schuldgevoel af te komen, zelfs verspillen.
Het doel van de economie is dan ook nooit de nul op de eindbalans. Elke economie is volgens Simon een huishouden van onze verlangens, een spel met de dingen die we niet nodig hebben. Alleen dit spel kan ons afleiden van het gat in de zin van het bestaan, een gat dat vele malen groter is dan het gat in onze hand.
Coen Simon een Nederlands filosoof en publicist. Na zijn studie wijsbegeerte werd hij docent filosofie. Hij publiceerde daarnaast in een aantal kranten en tijdschriften. Hij was redacteur van het blad Filosofie Magazine en van 2005 tot 2007 hoofdredacteur van Bres. In 2019 nam hij bij Filosofie Magazine een coördinerende rol op zich en werd vanaf 2020 hoofdredacteur. Simon won in 2012 de Socrates-wisselbeker voor het beste filosofieboek met “En toen wisten we alles. Een pleidooi voor oppervlakkigheid”.
De subtitel van dit boek ‘over de behoefte aan dingen die we niet nodig hebben’ trekt mijn aandacht. Zeker in de tijdsgeest van nu, waarin zoveel gekocht wordt dat we niet nodig hebben. De auteur vertrekt vanuit een persoonlijk verhaal uit zijn tienerjaren waarbij hij een walkman aan zijn broer verkocht. Daarbij bekroop hem een schuldgevoel, alsof hij de koop onverdiend verdiende.
Waar het startpunt nog beloftevol begon, neemt de filosofie van Simon Coen plots een compleet andere wending. Zelfs wat we eigenhandig bij elkaar verdiend hebben, hebben we te danken aan juiste omstandigheden en talenten die we meekregen bij de geboorte. En dat is ons zomaar toegekomen, zomaar uit het niets. Omdat het bestaan ons zomaar in de schoot is geworpen zijn we geen eigen baas over dat bestaan. En ook al willen we het in eigen handen nemen, eigenlijk komt het ons niet toe. Hier zie de oorzaak van ons schuldgevoel. Het vervolg is een abstract filosofisch woordenspel waar de link met de subtitel ver te zoeken is.
Allerlei factoren zoals bezit, eigendom, transacties, economische handelingen, de waarde van geld en zelfs mode passeren de revue. Telkens opnieuw verwijst hij voor de oorzaak van het schuldgevoel naar het niets van waaruit ons bestaan ons is toegekomen, een soort oorspronkelijk schuldig-zijn. Ik ervaar een gebrek aan een breder perspectief waarbij hij eveneens onvoldoende ingaat op de behoefte aan dingen die we niet nodig hebben, waardoor ik op mijn honger blijf zitten. Verder dan schaamte die we eventueel kunnen afkopen, gaat het mijns inziens niet.
De auteur heeft een voorliefde voor spel en ziet het als een oplossing voor veel problemen. Zowel de liefde als het bestaan zelf zijn economie, een spel dat gespeeld moet worden zodat het spel winst kan opleveren (niet noodzakelijk economische winst). Als de auteur er tot slot ook nog burn-out, werk en sport bij betrekt, ben ik de link met de titel en de subtitel helemaal kwijt.
De opbouw vertoont bovendien een gebrekkige structuur maar heeft eerder iets weg van een schrijfsel van losstaande ideeën die in hem opkomen tijdens het neerpennen, zonder een logisch verband met de voorgaande redenering. Voor mij een teleurstellend essay.
Rake observaties in begrijpelijke, goed te volgen bewoordingen. Het geheel leest als een lang essay. Simon lijkt soms van de hak op de tak te springen, maar schijn bedriegt. Ik zou ervoor willen pleiten dat het laatste hoofdstuk, "De winst", verplichte kost wordt voor een ieder die zich in welke vorm dan ook inlaat met voetbal.
Coen Simon schreef dit essay voor de Maand van de Filosofie 2013. Hij vertrekt van herkenbare ervaringen (uit zijn eigen leven), die hij al denkende in een ander daglicht plaatst. Simons wijze van filosoferen wordt wel eens eerder impressionistisch dan systematisch genoemd, en dat heeft hem ook de nodige kritiek opgeleverd. Zijn denken lijkt inderdaad nogal chaotisch soms, maar hij graaft toch stap voor stap dieper naar de kern van zijn betoog: de mens is in essentie een verlangend wezen en schijn is onze ware aard Niet voor niets is het Don Draper (Mad Men) die voor het motto van dit essay zorgt en zowaar als rode draad geregeld opduikt. Geld en ‘keuzemogelijkheden’ geven ons het idee dat we boven ons eigen lot kunnen uitstijgen, en maken dat de wereld steeds meer gezien wordt als mogelijkheid en niet als werkelijkheid. In de ogen van het mogelijke is het werkelijke nooit goed genoeg, maar je thuisvoelen kan alleen in déze wereld en niet in alle mogelijke werelden. ‘We blijven bemiddelende wezens,’ schrijft Simon, ‘En uit het spel met de middelen ontstaan al onze waarden – ook de waarde van het leven zelf.’ Het is een existentieel menselijk tekort dat we nooit stuiten op een echte onmiddellijke realiteit, een tekort dat nooit kan aangevuld worden. Zo is het niet de vervulling maar het verlangen zelf dat zin geeft aan het leven. ‘Schijn is onze ware aard.’ Simons gedachten meanderen langs Heidegger (het ‘geworpen zijn’), Schopenhauer, de Grieken, de Homo Ludens van Huizinga… Hij pleit voor een samenleving die gespeeld wordt als een Griekse oikos, waarin het spel (en de voortdurende oefening van het spel) een plaats dient in te nemen in het hart van de samenleving. Waarin de winst van het spel weliswaar een fictieve maar toch heuse realiteit is, gelijk aan die van literatuur, theater, religie, in plaats van een resultaat dat zich pas voordoet na afloop van het spel. Zo is ook de Griekse oikos een economie die als een zingevend spel de verlangens matigt in plaats van de inhoudsloze winst te maximaliseren. ‘Het willen winnen is nodig om het spel te kunnen spelen, maar de winst van het spel is het spel zelf, en niet de knikkers.’
Dit boek(je) wil ik zeker nog een keer herlezen om alles goed in me op te nemen, maar ik kan nu al zeggen dat ik de ideeën die Simon aandraagt enorm interessant vond. Hij geeft een (voor mij) vernieuwende kijk op veel vragen waar ik en, zoals het boek al aangeeft, een heleboel anderen mee zitten. Goed geschreven en (meerendeels) goed beargumenteerd; hoe dan ook erg onderhoudend.
Are religion, sports, economy, and personal anecdotes compatible? Coen Simon shows with this book that they are - via labyrinthine trains of thought you follow his argument that the transaction, money, and the game key are concepts to understand why nowadays you feel like you're never good enough, and why it is important to remember that life is a game.