Waarom komen vrouwelijke denkers in curricula, filosofische cursussen en overzichtswerken zo weinig aan bod? Door de eeuwen heen hebben talloze vrouwen zich weliswaar verdiept in een veelheid aan filosofische thema's, maar vaak zijn deze denkers onzichtbaar gebleven. Van de twaalfde-eeuwse filosofe Hildegard van Bingen zullen de meesten wel hebben gehoord, maar wat van haar tijdgenote Mechtild van Magdeburg? Uit recentere tijden is Hannah Arendt inmiddels wereldberoemd, maar de namen Gloria Anzaldúa en Werewere Liking zullen misschien alleen de specialisten bekend in de oren klinken. Uitgesloten van officiële onderwijsinstellingen namen vele vrouwelijke denkers hun toevlucht tot andere vormen van filosofie bedrijven, zoals briefwisselingen. En dat levert een onschatbare rijkdom aan filosofische bronnen op, zoals dit boek laat zien. Werk van 69 vrouwelijke denkers uit 25 eeuwen wordt bij elkaar gebracht; van de Oudheid tot onze eeuw; van islamitische en katholieke mystica's, een achttiende-eeuwse Nederlandse logica tot een Nigeriaanse politiekfilosofe.
Ik heb er bijna drie jaar over gedaan, maar dit was een heel inspirerende versie van de geschiedenis van de filosofie. De filosofes zijn beschreven door verschillende experts en sommige portretten vond ik beter en representatiever dan anderen. Los daarvan, heb ik heel veel nieuwe denksters en hun ideeen leren kennen en hebben de referenties aan het einde van ieder portret mijn leeslijst voor de komende jaren goed gevuld. Ik ben ongetwijfeld al meer dan de helft van de dingen die ik heb gelezen vergeten, maar ben verzekerd van een goede bron voor de 'wie was het ook alweer' en ' hoe zat het ook alweer' momenten.
Het boek leest voor mij niet prettig (o.a. door onzinnig lange zinnen en het uitleggen van zaken die duidelijk zijn, maar snel over ingewikkeldere zaken stappen) Maar dat kan natuurlijk aan mij liggen.
Pluspunt: ook niet-westerse filosofen worden besproken.