Fascinerend boek. Schaamteloos spel van waarheid en dichting. Stapel beschrijft hoe hij een manipulator en fraudeur werd en laat het zien door het te doen met dit boek.
Tweede kans
"Ik ben een zondagskind. Alles komt altijd goed. (...) Tot augustus 2011. Vanaf nu is het altijd maandag." Ik vind a priori dat iedereen een tweede kans verdient. Ik merk bij mezelf wel allerlei schommelingen in dat uitgangspunt bij het lezen van dit boek. Is dit nou zijn ticket naar een tweede kans? Is dit nou de grote bekentenis of het deemoedige mea culpa? Het lijkt eerder op een poging om zijn ellende te exploiteren, om een bestseller-auteur te worden met, wie weet, een verfilming van zijn boek. Wat had ik eigenlijk verwacht en waarom brengt het boek me zo aan het twijfelen? Ontspoort haalt me uit mijn comfort zone en dwingt me mijn eigen ideeën en veronderstellingen te bevragen, en dat vind ik knap.
Verfilmbare thriller
Ontspoord laat je vertwijfeld achter over wat je eigenlijk hebt gelezen: autobiografie of literatuur; en vooral over wat de intenties van de schrijver zijn. Een beetje als bij Knausgård. De kernvraag bij alles wat je in dit boek leest is zoals bij alle autobiografische boeken: waarom wil de schrijver dat ik dit lees en waarom op deze manier? Je realiseert je als lezer constant dat dit boek is wat de schrijver wil dat je leest. Het leest als een filmscript; wat wil hij bereiken? Stapel heeft van zijn ellende een verfilmbare thriller gemaakt.
Afrekening universitaire wereld
In het begin van het boek schetst Stapel een ontluisterend beeld van universiteiten die zoveel mogelijk proefschriften produceren omdat ze eraan verdienen; desnoods matige proefschriften. Beoordelingscommissies die worden samengesteld uit vriendjes die elkaar de hand boven het hoofd houden. De status van hoogleraren die hoger is als ze veel proefschriften produceren - lees: veel geld verdienen voor de Universiteit. Stapel benoemt geld, status en macht als de perverse prikkels die hem ertoe brachten te ontsporen. Maar, denk je als lezer, je bent toch psycholoog? Je weet hoe het brein en de geest reageren op perverse prikkels en hoe de neocortex met wat wiskracht kan ingrijpen in de biologische reflexen van de oude hersendelen? Waarom greep je niet in, waarom liet je je verleiden door illusies, juist op je eigen terrein? Is dit deel een afrekening met hoe de universitaire wereld hem heeft behandeld?
Sociale psychologie
Stapel legt een hele serie concepten uit zijn vakgebied uit als een soort circumstantial evidence om indirect aan te tonen hoe het zover is gekomen. Allereerst natuurlijk het academische klimaat met perverse prikkels. Maar daarnaast ook zijn jeugd:
- Stapel speelt in zijn jeugd toneel: Pinter. Hij geniet van 'zelfexpansie', jezelf oprekken en uitbreiden, groter maken dan je bent. Hij meldt zich zelfs aan voor de toneelschool, maar gaat uiteindelijk niet.
- Fundamentele attributiefout: mensen denken dat mensen zijn wat ze doen; ze scheren dader en daad over een kam, zonder rekening te houden met invloed van de situatie; ze overschatten de causale rol van de persoonlijkheid in het ontstaan van gedrag.
- Pluralistische onwetendheid: je denkt in een groep dat je iets niet weet, omdat niemand in de groep reageert en jij denkt dat dat komt omdat de anderen het ook niet weten.
- Alles tendeert naar het gemiddelde: excellentie is moeilijk te kopiëren, succes is zelden te evenaren. Op een uitzondering volgt het gewone; na succes komt middelmaat.
- Verboden vrucht. Stout zijn is spannend. In Oegstgeest dronk Stapel wel eens een biertje, maar als student in Amerika geldt 'drink to get drunk'. Volgens Stapel 'omdat het niet mocht'.
- Stapel las vroeger vooral boeken van auteurs waarbij realisme-idealisme of waarheid-verdichting centraal staat. Daarbij legt hij het adagium uit: 'laat mij uw boekenkast zien, en ik vertel wie u bent.' Kortom, lijkt Stapel te willen zeggen, het verrijken van feiten met fictie interesseerde hem vroeger al.
Volgens de personal impact-hypothese levert massamediale beïnvloeding van mensen enkel kennis op (maatschappelijk niveau) en moeten mensen zelf ervaren om tot duurzame gedragsverandering te komen (persoonlijk niveau); mensen overschatten zichzelf en onderschatten de invloed van structurele omstandigheden of risico's. De campagnes die wel succesvol zijn, zijn dat omdat ze de directe ervaring veinzen met bijvoorbeeld testimonials. Stapel ontdekte dat je mensen kunt aanspreken door levendige en betrokken taal te gebruiken. Daarmee kon hij ook zijn respondenten beïnvloeden.
Innerlijke leegte
Stapel legt erudiet het verschil tussen persoonlijkheids- en sociale psychologie uit. Voor het tweede type psycholoog wordt gedrag bepaald door de context, omstandigheden buiten de mens; voor de eerste juist binnen de mens. Hij eindigt zijn uitleg bij Benjamin Kouwer die volgens hem in diens boek uit 1963 overtuigend aantoont dat de mens niet beschikt over een kernpersoonlijkheid: als je de psyche van de mens afpelt dan eindig je met niets, leegte. Die leegte verklaart Stapel evolutionair, het stelt de mens in staat om constant mee te veranderen met veranderende omstandigheden. Kouwer kon het besef van innerlijke leegte niet aan en beëindigde naar verluid zelf zijn leven; Stapel ziet het als een bevrijding. Hij stelt dat vragen naar wie je bent en wat je wilt onbeantwoordbaar zijn, en dat hij die vragen met rust kan laten. Op zich een interessant inzicht, maar in de context van dit boek komt het over als een manipulatief excuus van Stapel om zijn 'ontsporing' niet vanuit zijn persoonlijkheid te hoeven duiden. Even later stelt hij: 'Gezonde mensen kunnen ook vreselijke dingen doen.' En haalt het prison- en het stroomexperiment aan.
Onwetenschappelijk experimenteren: the experiment is the message
'Experimenteren is een kunst. Het luistert nauw om het juiste gedrag op het juiste moment aan de juiste mensen te ontlokken.' Van lieverlee werd Stapel goed in het ontwerpen van experimenten om de door hem gewenste resultaten te krijgen. Hij onderzocht niet de mens en haar gedrag, maar het experiment. Hij maakte het onderzoek kloppend bij zijn theorie, in plaats van andersom. Zeer onwetenschappelijk. Volgens Stapel is wetenschap communiceren, overtuigen, theater, marketing, een gevecht.
Diffuse anekdote
De volgende anekdote is fraai. Stapel vertelt dat hij vroeg een snoepert was en eens een doosje after eight heeft leeggesnoept. Hij wordt ter verantwoording geroepen om kwart over acht 's avonds (after eight!). Stapel gebruikt de anekdote om..., ja waarom eigenlijk? Om iets persoonlijks te vertellen en 'aaibaar' te worden? Om zijn ongeremdheid aan te tonen? Om het algemene punt dat hij daarvoor maakt dat verlangens bevrediging zoeken te onderbouwen? Of om de lezer zelf te laten associëren dat Stapel er allemaal niets aan kan doen omdat hij vroeger al gulzig was? Alleen een slot kon Stapel weghouden van after eight en koekjes; een ander moet hem tegenhouden, zelf kan hij dat niet.
Vicieuze cirkel
Stapel beschrijft een vicieuze cirkel. Doordat hij alleen werkte, was zijn sociale geweten minder actief wat hem ontvankelijk maakte voor fraude. Toen hij eenmaal begon te frauderen, wilde hij steeds meer alleen werken uit angst voor ontdekking. Etc etc. In zijn val sleept hij studenten en promovendi mee; naar eigen zeggen ter meerdere eer en glorie van zichzelf.
Filmscript
Het boek leest als een filmscript. De snelle opening die je het verhaal in trekt, waarin Stapel beschrijft hoe hij in paniek in Zwolle en Groningen bewijs verzamelt voor onderzoek dat niet heeft plaatsgevonden. De familiereünie die precies na zijn ontmaskering plaatsvind, waar net zijn hele familie bijeen was, wat anders nooit gebeurt, en waar zijn vrouw en hij met hun duistere geheim rondlopen en nog steeds de schijn ophouden. De jonge studiejaren in Amerika. De combinatie van stijgende roem en vereenzaming als wetenschapper. Het gesprek met de rector waarin hij nog probeert om zich vrij te praten, wat niet lukt. De tennispartij met zijn broers waarna hij zijn fraude opbiecht. De sentimentele flashback van de moeder nadat ze het slechte nieuws te horen heeft gekregen. De sfeerbeschrijving van het leven in armoede na het ontslag (die hij vergelijkt met de film Groundhog day). De doctorsbul die hij in een hoek van de kinderkamer, tussen rommelig speelgoed terugvindt. De mediastorm. Het heen en weer springen tussen het hier-en-nu, vroeger en de inhoudelijke vakbeschrijvingen. Ze lezen als scènes, als een filmscript. Het bezoek tijdens de familiereünie aan de kathedraal van Gent met de beschrijving van de schildering van de gebroeders Van Eyk van 'het lam gods', komt op mij over als opnieuw een poging om de lezer te laten associeren met Stapel en ik vind die associatie stuitend.
Toch het individu
Moeten we Stapels fraude nou sociaal psychologisch duiden? Dat zou betekenen dat niet hij, maar omstandigheden hebben geleid tot zijn gedrag. Zelf zegt hij erover: "Ík heb gefraudeerd, niet de situatie. (...) Mensen reageren nooit allemaal op exact dezelfde manier op een situationele impuls. (...) Als die impulsen heel sterk zijn, lijken alle reactie op elkaar en is de variatie miniem. Als de impulsen minder sterk zijn, is er meer ruimte voor variatie." Aha, dus toch het individu; maar niet all the way want als het rapport van de onderzoekscommissie er is, is Stapel teleurgesteld in de beschrijving van de persoonskenmerken die zouden hebben geleid tot zijn wangedrag. Hij valt de methodologie van de commissie aan om aan te tonen dat hij heus niet zo erg is als zij beschrijven. Wat nou als hij dat wel is? Volgens mij weet Stapel heel goed welk verdedigingsmechanisme dan in werking treedt; het heet: cognitieve dissonantiereductie. Stapel haalt de vastgoedfraude aan, en de fraudes van Nick Leeson en Goldman Sachs; altijd terloops en associatief, maar wel zo dat hij op mij de suggestie wekt dat hij vindt dat hij zo erg nog niet was, dat er anderen waren die veel meer schade hebben aangericht. Hij spreekt over zichzelf met 'Stapelgate', en bepleit dat de mediastorm zo lang aanhield omdat zijn gedrag zo 'menselijk en herkenbaar' was. Hij vindt zichzelf zwaarder gestraft dan kerkelijken die zich vergrepen aan kinderen. Echt waar.
Erbarme dich
De eindsprint van Stapel komt bij mij binnen als schaamteloos en sentimenteel. Stapel beschrijft dat hij als puber luisterde naar Pink Floyd en The Specials, maar opeens werd getroffen door het Erbarme dich uit de Mattheus Passion van Bach. In de tekst vraagt Bach aan god om compassie met de stervende Jezus, of met de mensheid. We waren de associatie met het lam gods al eerder tegengekomen. Gelijk na het Erbarme dich schrijft Stapel dat hij niet meer verder wilde uit zelfhaat. Hier geloof ik niet meer in toeval en wekt de tekst bij mij de indruk bewust naast elkaar geplaatst te zijn: de schrijver op het diepst van zijn ellende, heb medelijden. Het boek sluit af met een sentimenteel appèl aan de liefde die alles overwint.
Eindnoten
Voor iemand die zelfs na volledige lezing nog gelooft in de integriteit van dit boek, zijn de eindnoten verhelderend. Zelfs het verschil in schrijfstijl is tekenend. In de eindnoten legt Stapel onomwonden uit welke literaire keuzes hij heeft gemaakt. Dat vind ik te prijzen, want het laat precies zien dat Ontspoord niet een autobiografisch feitenrelaas is of een mea culpa, maar een thriller. Waarmee al het voorgaande onbetrouwbaar is geworden en we nog steeds niet zeker weten wat er is gebeurd, hoe en waarom... fascinerend, niet?