What do you think?


Tot de kern komen
Dit boek wil alle pastores, in de breedste zin van het woord, helpen om bewuster, sneller en beter pastorale gesprekken te voeren. De auteur richt zich op iedereen die zich met of zonder ambt of specifieke rol toelegt op heilzame ontmoetingen met mensen. Pastoraat kan immers door iedereen worden gedaan.
- GenresNonfiction
ebook
About the author
Johan Smit
29 books1 followerSMIT, JOHANNES JACOBUS (JOHAN) (1943–2016) het op Stellenbosch studeer, ’n kort rukkie in Hebreeus* klasgegee, NG predikant geword van Wynberg, Bellville-Oos en Helderberg, raadgee-briewe en rubrieke in kerklike tydskrifte begin skryf en in die 1970’s sy eerste boek gepubliseer: die Bybelkor*-kursus oor Amos*, As die Leeu brul. Dit is opgevolg met tientalle publikasies: vir die jeug (verhale soos Dwelmgevaar op Krombaai en Moord op Krombaai), vir jongmans (Grens toe met Christus) en studente (Kampuskroniek), vir mans in die fleur van hulle lewe (Man van formaat), weduwees (Weduwee waarheen?), mense in nood (Al gaan ek deur donker dieptes), ouer mense (Voluit lewe na aftrede) en oupas en oumas (Loshande die beste Oupa en Ouma – saam met sy vrou, Nina Smit*). Hy skryf dagboeke, troosboeke, toerustingsboeke, Bybelstudieboeke. Van sy belangrikste boeke is waarskynlik Abraham-avontuur, waarin hy die aartsvader op die spoor volg, en sy omvattende werk oor gebed. ‘n Spesiale Andrew Murray-toekenning* is in 2017 postuum aan hom gemaak.
Ratings & Reviews
Friends & Following
Create a free account to discover what your friends think of this book!
Community Reviews
Displaying 1 - 3 of 3 reviews
December 1, 2025
Tot de kern komen (2006) is een boek waarin pastoraal supervisor Johan Smit de kunst van het pastorale gesprek beschrijft. Het is ontstaan vanuit vragen van jonge pastores en wil hen, maar ook meer ervaren collega’s, helpen om pastorale gesprekken bewuster, sneller en vaardiger te voeren. Hoewel het primair gericht is op pastoraat binnen de christelijke geloofsgemeenschap, is het evengoed bruikbaar binnen de geestelijke verzorging.
“Pastoraat,” schrijft Smit, “ontstaat daar waar mensen vanuit een ambt, vanuit een persoonlijke roeping of vanuit een incidenteel appel gekwalificeerde aandacht gaan geven aan een ander” (p. 13). Het is niet gebonden aan een bepaalde plek, maar kan in principe overal plaatsvinden. In Smits visie is spiritualiteit het proprium van het pastoraat, het element waardoor het zich onderscheidt van andere beroepsvelden. Naast spiritualiteit als kernwoord is ‘licht’ de belangrijkste herkenningsbron: “Als het licht doordringt in een pastoraal gesprek, dan is het goed” (p. 15).
Maar het gesprek bereikt niet vanzelf de laag van de spiritualiteit, noch valt het ‘licht’ moeiteloos binnen. Pastoraat is zowel kunst als kunde binnen een communicatief proces tusssen pastor en pastorant. Daarom is totale communicatie (verbaal en non-verbaal) vanuit de ‘innerlijke ruimte’ van zowel pastor als pastorant noodzakelijk. Pastoraat is het “op zoek gaan naar parels in de innerlijke ruimte van de pastorant” (p. 18). Uit die innerlijke ruimte ontspringen de woorden, wat het belang van taal en het brede, genuanceerde vocabulaire van de pastor onderstreept (volgens Smit minstens 200.000 woorden).
Die innerlijke ruimte is gelaagd. In navolging van Hartmans Lebensdeutung: Theologie für die Seelsorge (1993) onderscheidt Smit vier communicatiedimensies die corresponderen met vier lagen van de ‘innerlijke ruimte’. De eerste laag omvat de feiten: het niveau waarop mensen vertellen over concrete gebeurtenissen. Dieper ligt de laag van de gevoelens, waar mensen tot uitdrukking brengen hoe zij zich bij die gebeurtenissen voelen. De derde laag is die van de levensbeschouwing: hier reflecteren mensen op hun kijk op het leven, hun geloof en wat zij waardevol achten. De vierde en diepste laag is die van de spiritualiteit, waar de kern – de ‘ziel’ – wordt aangeraakt.
Pastorale communicatie beweegt zich langs deze lagen. Elk niveau kent een eigen taalveld: men spreekt anders over feiten (1) dan over gevoelens (2), over levensbeschouwing (3) of spiritualiteit (4). Een pastoraal gesprek slaagt wanneer het lukt om stap voor stap ‘tot de kern’ van de innerlijke ruimte door te dringen. Soms stokt een gesprek echter halverwege, wanneer het niet mogelijk blijkt om de drempel naar een volgende laag te passeren. Volgens Smit ligt die drempel vooral tussen de laag van de gevoelens en die van de levensbeschouwing. Als die eenmaal is genomen, kan het gesprek doorgaans verder verdiepen.
Met dit model benadrukt Smit de noodzaak van gelaagdheid in de communicatie. Men komt nooit direct ‘tot de kern’. Gesprekken beginnen bij feiten, en ook die zijn betekenisvol. De innerlijke ruimte wordt geleidelijk betreden, waarbij de pastor als het ware zoekt naar toegangspunten voor een diepere laag. Bij elke laag horen standaardvragen die helpen de vraagstelling af te stemmen op het niveau waarin men zich bevindt of waarheen men wil. Veelzeggend is dat Smit bij de vierde laag juist weinig vragen nodig acht. Even wezenlijk is dat het gesprek niet alleen een afdalende beweging kent, maar ook een terugkerende. Wanneer de kern is bereikt, kan het gesprek niet abrupt worden afgesloten; anders blijft er voor zowel pastor als pastorant “het gevoel van absolute naaktheid” over (p. 67). Daarom moet het gesprek zorgvuldig worden teruggeleid naar de oppervlakte.
Een ander belangrijk punt is dat in het pastorale gesprek niet alleen de innerlijke ruimte van de pastorant, maar ook die van de pastor zelf in het geding is. De persoon van de pastor doet ertoe – een bekend adagium binnen de KPV – en dat betekent dat zijn eigen innerlijke ruimte actief meedoet in de pastorale ontmoeting. Omdat de pastor zijn eigen instrument is, en zijn innerlijke ruimte in contact komt met die van de ander, zijn zelfkennis en zelfreflectie onmisbaar. De pastor dient oog te hebben voor zijn eigen biografie, gevoelens, identiteit en spiritualiteit.
Naast het model van de vier lagen en de gelaagdheid van communicatie behandelt Smit nog tal van andere onderwerpen. Hij gaat in op het pastorale ‘contract’, op congruentie en empathie, op de lichamelijke aspecten van communicatie, en meer. Al deze thema’s beschrijft hij beknopt, helder en toegankelijk voor een breed publiek. Hij geeft praktische aanwijzingen en deelt royaal uit zijn persoonlijke ervaringen. Hoewel de theoretische onderbouwing summier blijft – wat mij betreft had die veel uitgebreider gemogen – biedt dit boek van nog geen 150 pagina’s een schat aan inzichten en ervaringen, toepasbaar voor elke pastor of geestelijk verzorger (in opleiding). Tot de kern komen is daarmee een overtuigende aanrader voor wie de kunst van het pastorale gesprek wil leren!
“Pastoraat,” schrijft Smit, “ontstaat daar waar mensen vanuit een ambt, vanuit een persoonlijke roeping of vanuit een incidenteel appel gekwalificeerde aandacht gaan geven aan een ander” (p. 13). Het is niet gebonden aan een bepaalde plek, maar kan in principe overal plaatsvinden. In Smits visie is spiritualiteit het proprium van het pastoraat, het element waardoor het zich onderscheidt van andere beroepsvelden. Naast spiritualiteit als kernwoord is ‘licht’ de belangrijkste herkenningsbron: “Als het licht doordringt in een pastoraal gesprek, dan is het goed” (p. 15).
Maar het gesprek bereikt niet vanzelf de laag van de spiritualiteit, noch valt het ‘licht’ moeiteloos binnen. Pastoraat is zowel kunst als kunde binnen een communicatief proces tusssen pastor en pastorant. Daarom is totale communicatie (verbaal en non-verbaal) vanuit de ‘innerlijke ruimte’ van zowel pastor als pastorant noodzakelijk. Pastoraat is het “op zoek gaan naar parels in de innerlijke ruimte van de pastorant” (p. 18). Uit die innerlijke ruimte ontspringen de woorden, wat het belang van taal en het brede, genuanceerde vocabulaire van de pastor onderstreept (volgens Smit minstens 200.000 woorden).
Die innerlijke ruimte is gelaagd. In navolging van Hartmans Lebensdeutung: Theologie für die Seelsorge (1993) onderscheidt Smit vier communicatiedimensies die corresponderen met vier lagen van de ‘innerlijke ruimte’. De eerste laag omvat de feiten: het niveau waarop mensen vertellen over concrete gebeurtenissen. Dieper ligt de laag van de gevoelens, waar mensen tot uitdrukking brengen hoe zij zich bij die gebeurtenissen voelen. De derde laag is die van de levensbeschouwing: hier reflecteren mensen op hun kijk op het leven, hun geloof en wat zij waardevol achten. De vierde en diepste laag is die van de spiritualiteit, waar de kern – de ‘ziel’ – wordt aangeraakt.
Pastorale communicatie beweegt zich langs deze lagen. Elk niveau kent een eigen taalveld: men spreekt anders over feiten (1) dan over gevoelens (2), over levensbeschouwing (3) of spiritualiteit (4). Een pastoraal gesprek slaagt wanneer het lukt om stap voor stap ‘tot de kern’ van de innerlijke ruimte door te dringen. Soms stokt een gesprek echter halverwege, wanneer het niet mogelijk blijkt om de drempel naar een volgende laag te passeren. Volgens Smit ligt die drempel vooral tussen de laag van de gevoelens en die van de levensbeschouwing. Als die eenmaal is genomen, kan het gesprek doorgaans verder verdiepen.
Met dit model benadrukt Smit de noodzaak van gelaagdheid in de communicatie. Men komt nooit direct ‘tot de kern’. Gesprekken beginnen bij feiten, en ook die zijn betekenisvol. De innerlijke ruimte wordt geleidelijk betreden, waarbij de pastor als het ware zoekt naar toegangspunten voor een diepere laag. Bij elke laag horen standaardvragen die helpen de vraagstelling af te stemmen op het niveau waarin men zich bevindt of waarheen men wil. Veelzeggend is dat Smit bij de vierde laag juist weinig vragen nodig acht. Even wezenlijk is dat het gesprek niet alleen een afdalende beweging kent, maar ook een terugkerende. Wanneer de kern is bereikt, kan het gesprek niet abrupt worden afgesloten; anders blijft er voor zowel pastor als pastorant “het gevoel van absolute naaktheid” over (p. 67). Daarom moet het gesprek zorgvuldig worden teruggeleid naar de oppervlakte.
Een ander belangrijk punt is dat in het pastorale gesprek niet alleen de innerlijke ruimte van de pastorant, maar ook die van de pastor zelf in het geding is. De persoon van de pastor doet ertoe – een bekend adagium binnen de KPV – en dat betekent dat zijn eigen innerlijke ruimte actief meedoet in de pastorale ontmoeting. Omdat de pastor zijn eigen instrument is, en zijn innerlijke ruimte in contact komt met die van de ander, zijn zelfkennis en zelfreflectie onmisbaar. De pastor dient oog te hebben voor zijn eigen biografie, gevoelens, identiteit en spiritualiteit.
Naast het model van de vier lagen en de gelaagdheid van communicatie behandelt Smit nog tal van andere onderwerpen. Hij gaat in op het pastorale ‘contract’, op congruentie en empathie, op de lichamelijke aspecten van communicatie, en meer. Al deze thema’s beschrijft hij beknopt, helder en toegankelijk voor een breed publiek. Hij geeft praktische aanwijzingen en deelt royaal uit zijn persoonlijke ervaringen. Hoewel de theoretische onderbouwing summier blijft – wat mij betreft had die veel uitgebreider gemogen – biedt dit boek van nog geen 150 pagina’s een schat aan inzichten en ervaringen, toepasbaar voor elke pastor of geestelijk verzorger (in opleiding). Tot de kern komen is daarmee een overtuigende aanrader voor wie de kunst van het pastorale gesprek wil leren!
February 6, 2020
Helder geschreven boek over een pastoraal gespreksmodel. Nadeel vind ik echter dat het basisidee over innerlijke ruimte mijn inziens onvoldoende uit de literatuur wordt onderbouwd. Daarnaast vind ik het boek soms wat oppervlakkig op onderwerpen ingaan en niet erg academisch
January 22, 2026
Dit boek gelezen als een ‘update’ voor het pastorale werk. Staan veel goede dingen in. Theologisch vond ik het mager. Desalniettemin toch goed om te lezen voor met name de horizontale aspecten van het pastorale gesprek.
Displaying 1 - 3 of 3 reviews



