Aangenaam luchtige verhalen, ook al vallen er soms doden
Een dichter die zijn vroegere leraar Nederlands het zwijgen wil opleggen, een man die na zijn zelfmoordpoging ontdekt dat het noodzakelijk is dat je vrienden maakt, een gescheiden vader die per se de achttiende verjaardag van zijn zoon wil vieren, een vrouw die opeens zeker weet dat haar kind iets verschrikkelijks zal overkomen – de verhalen uit Elektriciteit worden bevolkt door mensen die de greep op de gebeurtenissen dreigen te verliezen en erachter komen dat alles anders is dan ze altijd hebben gedacht. Dankzij de laconieke toon hebben de verhalen toch iets aangenaam luchtigs, ook al vallen er doden en spatten relaties uit elkaar.
Na zijn succesvolle roman Visser voegt Rob van Essen met deze ontroerende, vrolijke en melancholische verhalen een nieuwe dimensie toe aan zijn werk, dat door steeds meer lezers in het hart wordt gesloten.
Van Essen is de meester van de geestige bijzin. Heb vooral erg genoten van het verhaal ‘Hoe ik mijn leraar Nederlands vermoordde’ - niet toevalligerwijs omdat ik er zelf een ben - en de verhalen over Scipio. Helaas haalden niet alle verhalen dit niveau. Erg benieuwd naar zijn nieuwe verhalenbundel ‘Hier wonen ook mensen’.
Niet volgehouden. Er zitten 1 of 2 zuur-geestige verhalen tussen, en Van Essen heeft een trefzekere droge spot, maar de meeste verhalen zijn niet rijk genoeg om mij op zich te kunnen boeien, stoppen al nog voor dat ze een impact op me hebben gekregen. Ook een erg moeilijk genre, kort verhalen, zeer weinigen kunnen dat.
Citaat : Ik vind elektriciteit de mooiste uitvinding die ooit is gedaan. Misschien is het wel geen uitvinding, want het is er altijd al geweest, in de natuur, als bliksem en zo, ik weet van die dingen niet zo veel af, maar ik houd ervan als je in het donker allerlei kleine lichten kunt zien, van verschillende kleuren.
Review : Het kortverhaal is een koppig genre, dat bovendien ook nog héél moeilijk in de markt ligt. In het Nederlandstalige gebied vind ik schrijvers zoals Kristien Hemmerechts, Rachida Lamrabet, Rascha Peper, Arthur Japin en Joost Van de Casteele daar nogal bedreven in. Maar sinds kort heb ik er een nieuwe favoriet bij.
Elektriciteit werd voor mij meteen de kennismaking met het immense talent van Rob van Essen. Die man levert hoog voltage af.
De auteur werkt niet met vaste thema's of stijlmodellen en toch grijpt hij zijn lezers juist door zijn authenticiteit van meet af aan bij de strot door zijn openingsverhaal Zout water. Een ingenieus pareltje van inventiviteit, dat begint als een strak verhaal over een ogenschijnlijk vrij banaal gegeven maar dat wel een verbluffend eind kent.
Ieder verhaal speelt ook in op maatschappelijke tendensen die zo uit de actualiteit geplukt lijken. Zo is er in het bijzonder sterke verhaal Een vage gestalte bijvoorbeeld sprake van een lijk dat pas na drie maanden wordt gevonden. De buurman, die al die tijd niets gemerkt heeft, wordt plotseling bestookt door de media die hem zodanig in beeld brengen dat hij als een asociaal persoon wordt bekeken.
Ook humor, vaak onderhuids afgevuurd, is toch wel erg belangrijk in deze verhalen. Anderzijds doet de auteur ook huiveren door de manier waarop hij eenzaamheid, verdriet en contactstoornissen toont.
Elektriciteit toont je als lezer heel wat zonderlingen die echter allemaal héél menselijke trekken vertonen en door de verbeeldingskracht van de auteur in een bijzonder universum terecht komen. Deze verhalen zullen elke literatuurliefhebber voor zich innemen door hun taalrijkdom, hun originaliteit en hun spanningselementen. In zijn totaliteit een bundel met sterke literaire verhalen die echter ook vlot lezen.
Al die dooie baasjes -- Voorspellend verhaal van vóór Covid over hoe knurfterigheid en ego ook een dodelijke pandemie overleven.
De conservatieve reactie van 1966 / Poëzie - Oom Evert is geweldig! "Ik heb vaak bij oom Evert gelogeerd. Als ik 's ochtends bij hem op het toilet zat bonsde hij op de deur en riep: 'Niet persen, gewoon eruit laten glijden. De zwaartekracht zijn werk laten doen!'
Filmmuziek - Het begin van zo'n soort fantasieverhaal dat begint op een doodnormale dag waar iets nét een beetje buitengewoons gebeurt, en dan nog iets, tot de fantasiewereld langzaam de overhand krijgt. Maar dan, heel slim besloten dat de echte fantasiewereld niet meer nodig is met zó'n steengoed intro.
Van de meeste verhalen kon ik niet zeggen wat Van Essen ermee duidelijk wilde maken. Evenmin werd ik gegrepen door de sfeer of de beelden. Uitzonderingen waren wat mij betreft “Hoe ik mijn leraar Nederlands vermoordde” en het verhaal over een fietstocht met zijn oom Evert, dat overigens niet zo’n diepe indruk heeft gemaakt dat ik zonder te spieken de titel ervan kan noemen (“De conservatieve reactie van 1966”).
"Ik probeer me zijn goede dagen te herinneren, toen hij me leerde hoe het moest, maar in plaats daarvan hoor ik hem roepen dat ik maar vast vooruit moet gaan, het wanhopige geluid van iemand die achter je wegzakt en die je nooit meer zult terugzien." (Elektriciteit, p. 173)