‘Borderline wordt je niet zomaar. Het recept voor de stoornis omvatte voor mij aanleg, een flinke dosis pech, en een decennium overleven gevolgd door een heftige crisis. Het resultaat van de optelsom? Ik mis een bodem, en kan daardoor op allerlei manieren buiten de werkelijkheid raken. Gevoelens zijn veel heftiger. Mijn waarneming kan verstoord raken – ik zie regelmatig dingen die er niet zijn. Of mijn denken “flipt” van stralend wit “ineens” naar gitzwart.
Toch is iemand met borderline ook maar een mens. Met een gezin, werk, vrienden…’
‘Mijn leven met borderline is als dansen op dun ijs. Gelukkig heb ik leren dansen, dus dans ik om de wakken heen. Maar de dreiging en de koude voeten blijven áltijd ellendig.’
Ik vind dit een ontzettend goed boek, de manier waarop het geschreven is, duidelijk, eerlijk en recht vanuit het hart, maakt dat het erg verhelderend is. Het is echt een kijkje in de ziel van deze vrouw. Ik denk dan ook met recht dat dit boek veel mensen kan helpen om op een andere manier met borderline om te gaan. Niet alleen de mensen die borderline hebben, maar zeker ook hun naastbetrokkenen en hulpverleners. Helaas heerst er vaak nog veel onbegrip over mensen met borderline, waardoor er veel vooroordelen zijn. Dit boek raad ik daarom sterk aan, aan allen die geïnteresseerd zijn in de realiteit van wat deze emotieregulatie stoornis werkelijk inhoudt. En vooral wat leven met deze stoornis allemaal met zich meebrengt.
Nu ik voor de tweede keer in mijn leven de diagnose heb gekregen, voel ik enorm de behoefte om verhalen van andere mensen met borderline te lezen. Vooral omdat er in heel veel artikelen wordt verteld hoe 'zielig' het wel niet is voor een partner om te dealen met zijn of haar 'onhandelbare' partner.
Dat mensen met borderline ook maar gewoon mensen zijn - voor wie dat nog altijd het heftigst is - wordt te gemakkelijk vergeten. Ik had een menselijk verhaal nodig.
Dit boek heeft al mijn verwachtingen waargemaakt. Het was vlot en makkelijk te lezen, interessant en boeiend geschreven - ondanks de zwaarte op sommige momenten.
Als ik zou zeggen dat het een feest van herkenning was, zou ik er niet ver naast zitten, maar eigenlijk is dat best een beetje vreemd om te zeggen over een boek als dit. Toch is het een verademing om te lezen hoe je met terugwerkende kracht kunt zeggen dat je niet de enige was (ik ben van 1979) en had dezelfde leeftijd toen de krachtige suïcide gedachten opkwamen. Het ‘zwart-rood’.
Ik herkende heel erg veel. Voornamelijk vanaf het moment dat Femke de pubertijd in gaat. Ik herken het ‘niet mogen huilen’ van haarzelf. Ook ik heb dat last van, omdat ik bang ben dat ik dan de controle verlies. Als puber was dat nog erger. Ik sloeg bijna achterover dat Femke ook naar de maan keek in de hoop dat ‘hij’ (een jongen) ook op hetzelfde moment keek. Ik dacht echt serieus dat ik de enige persoon ter wereld was die dit dacht.
De eenzaamheid (in een grote groep) is iets wat ik maar al te goed kennen, net als mijn eerste burn-out toen ik nog jong was. De allesoverheersende vermoeidheid en het korte lontje - evenals het vele huilen aan het begin van mijn werkperiode. En nog heel veel meer.
Er waren momenten dat ik dacht: nou zal hier het verschil toch wel komen? Wij zijn immers twee verschillende mensen. Toch waren we wel even oud op het momenten van crashen. En hoe toevallig is het wanneer je beiden in je tweede zwangerschap depressief bent (en erna blijft!). Zoals ik al zei: heel herkenbaar.
Prachtige poëtische zinnen en duidelijke metaforen wisselden het relaas af van een stoornis die vrijwel alles van je vraagt. Wanhoop werd afgewisseld door hoop en langzaam maar zeker kwam er wat rust - relatieve rust.
In eerste instantie las ik het boek via de app van de bibliotheek, maar halverwege het boek heb ik hem (na minstens zes keer twijfelen) alsnog gekocht, omdat ik hem echt wil hebben zodat ik vaker kan lezen. Femke weet hoe je de diepste pijnen kunt verwoorden op een manier dat anderen het nog enigszins kunnen begrijpen en dat vind ik heel knap. Ik zoek nog heel vaak naar manieren om dat te doen, maar krijg het niet in de vingers.
“Ik probeer het uit te leggen door die ellende in mijn geest te vergelijken met fysieke pijn: je slaat jezelf keihard op je vinger. Op het moment dat je dat gedaan hebt is er alléén maar de pijn, en niets dan de pijn; je voelt uitsluitend je vinger. Maar een dag later, met een bloedblaar en een pleister erop, wéét je nog wel dat het ontzettend zeer deed, maar is het onmogelijk om je de pijn van het moment weer voor de geest halen. Totdat je er per ongeluk weer tegenaan stoot…”