Ter gelegenheid van zijn vijfentachtigste verjaardag maakte Gerrit Kouwenaar een keuze uit zijn eigen werk. Het resultaat is een kloeke een selectie van de gedichten die volgens de dichter zelf de kern uitmaken van zijn inmiddels bijn zestigjarig dichterschap.
Nowadays he is considered "the grand old man of Dutch poetry" and collected nearly all the literary prices one can collect in the Netherlands.
Kouwenaar debuteerde in de Tweede Wereldoorlog met een aantal clandestiene uitgaven, waaronder Vroege voorjaarsdag. Hij schreef in die jaren voor het communistische verzetsblad De Waarheid en na de bevrijding voor Het Vrije Volk.
Hij was verbonden aan het tijdschrift (Reflex), en kwam in contact met de Experimentele Groep Holland en later met het experimentele kunstenaarsgezelschap Cobra. In 1949 publiceerde hij samen met de Cobra-schilder Constant Goede morgen haan, een combinatie van gedichten en tekeningen (Peinture-mots).
Aanvankelijk een meer sociaal en politiek bewogen experimentele dichter, later is zijn werk meer gericht op het taalgebruik in de poëzie. Kouwenaar streeft naar poëzie die autonoom is en voor zichzelf spreekt. Kouwenaar maakte ook talrijke vertalingen van toneelstukken o.a. van Brecht, Dürrenmatt, Hochhuth, Weiss, Kroetz, Sartre, Tennessee Williams, Stoppard, Osborne en Pinter.
His poems have been translated and published in anthologies in numerous languages. Full collections have appeared in English, French, German, Polish and Swedish.
Review : Gerrit Kouwenaar (Amsterdam, 9 augustus 1923 – 4 september 2014) was een Nederlands journalist, vertaler, dichter en prozaschrijver. Hij maakte deel uit van de Vijftigers. Kouwenaar debuteerde in de Tweede Wereldoorlog met een aantal clandestiene uitgaven, waaronder Vroege voorjaarsdag, en met bijdragen aan illegale bladen als 'Parade der Profeten'. Hij kreeg daarvoor een half jaar gevangenisstraf. Na zijn vrijlating dook hij onder. Van 1945 tot 1950 was hij kunstredacteur van dagblad 'De Waarheid', toen de grootste krant van Nederland. Daarna was hij freelancer voor 'Vrij Nederland' en redacteur van het literaire blad 'Podium'. Later recenseerde hij beeldende kunst voor 'Het Vrije Volk' en werd redacteur van het toonaangevende culturele tijdschrift 'De Gid's. Hij was ook verbonden aan het tijdschrift 'Reflex' en kwam in contact met de Experimentele Groep in Holland en later met het experimentele kunstenaarsgezelschap Cobra. In 1949 publiceerde hij samen met de Cobra-schilder Constant Goede morgen haan, een combinatie van gedichten en tekeningen (Peinture-mots). Was hij aanvankelijk nog vooral een sociaal en politiek bewogen experimentele dichter, later was zijn werk meer gericht op het taalgebruik in de poëzie. Kouwenaar streefde naar poëzie die autonoom is en voor zichzelf spreekt. Hij maakte ook talrijke vertalingen van toneelstukken, onder meer van Brecht, Dürrenmatt, Hochhuth, Weiss, Kroetz, Sartre, Tennessee Williams, Stoppard, Osborne en Pinter.
Ter gelegenheid van zijn vijfentachtigste verjaardag maakte Gerrit Kouwenaar een keuze uit zijn eigen werk, in samenwerking met collegadichter René Puthaar. Het resultaat is een kloeke bundel Kouwenaar volgens Kouwenaar: een selectie van de gedichten die volgens de dichter zelf de kern uitmaken van zijn inmiddels bijna zestig-jarig dichterschap.
'Expressieve' poëzie sluit veel meer aan bij wat een leek denkt dat poëzie is: uitstorting van gevoelens, een poging de werkelijkheid weer te geven zoals de dichter die heeft ervaren, de haarfijn precieze weergave van wat in het diepste innerlijk van de dichter leeft, om het in ongeveer de woorden van Willem Kloos (1859-1938) te zeggen. Nu wil het geval dat de opvatting over wat een autonomistische poëtica is, althans binnen de Nederlandse poëziebeschouwing, voor een niet gering deel tot stand is gekomen op basis van de poëzie en de uitspraken over poëzie van Gerrit Kouwenaar, achteraf beschouwd de meest invloedrijke dichter van de Vijftigers.
Door "de communicatieve functie van taal ongedaan te maken", zoals het in een tamelijk dominante interpretatie van Kouwenaars werk heet, verhinder je immers dat taal nog wordt ingezet om de werkelijkheid of de mens te definiëren (en zo in te perken). De verandering of verschuiving in Kouwenaars werk heeft te maken met de veranderde betekenis van 'de dood' in dat werk. In het vroege werk is 'de dood' een vooral poëticaal begrip dat verbonden moet worden met die noties van de eeuwigheid van het gedicht, van de zelfbeslotenheid van het gedicht dus ook (de werkelijkheid kenmerkt zich door continue verandering, dat is: door continue sterfelijkheid). Wat Vallende stilte in de opeenvolging van gedichten mooi laat zien, is hoezeer het (overigens altijd onbereikbare) ideaal van de doodgemaakte werkelijkheid in het gedicht bij Kouwenaar steeds meer is geworden tot de (nog altijd hoogst ongewenste) realiteit van die dood in het eigen leven. De dood in Kouwenaars poëzie verandert van poëtica in biologie.