"De eerste hond in de ruimte" is het verhaal van een grote Europese stad waarvan de dagen geteld zijn. Niet omdat de goden vertoornd zijn, of omdat het milieu verpest is, maar om de doodeenvoudige reden dat de voorraad dagen uitgeput raakt.
De bewoners van de stad leven langs elkaar heen en weten van niets. Een man probeert door een dagboek bij te houden zijn falende geheugen te verwerken. Clubgangers schuimen 's nachts de stad af, op zoek naar de laatste dj die het feest nog in leven houdt, en een snackbareigenaar runt een tent die zijn beste tijd heeft gehad. Zijn dochter observeert de lege levens van haar medestadsgenoten en probeert haar eigen verhaal te vertellen.
Wanneer een van de 'dagenmakers' afdaalt naar de stad, op zoek naar een manier om het naderende noodlot het hoofd te bieden, verandert hij de levens van al deze personages.
Zal hij het lot keren? En hoe ver wil hij gaan? Wie zal het licht van de ochtend zien?
Gaar, vervreemdend boek, leest als een drugstrip. Heel theatraal geschreven (eerder een reeks monologen) met personages die elk in hun eigen lettertype spreken. Drie sterren omdat ik ergens de waarde er wel van kan inzien, maar herlezen hoef ik het niet.
raar verhaal, of eigenlijk rare verhaallijntjes die in elkaar gevlochten worden. Onbevredigend/onduidelijk einde. Het voelde alsof het 'verhaal' doodbloedde.