What do you think?
Rate this book


192 pages
Ze probeert het te begrijpen, te plaatsen. Ze begrijpt dat dit ‘de dingen’ zijn die hem kwellen. Ze voelt zich vreemd opgelucht omdat ze aldoor dacht dat zij het was die iets mankeerde, die niet compleet was of gewoon gek. Hij was het en niet zij. Nu is ze opgelucht en dat lijkt gek wanneer je er net bent achter gekomen dat je man het met ander mannen doet. (…) En Louis had al die tijd niets gezegd. Toen ze nerveus werd niet. Toen ze verlamd raakte niet. Al die tijd niets gezegd terwijl hij de oplossing in handen had gehad.
Ik draai me om en kijk naar het beeld van het kleine, galopperende paard. Zonder ruiter. Hoe vaker ik het zie, hoe mooier ik het vind. Ik zou graag het paard willen zijn in een verhaal over het paard. Het gaat over een paard dat zijn berijder heeft afgeworpen en vrij is. Het galoppeert weg. Weg van zijn leven, weg van alles wat hem bekend is.
Het water verheldert de dof geworden bloemen van het vale tapijt. Even fris als toen het geknoopt werd door onbegrepen kindervingertjes in de altijd schemerige voorkamer van een houten huis in een achterbuurt van Marrakech. Maar daar gaat het nu niet om. Het gaat om het beeld van de doffe bloemen die opfrissen op precies hetzelfde moment dat deze vrouw geneest.